Verwijsregistratie gbGGZ, aanwezigheid, tijdigheid en geldigheidsduur (N6111)

Uit normenkaderzorg.nl
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Referentienummer: N6111

Referentienummer Controleplan Onderzoek Controle GGZ 2018: F - 1.1
Referentienummer Controleplan Onderzoek Controle GGZ 2019: F - 1.1
Referentienummer Controleplan Onderzoek Controle GGZ 2020 - 2021: F - 1.1

Behoort tot Normenkader ValueCare
  1. GGZ Zelfonderzoek 2018
  2. GGZ Zelfonderzoek 2019
  3. GGZ Zelfonderzoek 2020-2021
Functioneel ontwerp
Functioneel ontwerp Zelfonderzoek 2018
Aandachtspunt

De deelwaarneming mag i.t.t. de in het controleplan beschreven methodiek beperkt worden tot maximaal 100 prestaties als is voldaan aan onderstaande voorwaarden:

  • De Zelfonderzoeken 2016 en 2017 zijn volledig afgerond (tot en met ontvangst conclusiebrief);
  • Er zijn geen bevindingen met financiële impact op dit controlepunt voor de Zelfonderzoeken 2016 en 2017.

Doelstelling van het controlepunt

Stel vast dat er sprake is van een rechtmatige (aanwezige, tijdige en geldige) verwijzing.
Deze doelstelling is gericht op: Rechtmatigheid.

Relevante wet- en regelgeving

Zorgverzekeringswet
Artikel 14: De zorgverzekeraar neemt in zijn modelovereenkomst op dat geneeskundige zorg zoals medisch specialisten die plegen te bieden, met uitzondering van acute zorg, slechts toegankelijk is na verwijzing.

Afspraken verwijzing Geestelijke Gezondheidszorg – maart 2017.

Plan van aanpak verantwoording behandelingen en jaarrekeningen curatieve ggz naar aanleiding van de NBA audit alert – december 2014.

Controlemassa

Selecteer uit de totale onderzoeksmassa:

  • Alle prestaties gbGGZ.
  • Waarbij chronische prestaties die aansluitend volgen op een chronische prestatie die 365 dagen heeft open gestaan uitgesloten moeten worden.
  • Waarbij chronische prestaties die (dag)aansluitend volgen op een DBC in de gGGZ uitgesloten moeten worden (continuïteit van zorg).

Controlemethodiek

Deelwaarneming.

Toetsingskader

De onderstaande drie punten moeten alle beoordeeld worden (onafhankelijk van afwijkende private afspraken):

1. Controle op afgifte verwijzing (aanwezigheid)
a. Er moet aantoonbaar een digitale/schriftelijke verwijzing aanwezig zijn:
Verwijzing
i. Verwijsbrief
óf
ii. In het dossier is gedateerd vastgelegd dat een verwijzer contact met de zorgaanbieder heeft gehad en daarbij heeft verwezen naar generalistische basis ggz.
Overgang 18-min/18-plus
i. In de situatie dat de behandeling van de patiënt is gestart voor diens 18e verjaardag, na verwijzing van een door de zorgverzekeraar erkende verwijzer en deze behandeling na de 18e verjaardag van de patiënt (dag)aansluitend doorloopt bij dezelfde zorgaanbieder, is geen nieuwe verwijzing nodig. In dat geval volstaat het als de regiebehandelaar vóórdat de patiënt 18 jaar wordt, doch uiterlijk binnen circa 30 dagen nadat de prestatie is gestart, een melding met inhoudelijke onderbouwing aan de huisarts doet. De regiebehandelaar zorgt ervoor dat deze melding wordt opgenomen in het patiëntdossier. In samenhang wordt dit gezien als geldige verwijzing.
ii. In de situatie dat de behandeling van de patiënt voor diens 18e verjaardag is gestart zonder een verwijzing van een door de zorgverzekeraar erkende verwijzer, kan deze behandeling alleen na diens 18e verjaardag ten laste van de zorgverzekering worden voortgezet als een door de zorgverzekeraar erkende verwijzer alsnog een verwijzing geeft voor start van de behandeling in de Zvw.

b. De regiebehandelaar van een patiënt in de generalistische basis-ggz en de gespecialiseerde ggz kan, als deze van oordeel is dat behandeling in de gespecialiseerde ggz respectievelijk de generalistische basis-ggz plaats moet vinden, rechtstreeks doorverwijzen naar de gespecialiseerde ggz respectievelijk de generalistische basis-ggz, met tegelijkertijd (dat wil zeggen: uiterlijk binnen 10 werkdagen) een schriftelijk/elektronisch melding aan de huisarts. Terugverwijzen naar de huisarts is dan niet nodig. De melding aan de huisarts bevat een inhoudelijke onderbouwing waarom de verzekerde wordt doorgestuurd naar de gespecialiseerde ggz (respectievelijk naar de generalistische basis-ggz). Bij doorverwijzing vanuit een andere instelling, waar de verplichting om de huisarts te informeren bij desbetreffende instelling ligt en het niet bekend is of dit is gedaan, volstaat het om aan te tonen dat er is doorverwezen vanuit de regiebehandelaar (functie) van de doorverwijzende instelling.

c. Geen huisarts: In de hiervoor genoemde situaties kan het voorkomen dat de patiënt geen huisarts heeft. De zorgverzekeraar kan hier bemiddelen. Dit geldt ook voor de ggz-aanbieder. In dat geval zorgt de ggz-aanbieder dat de patiënt een huisarts krijgt, overlegt de regiebehandelaar met deze nieuwe huisarts, stuurt de regiebehandelaar aan deze nieuwe huisarts de van toepassing zijnde melding (zie hiervoor) en zorgt deze ervoor dat deze melding in het patiëntendossier wordt opgenomen (waar in het dossier maakt niet uit). Door het contact dat er is geweest met de nieuwe huisarts, wordt dit in samenhang met het patiëntendossier door alle betrokken partijen (VWS, NZa, verzekeraars, accountants en instellingen) als een rechtmatige toegang tot de ggz beschouwd (zie plan van aanpak jaarrekeningen, paragraaf 4.2.2; ook dit punt geldt zowel voor ggz-instellingen als vrijgevestigde ggz-aanbieders). Voor de generalistische basis ggz geldt dat er steeds sprake is van een eenmalige aanspraak, uitgezonderd het product chronisch. Als de verwijzing of de tijdige melding aan de huisarts ontbreekt, dan is de gehele prestatie onrechtmatig.

2. Controle op tijdigheid verwijzing
Dagtekening verwijzing moet liggen op of voor de startdatum van de prestatie. Als de verwijzing niet tijdig is, dan is de gehele prestatie onrechtmatig.

3. Geldigheidsduur verwijzing
Dagtekening van de verwijzing mag maximaal 9 maanden voor of op de startdatum van de prestatie liggen. Als de termijn van 9 maanden verstreken is dan is de verwijzing ongeldig. De uitzonderingssituaties, genoemd in het Plan van Aanpak (december 2014) en waarnaar wordt verwezen in de Afspraken verwijzing Geestelijke Gezondheidszorg (maart 2017), zijn in principe van toepassing op de generalistische basis ggz maar zijn hier niet uitgewerkt omdat de situaties vermoedelijk niet voorkomen binnen de generalistische basis ggz.

Bij het beoordelen van de deelwaarnemingen kan, indien er sprake is van een elektronische verwijzing, geautomatiseerd gekeken worden naar aanwezigheid, tijdigheid en geldigheidsduur van de verwijzing. Onder elektronische verwijzingen wordt verstaan een geautomatiseerde koppeling tussen het verwijssysteem (zoals Zorgdomein) en uw EPD. Niet-elektronische verwijzingen dienen getoetst te worden op basis van dossiercontrole.

Definities relevante terminologie

Interpretaties

  • Chronische prestaties (180004) zijn aansluitend op een voorgaande chronische prestatie als deze op dezelfde dag óf één dag na einddatum voorgaande chronische prestatie is gestart.
  • Chronische prestaties (180004) zijn (dag)aansluitend op een DBC als deze op dezelfde dag óf één dag na einddatum DBC zijn gestart.
Functioneel ontwerp Zelfonderzoek 2019
Aandachtspunt

De deelwaarneming mag i.t.t. de in het controleplan beschreven methodiek beperkt worden tot maximaal 100 prestaties als is voldaan aan onderstaande voorwaarden:

  • De Zelfonderzoeken 2017 en 2018 zijn volledig afgerond (tot en met ontvangst conclusiebrief);
  • Er zijn geen bevindingen met financiële impact op dit controlepunt voor de Zelfonderzoeken 2017 en 2018.

Doelstelling van het controlepunt

Stel vast dat er sprake is van een rechtmatige (aanwezige, tijdige en geldige) verwijzing.
Deze doelstelling is gericht op: Rechtmatigheid.

Relevante wet- en regelgeving

Zorgverzekeringswet
Artikel 14: De zorgverzekeraar neemt in zijn modelovereenkomst op dat geneeskundige zorg zoals medisch specialisten die plegen te bieden, met uitzondering van acute zorg, slechts toegankelijk is na verwijzing.

Afspraken verwijzing Geestelijke Gezondheidszorg – maart 2017.

Plan van aanpak verantwoording behandelingen en jaarrekeningen curatieve ggz naar aanleiding van de NBA audit alert – december 2014.

Controlemassa

Selecteer uit de totale onderzoeksmassa:

  • Alle prestaties gbGGZ.
  • Waarbij chronische prestaties die aansluitend volgen op een chronische prestatie die 365 dagen heeft open gestaan uitgesloten moeten worden.
  • Waarbij chronische prestaties die (dag)aansluitend volgen op een DBC in de gGGZ uitgesloten moeten worden (continuïteit van zorg).

Controlemethodiek

Deelwaarneming.

Toetsingskader

De onderstaande drie punten moeten alle beoordeeld worden (onafhankelijk van afwijkende private afspraken):

1. Controle op afgifte verwijzing (aanwezigheid)
a. Er moet aantoonbaar een digitale/schriftelijke verwijzing aanwezig zijn:
Verwijzing
i. Verwijsbrief
óf
ii. In het dossier is gedateerd vastgelegd dat een verwijzer contact met de zorgaanbieder heeft gehad en daarbij heeft verwezen naar generalistische basis ggz.
Overgang 18-min/18-plus
i. In de situatie dat de behandeling van de patiënt is gestart voor diens 18e verjaardag, na verwijzing van een door de zorgverzekeraar erkende verwijzer en deze behandeling na de 18e verjaardag van de patiënt (dag)aansluitend doorloopt bij dezelfde zorgaanbieder, is geen nieuwe verwijzing nodig. In dat geval volstaat het als de regiebehandelaar vóórdat de patiënt 18 jaar wordt, doch uiterlijk binnen circa 30 dagen nadat de prestatie is gestart, een melding met inhoudelijke onderbouwing aan de huisarts doet. De regiebehandelaar zorgt ervoor dat deze melding wordt opgenomen in het patiëntdossier. In samenhang wordt dit gezien als geldige verwijzing.
ii. In de situatie dat de behandeling van de patiënt voor diens 18e verjaardag is gestart zonder een verwijzing van een door de zorgverzekeraar erkende verwijzer, kan deze behandeling alleen na diens 18e verjaardag ten laste van de zorgverzekering worden voortgezet als een door de zorgverzekeraar erkende verwijzer alsnog een verwijzing geeft voor start van de behandeling in de Zvw.

b. De regiebehandelaar van een patiënt in de generalistische basis-ggz en de gespecialiseerde ggz kan, als deze van oordeel is dat behandeling in de gespecialiseerde ggz respectievelijk de generalistische basis-ggz plaats moet vinden, rechtstreeks doorverwijzen naar de gespecialiseerde ggz respectievelijk de generalistische basis-ggz, met tegelijkertijd (dat wil zeggen: uiterlijk binnen 10 werkdagen) een schriftelijk/elektronisch melding aan de huisarts. Terugverwijzen naar de huisarts is dan niet nodig. De melding aan de huisarts bevat een inhoudelijke onderbouwing waarom de verzekerde wordt doorgestuurd naar de gespecialiseerde ggz (respectievelijk naar de generalistische basis-ggz). Bij doorverwijzing vanuit een andere instelling, waar de verplichting om de huisarts te informeren bij desbetreffende instelling ligt en het niet bekend is of dit is gedaan, volstaat het om aan te tonen dat er is doorverwezen vanuit de regiebehandelaar (functie) van de doorverwijzende instelling.

c. Geen huisarts: In de hiervoor genoemde situaties kan het voorkomen dat de patiënt geen huisarts heeft. De zorgverzekeraar kan hier bemiddelen. Dit geldt ook voor de ggz-aanbieder. In dat geval zorgt de ggz-aanbieder dat de patiënt een huisarts krijgt, overlegt de regiebehandelaar met deze nieuwe huisarts, stuurt de regiebehandelaar aan deze nieuwe huisarts de van toepassing zijnde melding (zie hiervoor) en zorgt deze ervoor dat deze melding in het patiëntendossier wordt opgenomen (waar in het dossier maakt niet uit). Door het contact dat er is geweest met de nieuwe huisarts, wordt dit in samenhang met het patiëntendossier door alle betrokken partijen (VWS, NZa, verzekeraars, accountants en instellingen) als een rechtmatige toegang tot de ggz beschouwd (zie plan van aanpak jaarrekeningen, paragraaf 4.2.2; ook dit punt geldt zowel voor ggz-instellingen als vrijgevestigde ggz-aanbieders). Voor de generalistische basis ggz geldt dat er steeds sprake is van een eenmalige aanspraak, uitgezonderd het product chronisch. Als de verwijzing of de tijdige melding aan de huisarts ontbreekt, dan is de gehele prestatie onrechtmatig.

2. Controle op tijdigheid verwijzing
Dagtekening verwijzing moet liggen op of voor de startdatum van de prestatie. Als de verwijzing niet tijdig is, dan is de gehele prestatie onrechtmatig.

3. Geldigheidsduur verwijzing
Dagtekening van de verwijzing mag maximaal 9 maanden voor of op de startdatum van de prestatie liggen. Als de termijn van 9 maanden verstreken is dan is de verwijzing ongeldig. De uitzonderingssituaties, genoemd in het Plan van Aanpak (december 2014) en waarnaar wordt verwezen in de Afspraken verwijzing Geestelijke Gezondheidszorg (maart 2017), zijn in principe van toepassing op de generalistische basis ggz maar zijn hier niet uitgewerkt omdat de situaties vermoedelijk niet voorkomen binnen de generalistische basis ggz.

Bij het beoordelen van de deelwaarnemingen kan, indien er sprake is van een elektronische verwijzing, geautomatiseerd gekeken worden naar aanwezigheid, tijdigheid en geldigheidsduur van de verwijzing. Onder elektronische verwijzingen wordt verstaan een geautomatiseerde koppeling tussen het verwijssysteem (zoals Zorgdomein) en uw EPD. Niet-elektronische verwijzingen dienen getoetst te worden op basis van dossiercontrole.

Definities relevante terminologie

Interpretaties

  • Chronische prestaties (180004) zijn aansluitend op een voorgaande chronische prestatie als deze op dezelfde dag óf één dag na einddatum voorgaande chronische prestatie is gestart.
  • Chronische prestaties (180004) zijn (dag)aansluitend op een DBC als deze op dezelfde dag óf één dag na einddatum DBC zijn gestart.

Addendum 2020:

Voor klanten die het Zelfonderzoek uitvoeren en hierbij uitgaan van overgangsjaar 2020, zijn voor schadelastjaar 2020 vanuit het addendum de volgende onderdelen aan dit controlepunt toegevoegd.


Interpretaties 2020 - aanvullende Wet en Regelgeving

• Afspraken verwijzing GGZ (2020).

Afspraken verwijzing GGZ (2020) vervangt volledig de 2017 versie en de NBA audit alert.

NB: Aanbieders mogen in 2019 al regels goedkeuren op basis 2020 versie. Voor dat jaar valt het onder redelijkheid & billijkheid. Voor 2020 is dit rechtmatig.

Functioneel ontwerp Zelfonderzoek 2020 - 2021
Aandachtspunt

De deelwaarneming mag i.t.t. de in het controleplan beschreven methodiek beperkt worden tot maximaal 100 prestaties als is voldaan aan onderstaande voorwaarden:

  • De Zelfonderzoeken 2018 en 2019 zijn volledig afgerond (tot en met ontvangst conclusiebrief);
  • Er zijn geen bevindingen met financiële impact op dit controlepunt voor de Zelfonderzoeken 2018 en 2019.

Doelstelling van het controlepunt

Stel vast dat er sprake is van een rechtmatige (aanwezige, tijdige en geldige) verwijzing.
Deze doelstelling is gericht op: Rechtmatigheid.

Relevante wet- en regelgeving

Zorgverzekeringswet
Artikel 14, lid 2: De zorgverzekeraar neemt in zijn modelovereenkomst op dat geneeskundige zorg zoals medisch specialisten die plegen te bieden, met uitzondering van acute zorg, slechts toegankelijk is na verwijzing

Verwijsafspraken Geestelijke gezondheidszorg (2020).

Controlemassa 2020 en 2021

Selecteer uit de totale onderzoeksmassa:

  • Alle prestaties gbGGZ.
  • Waarbij chronische prestaties die aansluitend volgen op een chronische prestatie die 365 dagen heeft open gestaan uitgesloten moeten worden.
  • Waarbij chronische prestaties die (dag)aansluitend volgen op een DBC in de gGGZ uitgesloten moeten worden (continuïteit van zorg).

Voor de in 2021 geopende chronische prestaties die zijn afgesloten met de afsluitreden ‘Overgang naar zorgprestatiemodel’, geldt dat deze niet als prestatie chronisch gedeclareerd konden worden, conform NR/REG-2125. Om deze chronische prestaties alsnog uit te sluiten van de controlemassa 2021, kan bij de prestaties met deze afsluitreden uitgegaan worden van de ingevulde ‘Prestatiecode te verwachten’. Indien hier 180004 was aangegeven, dan kan desbetreffende prestatie uitgesloten worden van de controlemassa 2021. Controlemethodiek

Deelwaarneming.

Toetsingskader

De onderstaande drie punten moeten alle beoordeeld worden (onafhankelijk van afwijkende private afspraken). Deze volgen uit de veldafspraak ‘Verwijsafspraken Geestelijke gezondheidszorg’ 2020, die gepubliceerd is op de website van Rijksoverheid.

Afspraken voor een rechtmatige verwijzing In de Generalistische Basis GGZ (GB-GGZ) is een aantoonbare verwijzing nodig: • Bij de start van diagnostiek en behandeling • Na het verstrijken van 365 dagen (m.u.v. de prestatie chronisch) • Bij een nieuwe zorgvraag

1. Controle op afgifte verwijzing (aanwezigheid) bij start van diagnostiek en behandeling (tijdigheid) a. Er moet aantoonbaar een digitale/schriftelijke verwijzing aanwezig zijn voor de start van de diagnostiek/behandeling: Verwijzing i. Verwijsbrief óf ii. In het dossier is gedateerd vastgelegd dat een verwijzer contact met de zorgaanbieder heeft gehad en daarbij heeft verwezen naar generalistische basis GGZ.

Dagtekening verwijzing moet liggen op of voor de startdatum van de prestatie. Als de verwijzing niet aanwezig en tijdig is, dan is de gehele prestatie onrechtmatig.

b. Er zijn toegestane uitzonderingen op de aanwezigheid en tijdigheid van de verwijzing: Doorverwijzing Een doorverwijzing is een aansluitend vervolg op een eerder gestart GGZ-traject. Indien sprake is van een doorverwijzing, dan geldt overeenkomstig de “Landelijke samenwerkingsafspraken tussen huisarts, generalistische basis GGZ en gespecialiseerde GGZ (LGA)”2, dat de huisarts, bij cliënten die langer dan een half jaar in zorg zijn bij de GGZ (mits de cliënt hiervoor toestemming geeft), minimaal elk jaar een voortgangsverslag ontvangt. De melding aan de huisarts moet dus binnen één jaar (365 dagen) worden gedaan. Er is dan geen nieuwe verwijzing van de huisarts noodzakelijk.

Uitsluitend de volgende routes worden erkend als “doorverwijzing”: i. Cliënt komt uit justitieel traject (DBBC) ii. Cliënt is in behandeling bij de aanbieder en zet behandeling direct voort na het beëindigen van de Wlz-indicatie. De Wlz-indicatie wordt gezien als verwijzing. iii. Cliënt komt uit de Jeugdwet iv. Vervolg in een initiële DBC na start behandeling binnen crisis-DBC v. GB-GGZ naar G-GGZ (of vice-versa) vi. Tussen GGZ-aanbieders doorverwijzen (onafhankelijk of dit G-GGZ of GB-GGZ betreft) De van toepassing zijnde situatie moet blijken uit het dossier van de cliënt.

De uitzonderingssituaties met betrekking tot spoedeisende zorg of wettelijk kader zijn hier niet uitgewerkt omdat de situaties vermoedelijk niet voorkomen binnen de generalistische basis GGZ. Mocht dit toch wel het geval zijn, dan gelden dezelfde voorwaarden als bij de gespecialiseerde GGZ (A-1.1).

c. Huisarts onbekend: In voorgaande paragraaf is het van belang dat de cliënt beschikt over een huisarts. Als dat niet het geval is, zorgt de GGZ-aanbieder dat de cliënt een huisarts krijgt, overlegt de regiebehandelaar met deze nieuwe huisarts, stuurt de regiebehandelaar aan deze nieuwe huisarts de van toepassing zijnde melding en zorgt deze ervoor dat deze melding in het cliëntendossier wordt opgenomen. Door het contact dat er is geweest met de nieuwe huisarts, wordt dit in samenhang met het cliëntendossier door alle betrokken partijen (VWS, NZa, verzekeraars, accountants en instellingen) als een rechtmatige toegang tot de GGZ beschouwd.

Voor de generalistische basis GGZ geldt dat er steeds sprake is van een eenmalige aanspraak, uitgezonderd het product chronisch. Als de verwijzing of de tijdige melding aan de huisarts ontbreekt, dan is de gehele prestatie onrechtmatig.

2. Controle op geldigheidsduur van de verwijzing De geldigheid van een verwijzing is 9 maanden (275 dagen). Daarbij geldt de datum van aanmelding bij de GGZ-aanbieder. Dit i.v.m. de wachttijdproblematiek. Bij het uiteindelijk openen van de DBC in de GGGZ kan de aanmelddatum (het moment dat iemand op de wachtlijst is geplaatst) in het dossier worden genoteerd onder het mom van de wachtlijst. Als deze termijn van 9 maanden (275 dagen) tot aan aanmelding is verstreken, dan is de verwijzing ongeldig. Bij het beoordelen van de deelwaarnemingen kan, indien er sprake is van een elektronische verwijzing, geautomatiseerd gekeken worden naar aanwezigheid, tijdigheid en geldigheidsduur van de verwijzing. Onder elektronische verwijzingen wordt verstaan een geautomatiseerde koppeling tussen het verwijssysteem (zoals Zorgdomein) en uw EPD. Niet-elektronische verwijzingen dienen getoetst te worden op basis van dossiercontrole.

Definities relevante terminologie

Interpretaties

  • Chronische prestaties (180004) zijn aansluitend op een voorgaande chronische prestatie als deze op dezelfde dag óf één dag na einddatum voorgaande chronische prestatie is gestart.
  • Chronische prestaties (180004) zijn (dag)aansluitend op een DBC als deze op dezelfde dag óf één dag na einddatum DBC zijn gestart.
Programmeerbare norm

Er is sprake van “Verwijsregistratie gbGGZ, aanwezigheid, tijdigheid en geldigheidsduur (N6111)” als aan de volgende selectie is voldaan:

1) Alle prestaties gbGGZ

 

2) Prestatie is niet gelijk aan een prestatiecode chronisch (180004) die aansluitend volgt op een prestatiecode chronisch (180004) die 365 dagen heeft open gestaan

 

3) Waarbij chronische prestaties (180004) die (dag)aansluitend volgen op een DBC uitgesloten dienen te worden (continuïteit van zorg)


Addendum 2021:

Voor de in 2021 geopende chronische prestaties die zijn afgesloten met de afsluitreden 'Overgang naar zorgprestatiemodel', geldt dat deze niet als prestatie chronisch gedeclareerd konden worden, conform RG/REG-2125. Om deze chronische prestaties alsnog uit te sluiten van de controlemassa 2021, kan bij de prestaties met deze afsluitreden uitgegaan worden van de ingevulde 'Prestatiecode te verwachten'. Indien hier 180004 was aangegeven, dan kan desbetreffende prestatie uitgesloten worden van de controlemassa 2021.

 
 
 

4) Uit het dossier blijkt:
Er is een verwijsbrief aanwezig of er is een gedateerd contact vastgelegd tussen verwijzer en instelling waarbij er gericht is verwezen

5) Uit het dossier blijkt:
Indien een verwijsbrief aanwezig is, moet de datum verwijzing op of vóór startdatum prestatie zijn

6) Uit het dossier blijkt:
De dagtekening van de verwijzing ligt maximaal 9 maanden vóór of op startdatum prestatie


Controlemassa bepaald door data-analyse

Beoordeling op basis van het dossier

Logica: 1 en 2 en 3 en (4 en 5 en 6)

Berekening financiële impact
  • De financiële impact is de geëxtrapoleerde waarde van de als onrechtmatig beoordeelde prestaties.
  • Financiële consequenties worden gecorrigeerd op macroniveau.