Verwijsregistratie gbGGZ, aanwezigheid, tijdigheid en geldigheidsduur (N6111)
Referentienummer: N6111
Referentienummer Controleplan Onderzoek Controle GGZ 2018: F - 1.1
Referentienummer Controleplan Onderzoek Controle GGZ 2019: F - 1.1
Referentienummer Controleplan Onderzoek Controle GGZ 2020 - 2021: F - 1.1
Behoort tot Normenkader ValueCare
Functioneel ontwerp
| Functioneel ontwerp Zelfonderzoek 2018 |
|---|
| Aandachtspunt
De deelwaarneming mag i.t.t. de in het controleplan beschreven methodiek beperkt worden tot maximaal 100 prestaties als is voldaan aan onderstaande voorwaarden:
Doelstelling van het controlepunt Stel vast dat er sprake is van een rechtmatige (aanwezige, tijdige en geldige) verwijzing. Relevante wet- en regelgeving Zorgverzekeringswet Afspraken verwijzing Geestelijke Gezondheidszorg – maart 2017. Plan van aanpak verantwoording behandelingen en jaarrekeningen curatieve ggz naar aanleiding van de NBA audit alert – december 2014. Controlemassa Selecteer uit de totale onderzoeksmassa:
Controlemethodiek Deelwaarneming. Toetsingskader De onderstaande drie punten moeten alle beoordeeld worden (onafhankelijk van afwijkende private afspraken): 1. Controle op afgifte verwijzing (aanwezigheid) b. De regiebehandelaar van een patiënt in de generalistische basis-ggz en de gespecialiseerde ggz kan, als deze van oordeel is dat behandeling in de gespecialiseerde ggz respectievelijk de generalistische basis-ggz plaats moet vinden, rechtstreeks doorverwijzen naar de gespecialiseerde ggz respectievelijk de generalistische basis-ggz, met tegelijkertijd (dat wil zeggen: uiterlijk binnen 10 werkdagen) een schriftelijk/elektronisch melding aan de huisarts. Terugverwijzen naar de huisarts is dan niet nodig. De melding aan de huisarts bevat een inhoudelijke onderbouwing waarom de verzekerde wordt doorgestuurd naar de gespecialiseerde ggz (respectievelijk naar de generalistische basis-ggz). Bij doorverwijzing vanuit een andere instelling, waar de verplichting om de huisarts te informeren bij desbetreffende instelling ligt en het niet bekend is of dit is gedaan, volstaat het om aan te tonen dat er is doorverwezen vanuit de regiebehandelaar (functie) van de doorverwijzende instelling. c. Geen huisarts: In de hiervoor genoemde situaties kan het voorkomen dat de patiënt geen huisarts heeft. De zorgverzekeraar kan hier bemiddelen. Dit geldt ook voor de ggz-aanbieder. In dat geval zorgt de ggz-aanbieder dat de patiënt een huisarts krijgt, overlegt de regiebehandelaar met deze nieuwe huisarts, stuurt de regiebehandelaar aan deze nieuwe huisarts de van toepassing zijnde melding (zie hiervoor) en zorgt deze ervoor dat deze melding in het patiëntendossier wordt opgenomen (waar in het dossier maakt niet uit). Door het contact dat er is geweest met de nieuwe huisarts, wordt dit in samenhang met het patiëntendossier door alle betrokken partijen (VWS, NZa, verzekeraars, accountants en instellingen) als een rechtmatige toegang tot de ggz beschouwd (zie plan van aanpak jaarrekeningen, paragraaf 4.2.2; ook dit punt geldt zowel voor ggz-instellingen als vrijgevestigde ggz-aanbieders). Voor de generalistische basis ggz geldt dat er steeds sprake is van een eenmalige aanspraak, uitgezonderd het product chronisch. Als de verwijzing of de tijdige melding aan de huisarts ontbreekt, dan is de gehele prestatie onrechtmatig. 2. Controle op tijdigheid verwijzing 3. Geldigheidsduur verwijzing Bij het beoordelen van de deelwaarnemingen kan, indien er sprake is van een elektronische verwijzing, geautomatiseerd gekeken worden naar aanwezigheid, tijdigheid en geldigheidsduur van de verwijzing. Onder elektronische verwijzingen wordt verstaan een geautomatiseerde koppeling tussen het verwijssysteem (zoals Zorgdomein) en uw EPD. Niet-elektronische verwijzingen dienen getoetst te worden op basis van dossiercontrole. Definities relevante terminologie Interpretaties
|
| Functioneel ontwerp Zelfonderzoek 2019 |
|---|
| Aandachtspunt
De deelwaarneming mag i.t.t. de in het controleplan beschreven methodiek beperkt worden tot maximaal 100 prestaties als is voldaan aan onderstaande voorwaarden:
Doelstelling van het controlepunt Stel vast dat er sprake is van een rechtmatige (aanwezige, tijdige en geldige) verwijzing. Relevante wet- en regelgeving Zorgverzekeringswet Afspraken verwijzing Geestelijke Gezondheidszorg – maart 2017. Plan van aanpak verantwoording behandelingen en jaarrekeningen curatieve ggz naar aanleiding van de NBA audit alert – december 2014. Controlemassa Selecteer uit de totale onderzoeksmassa:
Controlemethodiek Deelwaarneming. Toetsingskader De onderstaande drie punten moeten alle beoordeeld worden (onafhankelijk van afwijkende private afspraken): 1. Controle op afgifte verwijzing (aanwezigheid) b. De regiebehandelaar van een patiënt in de generalistische basis-ggz en de gespecialiseerde ggz kan, als deze van oordeel is dat behandeling in de gespecialiseerde ggz respectievelijk de generalistische basis-ggz plaats moet vinden, rechtstreeks doorverwijzen naar de gespecialiseerde ggz respectievelijk de generalistische basis-ggz, met tegelijkertijd (dat wil zeggen: uiterlijk binnen 10 werkdagen) een schriftelijk/elektronisch melding aan de huisarts. Terugverwijzen naar de huisarts is dan niet nodig. De melding aan de huisarts bevat een inhoudelijke onderbouwing waarom de verzekerde wordt doorgestuurd naar de gespecialiseerde ggz (respectievelijk naar de generalistische basis-ggz). Bij doorverwijzing vanuit een andere instelling, waar de verplichting om de huisarts te informeren bij desbetreffende instelling ligt en het niet bekend is of dit is gedaan, volstaat het om aan te tonen dat er is doorverwezen vanuit de regiebehandelaar (functie) van de doorverwijzende instelling. c. Geen huisarts: In de hiervoor genoemde situaties kan het voorkomen dat de patiënt geen huisarts heeft. De zorgverzekeraar kan hier bemiddelen. Dit geldt ook voor de ggz-aanbieder. In dat geval zorgt de ggz-aanbieder dat de patiënt een huisarts krijgt, overlegt de regiebehandelaar met deze nieuwe huisarts, stuurt de regiebehandelaar aan deze nieuwe huisarts de van toepassing zijnde melding (zie hiervoor) en zorgt deze ervoor dat deze melding in het patiëntendossier wordt opgenomen (waar in het dossier maakt niet uit). Door het contact dat er is geweest met de nieuwe huisarts, wordt dit in samenhang met het patiëntendossier door alle betrokken partijen (VWS, NZa, verzekeraars, accountants en instellingen) als een rechtmatige toegang tot de ggz beschouwd (zie plan van aanpak jaarrekeningen, paragraaf 4.2.2; ook dit punt geldt zowel voor ggz-instellingen als vrijgevestigde ggz-aanbieders). Voor de generalistische basis ggz geldt dat er steeds sprake is van een eenmalige aanspraak, uitgezonderd het product chronisch. Als de verwijzing of de tijdige melding aan de huisarts ontbreekt, dan is de gehele prestatie onrechtmatig. 2. Controle op tijdigheid verwijzing 3. Geldigheidsduur verwijzing Bij het beoordelen van de deelwaarnemingen kan, indien er sprake is van een elektronische verwijzing, geautomatiseerd gekeken worden naar aanwezigheid, tijdigheid en geldigheidsduur van de verwijzing. Onder elektronische verwijzingen wordt verstaan een geautomatiseerde koppeling tussen het verwijssysteem (zoals Zorgdomein) en uw EPD. Niet-elektronische verwijzingen dienen getoetst te worden op basis van dossiercontrole. Definities relevante terminologie Interpretaties
Addendum 2020: Voor klanten die het Zelfonderzoek uitvoeren en hierbij uitgaan van overgangsjaar 2020, zijn voor schadelastjaar 2020 vanuit het addendum de volgende onderdelen aan dit controlepunt toegevoegd.
• Afspraken verwijzing GGZ (2020). Afspraken verwijzing GGZ (2020) vervangt volledig de 2017 versie en de NBA audit alert. NB: Aanbieders mogen in 2019 al regels goedkeuren op basis 2020 versie. Voor dat jaar valt het onder redelijkheid & billijkheid. Voor 2020 is dit rechtmatig. |
| Functioneel ontwerp Zelfonderzoek 2020 - 2021 |
|---|
| Aandachtspunt
De deelwaarneming mag i.t.t. de in het controleplan beschreven methodiek beperkt worden tot maximaal 100 prestaties als is voldaan aan onderstaande voorwaarden:
Doelstelling van het controlepunt Stel vast dat er sprake is van een rechtmatige (aanwezige, tijdige en geldige) verwijzing. Relevante wet- en regelgeving Zorgverzekeringswet Verwijsafspraken Geestelijke gezondheidszorg (2020). Controlemassa 2020 en 2021 Selecteer uit de totale onderzoeksmassa:
Voor de in 2021 geopende chronische prestaties die zijn afgesloten met de afsluitreden ‘Overgang naar zorgprestatiemodel’, geldt dat deze niet als prestatie chronisch gedeclareerd konden worden, conform NR/REG-2125. Om deze chronische prestaties alsnog uit te sluiten van de controlemassa 2021, kan bij de prestaties met deze afsluitreden uitgegaan worden van de ingevulde ‘Prestatiecode te verwachten’. Indien hier 180004 was aangegeven, dan kan desbetreffende prestatie uitgesloten worden van de controlemassa 2021. Controlemethodiek Deelwaarneming. Toetsingskader De onderstaande drie punten moeten alle beoordeeld worden (onafhankelijk van afwijkende private afspraken). Deze volgen uit de veldafspraak ‘Verwijsafspraken Geestelijke gezondheidszorg’ 2020, die gepubliceerd is op de website van Rijksoverheid. Afspraken voor een rechtmatige verwijzing In de Generalistische Basis GGZ (GB-GGZ) is een aantoonbare verwijzing nodig: • Bij de start van diagnostiek en behandeling • Na het verstrijken van 365 dagen (m.u.v. de prestatie chronisch) • Bij een nieuwe zorgvraag 1. Controle op afgifte verwijzing (aanwezigheid) bij start van diagnostiek en behandeling (tijdigheid) a. Er moet aantoonbaar een digitale/schriftelijke verwijzing aanwezig zijn voor de start van de diagnostiek/behandeling: Verwijzing i. Verwijsbrief óf ii. In het dossier is gedateerd vastgelegd dat een verwijzer contact met de zorgaanbieder heeft gehad en daarbij heeft verwezen naar generalistische basis GGZ. Dagtekening verwijzing moet liggen op of voor de startdatum van de prestatie. Als de verwijzing niet aanwezig en tijdig is, dan is de gehele prestatie onrechtmatig. b. Er zijn toegestane uitzonderingen op de aanwezigheid en tijdigheid van de verwijzing: Doorverwijzing Een doorverwijzing is een aansluitend vervolg op een eerder gestart GGZ-traject. Indien sprake is van een doorverwijzing, dan geldt overeenkomstig de “Landelijke samenwerkingsafspraken tussen huisarts, generalistische basis GGZ en gespecialiseerde GGZ (LGA)”2, dat de huisarts, bij cliënten die langer dan een half jaar in zorg zijn bij de GGZ (mits de cliënt hiervoor toestemming geeft), minimaal elk jaar een voortgangsverslag ontvangt. De melding aan de huisarts moet dus binnen één jaar (365 dagen) worden gedaan. Er is dan geen nieuwe verwijzing van de huisarts noodzakelijk. Uitsluitend de volgende routes worden erkend als “doorverwijzing”: i. Cliënt komt uit justitieel traject (DBBC) ii. Cliënt is in behandeling bij de aanbieder en zet behandeling direct voort na het beëindigen van de Wlz-indicatie. De Wlz-indicatie wordt gezien als verwijzing. iii. Cliënt komt uit de Jeugdwet iv. Vervolg in een initiële DBC na start behandeling binnen crisis-DBC v. GB-GGZ naar G-GGZ (of vice-versa) vi. Tussen GGZ-aanbieders doorverwijzen (onafhankelijk of dit G-GGZ of GB-GGZ betreft) De van toepassing zijnde situatie moet blijken uit het dossier van de cliënt. De uitzonderingssituaties met betrekking tot spoedeisende zorg of wettelijk kader zijn hier niet uitgewerkt omdat de situaties vermoedelijk niet voorkomen binnen de generalistische basis GGZ. Mocht dit toch wel het geval zijn, dan gelden dezelfde voorwaarden als bij de gespecialiseerde GGZ (A-1.1). c. Huisarts onbekend: In voorgaande paragraaf is het van belang dat de cliënt beschikt over een huisarts. Als dat niet het geval is, zorgt de GGZ-aanbieder dat de cliënt een huisarts krijgt, overlegt de regiebehandelaar met deze nieuwe huisarts, stuurt de regiebehandelaar aan deze nieuwe huisarts de van toepassing zijnde melding en zorgt deze ervoor dat deze melding in het cliëntendossier wordt opgenomen. Door het contact dat er is geweest met de nieuwe huisarts, wordt dit in samenhang met het cliëntendossier door alle betrokken partijen (VWS, NZa, verzekeraars, accountants en instellingen) als een rechtmatige toegang tot de GGZ beschouwd. Voor de generalistische basis GGZ geldt dat er steeds sprake is van een eenmalige aanspraak, uitgezonderd het product chronisch. Als de verwijzing of de tijdige melding aan de huisarts ontbreekt, dan is de gehele prestatie onrechtmatig. 2. Controle op geldigheidsduur van de verwijzing De geldigheid van een verwijzing is 9 maanden (275 dagen). Daarbij geldt de datum van aanmelding bij de GGZ-aanbieder. Dit i.v.m. de wachttijdproblematiek. Bij het uiteindelijk openen van de DBC in de GGGZ kan de aanmelddatum (het moment dat iemand op de wachtlijst is geplaatst) in het dossier worden genoteerd onder het mom van de wachtlijst. Als deze termijn van 9 maanden (275 dagen) tot aan aanmelding is verstreken, dan is de verwijzing ongeldig. Bij het beoordelen van de deelwaarnemingen kan, indien er sprake is van een elektronische verwijzing, geautomatiseerd gekeken worden naar aanwezigheid, tijdigheid en geldigheidsduur van de verwijzing. Onder elektronische verwijzingen wordt verstaan een geautomatiseerde koppeling tussen het verwijssysteem (zoals Zorgdomein) en uw EPD. Niet-elektronische verwijzingen dienen getoetst te worden op basis van dossiercontrole. Definities relevante terminologie Interpretaties
|
Programmeerbare norm
Er is sprake van “Verwijsregistratie gbGGZ, aanwezigheid, tijdigheid en geldigheidsduur (N6111)” als aan de volgende selectie is voldaan:
|
1) Alle prestaties gbGGZ |
|---|
|
2) Prestatie is niet gelijk aan een prestatiecode chronisch (180004) die aansluitend volgt op een prestatiecode chronisch (180004) die 365 dagen heeft open gestaan |
| Controlemassa bepaald door data-analyse | |
| Beoordeling op basis van het dossier |
Logica: 1 en 2 en 3 en (4 en 5 en 6)
Berekening financiële impact
- De financiële impact is de geëxtrapoleerde waarde van de als onrechtmatig beoordeelde prestaties.
- Financiële consequenties worden gecorrigeerd op macroniveau.