COVID-19 - Isolatie wijst op gemiste facultatieve prestatie patiëntgebonden meerkosten (N4783)

Uit normenkaderzorg.nl
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Referentienummer: N4783
Behoort tot Normenkader ValueCare

Deze norm heeft een einddatum van 31-12-2023.

Ziekenhuizen Volledigheid

  1. Ziekenhuizen Volledigheid - Declareren - Versturen declaratie
Samenvatting

Deze norm signaleert acties wanneer patiënten in isolatie hebben gelegen m.b.t. COVID-19 tijdens een verpleegdag of IC-dag en er geen Add-on of OZP voor de meerkosten is geregistreerd. Dit duidt erop dat deze codes gedeclareerd kunnen worden.

Regelgeving / beleid
2021
Facultatieve prestatie medisch-specialistische zorg

Een prestatie voor medisch-specialistische zorg die op aanvraag van ten minste één zorgaanbieder en één zorgverzekeraar door de NZa is vastgesteld in de vorm van een overig zorgproduct (ozp) met een vrij tarief.

2021: NR/REG-2103a art. 1 lid n

Overig zorgproduct (ozp) Een prestatie binnen de medisch-specialistische zorg, niet zijnde een dbc-zorgproduct. Overige zorgproducten zijn onderverdeeld in vier hoofdcategorieën: supplementaire producten, eerstelijnsdiagnostiek (ELD), paramedische behandeling en onderzoek, en overige verrichtingen.

2021: NR/REG-2103a art. 1 lid cc


Definitie COVID-19-positieve en COVID-19-verdachte patiënten

  1. Zo veel als mogelijk: identificeren patiënten op basis van ICD-10-codering U07.1 en U07.2 (afkomstig uit de LBZ registratie als hoofd- of nevendiagnose).
  2. In het geval (1) niet mogelijk is: identificeren patiënten op basis van verpleging op de isolatie/cohortafdeling. Dit kan op de volgende manieren:
    • in het EPD is een order geregistreerd van de arts om een patiënt in isolatie te behandelen, of:
    • in het EPD is een positieve PCR-test vastgelegd, of:
    • in het EPD is de opname-indicatie isolatie/cohort verpleging geregistreerd, of:
    • in het EPD is vastgelegd dat de patiënt COVID-19(-verdacht) was.
  3. In het geval (1) en (2) niet mogelijk zijn: identificeren patiënten op basis van ICD-10-codering Z03.8 (afkomstig uit de LBZ registratie).


Definitie COVID-19-positieve ligdagen en COVID-19-verdachte ligdagen
COVID-19-positieve ligdagen: ligdagen voor bewezen COVID-19-patiënten zijn ligdagen (IC en verpleeg) voor patiënten bij wie COVID-19 is aangetoond door middel van een corona-PCR-test, een CT-scan of een eventuele toekomstige betrouwbare, algemeen aanvaarde testmethode (hierna gezamenlijk te noemen: “test”), en die op een (cohort)afdeling zijn verpleegd. Ook ligdagen voorafgaand aan de positieve testuitslag (dus de periode waarin iemand verdacht was) tellen mee als ‘bewezen’, mits de patiënt werd behandeld conform de eisen die in beginsel aan patiënten in isolatie worden gesteld vanwege de verdenking op COVID-19.

Indien een patiënt tijdens de opname niet meer wordt behandeld conform de eisen die in beginsel aan patiënten in isolatie worden gesteld, geldt het volgende:

  • op de IC mogen deze dagen wel geregistreerd worden als COVID-positieve dag, en mag er dus wel toeslag code (facultatieve prestatie) geregistreerd worden;
  • op de verpleegafdeling mogen deze dagen niet geregistreerd worden als COVID-positieve dag, en mag er dus geen toeslag code (facultatieve prestatie) geregistreerd worden.

De reden om de meerkosten van de post-isolatie dagen op de IC wel te vergoeden is dat uit het meerkostenonderzoek van Performation is gebleken dat de meerkosten in post-isolatie maar beperkt lager zijn, en de administratieve meerkosten van een aparte prestatie onevenredig hoog zijn. Het meerkostenverschil dient in de tariefafspraak voor de facultatieve prestatie te worden verrekend.

De reden om de meerkosten van de post-isolatie dagen op de verpleegafdelingen niet te vergoeden is dat uit het meerkostenonderzoek blijkt dat de meerkosten in post-isolatie beperkt hoger zijn. Het meerkostenverschil dient in de tariefafspraak voor de facultatieve prestatie te worden verrekend.


COVID-19-verdachte ligdagen: ligdagen van COVID-19-verdachte patiënten zijn ligdagen (IC en verpleeg) van patiënten die worden behandeld conform de eisen die in beginsel aan patiënten in isolatie worden gesteld vanwege de verdenking op COVID-19, in afwachting van testuitslag. Ligdagen tellen mee tot en met de kalenderdag waarop de testuitslag negatief is; vanaf de daaropvolgende dag tellen ligdagen niet mee, ongeacht of de patiënt op een cohortafdeling of in isolatie ligt. Als in uitzonderlijke gevallen de medische inschatting is dat ondanks een negatieve testuitslag een patiënt wel degelijk COVID-19-verdacht blijft, tellen ook die ligdagen mee, mits de patiënt werd behandeld conform de eisen die in beginsel aan patiënten in isolatie worden gesteld vanwege de verdenking op COVID-19.


Instellingen die geneeskundige zorg leveren als bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, van het Besluit zorgverzekering (Bzv), voor zover deze omvat zorg zoals medisch-specialisten die plegen te bieden en/of chirurgische tandheelkundige hulp als bedoeld in artikel 2.7, lid 4, onderdeel l, en lid 5, onderdeel a, Bzv, zoals kaakchirurgen die plegen te bieden,

aan:

  • ziektekostenverzekeraars en
  • (niet-)verzekerden

Met inachtneming van de hieronder genoemde voorwaarden, voorschriften en beperkingen rechtsgeldig de navolgende prestaties in rekening mogen brengen:

za-code Omschrijving
198511 Facultatieve prestatie - toeslag IC-dag voor de behandeling van COVID-19 verdachte en positieve patiënten.
198512 Facultatieve prestatie - toeslag verpleegdag voor de behandeling van COVID-19 verdachte en positieve patiënten.

Aanvulling op de omschrijving van de prestaties
Deze facultatieve prestaties zijn bedoeld als vergoeding voor de patiëntgebonden meerkosten die ziekenhuizen maken voor COVID-19 verdachte of positieve patiënten ten opzichte van non-COVID-19 patiënten. Alleen de patiëntgebonden meerkosten worden via de facultatieve prestaties vergoed. Declaratie van deze facultatieve prestaties geschiedt in combinatie met een dbc-zorgproduct (zorg-/ subtraject met zorgtype 11 of 21) en/of met een IC-product (zorg-/subtraject 52), waarvan ten minste één verpleegdag en/of één add-on IC-dag deel uitmaakt.

2021: TB/REG-21680-01

2022
Facultatieve prestatie medisch-specialistische zorg

Een overig zorgproduct (ozp) met een vrij tarief, dat door de NZa is vastgesteld op basis van een tussen ten minste één zorgaanbieder en ten minste één zorgverzekeraar schriftelijk overeengekomen prestatie voor medisch-specialistische zorg. De facultatieve prestatie medisch-specialistische zorg kent twee subcategorieën: de add-on facultatieve prestatie en de losse facultatieve prestatie.

2022: NR/REG-2207a art. 1 lid n

Overig zorgproduct ( ozp )
Een prestatie binnen de medisch-specialistische zorg, niet zijnde een dbc-zorgproduct. Overige zorgproducten zijn onderverdeeld in vijf hoofdcategorieën: supplementaire producten, eerstelijnsdiagnostiek (ELD), paramedische behandeling en onderzoek, overige verrichtingen en facultatieve prestaties medisch-specialistische zorg.

2022: NR/REG-2207a art. 1 lid cc


Definitie COVID-19-positieve en COVID-19-verdachte patiënten

  1. Zo veel als mogelijk: identificeren patiënten op basis van ICD-10-codering U07.1 en U07.2 (afkomstig uit de LBZ registratie als hoofd- of nevendiagnose).
  2. In het geval (1) niet mogelijk is: identificeren patiënten op basis van verpleging op de isolatie/cohortafdeling. Dit kan op de volgende manieren:
    • in het EPD is een order geregistreerd van de arts om een patiënt in isolatie te behandelen, of:
    • in het EPD is een positieve PCR-test vastgelegd, of:
    • in het EPD is de opname-indicatie isolatie/cohort verpleging geregistreerd, of:
    • in het EPD is vastgelegd dat de patiënt COVID-19(-verdacht) was.
  3. In het geval (1) en (2) niet mogelijk zijn: identificeren patiënten op basis van ICD-10-codering Z03.8 (afkomstig uit de LBZ registratie).


Definitie COVID-19-positieve ligdagen en COVID-19-verdachte ligdagen
COVID-19-positieve ligdagen: ligdagen voor bewezen COVID-19-patiënten zijn ligdagen (IC en verpleeg) voor patiënten bij wie COVID-19 is aangetoond door middel van een corona-PCR-test, een CT-scan of een eventuele toekomstige betrouwbare, algemeen aanvaarde testmethode (hierna gezamenlijk te noemen: “test”), en die op een (cohort)afdeling zijn verpleegd. Ook ligdagen voorafgaand aan de positieve testuitslag (dus de periode waarin iemand verdacht was) tellen mee als ‘bewezen’, mits de patiënt werd behandeld conform de eisen die in beginsel aan patiënten in isolatie worden gesteld vanwege de verdenking op COVID-19.

Indien een patiënt tijdens de opname niet meer wordt behandeld conform de eisen die in beginsel aan patiënten in isolatie worden gesteld, geldt het volgende:

  • op de IC mogen deze dagen wel geregistreerd worden als COVID-positieve dag, en mag er dus wel toeslag code (facultatieve prestatie) geregistreerd worden;
  • op de verpleegafdeling mogen deze dagen niet geregistreerd worden als COVID-positieve dag, en mag er dus geen toeslag code (facultatieve prestatie) geregistreerd worden.

De reden om de meerkosten van de post-isolatie dagen op de IC wel te vergoeden is dat uit het meerkostenonderzoek van Performation is gebleken dat de meerkosten in post-isolatie maar beperkt lager zijn, en de administratieve meerkosten van een aparte prestatie onevenredig hoog zijn. Het meerkostenverschil dient in de tariefafspraak voor de facultatieve prestatie te worden verrekend.

De reden om de meerkosten van de post-isolatie dagen op de verpleegafdelingen niet te vergoeden is dat uit het meerkostenonderzoek blijkt dat de meerkosten in post-isolatie beperkt hoger zijn. Het meerkostenverschil dient in de tariefafspraak voor de facultatieve prestatie te worden verrekend.


COVID-19-verdachte ligdagen: ligdagen van COVID-19-verdachte patiënten zijn ligdagen (IC en verpleeg) van patiënten die worden behandeld conform de eisen die in beginsel aan patiënten in isolatie worden gesteld vanwege de verdenking op COVID-19, in afwachting van testuitslag. Ligdagen tellen mee tot en met de kalenderdag waarop de testuitslag negatief is; vanaf de daaropvolgende dag tellen ligdagen niet mee, ongeacht of de patiënt op een cohortafdeling of in isolatie ligt. Als in uitzonderlijke gevallen de medische inschatting is dat ondanks een negatieve testuitslag een patiënt wel degelijk COVID-19-verdacht blijft, tellen ook die ligdagen mee, mits de patiënt werd behandeld conform de eisen die in beginsel aan patiënten in isolatie worden gesteld vanwege de verdenking op COVID-19.


Instellingen die geneeskundige zorg leveren als bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, van het Besluit zorgverzekering (Bzv), voor zover deze omvat zorg zoals medisch-specialisten die plegen te bieden en/of chirurgische tandheelkundige hulp als bedoeld in artikel 2.7, lid 4, onderdeel l, en lid 5, onderdeel a, Bzv, zoals kaakchirurgen die plegen te bieden,

aan:

  • ziektekostenverzekeraars en
  • (niet-)verzekerden

Met inachtneming van de hieronder genoemde voorwaarden, voorschriften en beperkingen rechtsgeldig de navolgende prestaties in rekening mogen brengen:

za-code Omschrijving
198702 Facultatieve prestatie - toeslag IC-dag voor de behandeling van COVID-19 verdachte en positieve patiënten.
198705 Facultatieve prestatie - toeslag verpleegdag voor de behandeling van COVID-19 verdachte en positieve patiënten.

Aanvulling op de omschrijving van de prestaties
Deze twee facultatieve prestaties zijn bedoeld als vergoeding voor de patiëntgebonden meerkosten die ziekenhuizen maken voor COVID-19 verdachte of positieve patiënten ten opzichte van non-COVID-19 patiënten. Alleen de patiëntgebonden meerkosten worden via deze facultatieve prestaties vergoed. Declaratie van deze facultatieve prestaties geschiedt in combinatie met een dbc-zorgproduct (zorg-/subtraject met zorgtype 11 of 21) en/of met een IC-product (zorg-/subtraject 52), waarvan ten minste één verpleegdag en/of één add-on IC-dag deel uitmaakt.

2022: TB/REG-22650-01

2023
Facultatieve prestatie medisch-specialistische zorg

Een overig zorgproduct (ozp) met een vrij tarief, dat door de NZa is vastgesteld op basis van een tussen ten minste één zorgaanbieder en ten minste één zorgverzekeraar schriftelijk overeengekomen prestatie voor medisch-specialistische zorg. De facultatieve prestatie medisch-specialistische zorg kent twee subcategorieën: de add-on facultatieve prestatie en de losse facultatieve prestatie.

2023: NR/REG-2207a art. 1 lid n

Overig zorgproduct ( ozp )
Een prestatie binnen de medisch-specialistische zorg, niet zijnde een dbc-zorgproduct. Overige zorgproducten zijn onderverdeeld in vijf hoofdcategorieën: supplementaire producten, eerstelijnsdiagnostiek (ELD), paramedische behandeling en onderzoek, overige verrichtingen en facultatieve prestaties medisch-specialistische zorg.

2023: NR/REG-2207a art. 1 lid cc


Definitie COVID-19-positieve en COVID-19-verdachte patiënten

  1. Zo veel als mogelijk: identificeren patiënten op basis van ICD-10-codering U07.1 en U07.2 (afkomstig uit de LBZ registratie als hoofd- of nevendiagnose).
  2. In het geval (1) niet mogelijk is: identificeren patiënten op basis van verpleging op de isolatie/cohortafdeling. Dit kan op de volgende manieren:
    • in het EPD is een order geregistreerd van de arts om een patiënt in isolatie te behandelen, of:
    • in het EPD is een positieve PCR-test vastgelegd, of:
    • in het EPD is de opname-indicatie isolatie/cohort verpleging geregistreerd, of:
    • in het EPD is vastgelegd dat de patiënt COVID-19(-verdacht) was.
  3. In het geval (1) en (2) niet mogelijk zijn: identificeren patiënten op basis van ICD-10-codering Z03.8 (afkomstig uit de LBZ registratie).


Definitie COVID-19-positieve ligdagen en COVID-19-verdachte ligdagen
COVID-19-positieve ligdagen: ligdagen voor bewezen COVID-19-patiënten zijn ligdagen (IC en verpleeg) voor patiënten bij wie COVID-19 is aangetoond door middel van een corona-PCR-test, een CT-scan of een eventuele toekomstige betrouwbare, algemeen aanvaarde testmethode (hierna gezamenlijk te noemen: “test”), en die op een (cohort)afdeling zijn verpleegd. Ook ligdagen voorafgaand aan de positieve testuitslag (dus de periode waarin iemand verdacht was) tellen mee als ‘bewezen’, mits de patiënt werd behandeld conform de eisen die in beginsel aan patiënten in isolatie worden gesteld vanwege de verdenking op COVID-19.

Indien een patiënt tijdens de opname niet meer wordt behandeld conform de eisen die in beginsel aan patiënten in isolatie worden gesteld, geldt het volgende:

  • op de IC mogen deze dagen wel geregistreerd worden als COVID-positieve dag, en mag er dus wel toeslag code (facultatieve prestatie) geregistreerd worden;
  • op de verpleegafdeling mogen deze dagen niet geregistreerd worden als COVID-positieve dag, en mag er dus geen toeslag code (facultatieve prestatie) geregistreerd worden.

De reden om de meerkosten van de post-isolatie dagen op de IC wel te vergoeden is dat uit het meerkostenonderzoek van Performation is gebleken dat de meerkosten in post-isolatie maar beperkt lager zijn, en de administratieve meerkosten van een aparte prestatie onevenredig hoog zijn. Het meerkostenverschil dient in de tariefafspraak voor de facultatieve prestatie te worden verrekend.

De reden om de meerkosten van de post-isolatie dagen op de verpleegafdelingen niet te vergoeden is dat uit het meerkostenonderzoek blijkt dat de meerkosten in post-isolatie beperkt hoger zijn. Het meerkostenverschil dient in de tariefafspraak voor de facultatieve prestatie te worden verrekend.


COVID-19-verdachte ligdagen: ligdagen van COVID-19-verdachte patiënten zijn ligdagen (IC en verpleeg) van patiënten die worden behandeld conform de eisen die in beginsel aan patiënten in isolatie worden gesteld vanwege de verdenking op COVID-19, in afwachting van testuitslag. Ligdagen tellen mee tot en met de kalenderdag waarop de testuitslag negatief is; vanaf de daaropvolgende dag tellen ligdagen niet mee, ongeacht of de patiënt op een cohortafdeling of in isolatie ligt. Als in uitzonderlijke gevallen de medische inschatting is dat ondanks een negatieve testuitslag een patiënt wel degelijk COVID-19-verdacht blijft, tellen ook die ligdagen mee, mits de patiënt werd behandeld conform de eisen die in beginsel aan patiënten in isolatie worden gesteld vanwege de verdenking op COVID-19.


Instellingen die geneeskundige zorg leveren als bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, van het Besluit zorgverzekering (Bzv), voor zover deze omvat zorg zoals medisch-specialisten die plegen te bieden en/of chirurgische tandheelkundige hulp als bedoeld in artikel 2.7, lid 4, onderdeel l, en lid 5, onderdeel a, Bzv, zoals kaakchirurgen die plegen te bieden,

aan:

  • ziektekostenverzekeraars en
  • (niet-)verzekerden

Met inachtneming van de hieronder genoemde voorwaarden, voorschriften en beperkingen rechtsgeldig de navolgende prestaties in rekening mogen brengen:

za-code Omschrijving
198709 Facultatieve prestatie - toeslag IC-dag voor de behandeling van COVID-19 verdachte en positieve patiënten.
198710 Facultatieve prestatie - toeslag verpleegdag voor de behandeling van COVID-19 verdachte en positieve patiënten.

Aanvulling op de omschrijving van de prestaties
Deze twee facultatieve prestaties zijn bedoeld als vergoeding voor de patiëntgebonden meerkosten die ziekenhuizen maken voor COVID-19 verdachte of positieve patiënten ten opzichte van non-COVID-19 patiënten. Alleen de patiëntgebonden meerkosten worden via deze facultatieve prestaties vergoed. Declaratie van deze facultatieve prestaties geschiedt in combinatie met een dbc-zorgproduct (zorg-/subtraject met zorgtype 11 of 21) en/of met een IC-product (zorg-/subtraject 52), waarvan ten minste één verpleegdag en/of één add-on IC-dag deel uitmaakt.

2023: TB-REG-23644-01

Interpretaties

De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:

  1. In verband het met de einddatum van 31-12-2023 bij prestaties 198709 en 198710 heeft deze norm een einddatum gekregen en signaleert deze geen IC-dagen of verpleegdagen ná 31-12-2023. Het is mogelijk om deze norm in verband met interne tellingsdoeleinden op te rekken. (VL_EINDDATUM_N4783)
  2. Om de volledigheid van deze controle te verzekeren raden wij het in productie nemen van de N4780 en N4760 en - wanneer relevant in relatie tot het ZIS - de N4781 en N4761 aan. Deze normen sporen gemiste IC-behandeldagen en gemiste verpleegdagen op.
  3. M.b.t. de COVID-19 verdachte ligdagen wordt er bij de verpleegdagen vanuit gegaan dat wanneer de testuitslag voor een patiënt negatief is deze patiënt niet langer wordt geregistreerd als in isolatie i.v.m. COVID-19 verdacht. Mocht deze isolatie-informatie niet aangepast worden dan kan de controle acties signaleren voor ligdagen die niet meer meetellen voor de prestatie.
  4. Optionele parameter: M.b.t. de COVID-19 verdachte ligdagen is het mogelijk dat er bij de IC-ligdagen te veel acties gesignaleerd worden wanneer de patiënt COVID negatief blijkt te zijn. Dit omdat bij een COVID positieve patiënt ook de IC-ligdagen die post-isolatie zijn mogen worden meegenomen als zijnde relevant voor de prestatie. Middels een ziekenhuis-specifieke parameter kunnen isolatie-labels uitgesloten worden voor de prestatie naast IC-ligdagen die post-isolatie plaatsvinden. (N4783_ISOLATIECODE_PRE_IC_UITSL)
  5. Verpleegdagen en IC-dagen met de status ND (niet-declarabel) worden niet meegenomen binnen deze controle. De verwachting is dat als de verpleegdag en IC-dag op niet-declarabel staan het signaleren van acties tot vals-positieve acties leidt.
  6. De bepaling van of er sprake is van isolatie m.b.t. COVID moet per ZIS en vaak ook per ziekenhuis ingesteld worden. Binnen HiX kijken we naar de regels binnen DOSSIER_EPDDIAG waarbij de omschrijving 'COVID', 'corona' of 'SARS-COV-2' bevat. Deze regels hebben een begin- en einddatum. Binnen SAP worden ziekenhuis-specifieke tabellen gebruikt om corona-isolatie te registeren. Binnen SAP wordt in overleg met het SAP-ziekenhuis wordt afgestemd hoe herkenbaar is welke patiënten op welk moment in isolatie hebben gelegen. Binnen EPIC kijken we naar de isolatieorders binnen de looptijd van een probleemlijst, waarbij de diagnose van de probleemlijst 'COVID', 'corona' of 'SARS-COV-2' bevat. Start en eind van de isolatie worden respectievelijk bepaald door de start van de order en de oplosdatum van de probleemlijst.
  7. De default ingangsdatum van deze controle is 01-01-2021 naar aanleiding van de datum die genoemd is in de prestatiebeschikking TB/REG-21680-01. Voor 01-01-2021 is deze regeling niet van toepassing. Verpleegdagen uit 2021 worden niet meegenomen indien deze gekoppeld zijn aan een DBC startende in 2020.
Programmeerbare norm

Er is sprake van “COVID-19 - Isolatie wijst op gemiste facultatieve prestatie patiëntgebonden meerkosten (N4783)” als aan de volgende selectie is voldaan:

1) Alle opnames vastgelegd in de opname-module


2) De patiënt ligt in isolatie tijdens de opname omdat de patiënt COVID-19-verdacht en/of COVID-19-positief is



3a) Op de dag van de isolatie is een verpleegdag vastgelegd

3b) De patiënt is gedurende de opname in isolatie geweest op of voor de IC-dag



4a) Op de dag van de verpleegdag is geen addon 198512 (2021), 198705 (2022) of 198710 (2023) vastgelegd

4b) Op de dag van de IC-dag is geen addon 198511 (2021), 198702 (2022) of 198709 (2023) vastgelegd

Logica: 1 en 2 en (3a en 4a) of (3b en 4b)

Te nemen actie

Controleer de registratie en voeg de passende zorgactiviteitcode toe.

Berekening financiële impact

Verpleegdagen

De waarde van de 198512 (2021), 198705 (2022) of 198710 (2023) per gemiste verpleegdag. Indien er nog geen tarief bekend is wordt er een algemeen tarief gebruikt, totdat het lokale tarief bekend is.

IC-dagen

De waarde van de 198511 (2021), 198702 (2022) of 198709 (2023) per gemiste IC-dag. Indien er nog geen tarief bekend is wordt er een algemeen tarief gebruikt, totdat het lokale tarief bekend is.