De printervriendelijke versie wordt niet langer ondersteund en kan weergavefouten bevatten. Werk uw browserbladwijzers bij en gebruik de gewone afdrukfunctie van de browser.

Behoort tot Normenkader ValueCare
GGZ Zelfonderzoek
- GGZ Zelfonderzoek 2013 - Controlepunt 14
GGZ Rechtmatigheid - Specialistische Geestelijke Gezondheidszorg
- SGGZ 2021 - Parallelliteit en serialiteit
- SGGZ 2020 - Parallelliteit en serialiteit
- SGGZ 2019 - Parallelliteit en serialiteit
- SGGZ 2018 - Parallelliteit en serialiteit
- SGGZ 2017 - Parallelliteit en serialiteit
- SGGZ 2016 - Parallelliteit en serialiteit
- SGGZ 2015 - Parallelliteit en serialiteit
- SGGZ 2014 - Parallelliteit en serialiteit
GGZ Rechtmatigheid - Jeugd
- Jeugd 2017 - Parallelliteit en serialiteit
- Jeugd 2016 - Parallelliteit en serialiteit
Samenvatting
DBC's mogen niet worden geopend binnen 365 dagen na opening van eerdere DBC met zelfde hoofddiagnosegroep.
Wet- en regelgeving
| GGZ 2014 & 2015
|
| Een DBC is serieel als er een vervolg DBC is geopend binnen 365 dagen na opening van de vorige initiële of vervolg DBC. Het gaat om DBC's binnen dezelfde hoofddiagnosegroep. Voorbeeld; de DBC is gesloten, maar de patiënt komt binnen 365 dagen na het openen ervan terug in zorg met dezelfde diagnose binnen dezelfde hoofddiagnosegroep. Een behandelaar behandelt de patiënt en wil hiervoor nog zowel directe als indirecte tijd registreren. Omdat het gaat om de behandeling van dezelfde zorgvraag moet de DBC heropend worden. Het is wel toegestaan om een vervolg-DBC te openenen als gemotiveerd kan worden dat het niet gaat om het voortzetten van de vorige DBC, maar om een terugval. In dat geval moet een vervolg-DBC worden geopend met zorgtype exarcebatie/recidive (204).
(Bron: Spelregels DBC-registratie GGZ 2014 - Versie v20141007. Paragraaf: 2.3.2 en 2.3.3, p.11-12) (Bron: Spelregels DBC-registratie GGZ 2015 - Versie v20141216. Paragraaf: 2.3.2 en 2.3.3, p.11-13)
|
| 2014
|
In de volgende gevallen moet een vervolg-DBC geopend worden: a. indien een (initiële of vervolg-)DBC 365 dagen openstaat en de behandeling nog niet afgerond is. b. indien een patiënt weer terug in zorg komt voor dezelfde diagnose, dient er een vervolg-DBC geopend te worden.
(Bron: NR/CU-547, p.6)
|
| 2015
|
In de volgende gevallen moet een vervolg-DBC geopend worden: a. indien een (initiële of vervolg-)DBC 365 dagen openstaat en de behandeling nog niet afgerond is. Een vervolg-DBC met één van de volgende zorgtypen kan worden geopend: - (langdurig periodieke) controle (201); - voortgezette behandeling (202); - uitloop (203). b. indien een patiënt weer terug in zorg komt voor dezelfde diagnose binnen 365 dagen na afsluiting van de voorgaande DBC, dient er een vervolg-DBC geopend te worden.
(Bron: NR/CU-556, p. 8)
|
| 2016
|
Seriële zorgtrajecten Hiervan is sprake als er verschillende diagnoses zijn waarvan één het meest dringend is (comorbiditeit) en het eerst behandeld wordt.
Opeenvolgende (seriële) zorgtrajecten Er kan sprake zijn van verschillende diagnoses waarvan één diagnose het meest dringend is (comorbiditeit). Er is dan sprake van één primaire diagnose en meerdere nevendiagnoses. In een dergelijke situatie opent de hoofdbehandelaar eerst een initiële DBC en een zorgtraject voor de primaire diagnose. Als de patiënt voor de primaire diagnose is uitbehandeld, sluit de hoofdbehandelaar het zorgtraject en opent een nieuwe initiële DBC en een nieuw zorgtraject, waarbij de eerdere nevendiagnose de nieuwe primaire diagnose wordt. We spreken dan van ‘opeenvolgende zorgtrajecten’. Deze vorm van opeenvolgend behandelen heet ook wel de ‘stepped care-systematiek’.
(Bron: NR/CU-565, p. 9, 38)
|
| 2017
|
Seriële zorgtrajecten Hiervan is sprake als er verschillende diagnoses zijn waarvan één het meest dringend is (comorbiditeit) en het eerst behandeld wordt. De voorwaarde voor opeenvolgende dbc’s en bijbehorende zorgtrajecten is dat de primaire diagnoses van elkaar verschillen.
2017: NR/REG-1734 art. 3.1.3 lid 6 (p.12)
Opeenvolgende (seriële) zorgtrajecten Er kan sprake zijn van verschillende diagnoses waarvan één diagnose het meest dringend is (comorbiditeit). Er is dan sprake van één primaire diagnose en meerdere nevendiagnoses. In een dergelijke situatie opent de regiebehandelaar eerst een initiële dbc en een zorgtraject voor de primaire diagnose. Als de patiënt voor de primaire diagnose is uitbehandeld, sluit de regiebehandelaar het zorgtraject en opent een nieuwe initiële dbc en een nieuw zorgtraject, waarbij de eerdere nevendiagnose de nieuwe primaire diagnose wordt. We spreken dan van ‘opeenvolgende zorgtrajecten’. Deze vorm van opeenvolgend behandelen heet ook wel de ‘stepped care-systematiek’.
2017: NR/REG-1734 art. 3.1.3.6 (p.43)
|
| 2018
|
Seriële zorgtrajecten
- De primaire diagnoses van de opeenvolgende zorgtrajecten moeten van elkaar verschillen.
2018: NR/REG-1803a art. 3.1.3 lid 6b (p.21)
Opeenvolgende (seriële) zorgtrajecten Er kan sprake zijn van verschillende diagnoses waarvan één diagnose het meest dringend is (comorbiditeit). Er is dan sprake van één primaire diagnose en meerdere nevendiagnoses. In een dergelijke situatie opent de regiebehandelaar eerst een initiële dbc en een zorgtraject voor de primaire diagnose. Als de patiënt voor de primaire diagnose is uitbehandeld, sluit de regiebehandelaar het zorgtraject en opent een nieuwe initiële dbc en een nieuw zorgtraject, waarbij de eerdere nevendiagnose de nieuwe primaire diagnose wordt. We spreken dan van ‘opeenvolgende zorgtrajecten’. Deze vorm van opeenvolgend behandelen heet ook wel de ‘stepped care-systematiek’.
2018: NR/REG-1803a art. 5.1.3.6 (p.59)
|
| 2019
|
Seriële zorgtrajecten
- De primaire diagnoses van de opeenvolgende zorgtrajecten moeten van elkaar verschillen.
2019: NR/REG-1927 art. 3.1.3 lid 6b (p.21)
Opeenvolgende (seriële) zorgtrajecten Er kan sprake zijn van verschillende diagnoses waarvan één diagnose het meest dringend is (comorbiditeit). Er is dan sprake van één primaire diagnose en meerdere nevendiagnoses. In een dergelijke situatie opent de regiebehandelaar eerst een initiële dbc en een zorgtraject voor de primaire diagnose. Als de patiënt voor de primaire diagnose is uitbehandeld, sluit de regiebehandelaar het zorgtraject en opent een nieuwe initiële dbc en een nieuw zorgtraject, waarbij de eerdere nevendiagnose de nieuwe primaire diagnose wordt. We spreken dan van ‘opeenvolgende zorgtrajecten’. Deze vorm van opeenvolgend behandelen heet ook wel de ‘stepped care-systematiek’.
2019: NR/REG-1927 art. 5.1.3.6 (p.58)
|
| 2020
|
Seriële zorgtrajecten
- De primaire diagnoses van de opeenvolgende zorgtrajecten moeten van elkaar verschillen.
2020: NR/REG-2021 art. 5.1.3 lid 6b (p.20)
Opeenvolgende (seriële) zorgtrajecten Er kan sprake zijn van verschillende diagnoses waarvan één diagnose het meest dringend is (comorbiditeit). Er is dan sprake van één primaire diagnose en meerdere nevendiagnoses. In een dergelijke situatie opent de regiebehandelaar eerst een initiële dbc en een zorgtraject voor de primaire diagnose. Als de patiënt voor de primaire diagnose is uitbehandeld, sluit de regiebehandelaar het zorgtraject en opent een nieuwe initiële dbc en een nieuw zorgtraject, waarbij de eerdere nevendiagnose de nieuwe primaire diagnose wordt. We spreken dan van ‘opeenvolgende zorgtrajecten’. Deze vorm van opeenvolgend behandelen heet ook wel de ‘stepped care-systematiek’.
2020: NR/REG-2021 toelichting art. 5.1.3.6 (p.57)
|
| 2021
|
Seriële zorgtrajecten
- De primaire diagnoses van de opeenvolgende zorgtrajecten moeten van elkaar verschillen.
2021: NR/REG-2113a art. 5.1.3 lid 6b
Opeenvolgende (seriële) zorgtrajecten Er kan sprake zijn van verschillende diagnoses waarvan één diagnose het meest dringend is (comorbiditeit). Er is dan sprake van één primaire diagnose en meerdere nevendiagnoses. In een dergelijke situatie opent de regiebehandelaar eerst een initiële dbc en een zorgtraject voor de primaire diagnose. Als de patiënt voor de primaire diagnose is uitbehandeld, sluit de regiebehandelaar het zorgtraject en opent een nieuwe initiële dbc en een nieuw zorgtraject, waarbij de eerdere nevendiagnose de nieuwe primaire diagnose wordt. We spreken dan van ‘opeenvolgende zorgtrajecten’. Deze vorm van opeenvolgend behandelen heet ook wel de ‘stepped care-systematiek’.
2021: NR/REG-2113a toelichting art. 5.1.3.6
|
Interpretaties
De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:
- DBC's met zorgtype 216 (voortgezette behandeling jeugd-ggz (wijziging gemeente)), zorgtype 147 (overgang vanuit de Jeugdwet) en zorgtype 150 (overgang naar DSM-5) zijn uitgesloten van signalering.
- DBC's die volgen op een DBC die is afgesloten met sluitreden 10 (afsluiten vanwege overgang naar andere bekostiging) of sluitreden 20 (afsluiten vanwege overgang naar jeugd-ggz) zijn uitgesloten van signalering.
Controle vorm
Deelwaarneming
Programmeerbare norm
Er is sprake van “DBC geopend binnen 365 dagen na opening eerdere DBC met zelfde diagnosegroep (N1417)” als aan de volgende selectie is voldaan:
|
1) DBC’s geopend in desbetreffende jaar
|
|
|
2) DBC status ongelijk aan: NDC (niet-declarabel)
|
|
|
3) Zorgtype DBC ongelijk aan zorgtypes:
- 106 - Second opinion
- 147 - Overgang vanuit de Jeugdwet
- 150 - overgang DSM-5
- 204 - Exacerbatie/recidive
- 216 - voortgezette behandeling jeugd-ggz
- 3xx- Crisis- DBC's
|
|
|
4) DBC's met sluitredenen ongelijk aan:
- sluitreden 10 (afsluiten vanwege overgang naar andere bekostiging)
- sluitreden 20 (afsluiten vanwege overgang naar jeugd-ggz)
|

|
|
5) DBC geopend binnen 365 dagen van startdatum eerdere DBC zonder zorgtype ‘crisis-DBC’ (301, 302, 303, 304, 305, 306) met dezelfde diagnosegroep. In deze vergelijking worden tevens DBC’s geopend in het voorgaande jaar meegenomen
|
Logica: 1 en 2 en 3 en 4 en 5
Berekening financiële impact
Er wordt geen financiële impact berekend.
