Client nadert 365 dagen verblijf in DBC (N2210)

Uit normenkaderzorg.nl
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Referentienummer: N2210

Behoort tot Normenkader

GGZ Rechtmatigheid

  1. GGZ Rechtmatigheid 2015
  2. GGZ Rechtmatigheid 2016
  3. GGZ Rechtmatigheid 2017

Samenvatting

Signaleert wanneer een patient de grens 365 dagen verblijf binnen de DBC systematiek.

Wet- en regelgeving

2015

De registratie van de prestaties en toeslagen start wanneer de patiënt langer dan 365 aaneengesloten dagen behandeling inclusief verblijf heeft ontvangen. Voor patiënten met behandeling en verblijf wordt vanaf dag 366 een ZZP GGZ geregistreerd in plaats van een DBC.

Bij de telling van aaneengesloten verblijf wordt een onderbreking van ten hoogste 30 dagen niet als onderbreking beschouwd, maar deze dagen tellen niet mee voor de berekening van de 1095 dagen. In afwijking van het voorgaande geldt dat onderbrekingen wegens weekend- en vakantieverlof wel mee tellen voor de berekening van de 1095 dagen.

(Bron: NR/CU-556, p. 21)

2016

De registratie van de prestaties en toeslagen start wanneer de patiënt langer dan 365 aaneengesloten dagen behandeling inclusief verblijf heeft ontvangen. Voor patiënten met behandeling en verblijf wordt vanaf dag 366 een ZZP GGZ geregistreerd in plaats van een DBC.

Bij de telling van aaneengesloten verblijf wordt een onderbreking van ten hoogste 30 dagen niet als onderbreking beschouwd, maar deze dagen tellen niet mee voor de berekening van de 1095 dagen. In afwijking van het voorgaande geldt dat onderbrekingen wegens weekend- en vakantieverlof wel mee tellen voor de berekening van de 1095 dagen.

(Bron: NR/CU-565, p.20)

2017

De registratie van de prestaties en toeslagen start wanneer de patiënt langer dan 365 aaneengesloten dagen behandeling inclusief verblijf heeft ontvangen. Voor patiënten met behandeling en verblijf wordt vanaf dag 366 een ZZP GGZ geregistreerd in plaats van een DBC. 

Bij de telling van aaneengesloten verblijf wordt een onderbreking van ten hoogste 30 dagen niet als onderbreking beschouwd, maar deze dagen tellen niet mee voor de berekening van de 1095 dagen. In afwijking van het voorgaande geldt dat onderbrekingen wegens weekend- en vakantieverlof wel mee tellen voor de berekening van de 1095 dagen.

(Bron: NR/REG-1734, p. 24)

Interpretaties

  • Voor de bepaling van verblijf wordt er gekeken naar verschillende zorgtrajecten en DBC's
  • Een onderbreking van ten hoogste dertig dagen wordt niet als onderbreking beschouwd, maar deze dagen tellen niet mee voor de berekening van de 365 dagen
  • Weekend- en vakantieverlof tellen wel mee voor de berekening van de 365 dagen.
  • Na een onderbreking van 30 of meer dagen begint de bepaling van 365 dagen verblijf opnieuw

Controle vorm

Data-analyse

Programmeerbare norm

Er is sprake van “Client nadert 365 dagen verblijf in DBC (N2210)” als aan de volgende selectie is voldaan: 


1) Client is opgenomen


2) Al het verblijf geregistreerd op een DBC vanaf 2015


3) Verblijf is meer dan 365 dagen minus een door de instelling bepaalde marge


Logica: 1 en 2 en 3