Add-on niet gekoppeld (N0968)

Uit normenkaderzorg.nl
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Referentienummer: N0968
Behoort tot Normenkader ValueCare

Ziekenhuizen overige Rechtmatigheid

  1. Ziekenhuizen overige Rechtmatigheid 2022 - OZP - Overig Zorgproduct
Samenvatting

Een add-on moet gekoppeld zijn aan een subtraject dan wel zorgtraject.

Regelgeving / beleid
2021
Voor de toediening van totale parenterale voeding (TPV) en vocht in de thuissituatie (192861, 192862, 192863, 192864) geldt het volgende:

a. Deze prestaties worden gedeclareerd door de zorgverlener waarvan de patiënt voor de TPV-zorgvraag ‘eigen patiënt’ is (de hoofdbehandelaar).
b. Deze prestaties mogen enkel gedeclareerd worden indien de patiënt in de thuissituatie verblijft. Bij deze prestaties wordt onder ‘thuissituatie’ verstaan: het verblijf buiten een instelling voor medisch-specialistische zorg en het verblijf in een instelling voor medisch-specialistische revalidatiezorg.
c. De voorgeschreven (verhouding tussen het) aantal dagen TPV en het aantal dagen vocht zoals vastgelegd in het medisch dossier bepaalt welke prestaties gedeclareerd mogen worden.
d. Het is niet toegestaan om voor één dag meerdere prestaties in rekening te brengen. Per week (=periode van zeven dagen) worden maximaal zeven prestaties gedeclareerd. Alle prestaties uit een week worden gedeclareerd met als uitvoerdatum de eerste dag van deze week. Indien het voorschrift midden in de week gestopt wordt, dan worden evenveel prestaties gedeclareerd als dagen dat het voorschrift geldig was.
e. De prestatie Vocht bij TPV indicatie of afhankelijkheid van NaCl en/of elektrolyten bij chronisch darmfalen in de thuissituatie, inclusief toediening per infuus, hulpmiddelen en toebehoren, per dag (192864) mag gedeclareerd worden voor:

  • een voor TPV-geïndiceerde patiënt een dag (of langer) geen TPV maar enkel vocht toegediend krijgt; of
  • een patiënt die afhankelijk is van intraveneuze toediening van NaCl en/of elektrolyten en in het kader van darmfalen vocht toegediend krijgt.

2021: NR/REG-2103a art. 34a lid 15

2022
Voor de toediening van totale parenterale voeding (TPV) en vocht in de thuissituatie (192861, 192862, 192863, 192864) geldt het volgende:

a. Deze prestaties worden gedeclareerd door de zorgverlener waarvan de patiënt voor de TPV-zorgvraag ‘eigen patiënt’ is (de hoofdbehandelaar).
b. Deze prestaties mogen enkel gedeclareerd worden indien de patiënt in de thuissituatie verblijft. Bij deze prestaties wordt onder ‘thuissituatie’ verstaan: het verblijf buiten een instelling voor medisch-specialistische zorg en het verblijf in een instelling voor medisch-specialistische revalidatiezorg.
c. De voorgeschreven (verhouding tussen het) aantal dagen TPV en het aantal dagen vocht zoals vastgelegd in het medisch dossier bepaalt welke prestaties gedeclareerd mogen worden.
d. Het is niet toegestaan om voor één dag meerdere prestaties in rekening te brengen. Per week (=periode van zeven dagen) worden maximaal zeven prestaties gedeclareerd. Alle prestaties uit een week worden gedeclareerd met als uitvoerdatum de eerste dag van deze week. Indien het voorschrift midden in de week gestopt wordt, dan worden evenveel prestaties gedeclareerd als dagen dat het voorschrift geldig was.
e. De prestatie Vocht bij TPV indicatie of afhankelijkheid van NaCl en/of elektrolyten bij chronisch darmfalen in de thuissituatie, inclusief toediening per infuus, hulpmiddelen en toebehoren, per dag (192864) mag gedeclareerd worden voor:

  • een voor TPV-geïndiceerde patiënt een dag (of langer) geen TPV maar enkel vocht toegediend krijgt; of
  • een patiënt die afhankelijk is van intraveneuze toediening van NaCl en/of elektrolyten en in het kader van darmfalen vocht toegediend krijgt.

2022: NR/REG-2207 art. 34a lid 15

Interpretaties

De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:

  1. Let op: alleen van toepassing bij ziekenhuizen die gebruik maken van HiX of NeXus. Ziekenhuizen met EPIC en SAP dienen gebruik te maken van de volledigheidsnorm N4410. Dit heeft te maken met het risico dat afgedekt wordt binnen de controle. Binnen HiX en NeXus is het risico dat de OZP los gedeclareerd wordt terwijl deze i.c.m. een DBC gefactureerd dient te worden. Binnen EPIC en SAP is het risico dat een OZP niet gedeclareerd wordt omdat deze niet gekoppeld is aan een subtraject, dit is een volledigheidsrisico. Omdat het risico anders is en daarmee ook de impactbepaling is ervoor gekozen hier twee aparte normen voor te ontwikkelen.
  2. De norm beperkt zich tot EPD's waar een OZP niet gekoppeld hoeft te zijn aan een (dummy)DBC voor facturatie.
  3. Add-on middelen moeten gekoppeld zijn aan een subtraject. Indien dit niet het geval is wordt dit als fout beoordeeld  en worden de acties gesignaleerd op deze norm.
  4. Add-on dure geneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren worden niet meegenomen binnen deze controle. Binnen de module Rechtmatigheid is de norm 'Geneesmiddel niet gekoppeld (N0106)' beschikbaar die dit risico afdekt.
  5. IC-behandeldagen (ZPK 19) worden niet meegenomen binnen deze controle. Voor HiX en NeXus is de N0105 beschikbaar om dit risico af te dekken, voor EPIC en SAP is hiervoor de N4644 beschikbaar.
Programmeerbare norm

Er is sprake van “Add-on niet gekoppeld (N0968)” als aan de volgende selectie is voldaan:

1) Alle verrichtingen met tarieftype 14 (OZP supplementair - Add-on overig) of ZA 198511 en 198512

2) Zorgactiviteit uitgevoerd in scope controlejaar of handreikingjaar

3) Er is geen koppeling aanwezig met een subtraject met zorgtype 11, 21, 51, 52 of 49 (alleen EPIC) of met een trial subtraject

of

de uitvoerdatum van de zorgactiviteit valt buiten looptijd van het subtraject


Logica: 1 en 2 en 3

Berekening financiële impact

De add-on wordt verwijderd, zie Berekening financiële impact - Waarde add-on.