Conditioneel toegestane diagnose (N2217)

Uit normenkaderzorg.nl
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Referentienummer: N2217
Behoort tot Normenkader ValueCare

GGZ Rechtmatigheid - Specialistische Geestelijke Gezondheidszorg

  1. SGGZ 2020 - Onverzekerde zorg
  2. SGGZ 2019 - Onverzekerde zorg
  3. SGGZ 2018 - Onverzekerde zorg

GGZ Rechtmatigheid - Forensische zorg

  1. FZ 2020 - Onverzekerde zorg
  2. FZ 2019 - Onverzekerde zorg
  3. FZ 2018 - Onverzekerde zorg
Samenvatting

Deze controle signaleert wanneer er voor de diagnose een aanspraakbeperking geldt. 

Regelgeving / beleid
2015

Er mag alleen patiëntgebonden tijd worden geregistreerd als die daadwerkelijk is besteed. Niet-patiëntgebonden activiteiten mogen niet op een DBC worden geregistreerd. Patiëntgebonden activiteiten moet worden geregistreerd als directe of indirecte (reis)tijd. 

Direct patiëntgebonden tijd is de tijd waarin een behandelaar, in het kader van de diagnostiek of behandeling, contact heeft met de patiënt of met familieleden, gezinsleden, ouders, partner of andere naasten (het systeem) van de patiënt. Indirect patiëntgebonden tijd betreft indirecte tijd die de behandelaar besteedt aan zaken rondom een contactmoment (de direct patiëntgebonden tijd), maar waarbij de patiënt (of het systeem van de patiënt) zelf niet aanwezig is.

(Bron: Spelregels DBC-registratie GGZ 2015 - Versie 20141216. Paragraaf: 4.1.1,4.1.3.p.30-31, p.35)

2016

De behandelaar moet bij het registreren van patiëntgebonden activiteiten aangeven of het om directe of indirecte (reis)tijd gaat. In de activiteiten en verrichtingenlijst staat per activiteit aangegeven welke vormen van tijd geregistreerd mogen worden. Niet-patiëntgebonden activiteiten kan de behandelaar niet op een DBC registreren. Dit zijn activiteiten zoals: scholing, algemene vergaderingen, intervisies over het functioneren van collega’s, productontwikkeling en het lezen van vakliteratuur.

Direct patiëntgebonden tijd: 
Dit is de tijd waarin een behandelaar, in het kader van de diagnostiek of behandeling, contact heeft met de patiënt of met familieleden, gezinsleden, ouders, partner of andere naasten (het systeem) van de patiënt. Direct patiëntgebonden tijd kan bestaan uit:
- face-to-face contact;
- telefonisch contact;
- schriftelijk/e-mail contact;
- chat, Skype etc.(direct contact via internet).

Een behandelaar mag alleen de patiëntgebonden tijd, in het kader van de diagnostiek of behandeling, registreren die hij daadwerkelijk heeft besteed aan die activiteit. Niet-patiëntgebonden activiteiten, zoals scholing, het lezen van vakliteratuur, algemene vergaderingen en intervisiebijeenkomsten, mag de (regie)behandelaar niet op een dbc registreren. </span>

(Bron: NR/CU-565, paragraaf 3.1.4)

2017

Een behandelaar mag alleen de patiëntgebonden tijd, in het kader van de diagnostiek of behandeling, registreren die hij daadwerkelijk heeft besteed aan die activiteit. Niet-patiëntgebonden activiteiten, zoals scholing, het lezen van vakliteratuur, algemene vergaderingen en intervisiebijeenkomsten, mag de (regie)behandelaar niet op een dbc registreren.

2017: NR/REG-1734 art. 3.1.4 (p.13)

2018

Een behandelaar mag alleen de patiëntgebonden tijd, in het kader van de diagnostiek of behandeling, registreren die hij daadwerkelijk heeft besteed aan die activiteit. Niet-patiëntgebonden activiteiten, zoals scholing, het lezen van vakliteratuur, algemene vergaderingen en intervisiebijeenkomsten, mag de (regie)behandelaar niet op een dbc registreren.

2018: NR/REG-1803a art. 5.1.4 (p.21)

2019

Een behandelaar mag alleen de patiëntgebonden tijd, in het kader van de diagnostiek of behandeling, registreren die hij daadwerkelijk heeft besteed aan die activiteit. Niet-patiëntgebonden activiteiten, zoals scholing, het lezen van vakliteratuur, algemene vergaderingen en intervisiebijeenkomsten, mag de (regie)behandelaar niet op een dbc registreren. 

2019: NR/REG-1927 art. 5.1.4 (p.22)

2020

Een behandelaar mag alleen de patiëntgebonden tijd, in het kader van de diagnostiek of behandeling, registreren die hij daadwerkelijk heeft besteed aan die activiteit. Niet-patiëntgebonden activiteiten, zoals scholing, het lezen van vakliteratuur, algemene vergaderingen en intervisiebijeenkomsten, mag de (regie)behandelaar niet op een dbc registreren.

2020: NR/REG-2021 art. 5.1.4 (p.21)




2018
Onverzekerde diagnoses
Van een onverzekerde diagnose is sprake als het Zorginstituut Nederland (voorheen het College van Zorgverzekeringen) heeft bepaald dat een diagnose niet onder de aanspraak van het basispakket van de Zvw valt.
Het gaat hier om:
- aanpassingsstoornissen;
- andere aandoeningen en problemen die een reden voor zorg kunnen zijn;
- leerstoornissen.

Deze diagnoses kunnen wel als primaire diagnose worden geregistreerd. Als echter andere activiteiten zijn geregistreerd dan preintake, diagnostiek en algemeen indirecte tijd valt de DBC uit bij validatie. In de OZP lijst zijn twee prestaties opgenomen voor onverzekerde zorg. Ten aanzien van de vraag wat onverzekerde zorg is, zijn te allen tijde de uitspraken van Zorginstituut Nederland (voorheen het College voor Zorgverzekeringen) leidend.

(Bron: NR/CU-565, p.38)

Diagnoses met aanspraakbeperking

Er zijn activiteiten die altijd vallen onder onverzekerde zorg en er zijn activiteiten die een aanspraakperking hebben. Diverse diagnosecodes zijn voorzien van een aanspraakperking voor de (s)GGZ

2019
Interpretaties

De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:

  • Deze norm signaleert nu enkel DBC's met een productgroepcode die niet onder de diagnostiek productgroepcodes valt: 007, 008, 009, 162,163, 262, 263, 307
Programmeerbare norm

Er is sprake van “Conditioneel toegestane diagnose (N2217)” als aan de volgende selectie is voldaan:

1) Alle DBC's geopend in het betreffende jaar


2) DBC heeft een diagnose die gekoppeld is


3) De gekoppelde diagnose betreft een diagnose die conditioneel is toegestaan


Logica: 1 en 2 en 3

Berekening financiële impact