Add-on niet gekoppeld (N0968): verschil tussen versies

Uit normenkaderzorg.nl
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Lnijland (overleg | bijdragen)
Lnijland (overleg | bijdragen)
Regel 17: Regel 17:
! 2021
! 2021
|-
|-
|Voor de toediening van totale parenterale voeding (TPV) en vocht in de thuissituatie (192861, 192862, 192863, 192864) geldt het volgende:
|''Openen overig zorgtraject (met subtraject ZT41)''
a. Deze prestaties worden gedeclareerd door de zorgverlener waarvan de patiënt voor de TPV-zorgvraag ‘eigen patiënt’ is (de hoofdbehandelaar).
Een zorgtraject met subtraject ZT41 wordt door een beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert geopend indien deze, op verzoek van de eerste lijn of een specialisme werkzaam binnen dezelfde instelling voor welke de dbc-systematiek niet geldt (kaakchirurgie), een overig zorgproduct uit de subcategorie medisch-specialistische behandeling en diagnostiek levert aan een patiënt.
<br/>b. Deze prestaties mogen enkel gedeclareerd worden indien de patiënt in de thuissituatie verblijft. Bij deze prestaties wordt onder ‘thuissituatie’ verstaan: het verblijf buiten een instelling voor medisch-specialistische zorg en het verblijf in een instelling voor medisch-specialistische revalidatiezorg.
 
<br/>c. De voorgeschreven (verhouding tussen het) aantal dagen TPV en het aantal dagen vocht zoals vastgelegd in het medisch dossier bepaalt welke prestaties gedeclareerd mogen worden.
# Een zorgtraject met een subtraject met ZT 41 wordt niet los gedeclareerd als op dezelfde dag een zorg/ subtraject wordt geopend voor dezelfde zorgvraag. De zorgactiviteit maakt in dat geval deel uit van het zorg/subtraject met ZT11.
<br/>d. Het is niet toegestaan om voor één dag meerdere prestaties in rekening te brengen. Per week (=periode van zeven dagen) worden maximaal zeven prestaties gedeclareerd. Alle prestaties uit een week worden gedeclareerd met als uitvoerdatum de eerste dag van deze week. Indien het voorschrift midden in de week gestopt wordt, dan worden evenveel prestaties gedeclareerd als dagen dat het voorschrift geldig was.
<br/>e. De prestatie Vocht bij TPV indicatie of afhankelijkheid van NaCl en/of elektrolyten bij chronisch darmfalen in de thuissituatie, inclusief toediening per infuus, hulpmiddelen en toebehoren, per dag (192864) mag gedeclareerd worden voor:
*een voor TPV-geïndiceerde patiënt een dag (of langer) geen TPV maar enkel vocht toegediend krijgt; of
*een patiënt die afhankelijk is van intraveneuze toediening van NaCl en/of elektrolyten en in het kader van darmfalen vocht toegediend krijgt.


2021: [[NR/REG-2103a#page84|NR/REG-2103a art. 34a lid 15]]
2021: [[NR/REG-2103a#page84|NR/REG-2103a art. 34a lid 15]]
Een overig zorgproduct uit de categorieën eerstelijnsdiagnostiek en paramedische behandeling en onderzoek, mag alleen in rekening worden gebracht als er sprake is van: * Een verzoek voor het uitvoeren van dit overige zorgproduct van de eerste lijn, waarbij dit overige zorgproduct niet op dezelfde dag leidt tot opening van een zorgtraject voor dezelfde zorgvraag; of
* Een verzoek voor het uitvoeren van een overig zorgproduct uit de categorie eerstelijnsdiagnostiek van een Wlz-behandelaar. Waarbij de beoordeling van de diagnostiek in de tweede lijn plaatsvindt en waarbij dit overig zorgproduct niet op dezelfde dag leidt tot opening van een zorgtraject voor dezelfde zorgvraag; of
* Een verzoek voor het uitvoeren van dit overige zorgproduct van een specialisme waarvoor de dbc-systematiek niet geldt; of
* Paramedische zorg die geen onderdeel uitmaakt van een medisch specialistische behandeling; of
* Paramedische zorg die wel onderdeel uitmaakt van een medisch specialistische behandeling, maar waarvoor geen dbc-zorgproduct gedeclareerd kan worden.
2022: [[NR/REG-2207|NR/REG-2207 art. 34 lid 3]]
Een overig zorgproduct uit de categorie supplementaire producten mag naast een dbc-zorgproduct worden gedeclareerd.
2022: [[NR/REG-2207|NR/REG-2207 art. 34a lid 1]]
''Declaratiebepalingen voor overige zorgproducten uit de categorie paramedische behandeling en onderzoek''
Indien er sprake is van poliklinische fysiotherapie mogen de betreffende zorgactiviteiten, ook wanneer deze niet op verzoek van de eerste lijn worden uitgevoerd, naast de dbc-zorgproducten gedeclareerd worden. Deze uitzondering geldt niet voor revalidatiegeneeskunde en geriatrische revalidatiezorg
2022: [[NR/REG-2207|NR/REG-2207 art. 34c]]
Een overig zorgproduct uit de categorie overige verrichtingen wordt los gedeclareerd en maakt geen onderdeel uit van het profiel van een dbc-zorgproduct.
2022: [[NR/REG-2207|NR/REG-2207 art. 34d lid 1]]|
|}
|}


Regel 33: Regel 57:
! 2022
! 2022
|-
|-
|Voor de toediening van totale parenterale voeding (TPV) en vocht in de thuissituatie (192861, 192862, 192863, 192864) geldt het volgende:
|''Openen overig zorgtraject (met subtraject ZT41)''
a. Deze prestaties worden gedeclareerd door de zorgverlener waarvan de patiënt voor de TPV-zorgvraag ‘eigen patiënt’ is (de hoofdbehandelaar).
Een zorgtraject met subtraject ZT41 wordt door een beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert geopend indien deze, op verzoek van de eerste lijn of een specialisme werkzaam binnen dezelfde instelling voor welke de dbc-systematiek niet geldt (kaakchirurgie), een overig zorgproduct uit de subcategorie medisch-specialistische behandeling en diagnostiek levert aan een patiënt.
<br/>b. Deze prestaties mogen enkel gedeclareerd worden indien de patiënt in de thuissituatie verblijft. Bij deze prestaties wordt onder ‘thuissituatie’ verstaan: het verblijf buiten een instelling voor medisch-specialistische zorg en het verblijf in een instelling voor medisch-specialistische revalidatiezorg.
 
<br/>c. De voorgeschreven (verhouding tussen het) aantal dagen TPV en het aantal dagen vocht zoals vastgelegd in het medisch dossier bepaalt welke prestaties gedeclareerd mogen worden.
# Een zorgtraject met een subtraject met ZT 41 wordt niet los gedeclareerd als op dezelfde dag een zorg/ subtraject wordt geopend voor dezelfde zorgvraag. De zorgactiviteit maakt in dat geval deel uit van het zorg/subtraject met ZT11.
<br/>d. Het is niet toegestaan om voor één dag meerdere prestaties in rekening te brengen. Per week (=periode van zeven dagen) worden maximaal zeven prestaties gedeclareerd. Alle prestaties uit een week worden gedeclareerd met als uitvoerdatum de eerste dag van deze week. Indien het voorschrift midden in de week gestopt wordt, dan worden evenveel prestaties gedeclareerd als dagen dat het voorschrift geldig was.
 
<br/>e. De prestatie Vocht bij TPV indicatie of afhankelijkheid van NaCl en/of elektrolyten bij chronisch darmfalen in de thuissituatie, inclusief toediening per infuus, hulpmiddelen en toebehoren, per dag (192864) mag gedeclareerd worden voor:
2021: [[NR/REG-2103a#page84|NR/REG-2103a art. 34a lid 15]]
*een voor TPV-geïndiceerde patiënt een dag (of langer) geen TPV maar enkel vocht toegediend krijgt; of
 
*een patiënt die afhankelijk is van intraveneuze toediening van NaCl en/of elektrolyten en in het kader van darmfalen vocht toegediend krijgt.
 
Een overig zorgproduct uit de categorieën eerstelijnsdiagnostiek en paramedische behandeling en onderzoek, mag alleen in rekening worden gebracht als er sprake is van: * Een verzoek voor het uitvoeren van dit overige zorgproduct van de eerste lijn, waarbij dit overige zorgproduct niet op dezelfde dag leidt tot opening van een zorgtraject voor dezelfde zorgvraag; of
 
* Een verzoek voor het uitvoeren van een overig zorgproduct uit de categorie eerstelijnsdiagnostiek van een Wlz-behandelaar. Waarbij de beoordeling van de diagnostiek in de tweede lijn plaatsvindt en waarbij dit overig zorgproduct niet op dezelfde dag leidt tot opening van een zorgtraject voor dezelfde zorgvraag; of
 
* Een verzoek voor het uitvoeren van dit overige zorgproduct van een specialisme waarvoor de dbc-systematiek niet geldt; of
* Paramedische zorg die geen onderdeel uitmaakt van een medisch specialistische behandeling; of
* Paramedische zorg die wel onderdeel uitmaakt van een medisch specialistische behandeling, maar waarvoor geen dbc-zorgproduct gedeclareerd kan worden.
 
2022: [[NR/REG-2207|NR/REG-2207 art. 34 lid 3]]
 
 
Een overig zorgproduct uit de categorie supplementaire producten mag naast een dbc-zorgproduct worden gedeclareerd.
 
2022: [[NR/REG-2207|NR/REG-2207 art. 34a lid 1]]
 
 
''Declaratiebepalingen voor overige zorgproducten uit de categorie paramedische behandeling en onderzoek''
 
Indien er sprake is van poliklinische fysiotherapie mogen de betreffende zorgactiviteiten, ook wanneer deze niet op verzoek van de eerste lijn worden uitgevoerd, naast de dbc-zorgproducten gedeclareerd worden. Deze uitzondering geldt niet voor revalidatiegeneeskunde en geriatrische revalidatiezorg
 
2022: [[NR/REG-2207|NR/REG-2207 art. 34c]]
 
 
Een overig zorgproduct uit de categorie overige verrichtingen wordt los gedeclareerd en maakt geen onderdeel uit van het profiel van een dbc-zorgproduct.
 
2022: [[NR/REG-2207|NR/REG-2207 art. 34d lid 1]]|
*


2022: [[NR/REG-2207#page86|NR/REG-2207 art. 34a lid 15]]
2022: [[NR/REG-2207#page86|NR/REG-2207 art. 34a lid 15]]

Versie van 6 sep 2022 07:40

Referentienummer: N0968
Behoort tot Normenkader ValueCare

Ziekenhuizen overige Rechtmatigheid

  1. Ziekenhuizen overige Rechtmatigheid 2022 - OZP - Overig Zorgproduct
Samenvatting

Een add-on moet gekoppeld zijn aan een subtraject dan wel zorgtraject.

Regelgeving / beleid
2021
Openen overig zorgtraject (met subtraject ZT41)

Een zorgtraject met subtraject ZT41 wordt door een beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert geopend indien deze, op verzoek van de eerste lijn of een specialisme werkzaam binnen dezelfde instelling voor welke de dbc-systematiek niet geldt (kaakchirurgie), een overig zorgproduct uit de subcategorie medisch-specialistische behandeling en diagnostiek levert aan een patiënt.

  1. Een zorgtraject met een subtraject met ZT 41 wordt niet los gedeclareerd als op dezelfde dag een zorg/ subtraject wordt geopend voor dezelfde zorgvraag. De zorgactiviteit maakt in dat geval deel uit van het zorg/subtraject met ZT11.

2021: NR/REG-2103a art. 34a lid 15


Een overig zorgproduct uit de categorieën eerstelijnsdiagnostiek en paramedische behandeling en onderzoek, mag alleen in rekening worden gebracht als er sprake is van: * Een verzoek voor het uitvoeren van dit overige zorgproduct van de eerste lijn, waarbij dit overige zorgproduct niet op dezelfde dag leidt tot opening van een zorgtraject voor dezelfde zorgvraag; of

  • Een verzoek voor het uitvoeren van een overig zorgproduct uit de categorie eerstelijnsdiagnostiek van een Wlz-behandelaar. Waarbij de beoordeling van de diagnostiek in de tweede lijn plaatsvindt en waarbij dit overig zorgproduct niet op dezelfde dag leidt tot opening van een zorgtraject voor dezelfde zorgvraag; of
  • Een verzoek voor het uitvoeren van dit overige zorgproduct van een specialisme waarvoor de dbc-systematiek niet geldt; of
  • Paramedische zorg die geen onderdeel uitmaakt van een medisch specialistische behandeling; of
  • Paramedische zorg die wel onderdeel uitmaakt van een medisch specialistische behandeling, maar waarvoor geen dbc-zorgproduct gedeclareerd kan worden.

2022: NR/REG-2207 art. 34 lid 3


Een overig zorgproduct uit de categorie supplementaire producten mag naast een dbc-zorgproduct worden gedeclareerd.

2022: NR/REG-2207 art. 34a lid 1


Declaratiebepalingen voor overige zorgproducten uit de categorie paramedische behandeling en onderzoek

Indien er sprake is van poliklinische fysiotherapie mogen de betreffende zorgactiviteiten, ook wanneer deze niet op verzoek van de eerste lijn worden uitgevoerd, naast de dbc-zorgproducten gedeclareerd worden. Deze uitzondering geldt niet voor revalidatiegeneeskunde en geriatrische revalidatiezorg

2022: NR/REG-2207 art. 34c


Een overig zorgproduct uit de categorie overige verrichtingen wordt los gedeclareerd en maakt geen onderdeel uit van het profiel van een dbc-zorgproduct.

2022: NR/REG-2207 art. 34d lid 1|

2022
Openen overig zorgtraject (met subtraject ZT41)

Een zorgtraject met subtraject ZT41 wordt door een beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert geopend indien deze, op verzoek van de eerste lijn of een specialisme werkzaam binnen dezelfde instelling voor welke de dbc-systematiek niet geldt (kaakchirurgie), een overig zorgproduct uit de subcategorie medisch-specialistische behandeling en diagnostiek levert aan een patiënt.

  1. Een zorgtraject met een subtraject met ZT 41 wordt niet los gedeclareerd als op dezelfde dag een zorg/ subtraject wordt geopend voor dezelfde zorgvraag. De zorgactiviteit maakt in dat geval deel uit van het zorg/subtraject met ZT11.

2021: NR/REG-2103a art. 34a lid 15


Een overig zorgproduct uit de categorieën eerstelijnsdiagnostiek en paramedische behandeling en onderzoek, mag alleen in rekening worden gebracht als er sprake is van: * Een verzoek voor het uitvoeren van dit overige zorgproduct van de eerste lijn, waarbij dit overige zorgproduct niet op dezelfde dag leidt tot opening van een zorgtraject voor dezelfde zorgvraag; of

  • Een verzoek voor het uitvoeren van een overig zorgproduct uit de categorie eerstelijnsdiagnostiek van een Wlz-behandelaar. Waarbij de beoordeling van de diagnostiek in de tweede lijn plaatsvindt en waarbij dit overig zorgproduct niet op dezelfde dag leidt tot opening van een zorgtraject voor dezelfde zorgvraag; of
  • Een verzoek voor het uitvoeren van dit overige zorgproduct van een specialisme waarvoor de dbc-systematiek niet geldt; of
  • Paramedische zorg die geen onderdeel uitmaakt van een medisch specialistische behandeling; of
  • Paramedische zorg die wel onderdeel uitmaakt van een medisch specialistische behandeling, maar waarvoor geen dbc-zorgproduct gedeclareerd kan worden.

2022: NR/REG-2207 art. 34 lid 3


Een overig zorgproduct uit de categorie supplementaire producten mag naast een dbc-zorgproduct worden gedeclareerd.

2022: NR/REG-2207 art. 34a lid 1


Declaratiebepalingen voor overige zorgproducten uit de categorie paramedische behandeling en onderzoek

Indien er sprake is van poliklinische fysiotherapie mogen de betreffende zorgactiviteiten, ook wanneer deze niet op verzoek van de eerste lijn worden uitgevoerd, naast de dbc-zorgproducten gedeclareerd worden. Deze uitzondering geldt niet voor revalidatiegeneeskunde en geriatrische revalidatiezorg

2022: NR/REG-2207 art. 34c


Een overig zorgproduct uit de categorie overige verrichtingen wordt los gedeclareerd en maakt geen onderdeel uit van het profiel van een dbc-zorgproduct.

2022: NR/REG-2207 art. 34d lid 1|

2022: NR/REG-2207 art. 34a lid 15

Interpretaties

De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:

  1. Let op: alleen van toepassing bij ziekenhuizen die gebruik maken van HiX of NeXus. Ziekenhuizen met EPIC en SAP dienen gebruik te maken van de volledigheidsnorm N4410. Dit heeft te maken met het risico dat afgedekt wordt binnen de controle. Binnen HiX en NeXus is het risico dat de OZP los gedeclareerd wordt terwijl deze i.c.m. een DBC gefactureerd dient te worden. Binnen EPIC en SAP is het risico dat een OZP niet gedeclareerd wordt omdat deze niet gekoppeld is aan een subtraject, dit is een volledigheidsrisico. Omdat het risico anders is en daarmee ook de impactbepaling is ervoor gekozen hier twee aparte normen voor te ontwikkelen.
  2. De norm beperkt zich tot EPD's waar een OZP niet gekoppeld hoeft te zijn aan een (dummy)DBC voor facturatie.
  3. Add-on middelen moeten gekoppeld zijn aan een subtraject. Indien dit niet het geval is wordt dit als fout beoordeeld  en worden de acties gesignaleerd op deze norm.
  4. Add-on dure geneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren worden niet meegenomen binnen deze controle. Binnen de module Rechtmatigheid is de norm 'Geneesmiddel niet gekoppeld (N0106)' beschikbaar die dit risico afdekt.
  5. IC-behandeldagen (ZPK 19) worden niet meegenomen binnen deze controle. Voor HiX en NeXus is de N0105 beschikbaar om dit risico af te dekken, voor EPIC en SAP is hiervoor de N4644 beschikbaar.
Programmeerbare norm

Er is sprake van “Add-on niet gekoppeld (N0968)” als aan de volgende selectie is voldaan:

1) Alle verrichtingen met tarieftype 14 (OZP supplementair - Add-on overig) of ZA 198511 en 198512

2) Zorgactiviteit uitgevoerd in scope controlejaar of handreikingjaar

3) Er is geen koppeling aanwezig met een subtraject met zorgtype 11, 21, 51, 52 of 49 (alleen EPIC) of met een trial subtraject

of

de uitvoerdatum van de zorgactiviteit valt buiten looptijd van het subtraject


Logica: 1 en 2 en 3

Berekening financiële impact

De add-on wordt verwijderd, zie Berekening financiële impact - Waarde add-on.