Routine Outcome Monitoring (ROM): verschil tussen versies

Uit normenkaderzorg.nl
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Ddelden (overleg | bijdragen)
Ddelden (overleg | bijdragen)
Stappenplan: tabel toegevoegd
Regel 83: Regel 83:


=== Stappenplan ===
=== Stappenplan ===
{| class="wikitable"
|+
!Stap
!Wat
!Hoe
|-
|0
|Welke behandeling
|Eerst  wordt bepaald naar welke behandelingen we moeten kijken om de uitersten van  reeks te kunnen bepalen.
·       Mits het ZPM zorgtraject is aangemaakt met zorglabel N02 (''Overgang  oude bekostiging met direct tijd naar Zorgprestatiemodel''), wordt de  voormeting bepaald op basis van de voorafgaande DBC(s). De DBCs die worden  meegenomen bij de betreffende zorgtrajecten, zijn DBCs die dezelfde (1)  diagnose en (2) inschrijvingsnummer hebben als het zorgtraject.
·       Voor de combinatie van de zorgtrajecten met eventuele DBCs (en losse  DBCs) kijken we naar alle behandelcontacten met directe tijd.
o      Voor een dergelijke reeks moeten  we het eerste/laatste behandelcontact bepalen.
|-
|1
|Uitersten reeks
|Als er  bepaald is welke behandelingen in een reeks vallen, wordt er per reeks  bepaald:
·        Het eerste behandelcontact
·        Het laatste behandelcontact
·       Er moet directe tijd zijn geschreven op het behandelcontact en er moet  een diagnose bekend zijn voor de reeks
o  De diagnose is nodig om te  bepalen of een eventuele ROM-meting met een vragenlijst is afgenomen die  geldig is bij die specifieke diagnose
|-
|2
|Valide metingen bepalen
|Dan wordt er  gekeken of er binnen de vastgestelde uiterste waarden van een reeks, valide  metingen te vinden zijn.
·        Mits er een valide meting  te vinden is, dan worden de facetten inschrijving (en daarmee cliënt),  diagnose, zorgtraject / dbcs, vragenlijst type respondent, en (optioneel)  vragenlijst code meegenomen in de reeks.
·        Mits er geen valide meting  te vinden is, dan is een reeks enkel bepaald op basis van de inschrijving,  diagnose, en het zorgtraject. In dit geval zullen er dan ook geen geldige  metingen te tonen zijn in de dataset. Er worden wel twee meetmomenten  gegenereerd, namelijk het verwachte voormeetmoment en het verwachte  nameetmoment.
|-
|3
|Nummering
|We nummeren de opvolgende metingen binnen een reeks op basis van de datum van afname. Hierdoor kunnen we de opvolgende metingen makkelijk koppelen.
Met behulp van het tijdsinterval per type vragenlijst en diagnose, kunnen we bepalen of de opvolgende metingen plaats hebben gevonden binnen het tijdsinterval (t.o.v. de vorige meting), waarbinnen ze worden verwacht.
·      Mits die ‘volgende’ meting plaatsvindt binnen de datum van de vorige meting + het gestelde tijdsinterval, dan is dat de volgende meting een geldige meting. Alle ‘geldige’ metingen moeten voldoen aan de criteria gedefinieerd in stap 2.
·      Mits de volgende meting plaatsvindt buiten het gestelde interval, dan genereren we meetmomenten (zonder valide meting). Dit meetmoment moet duidelijk maken aan instellingen dat er een meting verwacht is, maar dat deze meting niet (valide of volledig) is afgenomen.
·      Mits er überhaupt geen volgende meting is, worden er:
o  Mits het laatste behandelcontact in het verleden ligt: meetmomenten aangemaakt tot en met het laatste behandelcontact. Er komt dan dus ook een meetmoment voor de verwachte nameting.
o  Mits verwacht wordt dat het laatste behandelcontact in de toekomst plaatsvindt, dan, dan worden er meetmomenten aangemaakt tot en met de aanleverdatum + het tijdsinterval.
Er zal dus voor alle reeksen die doorlopen naar de toekomst, één meetmoment aangemaakt worden, die in de toekomst ligt.
|-
|4
|Voor- en nameting
|Het bepalen van de voor- en nametingen:
De metingen die binnen een reeks het dichtste bij het eerste/laatste behandelcontact liggen worden bestempeld als voor- of nameting.
Indien er enkel een voormeting of een nameting is en niet beide, dan genereren we een meetmoment voor de missende voor- of nameting, met als datum het eerste/laatste behandelcontact.
·      Mits er een valide meting heeft plaatsgevonden in de reeks, bepalen we de marge op basis van het tijdsinterval dat geldt voor het type vragenlijst en de gestelde diagnose.
·      Mits er geen valide meting heeft plaatsgevonden in de reeks, bepalen we de marge op basis van de BI parameter GGZBI_TIJDSINTERVAL_TUSSENMETINGEN_ONAFHANKELIJK-_VAN_TYPE (''ik zal dit nog hernoemen naar GGZBI_TIJDSINTERVAL_ROM_MEETMO-MENTEN_ONAFHANKELIJK_VAN_TYPE)''.
o  NOTE VOOR RENS: dit was voorheen een andere parameter, maar dan kan het fout gaan op het moment dat een interval van een type vragenlijst met diagnose groter is dan de range voor een valide voormeting.
(optioneel: Instelbaar via Parameter ggzbi_tussenmetingen_zelfde_type_vragenlijst)
Mits er voor een reeks meerdere type vragenlijst worden gebruikt (bijv. zowel Honos-12 als SQ48) dan wordt er voor elk type vragenlijst een aparte reeks aangemaakt. Binnen deze aparte reeksen wordt dan ook weer bepaald of er een valide voor- en/of nameting was.
|}


=== Gebruikte beheertabellen en parameters ===
=== Gebruikte beheertabellen en parameters ===

Versie van 1 sep 2022 09:45

Inleiding

Definities

Term Definitie Toelichting
Voormeting Het eerste behandelcontact binnen het zorgtraject (of ander zorgproduct) is het ijkpunt voor de voormeting. Hierop is een (instelbare) marge in dagen van toepassing om als geldige voormeting te tellen.
Nameting Het laatste behandelcontact binnen het zorgtraject (of ander zorgproduct) is het ijkpunt voor de nameting. Ook hierop is een (instelbare) marge in dagen van toepassing om als geldige nameting te tellen. De nameting van het voorgaande zorgtraject mag gezien worden als voormeting van het nieuwe traject, indien het voldoen aan de eisen:

- Marge in dagen t.o.v. eerste behandelcontact in nieuwe zorgtraject

- Vragenlijst wordt gebruikt binnen de diagnose hoofdgroep


Notes:

- Als er geen einddatum is bepaald voor een reeks, bepalen we wel een laatste (ofwel meest recente) behandelcontact, maar valideren we nog niet of er een geldige nameting is geweest

- Als er een verwachte einddatum is ingevuld voor een reeks, dan kijken we voor een valide nameting binnen het tijdsinterval rondom de einddatum van de reeks

- Als de einddatum van een zorgtraject reeds voorbij is, dan kijken we naar het laatste (ofwel meest recente) behandelcontact  

Voor- en nametingen vs Tussenmetingen De kapstok voor het bepalen of er een geldige ROM voormetingen dan wel nametingen uitgevoerd is voor het ZPM zorgtraject. Voor andere financieringsstromen geschiedt dit voor de daarvoor leidende zorgproducten (bijvoorbeeld een jeugdproduct). Daarnaast wordt per meting de T-score bepaald, zodat het effect kan worden gemeten door de T-score van de nameting te vergelijken met de voormeting.

vs Voor mensen die langdurig in zorg zijn (en hetzelfde zorgtraject hebben) zijn regelmatigere tussentijdse metingen van ROM is wenselijk. Het gewenste tijdsinterval verschilt per instelling, daarom is een tijdsinterval in te stellen.

Valide meting Een valide meting is een meting die:

·      zijn aangemerkt als ROM

·      volledig zijn ingevuld

·      Als de diagnosegroep van het zorgtraject gevuld is, wordt met Beheer BI: Vragenlijst per diagnose bepaalt of de vragenlijst in aanmerking komt voor de diagnose hoofdgroep.

Indien de diagnosegroep leeg is, tonen we niks in de ROM meetmomenten. Dit kan in een later stadium eventueel aangepast worden, zodat ook meetmomenten waar geen diagnose voor bekend is doorvallen met een standaard interval.

Reeks Alle meetmomenten binnen een zorgtraject in combinatie met de DBC’s.


·       Inschrijving (en daarmee ook cliënt)

o  Als een inschrijving eindigt, eindigt de reeks

·       Diagnose       

o  ls er een nieuwe diagnose gesteld is, eindigt de reeks

·       Zorgtraject / DBC     

o  Als er een nieuw zorgtraject is, eindigt de reeks

·       Vragenlijst type respondent (cliënt of behandelaar)         

o  Enkel voor reeksen met één of meer geldige metingen

o  als er een andere type respondent is, dan is dat een andere reeks

·      (optioneel) vragenlijst code (SQ48, Honos-12, etc.) (Instelbaar via Parameter ggzbi_tussenmetingen_zelfde_type_vragenlijst (de naam ga ik nog aanpassen naar: ggzbi_rom_meetmomenten_zelfde_type_vragenlijst)

o  Enkel voor reeksen met één of meer geldige metingen

o  Mits parameter = ‘JA’: dan geldt dat voor een andere vragenlijst-code een andere reeks wordt gemaakt

o  Mits parameter = ‘Nee’: dan geldt dat voor een andere vragenlijst-code dezelfde reeks wordt gebruikt

Totstandkoming

Stappenplan

Stap Wat Hoe
0 Welke behandeling Eerst wordt bepaald naar welke behandelingen we moeten kijken om de uitersten van reeks te kunnen bepalen.

·       Mits het ZPM zorgtraject is aangemaakt met zorglabel N02 (Overgang oude bekostiging met direct tijd naar Zorgprestatiemodel), wordt de voormeting bepaald op basis van de voorafgaande DBC(s). De DBCs die worden meegenomen bij de betreffende zorgtrajecten, zijn DBCs die dezelfde (1) diagnose en (2) inschrijvingsnummer hebben als het zorgtraject.

·       Voor de combinatie van de zorgtrajecten met eventuele DBCs (en losse DBCs) kijken we naar alle behandelcontacten met directe tijd.

o   Voor een dergelijke reeks moeten we het eerste/laatste behandelcontact bepalen.

1 Uitersten reeks Als er bepaald is welke behandelingen in een reeks vallen, wordt er per reeks bepaald:


·       Het eerste behandelcontact

·       Het laatste behandelcontact

·       Er moet directe tijd zijn geschreven op het behandelcontact en er moet een diagnose bekend zijn voor de reeks

o  De diagnose is nodig om te bepalen of een eventuele ROM-meting met een vragenlijst is afgenomen die geldig is bij die specifieke diagnose

2 Valide metingen bepalen Dan wordt er gekeken of er binnen de vastgestelde uiterste waarden van een reeks, valide metingen te vinden zijn.

·       Mits er een valide meting te vinden is, dan worden de facetten inschrijving (en daarmee cliënt), diagnose, zorgtraject / dbcs, vragenlijst type respondent, en (optioneel) vragenlijst code meegenomen in de reeks.

·       Mits er geen valide meting te vinden is, dan is een reeks enkel bepaald op basis van de inschrijving, diagnose, en het zorgtraject. In dit geval zullen er dan ook geen geldige metingen te tonen zijn in de dataset. Er worden wel twee meetmomenten gegenereerd, namelijk het verwachte voormeetmoment en het verwachte nameetmoment.

3 Nummering We nummeren de opvolgende metingen binnen een reeks op basis van de datum van afname. Hierdoor kunnen we de opvolgende metingen makkelijk koppelen.

Met behulp van het tijdsinterval per type vragenlijst en diagnose, kunnen we bepalen of de opvolgende metingen plaats hebben gevonden binnen het tijdsinterval (t.o.v. de vorige meting), waarbinnen ze worden verwacht.

·      Mits die ‘volgende’ meting plaatsvindt binnen de datum van de vorige meting + het gestelde tijdsinterval, dan is dat de volgende meting een geldige meting. Alle ‘geldige’ metingen moeten voldoen aan de criteria gedefinieerd in stap 2.

·      Mits de volgende meting plaatsvindt buiten het gestelde interval, dan genereren we meetmomenten (zonder valide meting). Dit meetmoment moet duidelijk maken aan instellingen dat er een meting verwacht is, maar dat deze meting niet (valide of volledig) is afgenomen.

·      Mits er überhaupt geen volgende meting is, worden er:

o  Mits het laatste behandelcontact in het verleden ligt: meetmomenten aangemaakt tot en met het laatste behandelcontact. Er komt dan dus ook een meetmoment voor de verwachte nameting.

o  Mits verwacht wordt dat het laatste behandelcontact in de toekomst plaatsvindt, dan, dan worden er meetmomenten aangemaakt tot en met de aanleverdatum + het tijdsinterval. Er zal dus voor alle reeksen die doorlopen naar de toekomst, één meetmoment aangemaakt worden, die in de toekomst ligt.

4 Voor- en nameting Het bepalen van de voor- en nametingen:

De metingen die binnen een reeks het dichtste bij het eerste/laatste behandelcontact liggen worden bestempeld als voor- of nameting.


Indien er enkel een voormeting of een nameting is en niet beide, dan genereren we een meetmoment voor de missende voor- of nameting, met als datum het eerste/laatste behandelcontact.

·      Mits er een valide meting heeft plaatsgevonden in de reeks, bepalen we de marge op basis van het tijdsinterval dat geldt voor het type vragenlijst en de gestelde diagnose.

·      Mits er geen valide meting heeft plaatsgevonden in de reeks, bepalen we de marge op basis van de BI parameter GGZBI_TIJDSINTERVAL_TUSSENMETINGEN_ONAFHANKELIJK-_VAN_TYPE (ik zal dit nog hernoemen naar GGZBI_TIJDSINTERVAL_ROM_MEETMO-MENTEN_ONAFHANKELIJK_VAN_TYPE).

o  NOTE VOOR RENS: dit was voorheen een andere parameter, maar dan kan het fout gaan op het moment dat een interval van een type vragenlijst met diagnose groter is dan de range voor een valide voormeting. (optioneel: Instelbaar via Parameter ggzbi_tussenmetingen_zelfde_type_vragenlijst) Mits er voor een reeks meerdere type vragenlijst worden gebruikt (bijv. zowel Honos-12 als SQ48) dan wordt er voor elk type vragenlijst een aparte reeks aangemaakt. Binnen deze aparte reeksen wordt dan ook weer bepaald of er een valide voor- en/of nameting was.

Gebruikte beheertabellen en parameters

Toepassing

(Delta) t-score

Beheertabel