Routine Outcome Monitoring (ROM)

Uit normenkaderzorg.nl
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Samenvatting

ROM, oftewel Routine Outcome Monitoring, vormt een essentieel onderdeel van de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ). Door regelmatig gegevens te verzamelen, biedt ROM niet alleen inzicht in de aard en ernst van psychische klachten, maar geeft het ook waardevolle feedback over de effectiviteit van behandelingen. Deze pagina dient als naslagwerk om de managementrapportages op ROM te interpreteren en gebruiken. De doelen van managementrapportage inzake ROM betreft het bieden van inzicht in:

  • Hoe ValueCare met verschillende ROM vragenlijsten inzichtelijke gestandaardiseerde ROM waardes berekent,
  • Hoe ValueCare meetmomenten heeft gedefinieerd, en
  • Wat veelgebruikte definities zijn voor het ontwikkelen van meetmomenten

Berekening ROM Scores

Voor alle bronsystemen wordt de ruwe score direct uit de bron gehaald. In sommige bronsystemen wordt de t-score ook getoond. In dat geval nemen we de t-score ook over. Als de t-score niet bekend is, maar de ruwe score wel, berekent ValueCare de t-score voor de volgende vragenlijst-types: SQ48, OQ45, SDQ-P, SDQ-s11-17, BSI, HoNOS-12, HoNOS65, en MANSA-16. De details van de berekeningen vind je hieronder bij "Berekening T-scores".

In de bron is een t-score en/of eindscore vaak enkel bekend door een label als 'totaalscore' of iets dergelijks. Als wij vermoeden dat het een eindscore of t-score betreft tonen wij dit ook in beheertabel 'Beheer BI: Vragenlijst subschalen'. Het kan voorkomen dat deze niet juist is. In dat geval is het mogelijk om in de beheertabel, deze waarde aan te passen. Een eindscore impliceert dat het een ruwe score betreft en een t-score, dat het een t-score betreft. Als de subschalen voor een vragenlijst-type nog niet zichtbaar zijn, dan moet het vinkje 'Subschalen inrichten' in 'Beheer BI: Vragenlijsten' nog worden aangeklikt.

Berekening T-Scores

Type vragenlijst Berekening
SQ48 De T-score wordt berekend met de volgende formule: 24.70535964913392 + (0.3751176991148195 * ruwe_score) + (-0.0009187118790624546 * ruwe_score^2) + (0.00000670607402179293 * ruwe_score^3).
OQ45 De T-score wordt berekend met de volgende formule: 17.9856940411384 + (2.56446078269377 * ruwe_score) + (-0.0558628542617925 * ruwe_score^2) + (0.000976254840029574 * ruwe_score^3).
SDQ-P De T-score wordt berekend met de volgende formule: 17.9856940411384 + (2.56446078269377 * ruwe_score) + (-0.0558628542617925 * ruwe_score^2) + (0.000976254840029574 * ruwe_score^3).
SDQ-s11-17 De T-score wordt berekend met de volgende formule: 20.3713833471163 + (2.49157128999528 * ruwe_score) + (-0.0493700167712384 * ruwe_score^2) + (0.000942819943550291 * ruwe_score^3).
BSI De T-score wordt berekend met de volgende formule: 26.42038565180546 + (26.8200050937306 * ruwe_score) +(-8.284911648378781 * ruwe_score^2) + (1.350267912166433 * ruwe_score^3).
HoNOS-12 De T-score wordt berekend met de volgende formule: 27.00023405117865 + (2.450806391090429 * ruwe_score) + (-0.04649228749948154 * ruwe_score^2 ) + (0.0005045255416624083 * ruwe_score^3).
HoNOS-65 De T-score wordt berekend met de volgende formule: 23.3163221392 + (2.7836900604 * ruwe_score) + (-0.0672989375* ruwe_score^2) + (0.0009265311* ruwe_score^3).
MANSA-16 De T-score wordt berekend met de volgende formule: t_score = ruwe_score. Dit betekent dat voor deze vragenlijst de ruwe score hetzelfde is als de uiteindelijke T-score.

Algemene toelichting delta T-score

Delta-T staat voor de verandering in T-scores over tijd. Bijvoorbeeld wanneer er een bepaling van het welzijn van de cliënt vóór- en na behandeling wordt gedaan, kan hiermee dus de voortgang van de behandeling worden bepaald. Als een delta-T score een positieve waarde heeft, betekent dit dat het welzijn van de patiënt is verbeterd over de gemeten tijdsperiode. Als een delta-T score een negatieve waarde heeft, betekent dit dat het welzijn van de patiënt is verslechterd over de gemeten tijdsperiode. Daarom is voor instellingen de delta T-score voornamelijk belangrijk bij ROM metingen. Onder het kopje 'meetmomenten' wordt verder toelichting gegeven over de totstandkoming van verschillende delta T-scores in acht nemend de verschillende ROM meetmomenten.

Interpretatie delta T-score

Zie de tabel hieronder voor de interpretatie van de delta T-score:

Code Classificatie Delta T-score
1 Hersteld > 5 AND voormeting t > 42,5 AND nameting t < 42,5
2 Verbeterd > 5
3 Onveranderd -5 < delta t < 5
4 Verslechterd < -5

Meetmomenten

ROM Meetmomenten

De Routine Outcome Monitoring (ROM) is een complex product met tal van mogelijkheden en variaties.

Om de ROM behapbaar te maken is deze executive summary gemaakt met 1 figuur waarin de werking van de ROM gevisualiseerd is.

De verdiepende informatie (bv definities en stappenplan) is ook op deze pagina te vinden, onder deze samenvatting.

Er zijn twee verschillende situaties:

  1. GGZBI_ROM_MEETMOMENTEN_ZELFDE_TYPE_VRAGENLIJST = 'NEE': hier mogen verschillende type vragenlijsten gecombineerd worden.
  2. GGZBI_ROM_MEETMOMENTEN_ZELFDE_TYPE_VRAGENLIJST = 'JA': hier mogen de verschillende type vragenlijsten niet gecombineerd worden.

Deze twee situaties zijn onder elkaar gevisualiseerd.

Executive summary ROM

Totstandkoming

Stappenplan

Hieronder is het stappenplan uitgewerkt dat gevolgd wordt om de berekeningen voor de ROM te maken.

Per stap is toelichting gegeven en zo nodig een extra visualisatie toegevoegd.

Stap Toelichting
0: Bepalen behandelingen binnen behandelreeks Eerst wordt bepaald naar welke behandelingen we moeten kijken om de uitersten van behandelreeks te kunnen bepalen.
  • Mits het ZPM zorgtraject is aangemaakt met zorglabel N02 (Overgang oude bekostiging met direct tijd naar Zorgprestatiemodel), wordt de voormeting bepaald op basis van de voorafgaande DBC(s). De DBCs die worden meegenomen bij de betreffende zorgtrajecten, zijn DBCs die dezelfde (1) diagnose en (2) inschrijvingsnummer hebben als het zorgtraject.
  • Voor de combinatie van de zorgtrajecten met eventuele DBCs (en losse DBCs) kijken we naar alle behandelcontacten met directe tijd.
    • Voor een dergelijke behandelreeks moeten we het eerste/laatste behandelcontact bepalen.
1: Bepalen uitersten van behandelreeks Als er bepaald is welke behandelingen in een behandelreeks vallen, wordt er per behandelreeks bepaald:
  • Het eerste behandelcontact
  • Het laatste behandelcontact


LET OP

Er moet directe tijd zijn geschreven op het behandelcontact en er moet een diagnose bekend zijn voor de behandelreeks. De diagnose is nodig om te bepalen of een eventuele ROM-meting met een vragenlijst is afgenomen die geldig is bij die specifieke diagnose

2: Bepalen valide metingen Dan wordt er gekeken of er binnen de vastgestelde uiterste waarden van een behandelreeks, valide metingen te vinden zijn.
  • Mits er een valide meting te vinden is, dan wordt de behandelreeks, en (optioneel) type vragenlijst meegenomen in de behandelreeks.
  • Mits er geen valide meting te vinden is, dan is een reeks enkel bepaald op basis van de behandelreeks. In dit geval zullen er dan ook geen geldige metingen te tonen zijn in de dataset. Er worden wel twee meetmomenten gegenereerd, namelijk het verwachte voormeetmoment en het verwachte nameetmoment.
3:Nummering metingen We nummeren de opvolgende metingen binnen een behandelreeks op basis van de datum van afname.

Hierdoor kunnen we de opvolgende metingen makkelijk koppelen.

Met behulp van het tijdsinterval per type vragenlijst en diagnose, kunnen we bepalen of de opvolgende metingen plaats hebben gevonden binnen het tijdsinterval (t.o.v. de vorige meting), waarbinnen ze worden verwacht.

Optie Situatie Gevolg
A De volgende meting valt binnen tijdsinterval De volgende meting is een valide meting. Let op: alle valide metingen moeten voldoen aan de criteria gedefinieerd in stap 2.
B De volgende meting valt buiten tijdsinterval Genereren meetmoment (dus geen valide meting). Dit meetmoment moet duidelijk maken aan instellingen dat er een meting verwacht wordt, maar deze meting niet (valide of volledig) is afgenomen.
C Geen volgende meting Laatste behandelcontact is in het verleden geweest Genereren meetmomenten tot en met het laatste behandelcontact.
D Laatste behandelcontact wordt in de toekomst verwacht Genereren meetmomenten tot en met de aanleverdatum.
4: Bepalen voor- en nameting Het bepalen van de voor- en nametingen:

De metingen die binnen een reeks het dichtste bij het eerste/laatste behandelcontact liggen worden bestempeld als voor- of nameting.

Indien er enkel een voormeting of een nameting is en niet beide, dan genereren we een meetmoment voor de missende voor- of nameting, met als datum het eerste/laatste behandelcontact.

  • Mits er een valide meting heeft plaatsgevonden in de reeks, bepalen we of de meting een valide voor- of nameting is aan de hand van een marge rondom het eerste- of laatste behandelcontact. Deze marges worden bepaald aan de hand van parameters BI_MARGE_RONDOM_EERSTE_BEHANDELCONTACT_VOORMETING en BI_MARGE_RONDOM_LAATSTE_BEHANDELCONTACT_NAMETING .
  • Optioneel: Instelbaar
    • Mits er voor een reeks meerdere type vragenlijst worden gebruikt (bijv. zowel Honos-12 als SQ48) dan wordt er voor elk type vragenlijst een aparte reeks aangemaakt. De voor- en nametingen worden onafhankelijk van type vragenlijst bepaald. Dit wordt dus gedaan voor de overkoepelende behandelreeks.

Gebruikte beheertabellen en parameters

Hieronder zijn de parameters en beheertabellen met relevante toelichting te vinden. De dataset die voor de ROM gebruikt wordt is ROM meetmomenten.

Parameters Toelichting
BI_MARGE_RONDOM_EERSTE_BEHANDELCONTACT_VOORMETING Bandbreedte in dagen rondom eerste behandelcontact zorgtraject waarbinnen een geldige voormeting afgenomen moet zijn
BI_MARGE_RONDOM_LAATSTE_BEHANDELCONTACT_NAMETING Bandbreedte in dagen rondom laatste behandelcontact zorgtraject waarbinnen een geldige nameting afgenomen moet zijn
GGZBI_ROM_MEETMOMENTEN_ZELFDE_TYPE_VRAGENLIJST Of een reeks rekening moet houden met aparte type vragenlijsten of niet.

Mits parameter = JA, genereren we voor elke verschillende vragenlijst-code binnen een behandelreeks, een aparte reeks

Mits parameter = NEE, mogen de vragenlijsten onafhankelijk van elkaar afgenomen zijn

NOTE: deze parameter wil ik nog hernoemen naar GGZBI_ROM_MEETMOMENTEN_ZELFDE_TYPE_VRAGENLIJST

GGZBI_TIJDSINTERVAL_ROM_MEETMOMENTEN_ONAFHANKELIJK_VAN_TYPE Het tijdsinterval dat gebruikt wordt voor reeksen, waarbij geen tijdsinterval bepaald is in de beheertabel 'Beheer BI: Vragenlijst per diagnose'

Beheertabellen

Beheertabellen kunnen organisatie-specifiek worden ingesteld. Dit is belangrijk voor de toepassing van de ROM metingen. Het is dus noodzakelijk om deze zo accuraat mogelijk in te vullen, zodat deze de meest precieze en inzichtelijke data kan bieden voor de instelling. In de tabel hieronder is een overzicht gegeven van de verschillende beheertabellen die kunnen worden ingevuld.

Beheertabel Toelichting
Beheer BI: Vragenlijst per diagnose Per diagnosehoofdgroep kan het gebruikte ROM-instrument aangegeven worden.

In deze beheertabel kan ook het interval per type vragenlijst en diagnose ingesteld worden. (NIEUW!)

Beheer BI: Vragenlijst Per vragenlijst kan worden aangegeven of deze wordt gebruikt als ROM- en/of CQI-instrument
Beheer BI: Parameters Voor het instellen van o.a. de hierboven genoemde parameters.

Definities

Hieronder staan alle relevante termen met betrekking tot de ROM gedefinieerd en waar relevant extra toegelicht.


Let op: inmiddels zijn er ook ROM metingen te monitoren voor soorten GGZ Zorg anders dan ZPM (ZVW/FM). De functionaliteiten van reeksen werkt hierbij anders. Deze informatie is inmiddels toegevoegd aan deze pagina.

Term Definitie Toelichting
Voor- en nametingen De voor- en nametingen vormen de kapstok voor het bepalen of er een geldige ROM voormetingen dan wel nametingen uitgevoerd is voor het ZPM zorgtraject. Voor andere financieringsstromen geschiedt dit voor de daarvoor leidende zorgproducten (bijvoorbeeld een jeugdproduct). Daarnaast wordt per meting de T-score bepaald, zodat het effect kan worden gemeten door de T-score van de nameting te vergelijken met de voormeting. Note: de organisataie-eenheid van metingen/meetmomenten wordt bepaald aan de hand van de organisatie-eenheid die bij het zorgproduct zit.
Voormeting Het eerste behandelcontact binnen het zorgtraject (of ander zorgproduct) is het ijkpunt voor de voormeting. Hierop is een (instelbare) marge in dagen van toepassing om als geldige voormeting te tellen. nvt
Nameting Het laatste behandelcontact binnen het zorgtraject (of ander zorgproduct) is het ijkpunt voor de nameting. Ook hierop is een (instelbare) marge in dagen van toepassing om als geldige nameting te tellen. De nameting van het voorgaande zorgtraject mag gezien worden als voormeting van het nieuwe traject, indien het voldoen aan de eisen:
  • Marge in dagen t.o.v. eerste behandelcontact in nieuwe zorgtraject
  • Vragenlijst wordt gebruikt binnen de diagnose hoofdgroep

Notes:

  • Als er nog geen einddatum is bepaald voor een behandelreeks, verwachten we dat er nog behandelcontacten gaan volgen. In dit geval bepalen we wel een laatste (ofwel meest recente) behandelcontact, maar valideren we nog niet of er een geldige nameting is geweest.
  • Als er een verwachte einddatum (in de toekomst) is ingevuld voor een behandelreeks, dan kijken we voor een valide nameting binnen het tijdsinterval rondom de einddatum van de behandelreeks
  • Als de einddatum van een zorgtraject reeds voorbij is, dan kijken we naar het laatste (ofwel meest recente) behandelcontact  
Tussenmetingen Voor mensen die langdurig in zorg zijn (en hetzelfde zorgtraject hebben) zijn regelmatigere tussentijdse metingen van ROM is wenselijk. Het gewenste tijdsinterval verschilt per instelling, daarom is een tijdsinterval in te stellen. Voor informatie over het instelbare tijdsinterval, zie Tijdsinterval.
Valide meting Een valide meting is een meting die:
  • is aangemerkt als ROM
  • volledig is ingevuld
  • Als de diagnosegroep van het zorgtraject gevuld is, wordt met Beheer BI: Vragenlijst per diagnose bepaald of de vragenlijst in aanmerking komt voor de diagnose hoofdgroep.
    • Indien de diagnosegroep leeg is, tonen we op dit moment geen meetmomenten in de dataset.
Tijdsinterval Hiermee wordt gedoeld op de gewenste tijd tussen ROM metingen. Zie ook definitie tussenmetingen. De tijdsinterval is door de instelling zelf in te stellen. De tijdsinterval kan verschillen per type vragenlijst en diagnose en kan ingesteld worden via de beheertabel Beheer BI: Vragenlijst per diagnose Stuurinformatie > Beheer BI > Beheer BI: Vragenlijst per diagnose
Meetmoment Indien er geen meting plaatsvindt binnen het ingestelde tijdsinterval, wordt er een meetmoment aangemaakt. Dit is dus een moment waarop er een meting verwacht werd, maar deze niet is gedaan. Zie ook "Totstandkoming - Stappenplan - stap 3: Nummering metingen" hieronder.
Initiële meting Dit is de eerste valide meting binnen een reeks. De initiële meting is nodig als aanvulling op de voormeting voor de gevallen waarin de voormeting gegenereerd is (en dus geen valide meting is). In deze gevallen is de initiële meting de eerste valide meting binnen een reeks. Zie ook "Toepassing - (Delta) t-score" hieronder.
Behandelreeks Alle meetmomenten binnen een zorgtraject in combinatie met de DBC’s.

Binnen één behandelreeksmoeten de onderstaande aspecten overeenkomen. Komen deze aspecten niet overeen, dan geldt dat als een andere behandelreeks.

  • Inschrijving (en daarmee ook cliënt)
    • Als een inschrijving eindigt, eindigt de behandelreeks
  • Diagnose       
    • Is er een nieuwe diagnose gesteld is, eindigt de behandelreeks
  • Zorgtraject / DBC / Jeugd / WMO 
    • Als er een nieuw zorgtraject, jeugdproduct, of wmo product is, eindigt de behandelreeks
Bij Jeugd en WMO worden aansluitende toewijzingen als een en dezelfde behandelreeks gezien.


Als er voor een Jeugd product of WMO product een nieuw product is aangemaakt met een zelfde product-code wordt dit ondervangen in dezelfde behandelreeks. Dit geldt enkel als het nieuwe product binnen 35 dagen na sluiting van het vorige product is aangemaakt. Hierbij moet er ook sprake zijn van dezelfde product-code, zelfde diagnose, en dezelfde inschrijving (en dus cliënt).

Reeks Een behandelreeks kan bestaan uit meerdere reeksen. Dit is afhankelijk van de instelling van GGZBI_ROM_MEETMOMENTEN_ZELFDE_TYPE_VRAGENLIJST. Mits er meerdere type vragenlijsten zijn afgenomen, kan er voor elk type vragenlijst een aparte reeks worden aangemaakt. De voor- en nameting worden op het niveau van de behandelreeks gedefinieerd. Oftewel, mits er een voormeting is afgenomen binnen één van de reeksen met dezelfde behandelreeks, zal deze voormeting getoond worden voor al die reeksen.
  • Behandelreeks
  • (Optioneel) vragenlijst code
    • Instelbaar
    • Wordt enkel toegepast op behandelreeksen met één of meer geldige metingen
    • Mits parameter = ‘JA’: dan geldt dat voor een andere vragenlijst-code een andere reeks wordt gemaakt (
      • T-scores worden enkel vergeleken voor vragenlijsten met hetzelfde type (bijv. enkel HoNOS vragenlijsten binnen één behandelreeks).
      • Meetmomenten worden gegenereerd voor elke type vragenlijst. Bijvoorbeeld, is er een HoNOS U verwacht dan voor elk type vragenlijst een nieuw meetmoment. (
    • Mits parameter = ‘Nee’: dan geldt dat voor een andere vragenlijst-code dezelfde reeks wordt gebruikt
      • T-scores worden vergelijken onafhankelijk van het type vragenlijsten (Bijvoorbeeld, HoNOS en FARE worden afwisselend gebruikt).
      • Verwachtte meetmomenten worden enkel gegenereerd als er geen meting is geweest binnen het tijdsinterval voor alle type vragenlijsten.
(Delta)-T score De T-score is een uniforme maat om de diverse vragenlijsten naar scores te transformeren en loopt van 0-100. Een succesvolle behandeling zorgt voor een lagere nametingen dan de voormeting (behalve bij het meetinstrument MANSA-16). De Delta-T score is het verschil in T score tussen twee T scores.


Zie voor interpretatie van de Delta T-score de tabel onder "Toepassing - interpretatie delta T-score"

Gekoppeld meetmoment Een gekoppeld meetmoment is een valide meting die binnen de data van een behandelreeks valt. Een ongekoppelde meetmoment kan een valide meting zijn die buiten de behandelreeks valt. Of het kan een invalide meting zijn (die binnen of buiten een eventuele behandelreeks valt). Zie ook de visualisatie in de executive summary bovenaan deze pagina.

Verschillende delta T-scores

Zoals eerder beschreven worden delta T-scores gebruikt om inzicht te geven over de voortgang van de cliënt met het gehanteerde behandeltraject. Delta T-scores maken inzichtelijk of het welzijn van de patiënt verbeterd, of juist verslechterd in de loop der tijd.

Voor een gegenereerd meetmoment heeft ValueCare geen t-score. Daardoor kan ValueCare enkel t-scores vergelijken van valide metingen. ValueCare toont in dataset ROM meetmomenten daarom enkel delta t-scores voor valide metingen ten opzichte van valide metingen. Dit houdt ook in dat voor gegenereerde voormeetmomenten, er geen delta t-score ten opzichte van de voormeting kan worden gedaan. Om dit te voorkomen, heeft ValueCare de ‘initiële meting’ geïntroduceerd. Dit is de eerste valide meting binnen een reeks. Op deze manier zijn er twee type delta t-scores in de dataset: (1) delta t-score t.o.v. de vorige valide meting, (2) delta t-score t.o.v. de initiële meting. Het figuur hieronder illustreert dit.