Zorgactiviteit onterecht gekoppeld aan IC-traject (N4030): verschil tussen versies
| Regel 93: | Regel 93: | ||
#Middels een ziekenhuisspecifieke parameter kunnen er combinaties van aanvragende specialismen en uitvoerende specialismen uitgesloten worden. | #Middels een ziekenhuisspecifieke parameter kunnen er combinaties van aanvragende specialismen en uitvoerende specialismen uitgesloten worden. | ||
#Middels een ziekenhuisspecifieke parameter kunnen er landelijke zorgactiviteitcodes worden uitgesloten van signalering. | #Middels een ziekenhuisspecifieke parameter kunnen er landelijke zorgactiviteitcodes worden uitgesloten van signalering. | ||
#Middels een ziekenhuisspecifieke parameter kunnen | #Middels een ziekenhuisspecifieke parameter kunnen alle ZT51 die als ondersteunend buiten de IC (ZT51 niet ondersteunend IC) worden gebruikt uitgesloten worden van signalering. ZT51 niet ondersteunend IC wordt gedefinieerd als zorgtype 51 zonder gekoppelde zorgactiviteiten van zorgprofielklasse 18 of 19. Standaard worden deze subtrajecten niet uitgesloten. | ||
#Middels een ziekenhuisspecifieke parameter kan ingesteld worden naar welke zorgtypes gekeken wordt. Default worden zorgtypes 51 en 52 meegenomen. | #Middels een ziekenhuisspecifieke parameter kan ingesteld worden naar welke zorgtypes gekeken wordt. Default worden zorgtypes 51 en 52 meegenomen. | ||
#Het gaat om de volgende zorgprofielklassen: | #Het gaat om de volgende zorgprofielklassen: | ||
Versie van 11 aug 2022 12:36
Referentienummer: N4030
Behoort tot Normenkader ValueCare
Ziekenhuizen Volledigheid
Samenvatting
Deze norm toont acties wanneer er zorgactiviteiten uit onverwachte zorgprofielklassen gekoppeld zijn aan een zorgtype 51 en/of 52. Dit duidt erop dat een nieuw subtraject geopend kan worden of dat de zorgactiviteiten gekoppeld kunnen worden aan een parallel subtraject.
Regelgeving / beleid
| 2017 |
|---|
| Een zorgtraject met subtraject ZT51 of ZT52 wordt door de intensivist (of andere medisch eindverantwoordelijke op de intensive care (hierna: ic)) geopend bij opname op de ic-afdeling en voor ic intercollegiaal consult buiten de ic. |
| 2018 |
|---|
| Een zorgtraject met subtraject ZT51 of ZT52 wordt door de intensivist (of andere medisch eindverantwoordelijke op de intensive care (hierna: ic)) geopend bij opname op de ic-afdeling en voor ic intercollegiaal consult buiten de ic. |
| 2019 |
|---|
| Een zorgtraject met subtraject ZT51 of ZT52 wordt door de intensivist of andere medisch eindverantwoordelijke geopend bij opname op de ic-afdeling en voor ic intercollegiaal consult buiten de ic.
2019: NR/REG-1907a art. 11 lid 1 Openen ondersteunend zorgtraject (met subtraject ZT51) 2019: NR/REG-1907a art. 13 |
| 2020 |
|---|
| Een zorgtraject met subtraject ZT51 of ZT52 wordt door de intensivist of andere medisch eindverantwoordelijke geopend bij opname op de ic-afdeling, voor ic intercollegiaal consult buiten de ic en voor vervoer van een patiënt met interklinisch transport of MICU transport.
2020: NR/REG-2001a art. 11 lid 1
2020: NR/REG-2001a art. 13 |
| 2021 |
|---|
| Een zorgtraject met subtraject ZT51 of ZT52 wordt door de intensivist of andere medisch eindverantwoordelijke geopend bij opname op de ic-afdeling, voor ic intercollegiaal consult buiten de ic en voor vervoer van een patiënt met interklinisch transport of MICU transport.
2021: NR/REG-2103a art. 11 lid 1
2021: NR/REG-2103a art. 13 |
| 2022 |
|---|
| Een zorgtraject met subtraject ZT51 of ZT52 wordt door de intensivist of andere medisch eindverantwoordelijke geopend bij opname op de ic-afdeling, voor ic intercollegiaal consult buiten de ic en voor vervoer van een patiënt met interklinisch transport of MICU transport.
2022: NR/REG-2207 art. 11 lid 1
2022: NR/REG-2207 art. 13 |
Interpretaties
De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:
- Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is verder te specificeren welke zorgprofielklassen gesignaleerd worden in stap 2 van de programmeerbare norm. Hier kan onderscheid gemaakt worden tussen signalering in geval van wel of geen aanwezigheid parallelliteit. Zo kan ervoor gekozen worden om alleen te signaleren als er zorgactiviteiten geregistreerd worden uit zorgprofielklasses [ZPK's] die duiden op face-to-face contact, om zo te voldoen aan de eis van face-to-face contact binnen een (nieuwe) DBC. Default worden alle zorgprofielklassen gesignaleerd die in stap 2 van de programmeerbare norm benoemd staan ongeacht aanwezigheid parallelliteit.
- Middels een ziekenhuisspecifieke parameter kunnen er specialismen uitgesloten worden van signalering, zoals bijvoorbeeld radiologie.
- Middels een ziekenhuisspecifieke parameter kunnen er combinaties van aanvragende specialismen en uitvoerende specialismen uitgesloten worden.
- Middels een ziekenhuisspecifieke parameter kunnen er landelijke zorgactiviteitcodes worden uitgesloten van signalering.
- Middels een ziekenhuisspecifieke parameter kunnen alle ZT51 die als ondersteunend buiten de IC (ZT51 niet ondersteunend IC) worden gebruikt uitgesloten worden van signalering. ZT51 niet ondersteunend IC wordt gedefinieerd als zorgtype 51 zonder gekoppelde zorgactiviteiten van zorgprofielklasse 18 of 19. Standaard worden deze subtrajecten niet uitgesloten.
- Middels een ziekenhuisspecifieke parameter kan ingesteld worden naar welke zorgtypes gekeken wordt. Default worden zorgtypes 51 en 52 meegenomen.
- Het gaat om de volgende zorgprofielklassen:
- 1. Polikliniek- en eerste hulpbezoek;
2. Dagverpleging;
3. Kliniek;
5. Operatieve verrichtingen;
6. Overige therapeutische activiteiten;
7. Beeldvormende diagnostiek;
13. Bijzondere kunst- en hulpmiddelen;
14. Revalidatie.
- 1. Polikliniek- en eerste hulpbezoek;
Programmeerbare norm
Er is sprake van “Zorgactiviteit onterecht gekoppeld aan IC-traject (N4030)” als aan de volgende selectie is voldaan:
|
1) Alle ZT51- en ZT52-subtrajecten |
|---|
|
2) Het ZT51/52-subtraject bevat zorgactiviteiten uit ZPK 1, 2, 3, 5, 6, 7, 13 en/of 14 |
Logica: 1 en 2 en 3
Te nemen actie
Indien geen subtraject aanwezig:
Openen van een nieuw regulier subtraject met de gesignaleerde zorgactiviteit(en)
Indien subtraject aanwezig:
Gesignaleerde zorgactiviteit(en) koppelen aan het reguliere subtraject
Berekening financiële impact
Indien geen subtraject aanwezig:
Het waardeverschil tussen het gesignaleerde subtraject en een nieuw subtraject wordt getoond als financiële impact. Om het nieuwe subtraject te simuleren wordt de meest gebruikte diagnose voor het specialisme van de zorgactiviteit gebruikt. Vervolgens worden de gesignaleerde zorgactiviteiten omgehangen naar het nieuwe subtraject en worden beide subtrajecten gegrouperd om zo het waardeverschil te berekenen.
Indien subtraject aanwezig:
Het waardeverschil tussen de gesignaleerd DBC en de parallelle DBC wordt getoond als financiële impact. Hiervoor wordt het omhangen van de gesignaleerde zorgactiviteiten naar het parallelle subtraject gesimuleerd en worden beide subtrajecten opnieuw gegrouperd om zo het waardeverschil te berekenen.