Parallelle DBC's met gelijke diagnosegroep (N1925): verschil tussen versies

Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Lverwer (overleg | bijdragen)
Geen bewerkingssamenvatting
Rmanen (overleg | bijdragen)
Geen bewerkingssamenvatting
Regel 78: Regel 78:
{| class="mw-collapsible wikitable" style="width:90em"
{| class="mw-collapsible wikitable" style="width:90em"
|-
|-
! 2018
! 2020<br/>
|-
|-
|  
|  
Het is mogelijk dat bij een patiënt meerdere (primaire) diagnoses worden vastgesteld. Afhankelijk van hoe de diagnoses zich tot elkaar verhouden kan worden gekozen voor parallelle of seriële (opeenvolgende) zorgtrajecten.
&nbsp;''Parallelle zorgtrajecten''
Er is sprake van parallelle zorgtrajecten als de regiebehandelaar meerdere initiële dbc’s en bijbehorende zorgtrajecten opent. Parallelle trajecten kunnen worden geregistreerd als er sprake is van meerdere primaire diagnoses waarvoor gelijktijdig substantieel verschillende behandelingen moeten worden ingezet. De regiebehandelaar moet het openen van parallelle zorgtrajecten op dat punt ook kunnen verantwoorden.
&nbsp;Parallelle zorgtrajecten mogen niet in eenzelfde diagnosehoofdgroep vallen. Onder diagnosehoofdgroep verstaan we een combinatie tussen de hoofdgroepen zoals deze in de DSM-IV-TR worden aangeduid en de diagnosegroepen zoals opgenomen in de prestatiecode. In de onderstaande tabel wordt aangegeven welke hoofdgroepen ontstaan wanneer deze combinatie tussen DSM-IV-TR en de prestatiecode wordt gemaakt. In totaal zijn er voor de ggz 28 hoofdgroepen.
Bron: NR/REG-2021 5.1.3.6 Meerdere primaire diagnoses&nbsp;&nbsp;
|}
|}