Medicinaal oncologisch subtraject zonder verstrekkings- of begeleidingscode op basis van medicatie opdracht en toediening (N4901)

Uit normenkaderzorg.nl
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Referentienummer: N4901
Behoort tot Normenkader ValueCare

Ziekenhuizen Volledigheid

  1. Ziekenhuizen Volledigheid - Behandelen - Therapie
Samenvatting

Deze norm signaleert acties wanneer er een niet-duur oncologisch geneesmiddel is verstrekt, maar er geen verstrekkings- of begeleidingscode is geregistreerd. Dit kan erop duiden dat een verstrekkings- of begeleidingscode onterecht niet is geregistreerd en het subtraject eerder afgesloten kan worden op basis van afsluitregel 1.0000.1 'medicinale oncologische behandeling'.

Regelgeving / beleid
2025
Uitzonderingen op opening- en afsluitregels subtraject met ZT11 of ZT21


Sluitingsregels voor medicinale oncologische behandelingen (1.0000.1)

Voor kinderoncologische behandelingen in een centrum voor kindergeneeskunde oncologische behandeling met SKION-stratificatie gelden andere sluitingsregels (zie 1.0000.11).

Medicinale oncologische behandelingen binnen initiële (ZT11) subtrajecten; Wanneer binnen een initieel (ZT11) subtraject besloten wordt tot een medicinale oncologische behandeling, dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de datum van de toediening per infuus of injectie of de begeleiding bij andere toedieningsvormen van oncologische medicatie. Aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend en gaan de regels voor medicinale oncologische behandelingen binnen vervolg (ZT21) subtrajecten gelden.

Medicinale oncologische behandelingen binnen vervolg (ZT21) subtrajecten of binnen initiële (ZT11) subtrajecten (indien de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling gelijk is aan de startdatum van het subtraject);

  • Bij acute leukemie:
    Bij een medicinale oncologische behandeling van acute leukemie wordt het ZT21 subtraject (of ZT11 subtraject indien de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling gelijk is aan de startdatum van het subtraject) gesloten op de 30ste dag na opening van het subtraject of op de dag voorafgaand aan de medicinale oncologische behandeling indien er tijdens de eerste 30 dagen van het subtraject geen medicinale oncologische behandeling heeft plaatsgevonden.
  • Bij overige oncologische diagnosen:
    Verstrekking per infuus of injectie
    Een klinisch vervolg subtraject ZT21 met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie (of een klinisch subtraject met ZT11 indien de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie gelijk is aan de startdatum van het subtraject) wordt bij élke nieuwe toediening per infuus of per injectie afgesloten. Dit betekent dat een subtraject afgesloten wordt bij:
    • een nieuwe toediening per infuus of injectie tijdens dezelfde klinische opname;
    • een nieuwe toediening per infuus of injectie tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag uit de voorgaande opname;
    • een nieuwe toediening in een niet-klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit kliniek.
      Het subtraject wordt in deze situaties één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend.
  • Een niet-klinisch subtraject ZT21 met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie (of een niet-klinisch ZT11 subtraject indien de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie gelijk is aan de startdatum van het subtraject) wordt 42 dagen na toediening per infuus of injectie afgesloten, tenzij er een nieuwe toediening per infuus of injectie binnen 42 dagen plaatsvindt, ongeacht of dit klinisch of niet klinisch gebeurt. Het subtraject wordt in die situatie één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en er wordt aansluitend een nieuw subtraject geopend.
  • Begeleiding bij andere toedieningsvormen
    Voor begeleiding bij andere toedieningsvormen van oncologische medicatie tijdens een klinisch subtraject gelden de algemene regels voor het afsluiten van klinische subtrajecten. Alleen bij overgang naar een ander soort medicinale oncologische behandeling of naar een toediening per infuus of injectie wordt het subtraject met ZT21 (of ZT11 indien de uitvoerdatum van de eerste begeleiding bij andere toedieningsvormen van oncologische medicatie gelijk is aan de startdatum van het subtraject) een dag voor de start van een ander soort medicinale oncologische behandeling of de toediening per infuus of injectie gesloten en aansluitend een volgend subtraject geopend. Het subtraject afsluiten op de 42e dag na ontslagdatum tenzij:
  • een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens dezelfde klinische opname;
    • een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname;
    • een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling in een niet-klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek;
    • een toediening per infuus of injectie tijdens dezelfde klinische opname;
    • een toediening per infuus of injectie tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname;
    • een toediening per infuus of injectie in een niet-klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek.
  • Een niet-klinisch subtraject ZT21 met begeleiding bij andere toedieningsvormen van oncologische behandeling per infuus of injectie (of een niet-klinisch ZT11 subtraject indien de uitvoerdatum van de eerste begeleiding bij andere toedieningsvormen van oncologische medicatie gelijk is aan de startdatum van het subtraject) wordt 42 dagen na de uitvoerdatum van de eerste begeleidingszorgactiviteit afgesloten. Alleen bij overgang naar een ander soort medicinale oncologische behandeling of naar een toediening per infuus of injectie wordt het subtraject één dag voor de start van een ander soort medicinale oncologische behandeling of de toediening per infuus of injectie gesloten en aansluitend een nieuw subtraject geopend. Het subtraject afsluiten 42 dagen na de uitvoerdatum, tenzij:
    • een overgang naar een ander soort medicinale oncologische behandeling binnen 42 dagen na de uitvoerdatum;
    • een overgang naar een toediening per infuus of injectie binnen 42 dagen na de uitvoerdatum.

2025: Regeling medisch-specialistische zorg 2025 art. 19 lid 1

Interpretaties

De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:

  1. Om overlap met de N4900 te voorkomen wordt er ook gekeken naar de aanwezigheid van DGM op dezelfde dag als de medicatie-opdracht of op dezelfde dag als de toedieningsregistratie. Deze situaties worden uitgesloten.
    1. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om ook DGM medicatie mee te nemen. Default zijn DGM uitgesloten. (N4901_UITSL_DGM)
    2. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om voor specifieke medicatie (ATC) ook DGM te tonen. Default zijn DGM uitgesloten. (N4901_TONEN_ATC)
  2. In de toelichting staat genoemd op basis van type medicatie, toedieningswijze en diagnose welke verstrekkings- of begeleidingscode verwacht wordt. Het ziekenhuis dient zelf deze suggestie te controleren alvorens deze te registreren.
  3. Als er sprake is van oncologische parallelliteit, wordt dit benoemd in de toelichting.
  4. Afsluitregel medicinale oncologische behandeling 1.0000.1 wordt bepaald op basis van specialisme, diagnose en begindatum DBC. Alle subtrajecten die de hiervoor opgestelde kenmerken bevatten en waarvan ook verwacht wordt dat bij het afsluiten afsluitregel 1.0000.1 van toepassing is, worden meegenomen in stap 1 van het functioneel ontwerp. SKION trajecten en stamceltransplantatie zijn uitgesloten van deze controle vanwege afwijkende afsluitregels.
    1. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om subtrajecten met een die afleiden naar stamceltransplantatie alsnog te tonen. Default worden deze uitgesloten. (N4901_UITSL_STAMCEL)
  5. Indeling in de groepen immunotherapie, chemotherapie, hormoontherapie, radiumchloride en PSMA gaat gebaseerd op ATC-code/groep. Bij codes gevolgd door een # worden alle onderliggende middelen meegenomen.
      • Chemotherapie: L01A#, L01B#, L01C#, L01D#, L01XA#, L01XB#, L01XF#, L01XH#, L01XU#, L01XX#, L01XY01.
        • Uitgezonderd L01XX35, L01XX51, L01XX52, L01XX62, L01XX70 (CAR-T), L01XX71 (CAR-T).
      • Immunotherapie: L01E#, L01F#, L01XE#, L01XG#, L01XJ#, L01XK#, L01XL#, L01XM#, L04AA#, L04AB#, L04AD#, L04AE#, L04AF#, L04AG#, L04AH#, L04AJ#, L04AK#, L04AX#, L01XX51, L01XX52, L01XX62, L01XY02, L03AX15, L04AC11.
        • Uitgezonderd L01FD03, L01FD04, L01FX02, L01FX05, L01FX13, L01FX14, L01FX17, L01XL03 (CAR-T), L01XL04 (CAR-T), L04AA06, L04AD02, L04AX01, L04AF02.
      • Chemo-immunotherapie: L01FD03, L01FD04, L01FX02, L01FX05, L01FX13, L01FX14, L01FX17.
      • Hormoontherapie: L02#, G03#, H#, V10XX04.
        • Uitgezonderd: G03AA07, G03AB03, G03BA03, G03A#, G03C#, G03D#, G03FA04, G03FA14, G03HB01, H01AA02, H01BA02, H02AA02, H02AB#, H03AA#, H03BB02, H05BX#.
      • Radiumchloride: V10XX03
      • PSMA: V10XX05
  1. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om extra zorgactiviteiten als verstrekkings- of begeleidingscode te laten gelden. Default worden de begeleidings- en verstrekkingscodes zoals benoemd in afsluitregel 1.0000.1 gebruikt. (N4901_EXTRA_VERSTREK & N4901_EXTRA_BEGELEID)
    1. Begeleidingscodes: groepen 1 t/m 8, aangevuld met code 039893 uit groep 10. Daarnaast om onterechte acties te voorkomen ook: 039897 en 039076.
    2. Verstrekkingscodes: groep 9, aangevuld met code 039143 uit groep 10. Daarnaast om onterechte acties te voorkomen ook: 039888, 039958, 036264, 039886, 039887, 032701, 039076.
  2. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om de zorgprofielklasse te wijzigen die als patiëntcontact wordt beschouwd in stap 4a en 5a. Default staat deze op poli- & eerste hulpbezoek, consult op afstand (1), dagverpleging (2), kliniek (3) en IC-behandeldag (19). (N4901_PATIENTCONTACT_ZPK)
  3. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om het aantal dagen aan te passen in stap 4b waar naar een verstrekkingscode wordt gezocht rondom de toedieningsdatum. Default wordt gezocht binnen een interval van 3 dagen rondom. (N4901_VERSTREKKING_DELTA)
  4. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om het aantal dagen aan te passen in stap 5a waar naar een begeleidingscode wordt gezocht rondom het patiëntcontact. Default wordt gezocht binnen een interval van 3 dagen rondom. (N4901_BEGELEIDING_DELTA)
  5. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om het aantal dagen aan te passen in stap 4a tussen de medicatie-opdracht en het patiëntcontact. Default wordt gezocht binnen een interval van 2 dagen rondom. (N4901_MO_PATIENTCONTACT_DELTA)
  6. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om begeleidings- en verstrekkingscodes uit trial DBC's mee te nemen, waardoor er minder acties zullen worden gesignaleerd. Standaard worden begeleidings- en verstrekkingscodes uit trial DBC's niet meegenomen. (N4901_TRIAL_DBC_MEENEMEN)
  7. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om diagnose / specialisme combinaties uit te sluiten van signalering. Default worden er geen diagnosen uitgesloten. (N4901_UITSL_DIAGNOSE)
  8. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om medicatie (ATC) / specialisme combinaties uit te sluiten van signalering. Default worden er geen medicatie / specialisme combinaties uitgesloten. (N4901_UITSL_ATC_AGB)
  9. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om medicatie (ATC) uit te sluiten van signalering. Default wordt er geen medicatie uitgesloten. (N4901_UITSL_ATC)
Programmeerbare norm

Er is sprake van “Medicinaal oncologisch subtraject zonder verstrekkings- of begeleidingscode op basis van medicatie opdracht en toediening (N4901)” als aan de volgende selectie is voldaan:

1) Alle oncologische subtrajecten met diagnose uit afsluitregel 1.0000.1 exclusief SKION en stamceltransplantatie

 
 

2a) Er is een poliklinische oncologische medicatie-opdracht gestart voor een oraal of dermaal middel tijdens looptijd oncologisch subtraject

2b) Er is toedieningsregistratie aanwezig voor een intraveneus, intra-arterieel of intrathecale oncologische medicatie
 
 

3a) Er is geen DGM medicatie-opdracht geregistreerd op dezelfde dag (DGM worden verwacht op de N4900)

3b) Er is geen DGM toedieningsregistratie geregistreerd op dezelfde dag (DGM worden verwacht op de N4900)
 
 

4a) Er is na of binnen 2 dagen voor de medicatie-opdracht patiëntcontact (ZPK1/2/3/19) geregistreerd binnen het subtraject

4b) Binnen een interval van 3 dagen rondom de toedieningsregistratie is er geen verstrekkingscode aanwezig
 

5a) Binnen een interval van 3 dagen rondom het patiëntcontact is er geen begeleidingscode aanwezig


Logica: 1 en (2a en 3a en 4a en 5a) of (2b en 3b en 4b)

Te nemen actie

Registreer de ontbrekende verstrekkings- of begeleidingscode, pas zo nodig de openings- en sluitingsdatums van de bijbehorende subtrajecten aan en/of open een nieuw oncologisch subtraject.

Berekening financiële impact

Wanneer een verstrekkingscode verwacht wordt

De waarde van een subtraject van het uitvoerende specialisme met dezelfde diagnose als de gesignaleerde DBC en verwachte verstrekkingscode is de getoonde financiële impact. De best passende verstrekkingscode wordt gekozen op basis van type medicatie, toedieningswijze en diagnose. Er wordt een nieuwe DBC gesimuleerd per toedieningsdatum.

Wanneer een begeleidingscode verwacht wordt

De financiële impact wordt bepaald door de gemiste begeleidingscode toe te voegen aan de te grouperen zorgactiviteiten behorend bij het subtraject. De financiële impact is het verschil in waarde van het subtraject vóór en ná het toevoegen van de gemiste verrichtingen. Er wordt géén rekening gehouden met het splitsen van het subtraject. De best passende begeleidingscode wordt gekozen op basis van type medicatie, toedieningswijze en diagnose.