DGM - Medicinaal oncologisch subtraject zonder verstrekkings- of begeleidingscode (N4900)

Uit normenkaderzorg.nl
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Referentienummer: N4900
Behoort tot Normenkader ValueCare

Ziekenhuizen Volledigheid

  1. Ziekenhuizen Volledigheid - Behandelen - Therapie
Samenvatting

Deze norm signaleert acties wanneer een add-on duur geneesmiddel aan de voorwaarden (zoals in de programmeerbare norm) voldoet maar er geen verstrekkings- of begeleidingscode is geregistreerd. Dit kan erop duiden dat een verstrekkings- of begeleidingscode onterecht niet is geregistreerd en het subtraject eerder afgesloten kan worden op basis van afsluitregel 1.0000.1 'medicinale oncologische behandeling'.

Regelgeving / beleid
2021
Algemene registratiebepalingen

Het zorgtraject start op de datum dat de eerste zorgactiviteit plaatsvindt in het kader van een nieuwe zorgvraag van een patiënt. Het zorgtraject kan ook starten op de datum van een verstrekking/ toediening van een add-on geneesmiddel of ozp stollingsfactor aan de patiënt.

De beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert, is verantwoordelijk voor de juiste registratie van het zorgtype, de zorgvraag en de diagnose. Daarbij beperkt diegene zich tot de typeringslijst die geldt voor dat specialisme of, indien de typeringslijst niet beschikbaar of volledig is, voor dat type van zorg.

Een dbc-zorgproduct omvat het geheel van activiteiten en verrichtingen van een zorgverlener. Dit betekent dat U-bocht constructies niet zijn toegestaan, tenzij in deze regeling is bepaald dat naast het dbc-zorgproduct wél een ander tarief, zoals een add-on, mag worden gedeclareerd. Voor prestaties geldt met ingang van 1 januari 2015 een integraal tarief.

2021: NR/REG-2103a art. 4 lid 1 t/m 3


Uitzonderingen op opening- en afsluitregels subtraject met ZT11 of ZT21
Sluitingsregels voor medicinale oncologische behandelingen (1.0000.1)

Voor kinderoncologische behandelingen in een centrum voor kindergeneeskunde oncologische behandeling met SKION-stratificatie gelden andere sluitingsregels (zie 1.0000.11).

Medicinale oncologische behandelingen binnen vervolg (ZT21) subtrajecten;

  • Een klinisch vervolg subtraject ZT21 met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie wordt bij élke nieuwe toediening afgesloten (behalve bij acute leukemie). Dit betekent dat een subtraject afgesloten wordt bij:.
    • een nieuwe toediening tijdens dezelfde klinische opname;
    • een nieuwe toediening tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag uit de voorgaande opname;
    • een nieuwe toediening in een niet-klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit kliniek

Het subtraject wordt in deze situaties één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend.
In afwijking op het bovenstaande gelden voor klinische subtrajecten met orale oncologische medicatie (behalve bij acute leukemie) conform de algemene regels voor het afsluiten van klinische subtrajecten ZT21 (zie artikel 17) dat deze worden afgesloten 42 dagen uit de kliniek, tenzij sprake is van:

    • een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens dezelfde klinische opname;
    • een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname;
    • een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling in een niet klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek;
    • een toediening per infuus of injectie tijdens dezelfde klinische opname;
    • een toediening per infuus of injectie tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname;
    • een toediening per infuus of injectie in een niet klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek.

Een niet klinisch subtraject ZT21 met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie (behalve bij acute leukemie) wordt 42 dagen na toediening per infuus of injectie afgesloten tenzij er een nieuwe toediening per infuus of injectie binnen 42 dagen plaatsvindt, ongeacht of dit klinisch of niet klinisch gebeurt. Het subtraject wordt in die situatie één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en er wordt aansluitend een nieuw subtraject geopend.
Voor orale oncologische medicatie (behalve bij acute leukemie) geldt dat het subtraject ZT21 42 dagen na de uitvoerdatum van de eerste begeleidingszorgactiviteit zoals omschreven in het registratieaddendum binnen het subtraject afgesloten wordt. Alleen bij overgang naar een andere soort orale medicinale oncologische behandeling of na een toediening per infuus of injectie wordt het subtraject een dag voor de start van de andere therapie/toedieningsvorm gesloten en aansluitend een nieuw subtraject geopend.

  • Bij een medicinale oncologische behandeling van acute leukemie per infuus of injectie wordt het ZT21 subtraject (of ZT11 waarbij de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie gelijk is aan de startdatum van het subtraject) gesloten op de 30ste dag na opening van het subtraject of op de dag voorafgaand aan de medicinale oncologische behandeling indien er tijdens de eerste 30 dagen van het subtraject geen medicinale oncologische behandeling heeft plaatsgevonden.

2021: NR/REG-2103a art. 19 lid 1


Het nummer achter de uitzonderingsregel correspondeert met de afsluitregelcode (zie bijlage 5).
Lid 1: Onder medicinale oncologische behandelingen vallen uitsluitend;

  • chemo-immunotherapie;
  • immunotherapie;
  • chemotherapie bij acute leukemie;
  • chemotherapie bij niet-gemetastaseerde tumoren;
  • chemotherapie bij gemetastaseerde tumoren;
  • chemotherapie bij hematologische tumoren;
  • chemotherapie bij niet-gemetastaseerde tumoren;
  • hormonale therapie bij niet-gemetastaseerde tumoren;
  • hormonale therapie bij gemetastaseerde tumoren;
  • hormonale therapie bij hematologische tumoren;
  • verstrekking radium-223 chloride per injectie bij prostaattumoren.

2021: NR/REG-2103a Toelichting art. 19


Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren
Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren zijn geneesmiddelen (geregistreerde geneesmiddelen of apotheekbereidingen) die als overige zorgproducten in rekening worden gebracht. De prestatiebeschrijving van deze overige zorgproducten wordt gevormd door de artikelomschrijving van het geneesmiddel zoals opgenomen in de G-standaard.

Voor de vaststelling van een geneesmiddel als ‘add-ongeneesmiddel’ of ‘ozp-stollingsfactor’ hanteert de NZa de volgende limitatieve criteria: Bij een geregistreerd geneesmiddel:

  • De kosten van het geregistreerde geneesmiddel, die betrekking hebben op een prestatie voor geneeskundige zorg zoals medisch specialisten die plegen, bedragen gemiddeld meer dan €1.000 per patiënt per jaar, en
  • Voor het geneesmiddel is een handelsvergunning afgegeven door de Nederlandse (CBG) of Europese (EMA) registratieautoriteit. De NZa dient te beschikken over de openbare publicatie van de SmPC tekst van het geneesmiddel, en
  • Het geneesmiddel is opgenomen in de G-standaard van Z-index.
    Of
    Bij een apotheekbereiding:
  • Het betreft een apotheekbereiding waarbij de apotheek op basis van grondstoffen een geneesmiddel bereidt; en
  • De kosten voor de apotheekbereiding die betrekking hebben op een prestatie voor geneeskundige zorg zoals medisch specialisten die plegen, gemiddeld meer dan €1.000 per patiënt per jaar bedragen of waarvan voor een geregistreerd equivalent een add-on prestatie geldig is. Onder ‘kosten’ wordt hier verstaan: de kosten die onderdeel zijn van de kostprijs zoals beschreven in artikel 15 lid 2 van deze beleidsregel, en
  • De apotheekbereiding is opgenomen in de G-standaard van Z-index.

Een geneesmiddel verliest van rechtswege de status van add-on of ozp-stollingsfactor vanaf de datum dat de handelsvergunning bedoeld in het tweede lid is ingetrokken. Vanaf die datum vervalt eveneens van rechtswege de door de NZa afgegeven prestatie- en tariefbeschikking waarmee het geneesmiddel de status van add-on of ozp-stollingsfactor verkreeg.

Een geneesmiddel verliest van rechtswege de status van add-on of ozp-stollingsfactor vanaf de datum waarop het geneesmiddel niet meer in de G-standaard is opgenomen. Vanaf die datum vervalt eveneens van rechtswege de door de NZa afgegeven prestatie- en tariefbeschikking waarmee het geneesmiddel de status van add-on of ozp-stollingsfactor verkreeg.

2021: Beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg BR/REG-21106a art. 10

2022
Algemene registratiebepalingen
  1. Het zorgtraject start op de datum dat de eerste zorgactiviteit plaatsvindt in het kader van een nieuwe zorgvraag van een patiënt. Het zorgtraject kan ook starten op de datum van een verstrekking/ toediening van een add-on geneesmiddel of ozp stollingsfactor aan de patiënt.
  2. De beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert, is verantwoordelijk voor de juiste registratie van het zorgtype, de zorgvraag en de diagnose. Daarbij beperkt diegene zich tot de typeringslijst die geldt voor dat specialisme of, indien de typeringslijst niet beschikbaar of volledig is, voor dat type van zorg.
  3. Een dbc-zorgproduct omvat het geheel van activiteiten en verrichtingen van een zorgverlener. Dit betekent dat U-bocht constructies niet zijn toegestaan, tenzij in deze regeling is bepaald dat naast het dbc-zorgproduct wél een ander tarief, zoals een add-on, mag worden gedeclareerd. Voor prestaties geldt met ingang van 1 januari 2015 een integraal tarief.

2022: NR/REG-2207a art. 4 lid 1 t/m 3


Uitzonderingen op opening- en afsluitregels subtraject met ZT11 of ZT21
Sluitingsregels voor medicinale oncologische behandelingen (1.0000.1)

Voor kinderoncologische behandelingen in een centrum voor kindergeneeskunde oncologische behandeling met SKION-stratificatie gelden andere sluitingsregels (zie 1.0000.11).

Medicinale oncologische behandelingen binnen initiële (ZT11) subtrajecten. Wanneer binnen een initieel (ZT11) subtraject besloten wordt tot een medicinale oncologische behandeling, dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de datum van de toediening per infuus of injectie en/of de begeleiding bij orale oncologische medicatie. Aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend en gaan de regels voor medicinale oncologische behandelingen binnen vervolg (ZT21) subtrajecten gelden.

Medicinale oncologische behandelingen binnen vervolg (ZT21) subtrajecten of binnen initiële (ZT11) subtrajecten (indien de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling gelijk is aan de startdatum van het subtraject);

  • Bij acute leukemie: Bij een medicinale oncologische behandeling van acute leukemie wordt het ZT21 subtraject (of ZT11 subtraject indien de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling gelijk is aan de startdatum van het subtraject) gesloten op de 30ste dag na opening van het subtraject of op de dag voorafgaand aan de medicinale oncologische behandeling indien er tijdens de eerste 30 dagen van het subtraject geen medicinale oncologische behandeling heeft plaatsgevonden.
  • Bij overige oncologische diagnosen: Een klinisch vervolg subtraject ZT21 met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie (of een klinisch subtraject met ZT11 indien de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie gelijk is aan de startdatum van het subtraject) wordt bij élke nieuwe toediening afgesloten. Dit betekent dat een subtraject afgesloten wordt bij:
    • een nieuwe toediening tijdens dezelfde klinische opname;
    • een nieuwe toediening tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag uit de voorgaande opname;
    • een nieuwe toediening in een niet-klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit kliniek.
      Het subtraject wordt in deze situaties één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend.
      Voor orale oncologische medicatie tijdens een klinisch subtraject gelden de algemene regels voor het afsluiten van klinische subtrajecten. Alleen bij overgang naar een andere soort orale medicinale oncologische behandeling of een toediening per infuus of injectie wordt het subtraject met ZT21 (of ZT11 indien de uitvoerdatum van de eerste orale medicinale oncologische behandeling gelijk is aan de startdatum van het subtraject) een dag voor de start van de andere therapie/toedieningsvorm gesloten en aansluitend een volgend subtraject geopend. Dus afsluiten op de 42e dag na ontslagdatum tenzij:
    • een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens dezelfde klinische opname;
    • een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname;
    • een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling in een niet-klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek;
    • een toediening per infuus of injectie tijdens dezelfde klinische opname;
    • een toediening per infuus of injectie tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname;
    • een toediening per infuus of injectie in een niet-klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek.
      Een niet-klinisch subtraject ZT21 met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie (of een niet-klinisch ZT11 subtraject indien de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie gelijk is aan de startdatum van het subtraject) wordt 42 dagen na toediening per infuus of injectie afgesloten, tenzij er een nieuwe toediening per infuus of injectie binnen 42 dagen plaatsvindt, ongeacht of dit klinisch of niet klinisch gebeurt. Het subtraject wordt in die situatie één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en er wordt aansluitend een nieuw subtraject geopend.
      Een niet-klinisch subtraject ZT21 met orale oncologische medicatie (of een niet- klinisch ZT11 subtraject indien de uitvoerdatum van de eerste orale medicinale oncologische behandeling gelijk is aan de startdatum van het subtraject) wordt 42 dagen na de uitvoerdatum van de eerste begeleidingszorgactiviteit afgesloten. Alleen bij overgang naar een andere soort orale medicinale oncologische behandeling of na een toediening per infuus of injectie wordt het subtraject een dag voor de start van de andere therapie/toedieningsvorm gesloten en aansluitend een nieuw subtraject geopend.

2022: NR/REG-2207a art. 19 lid 1


Het nummer achter de uitzonderingsregel correspondeert met de afsluitregelcode (zie bijlage 5).
Lid 1: Onder medicinale oncologische behandelingen vallen uitsluitend;

  • chemo-immunotherapie;
  • immunotherapie;
  • chemotherapie bij acute leukemie;
  • chemotherapie bij gemetastaseerde tumoren;
  • chemotherapie bij niet gemetastaseerde tumoren;
  • chemotherapie bij hematologische tumoren;
  • hormonale therapie bij gemetastaseerde tumoren;
  • hormonale therapie bij niet gemetastaseerde tumoren;
  • therapie bij niet gemetastaseerde tumoren;
  • hormonale therapie bij hematologische tumoren;
  • verstrekking radium-223 chloride per injectie bij prostaattumoren

2022: NR/REG-2207a toelichting art. 19

Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren

Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren zijn geneesmiddelen (geregistreerde geneesmiddelen of apotheekbereidingen) die als overige zorgproducten in rekening worden gebracht. De prestatiebeschrijving van deze overige zorgproducten wordt gevormd door de artikelomschrijving van het geneesmiddel zoals opgenomen in de G-standaard.

Voor de vaststelling van een geneesmiddel als 'add-ongeneesmiddel' of 'ozp-stollingsfactor' hanteert de NZa de volgende limitatieve criteria: Bij een geregistreerd geneesmiddel:

  • De kosten van het geregistreerde geneesmiddel, die betrekking hebben op een prestatie voor geneeskundige zorg zoals medisch specialisten die plegen, bedragen gemiddeld meer dan €1.000 per patiënt per jaar, en
  • Voor het geneesmiddel is een handelsvergunning afgegeven door de Nederlandse (CBG) of Europese (EMA) registratieautoriteit. De NZa dient te beschikken over de openbare publicatie van de SmPC tekst van het geneesmiddel, en
  • Het geneesmiddel is opgenomen in de G-standaard van Z-index.
    Of
    Bij een apotheekbereiding:
  • Het betreft een apotheekbereiding waarbij de apotheek op basis van grondstoffen een geneesmiddel bereidt; en
  • De kosten voor de apotheekbereiding die betrekking hebben op een prestatie voor geneeskundige zorg zoals medisch specialisten die plegen, gemiddeld meer dan €1.000 per patiënt per jaar bedragen of waarvan voor een geregistreerd equivalent een add-ongeneesmiddel of ozp-stollingsfactor geldig is. Onder 'kosten' wordt hier verstaan: de kosten die onderdeel zijn van de kostprijs zoals beschreven in artikel 15 lid 2 van deze beleidsregel, en
  • De apotheekbereiding is opgenomen in de G-standaard van Z-index.

Een geneesmiddel verliest van rechtswege de status van add-on of ozp-stollingsfactor vanaf de datum dat de handelsvergunning bedoeld in het tweede lid is ingetrokken. Vanaf die datum vervalt eveneens van rechtswege de door de NZa afgegeven prestatie- en tariefbeschikking waarmee het geneesmiddel de status van add-on of ozp-stollingsfactor verkreeg.

Een geneesmiddel verliest van rechtswege de status van add-on of ozp-stollingsfactor vanaf de datum waarop het geneesmiddel niet meer in de G-standaard is opgenomen. Vanaf die datum vervalt eveneens van rechtswege de door de NZa afgegeven prestatie- en tariefbeschikking waarmee het geneesmiddel de status van add-on of ozp-stollingsfactor verkreeg.

2022: Beleidsregel prestaties en tarieven medisch-specialistische zorg - BR/REG-22114a

2023
Algemene registratiebepalingen

Het zorgtraject start op de datum dat de eerste zorgactiviteit plaatsvindt in het kader van een nieuwe zorgvraag van een patiënt. Het zorgtraject kan ook starten op de datum van een verstrekking/ toediening van een add-on geneesmiddel of ozp stollingsfactor aan de patiënt.

De beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert, is verantwoordelijk voor de juiste registratie van het zorgtype, de zorgvraag en de diagnose. Daarbij beperkt diegene zich tot de typeringslijst die geldt voor dat specialisme of, indien de typeringslijst niet beschikbaar of volledig is, voor dat type van zorg.

Een dbc-zorgproduct omvat het geheel van activiteiten en verrichtingen van een zorgverlener. Dit betekent dat U-bocht constructies niet zijn toegestaan, tenzij in deze regeling is bepaald dat naast het dbc-zorgproduct wél een ander tarief, zoals een add-on, mag worden gedeclareerd. Voor prestaties geldt met ingang van 1 januari 2015 een integraal tarief.

2023: NR/REG-2306a art. 4 lid 1 t/m 3


Uitzonderingen op opening- en afsluitregels subtraject met ZT11 of ZT21
Sluitingsregels voor medicinale oncologische behandelingen (1.0000.1)

Voor kinderoncologische behandelingen in een centrum voor kindergeneeskunde oncologische behandeling met SKION-stratificatie gelden andere sluitingsregels (zie 1.0000.11).

Medicinale oncologische behandelingen binnen initiële (ZT11) subtrajecten; Wanneer binnen een initieel (ZT11) subtraject besloten wordt tot een medicinale oncologische behandeling, dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de datum van de toediening per infuus of injectie of de begeleiding bij andere toedieningsvormen van oncologische medicatie. Aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend en gaan de regels voor medicinale oncologische behandelingen binnen vervolg (ZT21) subtrajecten gelden.

Medicinale oncologische behandelingen binnen vervolg (ZT21) subtrajecten of binnen initiële (ZT11) subtrajecten (indien de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling gelijk is aan de startdatum van het subtraject);

  • Bij acute leukemie:
    Bij een medicinale oncologische behandeling van acute leukemie wordt het ZT21 subtraject (of ZT11 subtraject indien de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling gelijk is aan de startdatum van het subtraject) gesloten op de 30ste dag na opening van het subtraject of op de dag voorafgaand aan de medicinale oncologische behandeling indien er tijdens de eerste 30 dagen van het subtraject geen medicinale oncologische behandeling heeft plaatsgevonden.
  • Bij overige oncologische diagnosen:
    Verstrekking per infuus of injectie
    Een klinisch vervolg subtraject ZT21 met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie (of een klinisch subtraject met ZT11 indien de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie gelijk is aan de startdatum van het subtraject) wordt bij élke nieuwe toediening per infuus of per injectie afgesloten. Dit betekent dat een subtraject afgesloten wordt bij:
    • een nieuwe toediening per infuus of injectie tijdens dezelfde klinische opname;
    • een nieuwe toediening per infuus of injectie tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag uit de voorgaande opname;
    • een nieuwe toediening in een niet-klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit kliniek.
      Het subtraject wordt in deze situaties één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend.
  • Een niet-klinisch subtraject ZT21 met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie (of een niet-klinisch ZT11 subtraject indien de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie gelijk is aan de startdatum van het subtraject) wordt 42 dagen na toediening per infuus of injectie afgesloten, tenzij er een nieuwe toediening per infuus of injectie binnen 42 dagen plaatsvindt, ongeacht of dit klinisch of niet klinisch gebeurt. Het subtraject wordt in die situatie één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en er wordt aansluitend een nieuw subtraject geopend.
  • Begeleiding bij andere toedieningsvormen
    Voor begeleiding bij andere toedieningsvormen van oncologische medicatie tijdens een klinisch subtraject gelden de algemene regels voor het afsluiten van klinische subtrajecten. Alleen bij overgang naar een ander soort medicinale oncologische behandeling of naar een toediening per infuus of injectie wordt het subtraject met ZT21 (of ZT11 indien de uitvoerdatum van de eerste begeleiding bij andere toedieningsvormen van oncologische medicatie gelijk is aan de startdatum van het subtraject) een dag voor de start van een ander soort medicinale oncologische behandeling of de toediening per infuus of injectie gesloten en aansluitend een volgend subtraject geopend. Het subtraject afsluiten op de 42e dag na ontslagdatum tenzij:
  • een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens dezelfde klinische opname;
    • een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname;
    • een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling in een niet-klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek;
    • een toediening per infuus of injectie tijdens dezelfde klinische opname;
    • een toediening per infuus of injectie tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname;
    • een toediening per infuus of injectie in een niet-klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek.
  • Een niet-klinisch subtraject ZT21 met begeleiding bij andere toedieningsvormen van oncologische behandeling per infuus of injectie (of een niet-klinisch ZT11 subtraject indien de uitvoerdatum van de eerste begeleiding bij andere toedieningsvormen van oncologische medicatie gelijk is aan de startdatum van het subtraject) wordt 42 dagen na de uitvoerdatum van de eerste begeleidingszorgactiviteit afgesloten. Alleen bij overgang naar een ander soort medicinale oncologische behandeling of naar een toediening per infuus of injectie wordt het subtraject één dag voor de start van een ander soort medicinale oncologische behandeling of de toediening per infuus of injectie gesloten en aansluitend een nieuw subtraject geopend. Het subtraject afsluiten 42 dagen na de uitvoerdatum, tenzij:
    • een overgang naar een ander soort medicinale oncologische behandeling binnen 42 dagen na de uitvoerdatum;
    • een overgang naar een toediening per infuus of injectie binnen 42 dagen na de uitvoerdatum.

2023: NR/REG-2306a art. 19 lid 1


Het nummer achter de uitzonderingsregel correspondeert met de afsluitregelcode in de 'Afsluitregels Tabel' (bijlage bij deze regeling).
Lid 1: Onder medicinale oncologische behandelingen vallen uitsluitend;

  • chemo-immunotherapie;
  • immunotherapie;
  • chemotherapie bij acute leukemie;
  • chemotherapie bij gemetastaseerde tumoren;
  • chemotherapie bij niet gemetastaseerde tumoren;
  • chemotherapie bij hematologische tumoren;
  • hormonale therapie bij gemetastaseerde tumoren;
  • hormonale therapie bij niet gemetastaseerde tumoren;
  • hormonale therapie bij hematologische tumoren;
  • verstrekking radium-223 chloride per injectie bij prostaattumoren;

2023: NR/REG-2306a toelichting art. 19


Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren
Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren zijn geneesmiddelen (geregistreerde geneesmiddelen of apotheekbereidingen) die als overige zorgproducten in rekening worden gebracht. De prestatiebeschrijving van deze overige zorgproducten wordt gevormd door de artikelomschrijving van het geneesmiddel zoals opgenomen in de G-standaard.

Voor de vaststelling van een geneesmiddel als 'add-ongeneesmiddel' of 'ozp-stollingsfactor' hanteert de NZa de volgende limitatieve criteria:

Bij een geregistreerd geneesmiddel:

  • De kosten van het geregistreerde geneesmiddel, die betrekking hebben op een prestatie voor geneeskundige zorg zoals medisch specialisten die plegen, bedragen gemiddeld meer dan €1.000 per patiënt per jaar, en
  • Voor het geneesmiddel is een handelsvergunning afgegeven door de Nederlandse (CBG) of Europese (EMA) registratieautoriteit. De NZa dient te beschikken over de openbare publicatie van de SmPC tekst van het geneesmiddel, en
  • Het geneesmiddel is opgenomen in de G-standaard van Z-index.

Of
Bij een apotheekbereiding:

  • Het betreft een apotheekbereiding waarbij de apotheek op basis van grondstoffen een geneesmiddel bereidt; en
  • De kosten voor de apotheekbereiding die betrekking hebben op een prestatie voor geneeskundige zorg zoals medisch specialisten die plegen, gemiddeld meer dan €1.000 per patiënt per jaar bedragen of waarvan voor een geregistreerd equivalent een add-ongeneesmiddel of ozp-stollingsfactor geldig is. Onder 'kosten' wordt hier verstaan: de kosten die onderdeel zijn van de kostprijs zoals beschreven in artikel 15 lid 2 van deze beleidsregel, en
  • De apotheekbereiding is opgenomen in de G-standaard van Z-index.

Een geneesmiddel verliest van rechtswege de status van add-on of ozp-stollingsfactor vanaf de datum dat de handelsvergunning bedoeld in het tweede lid is ingetrokken. Vanaf die datum vervalt eveneens van rechtswege de door de NZa afgegeven prestatie- en tariefbeschikking waarmee het geneesmiddel de status van add-on of ozp-stollingsfactor verkreeg.

Een geneesmiddel verliest van rechtswege de status van add-on of ozp-stollingsfactor vanaf de datum waarop het geneesmiddel niet meer in de G-standaard is opgenomen. Vanaf die datum vervalt eveneens van rechtswege de door de NZa afgegeven prestatie- en tariefbeschikking waarmee het geneesmiddel de status van add-on of ozp-stollingsfactor verkreeg.

2023: Beleidsregel prestaties en tarieven medisch-specialistische zorg - BR-REG-23113 art. 10

2024
Algemene registratiebepalingen

Het zorgtraject start op de datum dat de eerste zorgactiviteit plaatsvindt in het kader van een nieuwe zorgvraag van een patiënt. Het zorgtraject kan ook starten op de datum van een verstrekking/ toediening van een add-on geneesmiddel of ozp stollingsfactor aan de patiënt.

De beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert, is verantwoordelijk voor de juiste registratie van het zorgtype, de zorgvraag en de diagnose. Daarbij beperkt diegene zich tot de typeringslijst die geldt voor dat specialisme of, indien de typeringslijst niet beschikbaar of volledig is, voor dat type van zorg.

Een dbc-zorgproduct omvat het geheel van activiteiten en verrichtingen van een zorgverlener. Dit betekent dat U-bocht constructies niet zijn toegestaan, tenzij in deze regeling is bepaald dat naast het dbc-zorgproduct wél een ander tarief, zoals een add-on, mag worden gedeclareerd. Voor prestaties geldt met ingang van 1 januari 2015 een integraal tarief.

2024: NR/REG-2403a art. 4 lid 1 t/m 3


Uitzonderingen op opening- en afsluitregels subtraject met ZT11 of ZT21
Sluitingsregels voor medicinale oncologische behandelingen (1.0000.1)

Voor kinderoncologische behandelingen in een centrum voor kindergeneeskunde oncologische behandeling met SKION-stratificatie gelden andere sluitingsregels (zie 1.0000.11).

Medicinale oncologische behandelingen binnen initiële (ZT11) subtrajecten; Wanneer binnen een initieel (ZT11) subtraject besloten wordt tot een medicinale oncologische behandeling, dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de datum van de toediening per infuus of injectie of de begeleiding bij andere toedieningsvormen van oncologische medicatie. Aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend en gaan de regels voor medicinale oncologische behandelingen binnen vervolg (ZT21) subtrajecten gelden.

Medicinale oncologische behandelingen binnen vervolg (ZT21) subtrajecten of binnen initiële (ZT11) subtrajecten (indien de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling gelijk is aan de startdatum van het subtraject);

  • Bij acute leukemie:
    Bij een medicinale oncologische behandeling van acute leukemie wordt het ZT21 subtraject (of ZT11 subtraject indien de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling gelijk is aan de startdatum van het subtraject) gesloten op de 30ste dag na opening van het subtraject of op de dag voorafgaand aan de medicinale oncologische behandeling indien er tijdens de eerste 30 dagen van het subtraject geen medicinale oncologische behandeling heeft plaatsgevonden.
  • Bij overige oncologische diagnosen:
    Verstrekking per infuus of injectie
    Een klinisch vervolg subtraject ZT21 met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie (of een klinisch subtraject met ZT11 indien de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie gelijk is aan de startdatum van het subtraject) wordt bij élke nieuwe toediening per infuus of per injectie afgesloten. Dit betekent dat een subtraject afgesloten wordt bij:
    • een nieuwe toediening per infuus of injectie tijdens dezelfde klinische opname;
    • een nieuwe toediening per infuus of injectie tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag uit de voorgaande opname;
    • een nieuwe toediening in een niet-klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit kliniek.
      Het subtraject wordt in deze situaties één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend.
  • Een niet-klinisch subtraject ZT21 met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie (of een niet-klinisch ZT11 subtraject indien de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie gelijk is aan de startdatum van het subtraject) wordt 42 dagen na toediening per infuus of injectie afgesloten, tenzij er een nieuwe toediening per infuus of injectie binnen 42 dagen plaatsvindt, ongeacht of dit klinisch of niet klinisch gebeurt. Het subtraject wordt in die situatie één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en er wordt aansluitend een nieuw subtraject geopend.
  • Begeleiding bij andere toedieningsvormen
    Voor begeleiding bij andere toedieningsvormen van oncologische medicatie tijdens een klinisch subtraject gelden de algemene regels voor het afsluiten van klinische subtrajecten. Alleen bij overgang naar een ander soort medicinale oncologische behandeling of naar een toediening per infuus of injectie wordt het subtraject met ZT21 (of ZT11 indien de uitvoerdatum van de eerste begeleiding bij andere toedieningsvormen van oncologische medicatie gelijk is aan de startdatum van het subtraject) een dag voor de start van een ander soort medicinale oncologische behandeling of de toediening per infuus of injectie gesloten en aansluitend een volgend subtraject geopend. Het subtraject afsluiten op de 42e dag na ontslagdatum tenzij:
  • een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens dezelfde klinische opname;
    • een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname;
    • een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling in een niet-klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek;
    • een toediening per infuus of injectie tijdens dezelfde klinische opname;
    • een toediening per infuus of injectie tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname;
    • een toediening per infuus of injectie in een niet-klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek.
  • Een niet-klinisch subtraject ZT21 met begeleiding bij andere toedieningsvormen van oncologische behandeling per infuus of injectie (of een niet-klinisch ZT11 subtraject indien de uitvoerdatum van de eerste begeleiding bij andere toedieningsvormen van oncologische medicatie gelijk is aan de startdatum van het subtraject) wordt 42 dagen na de uitvoerdatum van de eerste begeleidingszorgactiviteit afgesloten. Alleen bij overgang naar een ander soort medicinale oncologische behandeling of naar een toediening per infuus of injectie wordt het subtraject één dag voor de start van een ander soort medicinale oncologische behandeling of de toediening per infuus of injectie gesloten en aansluitend een nieuw subtraject geopend. Het subtraject afsluiten 42 dagen na de uitvoerdatum, tenzij:
    • een overgang naar een ander soort medicinale oncologische behandeling binnen 42 dagen na de uitvoerdatum;
    • een overgang naar een toediening per infuus of injectie binnen 42 dagen na de uitvoerdatum.

2024: NR/REG-2403a art. 19 lid 1


Het nummer achter de uitzonderingsregel correspondeert met de afsluitregelcode in de 'Afsluitregels Tabel' (bijlage bij deze regeling).
Lid 1: Onder medicinale oncologische behandelingen vallen uitsluitend;

  • chemo-immunotherapie;
  • immunotherapie;
  • chemotherapie bij acute leukemie;
  • chemotherapie bij gemetastaseerde tumoren;
  • chemotherapie bij niet gemetastaseerde tumoren;
  • chemotherapie bij hematologische tumoren;
  • hormonale therapie bij gemetastaseerde tumoren;
  • hormonale therapie bij niet gemetastaseerde tumoren;
  • hormonale therapie bij hematologische tumoren;
  • verstrekking radium-223 chloride per injectie bij prostaattumoren;

2024: NR/REG-2403a toelichting art. 19


Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren
Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren zijn geneesmiddelen (geregistreerde geneesmiddelen of apotheekbereidingen) die als overige zorgproducten in rekening worden gebracht. De prestatiebeschrijving van deze overige zorgproducten wordt gevormd door de artikelomschrijving van het geneesmiddel zoals opgenomen in de G-standaard.

Voor de vaststelling van een geneesmiddel als 'add-ongeneesmiddel' of 'ozp-stollingsfactor' hanteert de NZa de volgende limitatieve criteria:

Bij een geregistreerd geneesmiddel:

  • De kosten van het geregistreerde geneesmiddel, die betrekking hebben op een prestatie voor geneeskundige zorg zoals medisch specialisten die plegen, bedragen gemiddeld meer dan €1.000 per patiënt per jaar, en
  • Voor het geneesmiddel is een handelsvergunning afgegeven door de Nederlandse (CBG) of Europese (EMA) registratieautoriteit. De NZa dient te beschikken over de openbare publicatie van de SmPC tekst van het geneesmiddel, en
  • Het geneesmiddel is opgenomen in de G-standaard van Z-index.

Of
Bij een apotheekbereiding:

  • Het betreft een apotheekbereiding waarbij de apotheek op basis van grondstoffen een geneesmiddel bereidt; en
  • De kosten voor de apotheekbereiding die betrekking hebben op een prestatie voor geneeskundige zorg zoals medisch specialisten die plegen, gemiddeld meer dan €1.000 per patiënt per jaar bedragen of waarvan voor een geregistreerd equivalent een add-ongeneesmiddel of ozp-stollingsfactor geldig is. Onder 'kosten' wordt hier verstaan: de kosten die onderdeel zijn van de kostprijs zoals beschreven in artikel 15 lid 2 van deze beleidsregel, en
  • De apotheekbereiding is opgenomen in de G-standaard van Z-index.

Een geneesmiddel verliest van rechtswege de status van add-on of ozp-stollingsfactor vanaf de datum dat de handelsvergunning bedoeld in het tweede lid is ingetrokken. Vanaf die datum vervalt eveneens van rechtswege de door de NZa afgegeven prestatie- en tariefbeschikking waarmee het geneesmiddel de status van add-on of ozp-stollingsfactor verkreeg.

Een geneesmiddel verliest van rechtswege de status van add-on of ozp-stollingsfactor vanaf de datum waarop het geneesmiddel niet meer in de G-standaard is opgenomen. Vanaf die datum vervalt eveneens van rechtswege de door de NZa afgegeven prestatie- en tariefbeschikking waarmee het geneesmiddel de status van add-on of ozp-stollingsfactor verkreeg.

2024: BR/REG-24102a art. 10

2025
Algemene registratiebepalingen

Het zorgtraject start op de datum dat de eerste zorgactiviteit plaatsvindt in het kader van een nieuwe zorgvraag van een patiënt. Het zorgtraject kan ook starten op de datum van een verstrekking/ toediening van een add-on geneesmiddel of ozp stollingsfactor aan de patiënt.

De beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert, is verantwoordelijk voor de juiste registratie van het zorgtype, de zorgvraag en de diagnose. Daarbij beperkt diegene zich tot de typeringslijst die geldt voor dat specialisme of, indien de typeringslijst niet beschikbaar of volledig is, voor dat type van zorg.

Een dbc-zorgproduct omvat het geheel van activiteiten en verrichtingen van een zorgverlener. Dit betekent dat U-bocht constructies niet zijn toegestaan, tenzij in deze regeling is bepaald dat naast het dbc-zorgproduct wél een ander tarief, zoals een add-on, mag worden gedeclareerd. Voor prestaties geldt met ingang van 1 januari 2015 een integraal tarief.

2025: Regeling medisch-specialistische zorg 2025 art. 4 lid 1 t/m 3


Uitzonderingen op opening- en afsluitregels subtraject met ZT11 of ZT21
Sluitingsregels voor medicinale oncologische behandelingen (1.0000.1)

Voor kinderoncologische behandelingen in een centrum voor kindergeneeskunde oncologische behandeling met SKION-stratificatie gelden andere sluitingsregels (zie 1.0000.11).

Medicinale oncologische behandelingen binnen initiële (ZT11) subtrajecten; Wanneer binnen een initieel (ZT11) subtraject besloten wordt tot een medicinale oncologische behandeling, dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de datum van de toediening per infuus of injectie of de begeleiding bij andere toedieningsvormen van oncologische medicatie. Aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend en gaan de regels voor medicinale oncologische behandelingen binnen vervolg (ZT21) subtrajecten gelden.

Medicinale oncologische behandelingen binnen vervolg (ZT21) subtrajecten of binnen initiële (ZT11) subtrajecten (indien de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling gelijk is aan de startdatum van het subtraject);

  • Bij acute leukemie:
    Bij een medicinale oncologische behandeling van acute leukemie wordt het ZT21 subtraject (of ZT11 subtraject indien de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling gelijk is aan de startdatum van het subtraject) gesloten op de 30ste dag na opening van het subtraject of op de dag voorafgaand aan de medicinale oncologische behandeling indien er tijdens de eerste 30 dagen van het subtraject geen medicinale oncologische behandeling heeft plaatsgevonden.
  • Bij overige oncologische diagnosen:
    Verstrekking per infuus of injectie
    Een klinisch vervolg subtraject ZT21 met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie (of een klinisch subtraject met ZT11 indien de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie gelijk is aan de startdatum van het subtraject) wordt bij élke nieuwe toediening per infuus of per injectie afgesloten. Dit betekent dat een subtraject afgesloten wordt bij:
    • een nieuwe toediening per infuus of injectie tijdens dezelfde klinische opname;
    • een nieuwe toediening per infuus of injectie tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag uit de voorgaande opname;
    • een nieuwe toediening in een niet-klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit kliniek.
      Het subtraject wordt in deze situaties één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend.
  • Een niet-klinisch subtraject ZT21 met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie (of een niet-klinisch ZT11 subtraject indien de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie gelijk is aan de startdatum van het subtraject) wordt 42 dagen na toediening per infuus of injectie afgesloten, tenzij er een nieuwe toediening per infuus of injectie binnen 42 dagen plaatsvindt, ongeacht of dit klinisch of niet klinisch gebeurt. Het subtraject wordt in die situatie één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en er wordt aansluitend een nieuw subtraject geopend.
  • Begeleiding bij andere toedieningsvormen
    Voor begeleiding bij andere toedieningsvormen van oncologische medicatie tijdens een klinisch subtraject gelden de algemene regels voor het afsluiten van klinische subtrajecten. Alleen bij overgang naar een ander soort medicinale oncologische behandeling of naar een toediening per infuus of injectie wordt het subtraject met ZT21 (of ZT11 indien de uitvoerdatum van de eerste begeleiding bij andere toedieningsvormen van oncologische medicatie gelijk is aan de startdatum van het subtraject) een dag voor de start van een ander soort medicinale oncologische behandeling of de toediening per infuus of injectie gesloten en aansluitend een volgend subtraject geopend. Het subtraject afsluiten op de 42e dag na ontslagdatum tenzij:
  • een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens dezelfde klinische opname;
    • een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname;
    • een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling in een niet-klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek;
    • een toediening per infuus of injectie tijdens dezelfde klinische opname;
    • een toediening per infuus of injectie tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname;
    • een toediening per infuus of injectie in een niet-klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek.
  • Een niet-klinisch subtraject ZT21 met begeleiding bij andere toedieningsvormen van oncologische behandeling per infuus of injectie (of een niet-klinisch ZT11 subtraject indien de uitvoerdatum van de eerste begeleiding bij andere toedieningsvormen van oncologische medicatie gelijk is aan de startdatum van het subtraject) wordt 42 dagen na de uitvoerdatum van de eerste begeleidingszorgactiviteit afgesloten. Alleen bij overgang naar een ander soort medicinale oncologische behandeling of naar een toediening per infuus of injectie wordt het subtraject één dag voor de start van een ander soort medicinale oncologische behandeling of de toediening per infuus of injectie gesloten en aansluitend een nieuw subtraject geopend. Het subtraject afsluiten 42 dagen na de uitvoerdatum, tenzij:
    • een overgang naar een ander soort medicinale oncologische behandeling binnen 42 dagen na de uitvoerdatum;
    • een overgang naar een toediening per infuus of injectie binnen 42 dagen na de uitvoerdatum.

2025: Regeling medisch-specialistische zorg 2025 art. 19 lid 1


Het nummer achter de uitzonderingsregel correspondeert met de afsluitregelcode in de 'Afsluitregels Tabel' (bijlage bij deze regeling).
Lid 1: Onder medicinale oncologische behandelingen vallen uitsluitend;

  • chemo-immunotherapie;
  • immunotherapie;
  • chemotherapie bij acute leukemie;
  • chemotherapie bij gemetastaseerde tumoren;
  • chemotherapie bij niet gemetastaseerde tumoren;
  • chemotherapie bij hematologische tumoren;
  • hormonale therapie bij gemetastaseerde tumoren;
  • hormonale therapie bij niet gemetastaseerde tumoren;
  • hormonale therapie bij hematologische tumoren;
  • verstrekking radium-223 chloride per injectie bij prostaattumoren;

2025: Regeling medisch-specialistische zorg 2025 toelichting art. 19


Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren
Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren zijn geneesmiddelen (geregistreerde geneesmiddelen of apotheekbereidingen) die als overige zorgproducten in rekening worden gebracht. De prestatiebeschrijving van deze overige zorgproducten wordt gevormd door de artikelomschrijving van het geneesmiddel zoals opgenomen in de G-standaard.

Voor de vaststelling van een geneesmiddel als 'add-ongeneesmiddel' of 'ozp-stollingsfactor' hanteert de NZa de volgende limitatieve criteria:

Bij een geregistreerd geneesmiddel:

  • De kosten van het geregistreerde geneesmiddel, die betrekking hebben op een prestatie voor geneeskundige zorg zoals medisch specialisten die plegen, bedragen gemiddeld meer dan €1.000 per patiënt per jaar, en
  • Voor het geneesmiddel is een handelsvergunning afgegeven door de Nederlandse (CBG) of Europese (EMA) registratieautoriteit. De NZa dient te beschikken over de openbare publicatie van de SmPC tekst van het geneesmiddel, en
  • Het geneesmiddel is opgenomen in de G-standaard van Z-index.

Of
Bij een apotheekbereiding:

  • Het betreft een apotheekbereiding waarbij de apotheek op basis van grondstoffen een geneesmiddel bereidt; en
  • De kosten voor de apotheekbereiding die betrekking hebben op een prestatie voor geneeskundige zorg zoals medisch specialisten die plegen, gemiddeld meer dan €1.000 per patiënt per jaar bedragen of waarvan voor een geregistreerd equivalent een add-ongeneesmiddel of ozp-stollingsfactor geldig is. Onder 'kosten' wordt hier verstaan: de kosten die onderdeel zijn van de kostprijs zoals beschreven in artikel 15 lid 2 van deze beleidsregel, en
  • De apotheekbereiding is opgenomen in de G-standaard van Z-index.

Een geneesmiddel verliest van rechtswege de status van add-on of ozp-stollingsfactor vanaf de datum dat de handelsvergunning bedoeld in het tweede lid is ingetrokken. Vanaf die datum vervalt eveneens van rechtswege de door de NZa afgegeven prestatie- en tariefbeschikking waarmee het geneesmiddel de status van add-on of ozp-stollingsfactor verkreeg.

Een geneesmiddel verliest van rechtswege de status van add-on of ozp-stollingsfactor vanaf de datum waarop het geneesmiddel niet meer in de G-standaard is opgenomen. Vanaf die datum vervalt eveneens van rechtswege de door de NZa afgegeven prestatie- en tariefbeschikking waarmee het geneesmiddel de status van add-on of ozp-stollingsfactor verkreeg.

Beleidsregel prestaties en tarieven medisch-specialistische zorg 2025 art. 10

Interpretaties

De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:

  1. Afsluitregel medicinale oncologische behandeling 1.0000.1 wordt bepaald op basis van specialisme, diagnose en begindatum DBC. Alle subtrajecten die de hiervoor opgestelde kenmerken bevatten en waarvan dan ook verwacht wordt dat bij het afsluiten afsluitregel 1.0000.1 van toepassing is worden meegenomen in stap 1 van het functioneel ontwerp. SKION trajecten en stamceltransplantatie zijn uitgesloten van deze controle vanwege afwijkende afsluitregels.
  2. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter kan stamceltransplantatie worden geïncludeerd. Default wordt stamceltransplantatie uitgesloten van signalering in stap 1 van de programmeerbare norm. (N4900_UITSL_STAMCELTRANSPLANTATIE)
  3. Indeling in de groepen immunotherapie, chemotherapie, hormoontherapie, radiumchloride en PSMA gaat gebaseerd op ATC-code/groep. Bij codes gevolgd door een # worden alle onderliggende middelen meegenomen.
    • Chemotherapie: L01A#, L01B#, L01C#, L01D#, L01XA#, L01XB#, L01XF#, L01XH#, L01XU#, L01XX#, L01XY01.
      • Uitgezonderd L01XX35, L01XX51, L01XX52, L01XX62, L01XX70 (CAR-T), L01XX71 (CAR-T).
    • Immunotherapie: L01E#, L01F#, L01XE#, L01XG#, L01XJ#, L01XK#, L01XL#, L01XM#, L04AA#, L04AB#, L04AD#, L04AE#, L04AF#, L04AG#, L04AH#, L04AJ#, L04AK#, L04AX#, L01XX51, L01XX52, L01XX62, L01XY02, L03AX15, L04AC11, D06BB10.
      • Uitgezonderd L01FD03, L01FD04, L01FX02, L01FX05, L01FX13, L01FX14, L01FX17, L01XL03 (CAR-T), L01XL04 (CAR-T), L04AA06, L04AD02, L04AX01, L04AF02.
    • Chemo-immunotherapie: L01FD03, L01FD04, L01FX02, L01FX05, L01FX13, L01FX14, L01FX17.
    • Hormoontherapie: L02#, G03#, H#, V10XX04.
      • Uitgezonderd: G03AA07, G03AB03, G03BA03, G03A#, G03C#, G03D#, G03FA04, G03FA14, G03HB01, H01AA02, H01BA02, H02AA02, H02AB#, H03AA#, H03BB02, H05BX#.
    • Radiumchloride: V10XX03
    • PSMA: V10XX05
  4. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om op basis van ATC-codes bepaalde add-ons te includeren op de default indeling bij punt 3 van interpretaties. (N4900_EXTRA_ATC)
  5. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om op basis van ATC-codes bepaalde add-ons te excluderen op de default indeling bij punt 3 van interpretaties. (N4900_UITSL_ATC)
  6. Onder patiëntcontacten worden ook consulten op afstand geschaard (zorgprofielklasse 1).
  7. De begeleidings- en verstrekkingscodes zoals benoemd in afsluitregel 1.0000.1 worden gebruikt. Begeleidingscodes: groepen 1 t/m 8, aangevuld met code 039893 uit groep 10. Verstrekkingscodes: groep 9, aangevuld met code 039143 uit groep 10. Middels een klantspecifieke parameters is het mogelijk om begeleidingscodes en verstrekkingscodes toe te voegen. Het toevoegen van codes zorgt voor een afname in het aantal signaleringen. (N4900_EXTRA_VERSTREK & N4900_EXTRA_BEGELEID)
  8. De volgende zorgactiviteiten rondom de registratiedatum van de add-on zorgen voor een uitsluiting van de actie. Begeleidingscode: begeleiding bij radiotherapie (039897) & fotodynamische therapie (039076). Verstrekkingscode: HIPEC (039958), endoscopisch inspuiten medicatie blaas (039888), lokale hyperthermie blaaswand in combinatie met intravesicale chemotherapie (039886), intravesicale instillatie (039887), HIPEC (032701), fotodynamische therapie (039076).
  9. Voor het uitsluiten van blaasspoelingen zijn de volgende geneesmiddelen uitgesloten gekoppeld aan een DBC van Urologie: Oxybutynine, Doxorubicine, Epirubicine, Mitomycine, BCG-vaccin, Immunocyanine.
  10. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om hormoontherapie uit te sluiten van signalering in stap 2 van de programmeerbare norm. Default wordt hormoontherapie wel meegenomen in de controle. (N4900_UITSL_HORMOONTHERAPIE)
  11. Optionele parameter: Middels ziekenhuisspecifieke parameters is het mogelijk om voor begeleidingscodes alleen patiëntcontact vanaf de registratiedatum van het geneesmiddel te includeren. Dit is verder te specificeren voor zorgtype 11 en/of zorgtype 21 subtrajecten. Bijvoorbeeld als er acties uitgesloten moeten worden als er geen patiëntcontact is geweest op of na de registratiedatum van het geneesmiddel bij een zorgtype 11 subtraject. Default worden alle patiëntcontacten binnen een subtraject gesignaleerd. (N4900_F2F_TOEKOMST_OVERIG) (N4900_F2F_TOEKOMST_ZT11)
  12. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om het aantal dagen aan te passen in stap 5a waar naar een begeleidingscode en patiëntcontact wordt gezocht rondom de verrichtingsdatum van de add-on. Default staat dit op dezelfde dag. (N4900_BEGELEIDING_DELTA)
  13. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om het aantal dagen aan te passen in stap 4b waar naar een verstrekkingscode wordt gezocht rondom de verrichtingsdatum van de add-on (let op: er wordt gezocht binnen het zorgtraject). Default staat dit op dezelfde dag. (N4900_VERSTREKKING_DELTA)
  14. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om alleen weekdagen mee te nemen in het interval van N4900_BEGELEIDING_DELTA en N4900_VERSTREKKING_DELTA. Default worden weekdagen en weekenddagen meegenomen. (N4900_ALLEEN_WEEKDAGEN)
  15. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om de zorgprofielklasse te wijzigen die als patiëntcontact wordt beschouwd in stap 4a en 5a. Default staat deze op poli- & eerste hulpbezoek, consult op afstand (1), dagverpleging (2), kliniek (3) en IC-behandeldag (19). (N4900_F2F_ZPK)
  16. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om specifieke zorgactiviteiten uit te sluiten die als patiëntcontact worden beschouwd in stap 4a en 5a. Bijvoorbeeld een zorgactiviteit 190060 (eerste poliklininiekbezoek). Default worden geen patiëntcontacten uitgesloten. (N4900_F2F_UITSL_VERRICHTING)
  17. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om mogelijke begeleidingscodes uit te sluiten indien er al een verstrekkingscode in het subtraject aanwezig is. Dit is verder te specificeren naar alleen voorafgaand aan het eerste patiëntcontact. (N4900_VERSTREKKING_MEENEMEN) (N4900_VERSTREKKING_MEENEMEN_VOORGAAND)
  18. Optionele parameter: Middels ziekenhuisspecifieke parameters is het mogelijk om afdelingen, aanvragend specialismen en verrichting types (bijvoorbeeld N/NO) uit te sluiten. (N4900_UITSL_AFDELING) (N4900_UITSL_SPEC) (N4900_UITSL_TYPE_CODE)
  19. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om elke DGM uit de DBC te tonen indien de DBC nog geen begeleidingscode heeft die aan de criteria voldoet (gegroepeerd op ATC-code en verrichtingsdatum). Default wordt alleen de éérste DGM uit elke DBC gesignaleerd waarbij er een begeleidingscode wordt verwacht. Meer dan één begeleidingscode heeft in principe geen effect op de afleiding of afsluitregel. (N4900_BEGELEID_1ACTIE_PER_DBC)
  20. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om oncologische DGM op dezelfde dag als de gesignaleerde actie te blokkeren. Default wordt uitsluitend de gesignaleerde DGM, bijbehorende DBC en opvolgende DBC geblokkeerd. (N4900_BLOKKADE_DGM_ZELFDE_DAG)
Programmeerbare norm

Er is sprake van “DGM - Medicinaal oncologisch subtraject zonder verstrekkings- of begeleidingscode (N4900)” als aan de volgende selectie is voldaan:

1) Alle oncologische subtrajecten met diagnose uit afsluitregel 1.0000.1 exclusief SKION en stamceltransplantatie


2) Add-on DGM gekoppeld aan subtraject die voldoet aan de eisen van immunotherapie, chemotherapie of hormoontherapie



3a) Bij orale en dermale geneesmiddelen wordt een begeleidingscode verwacht

3b) Bij infusie- en injectie geneesmiddelen wordt een verstrekkingscode verwacht


4a) Er is binnen het subtraject minimaal één patiëntcontact (ZPK1/2/3/19) geregistreerd

4b) Er is op dezelfde dag als de registratiedatum van de add-on geen verstrekkingscode geregistreerd in het zorgtraject

5a) Op geen van de patiëntcontact (ZPK1/2/3/19) binnen het subtraject is een begeleidingscode geregistreerd


Logica: 1 en 2 of (3a en 4a en 5a) of (3b en 4b)

Te nemen actie

Registreer de verstrekkings- of begeleidingscode en pas zo nodig de openings- en sluitingsdatums van de bijbehorende subtrajecten aan.

Berekening financiële impact

Wanneer een verstrekkingscode verwacht wordt
Waardeverandering door het sluiten van de DBC op de dag voor het registreren van de verstrekkingscode en het openen van een nieuw subtraject met de gemiste verstrekkingscode op de dag van opening. De overige zorgactiviteiten worden verdeeld over beide subtrajecten op basis van de nieuwe opening- en sluitingsdatum. De missende verstrekkingscode wordt gekozen op basis van de verstrekkingscode die het meest voorkomt in de combinatie van ZI-nummer en diagnose.

Wanneer een begeleidingscode verwacht wordt
De financiële impact wordt bepaald door de gemiste begeleidingscode toe te voegen aan de te grouperen zorgactiviteiten behorend bij het subtraject. De financiële impact is het verschil in waarde van het subtraject vóór en ná het toevoegen van de gemiste verrichtingen. Er wordt géén rekening gehouden met het splitsen van het subtraject. De best passende begeleidingscode wordt gekozen op basis van het ZI-nummer in combinatie met de diagnose. De missende begeleidingscode wordt gekozen op basis van de begeleidingscode die het meest voorkomt in de combinatie van ZI-nummer en diagnose.