Steekproef - Parallelle subtrajecten ZT11 en ZT21, beide subtrajecten gefactureerd (HT0201)
Referentienummer: HT0201
Behoort tot Normenkader ValueCare
Horizontaal Toezicht
Samenvatting
Een zorgtraject moet geopend worden bij het eerste patiënt-contact. Dit moet door de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert worden gedaan conform de registratieregels van de NZa (waaronder het typeren van de juiste diagnosecode). Het is niet toegestaan om zorg ten laste van de Zvw in rekening te brengen terwijl er geen geldige verwijzing aanwezig is (uitzondering acute zorg). Het is niet toegestaan om zorg ten laste van de Zvw in rekening te brengen terwijl er geen rechtmatige verwijzer aanwezig is (uitzondering acute zorg). Het is niet toegestaan een parallel zorg- en/of subtraject te openen voor hetzelfde specialisme terwijl er geen sprake is van een nieuwe/eigen zorgvraag met diagnosestelling en behandeling.
Regelgeving / beleid
| 2019 |
|---|
| Verwijsregistratie
Type verwijzer
Openen zorgtraject Algemene registratiebepalingen Openen zorgtraject (met subtraject ZT11)
Voor hartteambespreking en longteambespreking geldt dat er geen face-to-face contact hoeft plaats te vinden, er is hierbij namelijk geen contact met de patiënt. Wanneer er bij de behandeling van de patiënt in verband met verschillende zorgvragen meerdere specialismen zijn betrokken als hoofdbehandelaar, opent elk specialisme een eigen zorgtraject als sprake is van een eigen zorgvraag, diagnosestelling én behandeling. Op de voorwaarde behandeling én diagnostiek, zoals bedoeld in artikel 5 lid 1 en lid 2, geldt een uitzondering: indien de patiënt na diagnosestelling definitief wordt doorverwezen naar een andere hoofdbehandelaar van een ander poortspecialisme waar behandeling plaatsvindt, zonder dat de patiënt behandeld is door de eerste hoofdbehandelaar, openen beide poortspecialismen een zorgtraject. De typeringslijst voor neonatologie wordt gehanteerd tot maximaal 28 dagen na de à terme datum (de uitgerekende datum) indien de pasgeborene een aandoening krijgt die te maken heeft met de geboorte of perinatale periode. De typeringslijst voor kindergeneeskunde wordt gehanteerd vanaf 28 dagen na de à terme datum of op het moment dat de pasgeborene een aandoening krijgt die niet te maken heeft met de geboorte of perinatale periode. Openen parallel zorgtraject (met subtraject ZT11 of ZT21)
De combinatie van de (typerende) diagnosen van het reeds openstaande subtraject en het te openen subtraject van het parallelle zorgtraject komt op de openingsdatum van het te openen parallelle subtraject niet voor in de diagnose-combinatietabel (bijlage 7 van deze regeling). Het specialisme cardiologie kent geen parallelliteit, behalve bij icc, hartrevalidatie en begeleiding bij hart- en hartlongtransplantatie. Het specialisme klinische geriatrie kent ook geen parallelliteit, behalve bij icc of klinische medebehandeling. Neonatologie binnen het specialisme kindergeneeskunde en het specialisme geriatrische revalidatiezorg kennen helemaal geen parallelliteit. De diagnosen ‘ATLS-opvang trauma ISS <16’ en ‘ATLS-opvang multitrauma ISS ≥ 16’ omvatten het traject rondom de traumaopvang volgens de ATLS. Deze diagnosen mogen, mits aan de voorwaarden voor parallelliteit is voldaan, parallel geregistreerd worden aan diagnosen die geconstateerd worden bij de screening. De diagnosen voor ‘Screening colorectaal carcinoom’ omvatten alle zorgactiviteiten die uitgevoerd worden in het kader van het bevolkingsonderzoek. Deze diagnosen mogen, mits aan de voorwaarden voor parallelliteit is voldaan, parallel geregistreerd worden als bij de screening een aandoening geconstateerd wordt waarvoor een behandeltraject start. De diagnosen voor het vakgebied 'ouderengeneeskunde’ (090 t/m 095) binnen het specialisme inwendige geneeskunde mogen, mits aan de voorwaarden voor parallelliteit is voldaan, parallel geregistreerd worden naast een icc en/of medebehandeling. In andere situaties is het niet toegestaan om deze diagnosen parallel te registreren. Het specialisme gynaecologie onderscheidt drie fasen voor obstetrie: zwangerschap (Z11 t/m Z41), bevalling (B11 t/m B41) en kraambed (K23 t/m K25). Het is niet toegestaan om tijdens één zwangerschap parallelle zorgtrajecten te registreren voor eenzelfde fase. Hierop geldt een uitzondering voor de fase van kraambed indien zich een postnatale depressie (K25) voordoet na postnatale complicaties (K23, K24). Het is niet toegestaan om naast de fase bevalling (B11 t/m B41) een parallel zorgtraject voor postnatale complicaties (K23, K24) te registreren. Bij een nieuwe zwangerschap mag een parallel zorgtraject worden geopend. Openen zorgtraject bij multidisciplinaire behandeling (met subtraject ZT11) Er is géén sprake van multidisciplinaire behandeling indien binnen een zorgtraject zowel een poortspecialist als een SEH-arts KNMG, arts-assistent, verpleegkundig specialist en/of physician assistant een deel van de prestaties in het kader van één zorgvraag uitvoeren. In dat geval wordt één zorgtraject geopend. 2019: NR/REG-1907a art. 1cc, dd (poorter/poortfunctie), 4.1, 4.2, 4.3, 5.1, 5.2, 5.3, 5a.1, 5a.2, 5a.3, 5a.4, 5a.5, 5a.6, 5a.7, 5a.8, 5b.1, 5b.2, 15 (poorter en ICD-10), 16.1, 16.2, 16.3, 19.1b, 19.1c, 19.1d, 19.2, 19.3, 19.4, 19.5, 19.7, 19.8, 19.9, 19.10, 19.11, 19.12, 19.13, 19.16, 19.17, 33.4, 33.7, 33.8, 33.9, 33.10, 33.11, 33.12, 36 1m, 1n, 1o (verwijzer) |
| 2020 |
|---|
| Verwijsregistratie
Type verwijzer
Openen zorgtraject Algemene registratiebepalingen Openen zorgtraject (met subtraject ZT11) Multidisciplinaire behandeling Parallel zorgtraject
d. Bij de volgende diagnosen kan een parallel zorgtraject geopend worden:
2020: NR/REG-2001a art. 1dd, 1ee, 4.1, 4.2, 4.3, 5.1, 5.2, 5.3, 5.1, 5.2, 5.4a, 5.4b, 5.4c, 5.4d, 15 (poorter en ICD-10), 16.1, 16.2, 16.3, 19.1b, 19.1c, 19.1d, 19.2, 19.3, 19.4, 19.5, 19.7, 19.8, 19.9, 19.10, 19.11, 19.12, 19.13, 19.16, 19.17, 33.4, 33.7, 33.8, 33.9, 33.10, 33.11, 33.12, 36 1m, 1n, 1o (verwijzer) |
| 2021 |
|---|
| Type verwijzer
Op de declaratie wordt het type verwijzer vermeld naar onderstaande classificatie:
Het zorgtraject start op de datum dat de eerste zorgactiviteit plaatsvindt in het kader van een nieuwe zorgvraag van een patiënt. Het zorgtraject kan ook starten op de datum van een verstrekking/ toediening van een add-on geneesmiddel of ozp stollingsfactor aan de patiënt. De beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert, is verantwoordelijk voor de juiste registratie van het zorgtype, de zorgvraag en de diagnose. Daarbij beperkt diegene zich tot de typeringslijst die geldt voor dat specialisme of, indien de typeringslijst niet beschikbaar of volledig is, voor dat type van zorg. Een zorgtraject met subtraject ZT11 wordt door de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert geopend indien de patiënt zich meldt met een nieuwe zorgvraag bij een instelling. Voor deze zorgvraag is bij het betreffende specialismen binnen deze instelling nog geen zorgtraject geopend. Dit blijkt uit het medisch dossier. Multidisciplinaire behandeling
Een parallel zorgtraject met eenzelfde diagnosetypering mag worden geopend indien sprake is van een dubbelzijdige aandoening waarbij binnen de looptijd van een subtraject aan beide zijde een zorgactiviteit wordt uitgevoerd die voorkomt in bijlage 1 bij het registratieaddendum (42- dagenregel zorgactiviteiten). De combinatie van diagnosen mag hierbij niet voorkomen in de diagnose-combinatietabel (bijlage 6). Er wordt geen parallel zorgtraject geopend:
Bij de volgende diagnosen kan een parallel zorgtraject geopend worden:
waarvoor een behandeltraject start. 2021: NR/REG-2103a art. 1dd, 1ee, 4.1, 4.2, 4.3, 5.1, 5.2, 5.3, 5.1, 5.2, 5.4a, 5.4b, 5.4c, 5.4d, 15 (poorter en ICD-10), 16.1, 16.2, 16.3, 19.1b, 19.1c, 19.1d, 19.2, 19.3, 19.4, 19.5, 19.7, 19.8, 19.9, 19.10, 19.11, 19.12, 19.13, 19.16, 19.17, 33.4, 33.7, 33.8, 33.9, 33.10, 33.11, 33.12, 36 1m, 1n, 1o (verwijzer) |
| 2022 |
|---|
| Verwijsregistratie
Type verwijzer. Op de declaratie wordt het type verwijzer vermeld naar onderstaande classificatie:
Het zorgtraject start op de datum dat de eerste zorgactiviteit plaatsvindt in het kader van een nieuwe zorgvraag van een patiënt. Het zorgtraject kan ook starten op de datum van een verstrekking/ toediening van een add-on geneesmiddel of ozp stollingsfactor aan de patiënt. De beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert, is verantwoordelijk voor de juiste registratie van het zorgtype, de zorgvraag en de diagnose. Daarbij beperkt diegene zich tot de typeringslijst die geldt voor dat specialisme of, indien de typeringslijst niet beschikbaar of volledig is, voor dat type van zorg. Een zorgtraject met subtraject ZT11 wordt door de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert geopend indien de patiënt zich meldt met een nieuwe zorgvraag bij een instelling. Voor deze zorgvraag is bij het betreffende specialismen binnen deze instelling nog geen zorgtraject geopend. Dit blijkt uit het medisch dossier. Multidisciplinaire behandeling
Een parallel zorgtraject met eenzelfde diagnosetypering mag worden geopend indien sprake is van een dubbelzijdige aandoening waarbij binnen de looptijd van een subtraject aan beide zijde een zorgactiviteit wordt uitgevoerd die voorkomt in bijlage 1 bij het registratieaddendum (42- dagenregel zorgactiviteiten). De combinatie van diagnosen mag hierbij niet voorkomen in de diagnose-combinatietabel (bijlage 6). Er wordt geen parallel zorgtraject geopend:
Bij de volgende diagnosen kan een parallel zorgtraject geopend worden:
2022: NR/REG-2207a art. 1dd, 1ee, 4.1, 4.2, 4.3, 5.1, 5.2, 5.3, 5.1, 5.2, 5.4a, 5.4b, 5.4c, 5.4d, 15 (poorter en ICD-10), 16.1, 16.2, 16.3, 19.1b, 19.1c, 19.1d, 19.2, 19.3, 19.4, 19.5, 19.7, 19.8, 19.9, 19.10, 19.11, 19.12, 19.13, 19.16, 19.17, 33.4, 33.7, 33.8, 33.9, 33.10, 33.11, 33.12, 36 1m, 1n, 1o (verwijzer) |
| 2023 |
|---|
| Verwijsregistratie
Type verwijzer
2023: NR/REG-2306a art. 3 lid 1m Openen zorgtraject
2023: NR/REG-2306a art.1 lid dd Het zorgtraject start op de datum dat de eerste zorgactiviteit plaatsvindt in het kader van een nieuwe zorgvraag van een nieuwe zorgvraag van een patiënt. 2023: NR/REG-2306a art. 4 lid 1 De beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert, is verantwoordelijk voor het vaststellen of er bij de behandeling van een patiënt aan de medische indicatievereisten wordt voldaan op basis van de Zorgverzekeringswet. Daarnaast is hij/zij ook verantwoordelijk om dit op een juiste wijze vast te leggen bij de registratie van de zorgactiviteit. Een zorgtraject met subtraject ZT11 wordt door de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert geopend indien de patiënt zich meldt met een nieuwe zorgvraag bij een instelling. Voor deze zorgvraag is bij het betreffende specialismen binnen deze instelling nog geen zorgtraject geopend. Dit blijkt uit het medisch dossier. 2023: NR/REG-2306a art. 23 lid 1 Multidisciplinaire behandeling
2023: NR/REG-2306a art. 5 lid 2 Parallelle zorgtrajecten binnen eenzelfde specialisme Een parallel zorgtraject met eenzelfde diagnosetypering mag worden geopend indien sprake is van een dubbelzijdige aandoening waarbij binnen de looptijd van een subtraject aan beide zijde een zorgactiviteit wordt uitgevoerd die voorkomt in bijlage 1 bij het registratieaddendum (42- dagenregel zorgactiviteiten). De combinatie van diagnosen mag hierbij niet voorkomen in de 'Diagnose Combinatie Tabel' (bijlage bij deze regeling). Er wordt geen parallel zorgtraject geopend:
Bij de volgende diagnosen kan een parallel zorgtraject geopend worden:
|
| 2024 |
|---|
| Verwijsregistratie
Type verwijzer
2024: NR/REG-2403a art. 36 lid 1m Openen zorgtraject
2024: NR/REG-2403a art. 1 lid dd Het zorgtraject start op de datum dat de eerste zorgactiviteit plaatsvindt in het kader van een nieuwezorgvraag van een patiënt. Het zorgtraject kan ook starten op de datum van een verstrekking/ toediening van een add-on geneesmiddel of ozp stollingsfactor aan de patiënt 2024: NR/REG-2403a art. 4 lid 1 De beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert, is verantwoordelijk voor het vaststellen of er bij de behandeling van een patiënt aan de medische indicatievereisten wordt voldaan op basis van de Zorgverzekeringswet. Daarnaast is hij/zij ook verantwoordelijk om dit op een juiste wijze vast te leggen bij de registratie van de zorgactiviteit. 2024: NR/REG-2403a art. 23 lid 1 Multidisciplinaire behandeling
2024: NR/REG-2403a art. 5 lid 2 Parallelle zorgtrajecten binnen eenzelfde specialisme Een parallel zorgtraject met eenzelfde diagnosetypering mag worden geopend indien sprake is van een dubbelzijdige aandoening waarbij binnen de looptijd van een subtraject aan beide zijde een zorgactiviteit wordt uitgevoerd die voorkomt in bijlage 1 bij het registratieaddendum (42- dagenregel zorgactiviteiten). De combinatie van diagnosen mag hierbij niet voorkomen in de 'Diagnose Combinatie Tabel' (bijlage bij deze regeling). Er wordt geen parallel zorgtraject geopend:
Bij de volgende diagnosen kan een parallel zorgtraject geopend worden:
|
| 2025 |
|---|
| Verwijsregistratie
Type verwijzer
2025: Regeling medisch-specialistische zorg 2025 art. 36 lid 1m Openen zorgtraject
2025: Regeling medisch-specialistische zorg 2025 art. 1 lid dd Het zorgtraject start op de datum dat de eerste zorgactiviteit plaatsvindt in het kader van een nieuwezorgvraag van een patiënt. Het zorgtraject kan ook starten op de datum van een verstrekking/ toediening van een add-on geneesmiddel of ozp stollingsfactor aan de patiënt 2025: Regeling medisch-specialistische zorg 2025 art. 4 lid 1 De beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert, is verantwoordelijk voor het vaststellen of er bij de behandeling van een patiënt aan de medische indicatievereisten wordt voldaan op basis van de Zorgverzekeringswet. Daarnaast is hij/zij ook verantwoordelijk om dit op een juiste wijze vast te leggen bij de registratie van de zorgactiviteit. 2025: Regeling medisch-specialistische zorg 2025 art. 23 lid 1
2025: Regeling medisch-specialistische zorg 2025 art. 5 lid 2
Een parallel zorgtraject met eenzelfde diagnosetypering mag worden geopend indien sprake is van een dubbelzijdige aandoening waarbij binnen de looptijd van een subtraject aan beide zijde een zorgactiviteit wordt uitgevoerd die voorkomt in bijlage 1 bij het registratieaddendum (42- dagenregel zorgactiviteiten). De combinatie van diagnosen mag hierbij niet voorkomen in de 'Diagnose Combinatie Tabel' (bijlage bij deze regeling). Er wordt geen parallel zorgtraject geopend:
Bij de volgende diagnosen kan een parallel zorgtraject geopend worden:
2025: Regeling medisch-specialistische zorg 2025 art. 5 lid 4a t/m 4d |
Interpretaties
De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:
- Er wordt altijd koppel van twee dbc's getoond, beiden dienen gefactureerd te zijn. De post valt in de periode van de laatst gefactureerde dbc.
- Wanneer gefactureerd in dezelfde periode, dan tonen we:
- de laatst gefactureerde dbc, indien gelijk
- de laatst geopende dbc, indien gelijk
- dbc uit laatst geopende zorgtraject, indien gelijk
- de dbc met het hoogste dbcnr
- Indien parallelliteit A met B en C, als A op basis van bovenstaande degene is die we tonen, dan wordt dit standaard zowel een post A met B als een post A met C. Indien gewenst is dit aan te passen naar alleen post A met B en C.
- De uitsluitingen zoals beschreven in bijlage 13 van Handreiking 2019 kunnen toegepast worden via parameter HT_STEEKPROEF_CP9_UITSLUITEN. Dit gaat om de uitsluitingen op het gebied van: 1. Dialyse, 2. Zwangerschap/bevalling, 3a. Fertiliteit (F11), 3b. Fertiliteit (F21), 4. Hartrevalidatie, 5. Longrevalidatie. Deze gelden voor zowel het gesignaleerde als het parallelle subtraject. Zie hier het overzicht van bijlage 13.
- Met behulp van parameter HT0201_INTERVAL_SLUITJAAR_VOOR_FACTURATIEJAAR kan ingesteld worden hoeveel jaar het sluitjaar van zowel het gesignaleerde als het parallelle subtraject maximaal mag liggen voor het facturatiejaar.
- Met behulp van parameter HT0201_DIAGNOSES_ONGELIJK kan ingesteld worden dat acties alleen getoond worden als de diagnoses van de gesignaleerde en parallelle subtrajecten ongelijk zijn. Standaard wordt er geen rekening gehouden met de diagnoses.
- Met behulp van parameter HT0201_ATLS_UITSLUITEN is het mogelijk om subtrajecten met diagnose ATLS uit te sluiten (0303.610, 0303.611, 0305.4110 of 0305.4111)
Programmeerbare norm
Er is sprake van “Steekproef - Parallelle subtrajecten ZT11 en ZT21, beide subtrajecten gefactureerd (HT0201)” als aan de volgende selectie is voldaan:
Logica: 1 en 2 en 3 en 4
Berekening financiële impact
Er wordt geen financiële impact berekend door ValueCare.