Niet gekoppelde niet-typerende verrichting - Robot (R06822/N4445)
Referentienummer: R06822/N4445
Samenvatting controle/achtergrond informatie robot
Deze norm toont alle ongekoppelde, niet-typerende zorgactiviteiten.
Samenvatting robot
De robot koppelt niet-typerende verrichtingen aan een subtraject.
Kenmerken robot
Geschikt voor: Elk EPD
Voorwaarden:
-
Actiebepaling en toewijzing
Scope
Alle acties gesignaleerd op de N4445.
De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:
- Verrichtingen met specifieke bronstatussen kunnen uitgesloten worden van toewijzing aan de robot middels de parameter RPA_UITSLUITEN_VERRICHTING_BRONSTATUS. Default worden voorlopige en geplande verrichtingen uitgesloten (status V & P) RPA_UITSLUITEN_VERRICHTING_BRONSTATUS. Dit is een HiX-specifieke parameter.
- Verrichtingen met specifieke verrichtingstypes kunnen uitgesloten worden van toewijzing aan de robot middels de parameter RPA_UITSLUITEN_VERRICHTING_TYPE_CODE. Default worden verrichtingen met type D (gefactureerd ALL-in) uitgesloten. Dit is een HiX-specifieke parameter.
- Optionele parameter: Sluit verrichtingen uit van toewijzing als ze vaker voorkomen op dezelfde dag en voor hetzelfde specialisme. (RPA_UITSLUITEN_ZA_ZELFDE_DAG)
- Optionele parameter: Sluit verrichtingen uit van toewijzing als ze al een opgevolgde DBC hebben na een verstrekking/begeleiding. (RPA_UITSLUITEN_DBCS_MET_OPVOLGING)
- Optionele parameter: Sluit verrichting uit als ze tot een bepaalde ZPK behoren. (RPA_NIET_DOOR_ROBOT_KOPPELBARE_ZPKS)
- Optionele parameter: Er kan worden aangegeven in wat voor volgorde de robot oplosalgoritmen toepast. (RPA_N4445_ROBOT_PRIORITEIT_VOLGORDE)
Functioneel ontwerp actiebepaling en toewijzing
Er is sprake van “Niet gekoppelde niet-typerende verrichting - Robot (R06822/N4445)” als aan de volgende selectie is voldaan:
|
1) Alle acties op de N4445 |
|---|
|
2) Actie voldoet aan logica algoritme X |
|
3) Er wordt één unieke DBC gevonden |
|
4) Koppel de verrichting aan de DBC |
Logica: 1 en 2 en 3 en 4
Omschrijving Algoritmes
Algoritme 1: Voorwaarde = Er is een zorgtype 11 traject aanwezig in de toekomst
Sluit acties uit met gedeclareerde trajecten, gedeclareerde vervolgtrajecten, parrallele dbc's, of SEH-trajecten op dezelfde dag. koppel aan een ZT11 traject indien aanwezig.
Algoritme 2: Voorwaarde = Er is een SEH dbc aanwezig
Ga uit van SEH verrichtingen (190015 en 190016). Koppel aan een ZT11 traject indien aanwezig.
Algoritme 3: Voorwaarde = Verrichtingen met uitvoerend specialisme Pathologie (AGB 88). Op dezelfde dag is er slecht één subtraject voor aanvragend specialisme aanwezig.
Koppel de verrichting aan de gevonden DBC.
Algoritme 5: Voorwaarde = Alle MDO consulten (190005). Op dezelfde dag is er slechts één subtraject voor aanvragend specialisme aanwezig.
Koppel de verrichting aan de gevonden DBC.
Algoritme 6: Voorwaarde = Alle biopten (ZPK 10 met een uitvoerend specialisme Pathologie (88)). Voor het aanvragend specialisme is één dag eerder een onderzoek geregistreerd (ZPK 4, 5, 6).
Koppel de de verrichting aan het subtraject waaraan de onderzoeken gekoppeld zijn.
Algoritme 7: Voorwaarde = Niet-labverrichtingen, met uitzondering van MDO (190005). Op de dag zelf is er één enkel subtraject voor het aanvragend specialisme aanwezig
Koppel de verrichting aan de gevonden DBC.
Algoritme 8: Voorwaarde = Alle verrichtingen, met uitzondering van MDO (190005), die plaatsvinden tijdens een lopende opname van een ander specialisme. Waarbij voor uitvoerend specialisme van de verrichting een ICC of MB is geregistreerd tijdens de opname.
Koppel de verrichting aan de DBC van de opname. Bij meerdere DBCs, dan heeft het ZT13-traject de voorkeur, dan een ZT11-traject, dan een ZT21-traject.
Algoritme 10: Voorwaarde = Alle labverrichtingen (ctg = 07x). Op de dag zelf is er een opname-verrichting aan een subtraject gekoppeld.
Koppel de verrichting aan de gevonden DBC. Algoritme 11: Voorwaarde = Alle lab verrichtingen. Aanvragend specialisme is een ondersteuner (SEH, ICA, ANE, etc). Er is een lopend traject voor ondersteunend specialisme. Koppel aan het ondersteunende traject
Algoritme 11: Voorwaarde = Alle lab verrichtingen. Aanvragend specialisme is een ondersteuner (SEH, ICA, ANE, etc). Er is een lopend traject voor ondersteunend specialisme.
Koppel aan het ondersteunende traject
ÓF
Voorwaarde = Alle lab verrichtingen. Aanvragend specialisme is een ondersteuner (SEH, ICA, ANE, etc). Er is een gesloten traject voor ondersteunend specialisme, maar de verrichting valt wel binnen de looptijd van het hoofdtraject Koppel aan het hoofdtraject
Algoritme 12: Voorwaarde = Alle Lab verrichtingen. Op de dag zelf is er één enkel subtraject voor het aanvragend specialisme aanwezig.
Koppel de verrichting aan de gevonden DBC.
Algoritme 13: Voorwaarde = Alle lab verrichtingen met aanvragend specialisme Nucleaire Geneeskunde (AGB 63). Op dezelfde dag zijn er verrichtingen met uitvoerend specialisme Nucleaire Geneeskunde geregistreerd. Deze verrichtingen zijn gekoppeld aan één enkel subtraject.
Koppel de verrichting aan de gevonden DBC.
Algoritme 14: Voorwaarde = Alle lab verrichtingen met aanvragend specialisme Anesthesiologie (AGB 89). Op dezelfde dag zijn er verrichtingen met uitvoerend specialisme Anesthesiologie geregistreerd. Deze verrichtingen zijn gekoppeld aan één enkel subtraject.
Koppel de verrichting aan de gevonden DBC.
Algoritme 15: Voorwaarde = Alle lab verrichtingen met aanvragend specialisme Interne geneeskunde (AGB 13). Op dezelfde dag zijn er opname-verrichtingen gekoppeld aan één enkel subtraject voor specialisme MDL, Longgeneeskunde, Reumatologie of Geriatrie (AGB 18, 22, 24, 35).
ÓF
Alle lab verrichtingen met aanvragend specialisme MDL, Longgeneeskunde, Reumatologie of Geriatrie (AGB 18, 22, 24, 35). . Op dezelfde dag zijn er opname-verrichtingen gekoppeld aan één enkel subtraject voor specialisme Interne geneeskunde (AGB 13).
Koppel de verrichting aan de gevonden DBC.
Algoritme 16: Voorwaarde = Alle lab verrichtingen. Op de dag zelf is er een opname-verrichting aan een subtraject gekoppeld. Het subtraject met de opname verrichting is van een ander specialisme dan het aanvragend specialisme van de verrichting.
Koppel de verrichting aan de gevonden DBC.
Algoritme 20: Voorwaarde = Alle lab verrichtingen. Er lopen meerdere parallelle subtrajecten voor het aanvragend specialisme. Op de dezelfde dag is er een opname-verrichting aan één van de subtrajecten gekoppeld.
Koppel de verrichting aan de gevonden DBC.
Algoritme 21: Voorwaarde = Alle lab verrichtingen. Er lopen meerdere parallelle subtrajecten voor het aanvragend specialisme. Op de dag zelf zijn er lab-verrichtingen aan één enkel subtraject gekoppeld.
Koppel de verrichting aan de gevonden DBC.
Algoritme 22: Voorwaarde = Alle lab verrichtingen. Er lopen meerdere parallelle subtrajecten voor het aanvragend specialisme. Op de verrichtingsdatum is er één ZT11-traject gestart voor het aanvragend specialisme.
Koppel de verrichting aan het gevonden ZT11 traject.
Algoritme 23: Voorwaarde = Alle lab verrichtingen. Er lopen meerdere parallelle subtrajecten voor het aanvragend specialisme. Voor het aanvragend specialisme is op dezelfde dag een consult (ZPK 1) of OK-verrichting (ZPK 5) voor hetzelfde uitvoerend specialisme geregistreerd. Hierbij kan 1 uniek traject gevonden worden.
Koppel de verrichting aan de gevonden DBC.
Algoritme 24: Voorwaarde = Alle lab verrichtingen. Er lopen meerdere parallelle subtrajecten voor het aanvragend specialisme. Voor het aanvragend specialisme is op dezelfde dag een andere verrichting dan een consult (ZPK 1), OK (ZPK 5) of labverrichting voor hetzelfde uitvoerend specialisme geregistreerd. Hierbij kan 1 uniek traject gevonden worden.
Koppel de verrichting aan de gevonden DBC.
Algoritme 25: Voorwaarde = Alle lab verrichtingen. Er lopen meerdere parallelle subtrajecten voor het aanvragend specialisme. Aan één van de subtrajecten zijn andere labverrichtingen gekoppeld met een andere verrichtingsdatum.
Koppel de verrichting aan de gevonden DBC.