R06822/N4405 - Niet gekoppelde verrichting binnen looptijd van parallelle subtrajecten

Uit normenkaderzorg.nl
(Doorverwezen vanaf R06822/N4405)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Referentienummer: R06822/N4405
Samenvatting
Robot B04405
EPD De robot is geschikt voor alle EPDs
Context Het gaat hierbij om zwevende typerende verrichtingen, die gekoppeld kunnen worden aan een subtraject
Actie Verrichtingen koppelen aan subtraject
Let op Het is aan te raden om de N4405 in gebruik te nemen

Deze norm ondersteunt de signalering van niet gekoppelde typerende verrichtingen bij parallelle subtrajecten en heeft
eigen specifieke logica beschikbaar om acties toe te kennen aan Luca

Samenvatting controle/achtergrond informatie robot

Deze norm signaleert acties wanneer een zorgactiviteit binnen de looptijd van twee parallelle subtrajecten met het zelfde uitvoerende specialisme is geregistreerd, maar niet gekoppeld is aan één subtraject. Dit duidt erop dat de zorgactiviteit handmatig gekoppeld dient te worden aan het passende parallelle subtraject, waardoor het subtraject (anders) afleidt.

Samenvatting robot

De robot koppelt zwevende typerende verrichtingen aan een subtraject in die gevallen wanneer een zorgactiviteit binnen de looptijd van twee parallelle subtrajecten met het zelfde uitvoerende specialisme is geregistreerd, maar niet gekoppeld is aan één subtraject.

Kenmerken robot

Geschikt voor: Elk EPD

Voorwaarden:

1. Lichaamsdelenlijst is beschikbaar met een vulling. Deze is per ziekenhuis instelbaar.

Actiebepaling en toewijzing

Scope

Alle acties gesignaleerd op de N4405

Interpretaties

  1. Optionele parameter: Sluit verrichtingen uit van toewijzing als ze vaker voorkomen op dezelfde dag en voor hetzelfde specialisme (RPA_UITSLUITEN_ZA_ZELFDE_DAG)
  2. Optionele parameter: Sluit verrichtingen uit van toewijzing als ze al een opgevolgde DBC hebben na een verstrekking/begeleiding (RPA_UITSLUITEN_DBCS_MET_OPVOLGING)
  3. Optionele parameter: Sluit verrichting uit als ze tot een bepaalde ZPK behoren (RPA_NIET_DOOR_ROBOT_KOPPELBARE_ZPKS)
Functioneel ontwerp actiebepaling en toewijzing

1) Alle acties op de N4405


2) Actie voldoet aan logica algoritme X


3) De juiste DBC wordt opgezocht


4) Koppel de verrichting aan de DBC


Logica: 1 en 2 en 3 en 4

Omschrijving algoritmes

Algoritme 1 Voorwaarde = uitvoerend specialisme is DIE of FYS

Zoek de DBC met een lopende opnamen indien aanwezig

Algoritme 2

Voorwaarde = Zorgactiviteit is 190006 of 190067

Zoek de DBC van INT met diagnosecode 050 indien aanwezig

Algoritme 3

Voorwaarde = Alle verrichtingen waarvoor in de lichaamsdelenlijst combinaties zijn opgenomen die binnen het ziekenhuis in gebruik zijn genomen.

Op basis van de lichaamsdelenlijst worden eerst de relevante lichaamsdelen bij de verrichting bepaald, vervolgens de bijbehorende diagnoses, en ten slotte de geregistreerde DBC’s op verrichtingsdatum met die diagnoses; indien er precies één passende DBC wordt gevonden, wordt de verrichting daaraan gekoppeld.

Algoritme 4

in ontwikkeling

Algoritme 5

Voorwaarde = De verrichting is uitgevoerd onder specialisme CAR. Er staat op de verrichtingsdatum precies één reguliere CAR-DBC en één hartrevalidatie-DBC open. Er zijn geen openstaande DBC’s zonder diagnose of met een diagnose harttransplantatie of ICC.

Op basis van de verrichtingcode wordt bepaald of deze hoort bij het reguliere traject of bij hartrevalidatie. De codes 039898, 193126, 193127, 193140 en 193141 horen altijd bij hartrevalidatie. De codes 039844 en 03984 horen bij hartrevalidatie indien dit nog niet aanwezig is in het zorgtraject; anders aan het reguliere traject. Alle overige verrichtingen worden gekoppeld aan het reguliere traject.

Algoritme 6

in ontwikkeling

Algoritme 7

Voorwaarde = Alle verrichtingen waarvan de zorgactiviteitcode begint met ‘07’

De verrichting wordt gekoppeld aan een unieke DBC op basis van de volgende volgorde van afnemende prioriteit:

  1. Een DBC met een opname op dezelfde dag.
  2. Een DBC met andere labverrichtingen op dezelfde dag.
  3. Een ZT 11 DBC is gestart op dezelfde dag.
  4. Een DBC met een gekoppeld consult of OK op dezelfde dag.
  5. Een DBC met andere labverrichtingen op een andere dag.
  6. Een DBC met andere verrichtingen op dezelfde dag.
  7. Een DBC met andere verrichtingen op een andere dag.

Bij meerdere DBC’s op hetzelfde niveau wordt niet gekoppeld.

Algoritme 10:

Voorwaarde: verrichtingen bron OK aanwezig op dezelfde datum