DGM - Verstrekkings- of begeleidingscode wijst op ontbreken add-on DGM in facturatiemodule (N4925)

Uit normenkaderzorg.nl
(Doorverwezen vanaf N4925)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Referentienummer: N4925
Behoort tot Normenkader ValueCare

Ziekenhuizen Volledigheid

  1. Ziekenhuizen Volledigheid - Declareren - Versturen declaratie
Samenvatting

Deze norm signaleert acties wanneer een verstrekkings- of begeleidingscode is geregistreerd maar geen bijbehorende add-on duur geneesmiddel. Dit duidt er op dat een geneesmiddel registratie ontbreekt in factuur.

Regelgeving / beleid
2022
Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren

1. Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren zijn geneesmiddelen (geregistreerde geneesmiddelen of apotheekbereidingen) die als overige zorgproducten in rekening worden gebracht. De prestatiebeschrijving van deze overige zorgproducten wordt gevormd door de artikelomschrijving van het geneesmiddel zoals opgenomen in de G-standaard.
2. Voor de vaststelling van een geneesmiddel als 'add-ongeneesmiddel' of 'ozp-stollingsfactor' hanteert de NZa de volgende limitatieve criteria:
Bij een geregistreerd geneesmiddel:

  • De kosten van het geregistreerde geneesmiddel, die betrekking hebben op een prestatie voor geneeskundige zorg zoals medisch specialisten die plegen, bedragen gemiddeld meer dan €1.000 per patiënt per jaar, en
  • Voor het geneesmiddel is een handelsvergunning afgegeven door de Nederlandse (CBG) of Europese (EMA) registratieautoriteit. De NZa dient te beschikken over de openbare publicatie van de SmPC tekst van het geneesmiddel, en
  • Het geneesmiddel is opgenomen in de G-standaard van Z-index.

Of
Bij een apotheekbereiding:

  • Het betreft een apotheekbereiding waarbij de apotheek op basis van grondstoffen een geneesmiddel bereidt; en
  • De kosten voor de apotheekbereiding die betrekking hebben op een prestatie voor geneeskundige zorg zoals medisch specialisten die plegen, gemiddeld meer dan €1.000 per patiënt per jaar bedragen of waarvan voor een geregistreerd equivalent een add-ongeneesmiddel of ozp-stollingsfactor geldig is. Onder 'kosten' wordt hier verstaan: de kosten die onderdeel zijn van de kostprijs zoals beschreven in artikel 15 lid 2 van deze beleidsregel, en
  • De apotheekbereiding is opgenomen in de G-standaard van Z-index.

3. Een geneesmiddel verliest van rechtswege de status van add-on of ozp-stollingsfactor vanaf de datum dat de handelsvergunning bedoeld in het tweede lid is ingetrokken. Vanaf die datum vervalt eveneens van rechtswege de door de NZa afgegeven prestatie- en tariefbeschikking waarmee het geneesmiddel de status van add-on of ozp-stollingsfactor verkreeg.
4. Een geneesmiddel verliest van rechtswege de status van add-on of ozp-stollingsfactor vanaf de datum waarop het geneesmiddel niet meer in de G-standaard is opgenomen. Vanaf die datum vervalt eveneens van rechtswege de door de NZa afgegeven prestatie- en tariefbeschikking waarmee het geneesmiddel de status van add-on of ozp-stollingsfactor verkreeg.

2022: Beleidsregel prestaties en tarieven medisch-specialistische zorg - BR/REG-22114a, art. 10


Declaratiebepalingen geneesmiddelen
a. Een geneesmiddel dat intramuraal, dus ‘binnen de muren’ van een instelling, wordt voorgeschreven en verstrekt/toegediend aan een patiënt, wordt gedeclareerd door de instelling waar dat geneesmiddel is verstrekt/toegediend. b. In afwijking van het gestelde onder a geldt dat:

  • geneesmiddelen die enkel en alleen vallen onder de te verzekeren prestatie ‘geneeskundige zorg zoals medisch specialisten die plegen te bieden’ als bedoeld in artikel 2.4 van het Besluit zorgverzekering, en
  • geneesmiddelen voor de behandeling van HIV dienen te worden gedeclareerd door de

zorgverlener waarvan de patiënt voor de toepassing van deze geneesmiddelen ‘eigen patiënt’ is en waarvan de op deze geneesmiddelen betrekking hebbende zorg niet is overgenomen door een andere zorgverlener. c. Declaratie van geneesmiddelen bedoeld onder a en b geschiedt als onderdeel van een dbc-zorgproduct, of via een aparte declaratietitel indien voor het betreffende geneesmiddel een add-on is vastgesteld en deze is opgenomen in de G-standaard.
d. Als uitzondering op het bepaalde in artikel 31 lid 6 onderdeel c van deze regeling kan een in Nederland geregistreerd geneesmiddel dat niet voorradig is, worden vervangen door een geneesmiddel waarvoor een handelsvergunning is afgegeven buiten Nederland. Het gaat in dat geval om een geneesmiddel dat dezelfde werkzame stof, toedieningsvorm en sterkte bevat. Het vervangende geneesmiddel met een buitenlandse registratie wordt met het ZI nummer van het Nederlandse product gedeclareerd.
e. Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren worden per verstrekking gedeclareerd. Meerdere verstrekkingen van een geneesmiddel op één dag leiden dus tot meerdere declarabele prestaties, ongeacht de indicatie(s) waarvoor het geneesmiddel wordt verstrekt.
f. Geneesmiddelen mogen alleen in rekening worden gebracht indien deze zijn verstrekt/toegediend aan de patiënt

2022: NR/REG-2207a art. 31 lid 6


Add-ongeneesmiddelen
Een add-ongeneesmiddel wordt uitsluitend geregistreerd in combinatie met een zorgtraject, tenzij een behandeling in het buitenland wordt geleverd en het bijbehorende geneesmiddel met een add-on declaratietitel in Nederland wordt toegediend en gedeclareerd.

2022: NR/REG-2207a art. 26 lid 3


Als een patiënt een geneesmiddel gebruikt waarvoor een add-on, respectievelijk een ozp-stollingsfactor is vastgesteld dan declareert de zorgverlener het geneesmiddel als add-on, respectievelijk ozp/stollingsfactor. In dat geval wordt een dergelijk geneesmiddel dus niet meer als onderdeel van een dbc-zorgproduct in rekening gebracht. Geneesmiddelen die worden ingezet in het kader van MKA-chirurgische verrichtingen (230000 t/m 239962) maken wel onderdeel uit van deze verrichtingen en worden niet door middel van een add-ongeneesmiddel, respectievelijk ozp-stollingsfactor gedeclareerd. Het ten laste van de medisch-specialistische zorg declareren van buiten de medisch-specialistische zorg bekostigde geneesmiddelen is niet toegestaan.

2022: NR/REG-2207a art. 34a lid 10

2023
Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren

Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren zijn geneesmiddelen (geregistreerde geneesmiddelen of apotheekbereidingen) die als overige zorgproducten in rekening worden gebracht. De prestatiebeschrijving van deze overige zorgproducten wordt gevormd door de artikelomschrijving van het geneesmiddel zoals opgenomen in de G-standaard.

Voor de vaststelling van een geneesmiddel als 'add-ongeneesmiddel' of 'ozp-stollingsfactor' hanteert de NZa de volgende limitatieve criteria:
Bij een geregistreerd geneesmiddel:

  • De kosten van het geregistreerde geneesmiddel, die betrekking hebben op een prestatie voor geneeskundige zorg zoals medisch specialisten die plegen, bedragen gemiddeld meer dan €1.000 per patiënt per jaar, en
  • Voor het geneesmiddel is een handelsvergunning afgegeven door de Nederlandse (CBG) of Europese (EMA) registratieautoriteit. De NZa dient te beschikken over de openbare publicatie van de SmPC tekst van het geneesmiddel, en
  • Het geneesmiddel is opgenomen in de G-standaard van Z-index.

Of
Bij een apotheekbereiding:

  • Het betreft een apotheekbereiding waarbij de apotheek op basis van grondstoffen een geneesmiddel bereidt; en
  • De kosten voor de apotheekbereiding die betrekking hebben op een prestatie voor geneeskundige zorg zoals medisch specialisten die plegen, gemiddeld meer dan €1.000 per patiënt per jaar bedragen of waarvan voor een geregistreerd equivalent een add-ongeneesmiddel of ozp-stollingsfactor geldig is. Onder 'kosten' wordt hier verstaan: de kosten die onderdeel zijn van de kostprijs zoals beschreven in artikel 15 lid 2 van deze beleidsregel, en
  • De apotheekbereiding is opgenomen in de G-standaard van Z-index.

Een geneesmiddel verliest van rechtswege de status van add-on of ozp-stollingsfactor vanaf de datum dat de handelsvergunning bedoeld in het tweede lid is ingetrokken. Vanaf die datum vervalt eveneens van rechtswege de door de NZa afgegeven prestatie- en tariefbeschikking waarmee het geneesmiddel de status van add-on of ozp-stollingsfactor verkreeg.

Een geneesmiddel verliest van rechtswege de status van add-on of ozp-stollingsfactor vanaf de datum waarop het geneesmiddel niet meer in de G-standaard is opgenomen. Vanaf die datum vervalt eveneens van rechtswege de door de NZa afgegeven prestatie- en tariefbeschikking waarmee het geneesmiddel de status van add-on of ozp-stollingsfactor verkreeg.

2023: Beleidsregel prestaties en tarieven medisch-specialistische zorg - BR-REG-23113 art. 10


Declaratiebepalingen geneesmiddelen

a. Een geneesmiddel dat intramuraal, dus 'binnen de muren' van een instelling, wordt voorgeschreven en verstrekt/toegediend aan een patiënt, wordt gedeclareerd door de instelling waar dat geneesmiddel is verstrekt/toegediend.

b. In afwijking van het gestelde onder a geldt dat:

  • geneesmiddelen die alleen vallen onder de te verzekeren prestatie 'geneeskundige zorg zoals medisch specialisten die plegen te bieden' als bedoeld in artikel 2.4 van het Besluit zorgverzekering, en
  • geneesmiddelen voor de behandeling van HIV, dienen te worden gedeclareerd door de zorgverlener waarvan de patiënt voor de toepassing van deze geneesmiddelen 'eigen patiënt' is en waarvan de op deze geneesmiddelen betrekking hebbende zorg niet is overgenomen door een andere zorgverlener.

c. Declaratie van geneesmiddelen bedoeld onder a en b geschiedt als onderdeel van een dbc-zorgproduct, of via een aparte declaratietitel indien voor het betreffende geneesmiddel een add-on is vastgesteld en deze is opgenomen in de G-standaard.

d. Als uitzondering op het bepaalde in artikel 31 lid 6 onderdeel c van deze regeling kan een in Nederland geregistreerd geneesmiddel dat niet voorradig is, worden vervangen door een geneesmiddel waarvoor een handelsvergunning is afgegeven buiten Nederland. Het gaat in dat geval om een geneesmiddel dat dezelfde werkzame stof, toedieningsvorm en sterkte bevat. Het vervangende geneesmiddel met een buitenlandse registratie wordt met het ZI nummer van het Nederlandse product gedeclareerd.

e. Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren worden per verstrekking gedeclareerd. Meerdere verstrekkingen van een geneesmiddel op één dag leiden dus tot meerdere declarabele prestaties, ongeacht de indicatie(s) waarvoor het geneesmiddel wordt verstrekt.

f. Geneesmiddelen mogen alleen in rekening worden gebracht indien deze zijn verstrekt/toegediend aan de patiënt.

2023: NR/REG-2306a art. 31 lid 6


Add-ongeneesmiddelen
Een add-ongeneesmiddel wordt uitsluitend geregistreerd in combinatie met een zorgtraject, tenzij een behandeling in het buitenland wordt geleverd en het bijbehorende geneesmiddel met een add-on declaratietitel in Nederland wordt toegediend en gedeclareerd.

2023: NR/REG-2306a art. 23 lid 6


Als een patiënt een geneesmiddel gebruikt waarvoor een add-on, respectievelijk een ozp-stollingsfactor is vastgesteld dan declareert de zorgverlener het geneesmiddel als add-on, respectievelijk ozp-stollingsfactor. In dat geval wordt een dergelijk geneesmiddel dus niet meer als onderdeel van een dbc-zorgproduct in rekening gebracht. Geneesmiddelen die worden ingezet in het kader van MKA chirurgische verrichtingen (230000 t/m 239962) maken wel onderdeel uit van deze verrichtingen en worden niet door middel van een add-ongeneesmiddel, respectievelijk ozp-stollingsfactor gedeclareerd. Het ten laste van de medisch-specialistische zorg declareren van buiten de medisch-specialistische zorg bekostigde geneesmiddelen is niet toegestaan.

2023: NR/REG-2306a art. 34a lid 10

2024
Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren

Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren zijn geneesmiddelen (geregistreerde geneesmiddelen of apotheekbereidingen) die als overige zorgproducten in rekening worden gebracht. De prestatiebeschrijving van deze overige zorgproducten wordt gevormd door de artikelomschrijving van het geneesmiddel zoals opgenomen in de G-standaard.

Voor de vaststelling van een geneesmiddel als 'add-ongeneesmiddel' of 'ozp-stollingsfactor' hanteert de NZa de volgende limitatieve criteria:
Bij een geregistreerd geneesmiddel:

  • De kosten van het geregistreerde geneesmiddel, die betrekking hebben op een prestatie voor geneeskundige zorg zoals medisch specialisten die plegen, bedragen gemiddeld meer dan €1.000 per patiënt per jaar, en
  • Voor het geneesmiddel is een handelsvergunning afgegeven door de Nederlandse (CBG) of Europese (EMA) registratieautoriteit. De NZa dient te beschikken over de openbare publicatie van de SmPC tekst van het geneesmiddel, en
  • Het geneesmiddel is opgenomen in de G-standaard van Z-index.

Of
Bij een apotheekbereiding:

  • Het betreft een apotheekbereiding waarbij de apotheek op basis van grondstoffen een geneesmiddel bereidt; en
  • De kosten voor de apotheekbereiding die betrekking hebben op een prestatie voor geneeskundige zorg zoals medisch specialisten die plegen, gemiddeld meer dan €1.000 per patiënt per jaar bedragen of waarvan voor een geregistreerd equivalent een add-ongeneesmiddel of ozp-stollingsfactor geldig is. Onder 'kosten' wordt hier verstaan: de kosten die onderdeel zijn van de kostprijs zoals beschreven in artikel 15 lid 2 van deze beleidsregel, en
  • De apotheekbereiding is opgenomen in de G-standaard van Z-index.

Een geneesmiddel verliest van rechtswege de status van add-on of ozp-stollingsfactor vanaf de datum dat de handelsvergunning bedoeld in het tweede lid is ingetrokken. Vanaf die datum vervalt eveneens van rechtswege de door de NZa afgegeven prestatie- en tariefbeschikking waarmee het geneesmiddel de status van add-on of ozp-stollingsfactor verkreeg.

Een geneesmiddel verliest van rechtswege de status van add-on of ozp-stollingsfactor vanaf de datum waarop het geneesmiddel niet meer in de G-standaard is opgenomen. Vanaf die datum vervalt eveneens van rechtswege de door de NZa afgegeven prestatie- en tariefbeschikking waarmee het geneesmiddel de status van add-on of ozp-stollingsfactor verkreeg.

2024: BR/REG-24102a art. 10


Declaratiebepalingen geneesmiddelen

a. Een geneesmiddel dat intramuraal, dus 'binnen de muren' van een instelling, wordt voorgeschreven en verstrekt/toegediend aan een patiënt, wordt gedeclareerd door de instelling waar dat geneesmiddel is verstrekt/toegediend.

b. In afwijking van het gestelde onder a geldt dat:

  • geneesmiddelen die alleen vallen onder de te verzekeren prestatie 'geneeskundige zorg zoals medisch specialisten die plegen te bieden' als bedoeld in artikel 2.4 van het Besluit zorgverzekering, en
  • geneesmiddelen voor de behandeling van HIV, dienen te worden gedeclareerd door de zorgverlener waarvan de patiënt voor de toepassing van deze geneesmiddelen 'eigen patiënt' is en waarvan de op deze geneesmiddelen betrekking hebbende zorg niet is overgenomen door een andere zorgverlener.

c. Declaratie van geneesmiddelen bedoeld onder a en b geschiedt als onderdeel van een dbc-zorgproduct, of via een aparte declaratietitel indien voor het betreffende geneesmiddel een add-on is vastgesteld en deze is opgenomen in de G-standaard.

d. Als uitzondering op het bepaalde in artikel 31 lid 6 onderdeel c van deze regeling kan een in Nederland geregistreerd geneesmiddel dat niet voorradig is, worden vervangen door een geneesmiddel waarvoor een handelsvergunning is afgegeven buiten Nederland. Het gaat in dat geval om een geneesmiddel dat dezelfde werkzame stof, toedieningsvorm en sterkte bevat. Het vervangende geneesmiddel met een buitenlandse registratie wordt met het ZI nummer van het Nederlandse product gedeclareerd.

e. Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren worden per verstrekking gedeclareerd. Meerdere verstrekkingen van een geneesmiddel op één dag leiden dus tot meerdere declarabele prestaties, ongeacht de indicatie(s) waarvoor het geneesmiddel wordt verstrekt.

f. Geneesmiddelen mogen alleen in rekening worden gebracht indien deze zijn verstrekt/toegediend aan de patiënt.

2024: NR/REG-2403a art. 31 lid 6


Add-ongeneesmiddelen
Een add-ongeneesmiddel wordt uitsluitend geregistreerd in combinatie met een zorgtraject, tenzij een behandeling in het buitenland wordt geleverd en het bijbehorende geneesmiddel met een add-on declaratietitel in Nederland wordt toegediend en gedeclareerd.

2024: NR/REG-2403a art. 26 lid 3


Als een patiënt een geneesmiddel gebruikt waarvoor een add-on, respectievelijk een ozp-stollingsfactor is vastgesteld dan declareert de zorgverlener het geneesmiddel als add-on, respectievelijk ozp-stollingsfactor. In dat geval wordt een dergelijk geneesmiddel dus niet meer als onderdeel van een dbc-zorgproduct in rekening gebracht. Geneesmiddelen die worden ingezet in het kader van MKA chirurgische verrichtingen (230000 t/m 239962) maken wel onderdeel uit van deze verrichtingen en worden niet door middel van een add-ongeneesmiddel, respectievelijk ozp-stollingsfactor gedeclareerd. Het ten laste van de medisch-specialistische zorg declareren van buiten de medisch-specialistische zorg bekostigde geneesmiddelen is niet toegestaan.

2024: NR/REG-2403a art. 34a lid 10

2025
Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren

Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren zijn geneesmiddelen (geregistreerde geneesmiddelen of apotheekbereidingen) die als overige zorgproducten in rekening worden gebracht. De prestatiebeschrijving van deze overige zorgproducten wordt gevormd door de artikelomschrijving van het geneesmiddel zoals opgenomen in de G-standaard.

Voor de vaststelling van een geneesmiddel als 'add-ongeneesmiddel' of 'ozp-stollingsfactor' hanteert de NZa de volgende limitatieve criteria:
Bij een geregistreerd geneesmiddel:

  • De kosten van het geregistreerde geneesmiddel, die betrekking hebben op een prestatie voor geneeskundige zorg zoals medisch specialisten die plegen, bedragen gemiddeld meer dan €1.000 per patiënt per jaar, en
  • Voor het geneesmiddel is een handelsvergunning afgegeven door de Nederlandse (CBG) of Europese (EMA) registratieautoriteit. De NZa dient te beschikken over de openbare publicatie van de SmPC tekst van het geneesmiddel, en
  • Het geneesmiddel is opgenomen in de G-standaard van Z-index.

Of
Bij een apotheekbereiding:

  • Het betreft een apotheekbereiding waarbij de apotheek op basis van grondstoffen een geneesmiddel bereidt; en
  • De kosten voor de apotheekbereiding die betrekking hebben op een prestatie voor geneeskundige zorg zoals medisch specialisten die plegen, gemiddeld meer dan €1.000 per patiënt per jaar bedragen of waarvan voor een geregistreerd equivalent een add-ongeneesmiddel of ozp-stollingsfactor geldig is. Onder 'kosten' wordt hier verstaan: de kosten die onderdeel zijn van de kostprijs zoals beschreven in artikel 15 lid 2 van deze beleidsregel, en
  • De apotheekbereiding is opgenomen in de G-standaard van Z-index.

Een geneesmiddel verliest van rechtswege de status van add-on of ozp-stollingsfactor vanaf de datum dat de handelsvergunning bedoeld in het tweede lid is ingetrokken. Vanaf die datum vervalt eveneens van rechtswege de door de NZa afgegeven prestatie- en tariefbeschikking waarmee het geneesmiddel de status van add-on of ozp-stollingsfactor verkreeg.

Een geneesmiddel verliest van rechtswege de status van add-on of ozp-stollingsfactor vanaf de datum waarop het geneesmiddel niet meer in de G-standaard is opgenomen. Vanaf die datum vervalt eveneens van rechtswege de door de NZa afgegeven prestatie- en tariefbeschikking waarmee het geneesmiddel de status van add-on of ozp-stollingsfactor verkreeg.

2025: Beleidsregel prestaties en tarieven medisch-specialistische zorg 2025 art. 10


Declaratiebepalingen geneesmiddelen

a. Een geneesmiddel dat intramuraal, dus 'binnen de muren' van een instelling, wordt voorgeschreven en verstrekt/toegediend aan een patiënt, wordt gedeclareerd door de instelling waar dat geneesmiddel is verstrekt/toegediend.

b. In afwijking van het gestelde onder a geldt dat:

  • geneesmiddelen die alleen vallen onder de te verzekeren prestatie 'geneeskundige zorg zoals medisch specialisten die plegen te bieden' als bedoeld in artikel 2.4 van het Besluit zorgverzekering, en
  • geneesmiddelen voor de behandeling van HIV, dienen te worden gedeclareerd door de zorgverlener waarvan de patiënt voor de toepassing van deze geneesmiddelen 'eigen patiënt' is en waarvan de op deze geneesmiddelen betrekking hebbende zorg niet is overgenomen door een andere zorgverlener.

c. Declaratie van geneesmiddelen bedoeld onder a en b geschiedt als onderdeel van een dbc-zorgproduct, of via een aparte declaratietitel indien voor het betreffende geneesmiddel een add-on is vastgesteld en deze is opgenomen in de G-standaard.

d. Als uitzondering op het bepaalde in artikel 31 lid 6 onderdeel c van deze regeling kan een in Nederland geregistreerd geneesmiddel dat niet voorradig is, worden vervangen door een geneesmiddel waarvoor een handelsvergunning is afgegeven buiten Nederland. Het gaat in dat geval om een geneesmiddel dat dezelfde werkzame stof, toedieningsvorm en sterkte bevat. Het vervangende geneesmiddel met een buitenlandse registratie wordt met het ZI nummer van het Nederlandse product gedeclareerd.

e. Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren worden per verstrekking gedeclareerd. Meerdere verstrekkingen van een geneesmiddel op één dag leiden dus tot meerdere declarabele prestaties, ongeacht de indicatie(s) waarvoor het geneesmiddel wordt verstrekt.

f. Geneesmiddelen mogen alleen in rekening worden gebracht indien deze zijn verstrekt/toegediend aan de patiënt.

2025: Regeling medisch-specialistische zorg 2025 art. 31 lid 6


Add-ongeneesmiddelen
Een add-ongeneesmiddel wordt uitsluitend geregistreerd in combinatie met een zorgtraject, tenzij een behandeling in het buitenland wordt geleverd en het bijbehorende geneesmiddel met een add-on declaratietitel in Nederland wordt toegediend en gedeclareerd.

2025: Regeling medisch-specialistische zorg 2025 art. 26 lid 3


Als een patiënt een geneesmiddel gebruikt waarvoor een add-on, respectievelijk een ozp-stollingsfactor is vastgesteld dan declareert de zorgaanbieder het geneesmiddel als add-on, respectievelijk ozp-stollingsfactor. In dat geval wordt een dergelijk geneesmiddel dus niet meer als onderdeel van een dbc-zorgproduct in rekening gebracht. Geneesmiddelen die worden ingezet in het kader van MKA-chirurgische verrichtingen (230000 t/m 239962) maken wel deel uit van deze verrichtingen en worden niet door middel van een add-ongeneesmiddel, respectievelijk ozp-stollingsfactor gedeclareerd. Het ten laste van de medisch-specialistische zorg declareren van buiten de medisch-specialistische zorg bekostigde geneesmiddelen is niet toegestaan.

2025: Regeling medisch-specialistische zorg 2025 art. 34a lid 10

Interpretaties

De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:

  1. Let op: in bepaalde gevallen wordt een geneesmiddel niet als add-on geregistreerd waardoor binnen het interval geen geneesmiddel gevonden kan worden. Dit kan fout positieve acties opleveren bijvoorbeeld in het geval van intravitreale injecties.
  2. Combinatie van verstrekkings- en begeleidingscodes met geneesmiddel op basis van ATC-code:
    1. Injectie botulinetoxine (036264, 039446, 190872, 239064, 239065): M03AX01
    2. Oncologische verstrekkingscodes:
      • Verstrekkingscode chemotherapie (039141, 039142, 039143): L01A#, L01B#, L01C#, L01D#, L01XA#, L01XB#, L01XF#, L01XH#, L01XU#, L01XX#, L01XY01. Uitgezonderd L01XX35, L01XX51, L01XX52, L01XX62, L01XX70 (CAR-T), L01XX71 (CAR-T).
      • Verstrekkingscode immunotherapie (039146):
        • Oncologie: L01E#, L01F#, L01XE#, L01XG#, L01XJ#, L01XK#, L01XL#, L01XM#, L04AA#, L04AB#, L04AD#, L04AE#, L04AF#, L04AG#, L04AH#, L04AJ#, L04AK#, L04AX#, L01XX51, L01XX52, L01XX62, L01XY02, L03AX15, L04AC11, D06BB10. Uitgezonderd L01FD03, L01FD04, L01FX02, L01FX05, L01FX13, L01FX14, L01FX17, L01XL03 (CAR-T), L01XL04 (CAR-T), L04AA06, L04AD02, L04AX01, L04AF02.
        • Niet-oncologie: L04AC#, D11AH05, D11AH07, J06BA02, J06BC03, R03DX05, R03DX08, R03DX09, R03DX10, R03DX11.
      • Verstrekkingscode chemo-immunotherapie (039145): 1 van de middelen onder punt 2/3 of L01FD03, L01FD04, L01FX02, L01FX05, L01FX13, L01FX14, L01FX17.
      • Verstrekkingscode PSMA (120415): V10XX05
    3. [Optioneel via parameter] Intravitreale injectie van medicatie (039810): L01XC07, L01FG01, S01LA04, S01LA05, S01LA08, S01BA01, S01LA09
    4. [Optioneel via parameter] Hemodialyse met EPO (192052) (vanaf 2022 t/m 2023): B03XA01, B03XA02, B03XA03
    5. [Optioneel via parameter] Biological + immuunglobuline (039135, 039136, 039140): B02BD17, B02BX11, B03XA10, B06AC07, C02KX06, D11AH05, D11AH07, J06BD09, J07AH11, J07BB05, L01FA01, L01FD07, L01FF05, L01FX31, L01FX32, L01FX33, L01FX34, L01FX35, L01XX86, L01XY04, L03AB07, L03AB08, L03AB13, L03AX13, L04AA18, L04AA23, L04AA24, L04AA25, L04AA26, L04AA27, L04AA28, L04AA29, L04AA31, L04AA33, L04AA34, L04AA36, L04AA37, L04AA38, L04AA40, L04AA42, L04AA44, L04AA45, L04AA50, L04AA52, L04AB01, L04AB02, L04AB04, L04AB05, L04AB06, L04AE01, L04AE03, L04AE04, L04AG03, L04AG04, L04AG05, L04AG06, L04AG08, L04AG11, L04AG12, L04AJ01, L04AJ10, L04AJ11, L04AK02, R03DX05, R03DX08, R03DX09, R03DX10, R03DX11, V10XA04. J06B# (immuunglobuline)
    6. [Optioneel via parameter] Gonadotrofine (039998): G03GA# (werkt niet met delta parameter maar wordt 1x/DBC verwacht)
  3. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter kan het interval in stap 2 van de programmeerbare norm gewijzigd worden. Default staat het interval op 3 dagen. (N4925_DELTA)
  4. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter kan het interval in stap 2 van de programmeerbare norm gewijzigd worden per groep. Default wordt de standaard delta gebruikt (N4925_DELTA) en kan deze per groep worden aangepast. (N4925_GROEP_DELTA)
  5. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter kunnen verstrekkings- en begeleidingscodes uitgesloten worden van signalering. Default worden er geen verstrekkings- of begeleidingscodes uitgesloten. (N4925_UITSL_BV_CODE)
  6. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter kunnen verstrekkings- en begeleidingscodes geïncludeerd worden voor signalering, zie optioneel onder interpretatiepunt 1. Default worden deze niet meegenomen. (N4925_UITSL_GROEP)
  7. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om acties uit te sluiten indien een toedieningsregistratie van een niet duur geneesmiddel aanwezig is binnen een interval. Default wordt niet gecontroleerd op aanwezigheid van toedieningsregistratie. (N4925_TOEDIENING_INTERVAL)
Programmeerbare norm

Er is sprake van “DGM - Verstrekkings- of begeleidingscode wijst op ontbreken add-on DGM in facturatiemodule (N4925)” als aan de volgende selectie is voldaan:

1) Alle verstrekkings- en begeleidingscodes: 036264, 039446, 190872, 239064, 239065, 039141, 039142, 039143, 039145, 039146, 120415

Optioneel via parameter: 039810, 192052, 039135, 039136, 039140, 039998


2) Binnen een interval van 3 dagen is er geen bijbehorende add-on geneesmiddel gevonden in factuur


Logica: 1 en 2

Berekening financiële impact

De waarde van de meest voorkomende add-on  wordt getoond als financiële impact. De meest voorkomende add-on DGM wordt berekend op basis van de zorgactiviteit in combinatie met het specialisme en de diagnose. De meest voorkomende dosering van de add-on DGM wordt berekend, hierbij wordt geen rekening gehouden met gecombineerde doseringen (bijvoorbeeld combinatie van 25mg en 50mg in 1 toediening).