Subtrajecten – Openen regulier subtraject (zorgtype 11) op basis van ICC (N4315)

Uit normenkaderzorg.nl
(Doorverwezen vanaf N4315)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Referentienummer: N4315
Behoort tot Normenkader ValueCare

Ziekenhuizen Volledigheid

  1. Ziekenhuizen Volledigheid - Diagnosebepaling - Openen behandeling
Samenvatting

Deze norm signaleert acties wanneer, naast een ICC subtraject, zorgactiviteiten zijn geregistreerd onder het specialisme van de ICC. Dit duidt op een zelfstandige behandeling en dit subtraject mag omgezet worden naar regulier subtraject, dit moet door, of uit naam van de specialist (hoofdbehandelaar worden gedaan) conform de landelijke registratieregels.  

Regelgeving / beleid
2021
Een zorgtraject met subtraject ZT13 wordt door de medisch specialist (of arts-assistent, verpleegkundig specialist of physician assistant) die de poortfunctie uitvoert geopend bij een intercollegiaal consult (icc) voor een patiënt die klinisch is opgenomen waarbij één of meer verpleegdagen, klinische zorgdagen in de thuissituatie, ic-dagen of verblijfsdagen ggz op een PAAZ of PUK zijn geregistreerd.

Wanneer na een icc de behandeling van de patiënt wordt overgenomen of resulteert in een medebehandeling, wordt geen (icc) zorg/subtraject geopend. Het zorgtype van het subtraject wordt omgezet van ZT13 naar ZT11 en de icc-diagnosecode naar de diagnosecode die hoort bij de te behandelen zorgvraag.

2021: Nr/REG-2103a art. 7 lid 1 en 3


Medebehandeling (190017)
Er is sprake van medebehandeling wanneer een medisch specialist (of arts assistent, verpleegkundig specialist of physician assistant) die de poortfunctie uitvoert een patiënt, op verzoek van een ander poortspecialisme tijdens een klinische opname waarbij één of meer verpleegdagen, klinische zorgdagen in de thuissituatie, ic-dagen of verblijfsdagen ggz op een PAAZ of PUK zijn geregistreerd, voor een eigen zorgvraag gaat behandelen. Deze zorgactiviteit wordt per face-to-face contact met de patiënt in het kader van medebehandeling vastgelegd.

2021: NR/REG-2103a art. 24 lid 20

2022
Een zorgtraject met subtraject ZT13 wordt door de medisch specialist (of arts-assistent, verpleegkundig specialist of physician assistant) die de poortfunctie uitvoert geopend bij een intercollegiaal consult (icc) voor een patiënt die klinisch is opgenomen waarbij één of meer verpleegdagen, klinische zorgdagen in de thuissituatie, ic-dagen (ook NICU of PICU) of verblijfsdagen ggz op een PAAZ of PUK zijn geregistreerd.

Wanneer na een icc de behandeling van de patiënt wordt overgenomen of resulteert in een medebehandeling, wordt geen (icc) zorg/subtraject geopend. Het zorgtype van het subtraject wordt omgezet van ZT13 naar ZT11 en de icc-diagnosecode naar de diagnosecode die hoort bij de te behandelen zorgvraag.

2022: NR/REG-2207a art. 7 lid 1 en 3


Medebehandeling (190017)
Er is sprake van medebehandeling wanneer een medisch specialist (of arts assistent, verpleegkundig specialist of physician assistant) die de poortfunctie uitvoert een patiënt, op verzoek van een ander poortspecialisme tijdens een klinische opname waarbij één of meer verpleegdagen, klinische zorgdagen in de thuissituatie, ic-dagen (ook NICU of PICU) of verblijfsdagen ggz op een PAAZ of PUK zijn geregistreerd, voor een eigen zorgvraag gaat behandelen. Deze zorgactiviteit wordt per contact met de patiënt in het kader van medebehandeling vastgelegd. Een medebehandeling op afstand dient ter vervanging van een face-to-face contact en dient om die reden zowel zorginhoudelijk als qua tijdsduur te voldoen aan de voorwaarden die ook gelden voor reguliere face to-face contacten. Van dit contact vindt inhoudelijke verslaglegging plaats in het medisch dossier van de patiënt.

2022: NR/REG-2207a art. 24 lid 20

2023
Een zorgtraject met subtraject ZT13 wordt door de medisch specialist (of arts-assistent, verpleegkundig specialist of physician assistant) die de poortfunctie uitvoert geopend bij een intercollegiaal consult (icc) voor een patiënt die tijdens een periode van verblijf, waarbinnen minimaal één van de volgende zorgactiviteiten is geregistreerd: verpleegdag, klinische zorgdag in de thuissituatie, ic-dag (ook NICU of PICU), verblijfsdagen ggz op een PAAZ of PUK, intensieve niet-electieve en langdurige kindergeneeskundige zorg met thuisovernachting, langdurige observatie zonder overnachting of dagverpleging.

Wanneer na een icc de behandeling van de patiënt wordt overgenomen of resulteert in een medebehandeling, wordt het zorgtype van het subtraject omgezet van ZT13 naar ZT11. De icc-diagnosecode wordt omgezet naar de diagnosecode die het ZT11 traject het best typeert

2023: NR/REG-2306a art. 7 lid 1 en 3


Medebehandeling (190117)
Er is sprake van medebehandeling wanneer een medisch specialist (of arts assistent, verpleegkundig specialist of physician assistant) die de poortfunctie uitvoert een patiënt, op verzoek van een ander medisch specialisme tijdens een periode van verblijf voor een ander specialisme, voor een eigen zorgvraag gaat behandelen. Voor deze periode van verblijf is minimaal één van de volgende zorgactiviteiten geregistreerd: verpleegdag, klinische zorgdag in de thuissituatie, ic-dag (ook NICU of PICU), verblijfsdagen ggz op een PAAZ of PUK, intensieve niet-electieve en langdurige kindergeneeskundige zorg met thuisovernachting, langdurige observatie zonder overnachting of dagverpleging. Een medebehandeling op afstand dient ter vervanging van een face-to-face contact en dient om die reden zowel zorginhoudelijk als qua tijdsduur te voldoen aan de voorwaarden die ook gelden voor reguliere face-to-face contacten. Van dit contact vindt inhoudelijke verslaglegging plaats in het medisch dossier van de patiënt.

2023: NR/REG-2306a art. 24 lid 20

2024
Een zorgtraject met subtraject ZT13 wordt door de medisch specialist (of arts-assistent, verpleegkundig specialist of physician assistant) die de poortfunctie uitvoert geopend bij een intercollegiaal consult (icc) voor een patiënt die tijdens een periode van verblijf, waarbinnen minimaal één van de volgende zorgactiviteiten is geregistreerd: verpleegdag, klinische zorgdag in de thuissituatie, ic-dag (ook NICU of PICU), verblijfsdagen ggz op een PAAZ of PUK, intensieve niet-electieve en langdurige kindergeneeskundige zorg met thuisovernachting, langdurige observatie zonder overnachting of dagverpleging.

Wanneer na een icc de behandeling van de patiënt wordt overgenomen of resulteert in een medebehandeling, wordt het zorgtype van het subtraject omgezet van ZT13 naar ZT11. De icc-diagnosecode wordt omgezet naar de diagnosecode die het ZT11 traject het best typeert

2024: NR/REG-2403a art. 7 lid 1 en 3


Medebehandeling (190117)
Er is sprake van medebehandeling wanneer een medisch specialist (of arts assistent, verpleegkundig specialist of physician assistant) die de poortfunctie uitvoert een patiënt, op verzoek van een ander medisch specialisme tijdens een periode van verblijf voor een ander specialisme, voor een eigen zorgvraag gaat behandelen. Voor deze periode van verblijf is minimaal één van de volgende zorgactiviteiten geregistreerd: verpleegdag, klinische zorgdag in de thuissituatie, ic-dag (ook NICU of PICU), verblijfsdagen ggz op een PAAZ of PUK, intensieve niet-electieve en langdurige kindergeneeskundige zorg met thuisovernachting, langdurige observatie zonder overnachting of dagverpleging. Een medebehandeling op afstand dient ter vervanging van een face-to-face contact en dient om die reden zowel zorginhoudelijk als qua tijdsduur te voldoen aan de voorwaarden die ook gelden voor reguliere face-to-face contacten. Van dit contact vindt inhoudelijke verslaglegging plaats in het medisch dossier van de patiënt.

2024: NR/REG-2403a art. 24 lid 20

2025
Een zorgtraject met subtraject ZT13 wordt door de medisch specialist of arts-assistent, verpleegkundig specialist of physician assistant die de poortfunctie uitvoert geopend bij een intercollegiaal consult (icc) voor een patiënt tijdens een periode van verblijf, waarbinnen minimaal één van de volgende zorgactiviteiten is geregistreerd: verpleegdag, klinische zorgdag in de thuissituatie, ic-dag (ook NICU of PICU), verblijfsdagen ggz op een PAAZ of PUK, intensieve niet-electieve en langdurige kindergeneeskundige zorg met thuisovernachting, langdurige observatie zonder overnachting of dagverpleging.

Wanneer na een icc de behandeling van de patiënt wordt overgenomen of resulteert in een medebehandeling, wordt het zorgtype van het subtraject omgezet van ZT13 naar ZT11. De icc-diagnosecode wordt omgezet naar de diagnosecode die het ZT11 traject het best typeert.

2025: Regeling medisch-specialistische zorg 2025 art. 7 lid 1 en 3


Medebehandeling (190117)
Er is sprake van medebehandeling wanneer een medisch specialist (of arts assistent, verpleegkundig specialist of physician assistant) die de poortfunctie uitvoert een patiënt, op verzoek van een ander medisch specialisme tijdens een periode van verblijf voor een ander specialisme, voor een eigen zorgvraag gaat behandelen. Voor deze periode van verblijf is minimaal één van de volgende zorgactiviteiten geregistreerd: verpleegdag, klinische zorgdag in de thuissituatie, ic-dag (ook NICU of PICU), verblijfsdagen ggz op een PAAZ of PUK, intensieve niet-electieve en langdurige kindergeneeskundige zorg met thuisovernachting, langdurige observatie zonder overnachting of dagverpleging. Een medebehandeling op afstand dient ter vervanging van een face-to-face contact en dient om die reden zowel zorginhoudelijk als qua tijdsduur te voldoen aan de voorwaarden die ook gelden voor reguliere face-to-face contacten. Van dit contact vindt inhoudelijke verslaglegging plaats in het medisch dossier van de patiënt.

2025: Regeling medisch-specialistische zorg 2025 art. 24 lid 20

Interpretaties

De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:

  1. Medebehandeling wordt gedefinieerd als zorgactiviteit met zorgprofielklasse 5, 6, 13, 14, 15, 16, 20, 21 & 22. (MSZ 2016 pagina 32)
  2. Wanneer er tijdens een ICC subtraject een zorgactiviteit met zorgprofielklasse 1, 2 of 3 (met uitzondering van zorgactiviteit 190009/190119, 190854/190814 of 190017/190117) is geregistreerd, is de verwachting dat de patiënt ook behandeld wordt voor een aparte zorgvraag bij een ander specialisme. Hiervoor had op dat moment een ZT11 geopend moeten worden.
  3. Bij acties voor zorgactiviteiten uit zorgprofielklasse 1, 2 of 3 (met uitzondering van zorgactiviteit 190009/190119, 190854/190814 of 190017/190117) wordt aanvullend op rechtmatigheid gecontroleerd. Het is onrechtmatig om consulten, dagverpleging of verpleegdagen te registreren tijdens de opname van een ander specialisme.
  4. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter kan ingesteld worden dat op bepaalde zorgactiviteiten niet gesignaleerd zal worden. (N4315_UITSL_CTG)
  5. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om zorgprofielklassen uit te sluiten. Standaard is deze niet gevuld. (N4315_UITSL_ZPK)
  6. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om bepaalde specialismen uit te sluiten van signalering. Standaard worden er geen specialismen uitgesloten. (N4315_UITSL_SPEC)
  7. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om bepaalde specialismen in combinatie met specifieke zorgactiviteiten uit te sluiten. (N4315_UITSL_VERR_SPEC_KOPPEL). Standaard worden er geen combinaties van specialisme en zorgactiviteit uitgesloten.
  8. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter kan ingesteld worden dat medebehandelingen (190017/190117) meegenomen worden als grond om een ZT13 om te zetten in een ZT11. Default wordt medebehandeling niet meegenomen. Voor medebehandeling wordt wel als eis gesteld dat er een opname voor een ander specialisme aanwezig is dan de medebehandeling. (N4315_MEDEBEH_MEENEMEN)
  9. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter kan ingesteld worden of de zorgactiviteit voor het uitvoerend specialisme is gekoppeld aan de ZT13 DBC. Default staat deze parameter op NEE en wordt er alleen gekeken of de zorgactiviteit binnen de looptijd van de ZT13 DBC valt. (N4315_IN_ZT13)
  10. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter kan ingesteld worden of verrichtingen gesignaleerd worden wanneer er al een reguliere ZT11 of ZT21 voor dezelfde patiënt en hetzelfde uitvoerend specialisme bestaat. Bij het activeren van de parameter wordt alleen gesignaleerd als de verrichting gekoppeld is aan een ICC-DBC. Eventuele zwevende verrichtingen worden via de norm Niet gekoppelde, typerende verrichting binnen looptijd van subtraject (N4400) gesignaleerd. Default wordt er niet gesignaleerd bij aanwezigheid van een ZT11 of ZT21. (N4315_AANW_ZT1121_SIGNALEREN)
  11. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter kunnen middels verrichtingscode(s), extra landelijke zorgactiviteiten toegevoegd worden die een ZT11 of ZT21 rechtvaardigen. Default is de parameter leeg. (N4315_EXTRA_CTG)
  12. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter kunnen middels zorgprofielklasse(n), extra landelijke zorgactiviteiten toegevoegd worden die een ZT11 of ZT21 rechtvaardigen. Default is de parameter leeg. (N4315_EXTRA_ZPK)
  13. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke is het mogelijk om te wisselen tussen AGB specialisme nummer en specialisme code in stap 4a en 3b van de programmeerbare norm. Default wordt gezocht op basis van AGB specialisme nummer. Van toepassing voor ziekenhuizen die werken met meer subspecialismen onder één AGB nummer. (N4315_KOPPELING_SPEC_ZT1121)
  14. Als van een zorgactiviteit het uitvoerend specialisme niet bepaald kan worden, dan wordt, indien mogelijk, gekeken naar het specialisme van het subtraject waar de verrichting aan gekoppeld is.
Programmeerbare norm

Er is sprake van  “Subtrajecten – Openen regulier subtraject (zorgtype 11) op basis van ICC (N4315)” als aan de volgende selectie is voldaan: 


1) Alle ICC subtrajecten (zorgtype 13)

 

 

2a) Zorgactiviteiten polikliniekbezoek, dagverpleging en/ of verpleegdagen die een regulier subtraject rechtvaardigen (ZPK 1, 2, 3, behalve zorgactiviteit 190009/190119, 190854/190814) tijdens de looptijd van het ICC subtraject bij hetzelfde uitvoerend specialisme

2b) Zorgactiviteiten voor behandeling die een regulier subtraject rechtvaardigen (ZPK 5, 6, 13, 14, 15, 16, 20, 21 & 22, tarieftype 16, 17, 190017, 190117) tijdens de looptijd van het ICC subtraject bij hetzelfde uitvoerend specialisme
 

 

3a) Op dezelfde kalenderdag is géén verpleegdag en/of IC behandeldag of verblijfsdag GGZ op een PAAZ of PUK of (per 2023) dagverpleging/dagverpleging kaakchirurgie/langdurige observatie/thuisovernachting kindergeneeskunde voor een ander uitvoerend specialisme geregistreerd


3b) Op dezelfde kalenderdag is géén ZT11 of ZT21 voor dezelfde patiënt en hetzelfde uitvoerend specialisme

 

4a) Op dezelfde kalenderdag is géén ZT11 of ZT21 voor dezelfde patiënt en hetzelfde uitvoerend specialisme


Logica: 1 en (2a en 3a en 4a) en/of (2b en 3b)
Te nemen actie

Wijzig het ICC subtraject (zorgtype 13) naar een regulier subtraject (zorgtype 11).

Berekening financiële impact

Het waardeverschil tussen het gesignaleerde subtraject en een nieuw subtraject wordt getoond als financiële impact. Om het nieuwe subtraject te simuleren wordt de meest gebruikte diagnose voor het uitvoerend specialisme gebruikt. Vervolgens worden de gesignaleerde zorgactiviteiten inclusief het nieuwe subtraject en het oude ICC subtraject gegrouperd om zo het waardeverschil te berekenen.