Typerende zorgactiviteiten gekoppeld aan een ATLS-traject, parallel subtraject aanwezig (N4071)

Uit normenkaderzorg.nl
(Doorverwezen vanaf N4071)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Referentienummer: N4071
Behoort tot Normenkader ValueCare

Ziekenhuizen Volledigheid

  1. Ziekenhuizen Volledigheid - Einde Behandeling - Koppelen zorgactiviteiten
Samenvatting

Deze norm signaleert acties wanneer er meer zorgactiviteiten gekoppeld zijn aan een ATLS-traject dan verwacht én er een parallel subtraject aanwezig is. Dit duidt erop dat de zorgactiviteiten omgehangen kunnen worden naar het parallelle traject, wat invloed kan hebben op de afleiding.

Regelgeving / beleid
2021
Voor ATLS traumaopvang zijn de onderstaande diagnosecodes beschikbaar:
  • 610 van heelkunde en 4110 van orthopedie: ATLS-traumaopvang ISS < 16
  • 611 van heelkunde en 4111 van orthopedie: ATLS-traumaopvang ISS ≥ 16

Voor de juiste keuze van een diagnose bij ATLS-traumaopvang is de wereldwijd gehanteerde Injury Severity Score (ISS) van belang. Vermeld daarom deze score in de verslaglegging.

Naast de diagnosecode zijn er aanvullende eisen gesteld om een geldig zorgproduct te kunnen afleiden. Voor de ATLS diagnoses zijn minstens vereist:

Verrichting ATLS-traumaopvang (039676) – diagnosticeren en stabiliseren van verschillende typen (organische) letsels en/of perforaties onder verantwoordelijkheid van een ATLS gecertificeerd medisch specialist.

Tenminste 1 Hb-bepaling (070702)

Radiologisch onderzoek (radiologische foto of CT-scan) van de wervelkolom, bekken, thorax, hersenen of schedel.

Als na de screening blijkt dat er sprake is van letsel, dan mag de behandeling van die letsels apart gedeclareerd worden in een parallel zorgtraject. Let er hierbij op dat beide trajecten voldoen aan de voorwaarden voor het registreren van een parallel zorgproduct. (Deze voorwaarden staan in paragraaf 2.5 van dit handboek beschreven)

2021: DOT-handleiding SEH-artsen KNMG


Bij de volgende diagnosen kan een parallel zorgtraject geopend worden:

  • Diagnosen die vastgesteld worden tijdens het traject rondom de traumaopvang volgens de ATLS, welke beschreven wordt met de diagnosen `ATLS-opvang trauma ISS <16' en `ATLS-opvang multitrauma ISS ≥ 16'. Deze diagnosen kunnen (mits aan de voorwaarden voor parallelliteit is voldaan) parallel geregistreerd worden aan diagnosen die geconstateerd worden bij de screening.

2021: NR/REG-2103a art. 5 lid 4d

2022
Voor ATLS traumaopvang zijn de onderstaande diagnosecodes beschikbaar:
  • 610 van heelkunde en 4110 van orthopedie: ATLS-traumaopvang ISS < 16
  • 611 van heelkunde en 4111 van orthopedie: ATLS-traumaopvang ISS ≥ 16

Voor de juiste keuze van een diagnose bij ATLS-traumaopvang is de wereldwijd gehanteerde Injury Severity Score (ISS) van belang. Vermeld daarom deze score in de verslaglegging.

Naast de diagnosecode zijn er aanvullende eisen gesteld om een geldig zorgproduct te kunnen afleiden. Voor de ATLS diagnoses zijn minstens vereist:

Verrichting ATLS-traumaopvang (039676) – diagnosticeren en stabiliseren van verschillende typen (organische) letsels en/of perforaties onder verantwoordelijkheid van een ATLS gecertificeerd medisch specialist.

Tenminste 1 Hb-bepaling (070702)

Radiologisch onderzoek (radiologische foto of CT-scan) van de wervelkolom, bekken, thorax, hersenen of schedel.

Als na de screening blijkt dat er sprake is van letsel, dan mag de behandeling van die letsels apart gedeclareerd worden in een parallel zorgtraject. Let er hierbij op dat beide trajecten voldoen aan de voorwaarden voor het registreren van een parallel zorgproduct. (Deze voorwaarden staan in paragraaf 2.5 van dit handboek beschreven)

2022: DOT-handleiding SEH-artsen KNMG


Bij de volgende diagnosen kan een parallel zorgtraject geopend worden:

  • Diagnosen die vastgesteld worden tijdens het traject rondom de traumaopvang volgens de ATLS, welke beschreven wordt met de diagnosen `ATLS-opvang trauma ISS <16' en `ATLS-opvang multitrauma ISS ≥ 16'. Deze diagnosen kunnen (mits aan de voorwaarden voor parallelliteit is voldaan) parallel geregistreerd worden aan diagnosen die geconstateerd worden bij de screening.

2022: NR/REG-2207a art. 5 lid 4d

2023
Voor ATLS traumaopvang zijn de onderstaande diagnosecodes beschikbaar:
  • 610 van heelkunde en 4110 van orthopedie: ATLS-traumaopvang ISS < 16
  • 611 van heelkunde en 4111 van orthopedie: ATLS-traumaopvang ISS ≥ 16

Voor de juiste keuze van een diagnose bij ATLS-traumaopvang is de wereldwijd gehanteerde Injury Severity Score (ISS) van belang. Vermeld daarom deze score in de verslaglegging.

Naast de diagnosecode zijn er aanvullende eisen gesteld om een geldig zorgproduct te kunnen afleiden. Voor de ATLS diagnoses zijn minstens vereist:

Verrichting ATLS-traumaopvang (039676) – diagnosticeren en stabiliseren van verschillende typen (organische) letsels en/of perforaties onder verantwoordelijkheid van een ATLS gecertificeerd medisch specialist.

Tenminste 1 Hb-bepaling (070702)

Radiologisch onderzoek (radiologische foto of CT-scan) van de wervelkolom, bekken, thorax, hersenen of schedel.

Als na de screening blijkt dat er sprake is van letsel, dan mag de behandeling van die letsels apart gedeclareerd worden in een parallel zorgtraject. Let er hierbij op dat beide trajecten voldoen aan de voorwaarden voor het registreren van een parallel zorgproduct. (Deze voorwaarden staan in paragraaf 2.5 van dit handboek beschreven)

2023: DOT-handleiding SEH-artsen KNMG

Bij de volgende diagnosen kan een parallel zorgtraject geopend worden:

  • Diagnosen die vastgesteld worden tijdens het traject rondom de traumaopvang volgens de ATLS, welke beschreven wordt met de diagnosen `ATLS-opvang trauma ISS <16' en `ATLS-opvang multitrauma ISS ≥ 16'. Deze diagnosen kunnen (mits aan de voorwaarden voor parallelliteit is voldaan) parallel geregistreerd worden aan diagnosen die geconstateerd worden bij de screening.

2023: NR/REG-2306a art. 5 lid 4d

2024
Voor ATLS traumaopvang zijn de onderstaande diagnosecodes beschikbaar:
  • 610 van heelkunde en 4110 van orthopedie: ATLS-traumaopvang ISS < 16
  • 611 van heelkunde en 4111 van orthopedie: ATLS-traumaopvang ISS ≥ 16

Voor de juiste keuze van een diagnose bij ATLS-traumaopvang is de wereldwijd gehanteerde Injury Severity Score (ISS) van belang. Vermeld daarom deze score in de verslaglegging.

Naast de diagnosecode zijn er aanvullende eisen gesteld om een geldig zorgproduct te kunnen afleiden. Voor de ATLS diagnoses zijn minstens vereist:

Verrichting ATLS-traumaopvang (039676) – diagnosticeren en stabiliseren van verschillende typen (organische) letsels en/of perforaties onder verantwoordelijkheid van een ATLS gecertificeerd medisch specialist.

Tenminste 1 Hb-bepaling (070702)

Radiologisch onderzoek (radiologische foto of CT-scan) van de wervelkolom, bekken, thorax, hersenen of schedel.

Als na de screening blijkt dat er sprake is van letsel, dan mag de behandeling van die letsels apart gedeclareerd worden in een parallel zorgtraject. Let er hierbij op dat beide trajecten voldoen aan de voorwaarden voor het registreren van een parallel zorgproduct. (Deze voorwaarden staan in paragraaf 2.5 van dit handboek beschreven)

2024: DOT-handleiding SEH-artsen KNMG


Bij de volgende diagnosen kan een parallel zorgtraject geopend worden:

  • Diagnosen die vastgesteld worden tijdens het traject rondom de traumaopvang volgens de ATLS, welke beschreven wordt met de diagnosen `ATLS-opvang trauma ISS <16' en `ATLS-opvang multitrauma ISS ≥ 16'. Deze diagnosen kunnen (mits aan de voorwaarden voor parallelliteit is voldaan) parallel geregistreerd worden aan diagnosen die geconstateerd worden bij de screening.

2024: NR/REG-2403a art. 5 lid 4d

2025
Voor ATLS traumaopvang zijn de onderstaande diagnosecodes beschikbaar:
  • 610 van heelkunde en 4110 van orthopedie: ATLS-traumaopvang ISS < 16
  • 611 van heelkunde en 4111 van orthopedie: ATLS-traumaopvang ISS ≥ 16

Voor de juiste keuze van een diagnose bij ATLS-traumaopvang is de wereldwijd gehanteerde Injury Severity Score (ISS) van belang. Vermeld daarom deze score in de verslaglegging.

Naast de diagnosecode zijn er aanvullende eisen gesteld om een geldig zorgproduct te kunnen afleiden. Voor de ATLS diagnoses zijn minstens vereist:

Verrichting ATLS-traumaopvang (039676) – diagnosticeren en stabiliseren van verschillende typen (organische) letsels en/of perforaties onder verantwoordelijkheid van een ATLS gecertificeerd medisch specialist.

Tenminste 1 Hb-bepaling (070702)

Radiologisch onderzoek (radiologische foto of CT-scan) van de wervelkolom, bekken, thorax, hersenen of schedel.

Als na de screening blijkt dat er sprake is van letsel, dan mag de behandeling van die letsels apart gedeclareerd worden in een parallel zorgtraject. Let er hierbij op dat beide trajecten voldoen aan de voorwaarden voor het registreren van een parallel zorgproduct. (Deze voorwaarden staan in paragraaf 2.5 van dit handboek beschreven)

2025: DOT-handleiding SEH-artsen KNMG


Bij de volgende diagnosen kan een parallel zorgtraject geopend worden:

  • Diagnosen die vastgesteld worden tijdens het traject rondom de traumaopvang volgens de ATLS, welke beschreven wordt met de diagnosen `ATLS-opvang trauma ISS <16' en `ATLS-opvang multitrauma ISS ≥ 16'. Deze diagnosen kunnen (mits aan de voorwaarden voor parallelliteit is voldaan) parallel geregistreerd worden aan diagnosen die geconstateerd worden bij de screening.

2025: Regeling medisch-specialistische zorg 2025 art. 5 lid 4d

Interpretaties

De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:

  1. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om in plaats van het specialisme van de gesignaleerde DBC het specialisme van de parallelle DBC te tonen en aan de hand van dit specialisme toe te wijzen. Default wordt het specialisme van de gesignaleerde DBC getoond. (N4071_TOEW_PAR_DBC)
  2. De zorgactiviteiten voor ATLS en HB worden nooit overgeheveld. Dit komt door de redenering dat deze zorgactiviteiten bij het ATLS-traject horen en ze geen effect hebben op de afleiding van de parallelle DBC.
  3. Onder zorgactiviteit beeldvorming verstaan wij de volgende zorgactiviteiten:
    1. 080043 - CT total body scan, exclusief preventief onderzoek.
    2. 081002 - Radiologisch onderzoek hersenschedel of deel ervan inclusief neusbeen
    3. 081342 - CT onderzoek van de hersenen en/of schedel met of zonder intraveneus contrastmiddel
    4. 082042 - CT onderzoek van de aangezichtsschedel, met of zonder intraveneus contrast
    5. 083042 - CT onderzoek van de wervelkolom
    6. 083102 - Radiologisch onderzoek cervicale wervelkolom of deel ervan
    7. 085002 - Radiologisch onderzoek thorax, een of meerdere richtingen, inclusief doorlichting
    8. 085042 - CT onderzoek van de thorax, het hart en grote vaten inclusief inbrengen contrastmiddel
    9. 089042 - CT van het bekken inclusief inbrengen orale en/of rectale contraststof. Met of zonder toediening van een intraveneus contrastmiddel
    10. 089202 - Radiologisch onderzoek bekken, respectievelijk heupgewricht
    11. 087042 - CT onderzoek van het abdomen, retroperitoneum, inclusief inbegrepen orale en/of rectale contraststof, met of onder toediening van een intraveneus contrastmiddel (vanaf 01-01-2026)
  4. Afhankelijk van de diagnose en de hoeveelheid aanwezige ATLS, HB en beeldvorming activiteiten, bepalen we de categorie van de ATLS-DBC. Dit is gebaseerd op de minimale benodigde verrichtingen voor een goede afleiding. De categorie bepaalt welke en hoeveel verrichtingen we overhevelen.
    • Indien de ISS groter of gelijk aan 16 is (diagnose 611 bij Chirurgie of 4111 bij Orthopedie) er pas gesignaleerd wordt na 3 beeldvormende zorgactiviteiten (icm wel/niet HB en Traumaopvang).
    • Indien de ISS kleiner is dan 16 (diagnose 610 bij Chirurgie of 4110 bij Orthopedie) dan signaleert deze norm al acties bij meer dan één beeldvormende zorgactiviteit (icm HB en Traumaopvang).
  5. De volgorde van de bepaling van de parallelle DBC gebeurt in 5 stappen:
    1. Is er een DBC van hetzelfde specialisme, gestart op dezelfde dag als de ATLS-DBC;
    2. Is er een DBC van een ander specialisme, gestart op dezelfde dag als de ATLS-DBC;
    3. Is er een DBC die overlapt met de ATLS-DBC van hetzelfde specialisme;
    4. Is er een DBC die overlapt met het ATLS-DBC met specifieke specialismen (bijvoorbeeld NEU, CHI en ORT);
    5. Is er een DBC die overlapt met de ATLS-DBC, ongeacht specialisme.
  6. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is instelbaar welke parallelle DBC's binnen stap 3, 4 en 5 van de bepaling worden meegenomen. Default (parameter waarde is ALLES) worden alle overlappende DBC's meegenomen (bepaling parallelle DBC's t/m stap 5). Optie 1 (waarde parameter is EIGEN): overlap op basis van AGB specialisme nr. Optie 2 (waarde parameter is specialisme code met |): overlap van DBC's met specialisme code waarbij voorkeur gaat naar specialisme van ATLS. (N4071_DBC_PARALLEL_OVERLAP_SPEC)
  7. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is instelbaar welke zorgprofielklassen tot een signalering leiden. Default zijn dit zorgactiviteiten uit zorgprofielklassen 1, 2, 3, 5, 6, 7, 13 en 14 conform de programmeerbare norm. (N4071_ZPK_OVERIGE_ZA)
  8. In de situatie van diagnose 610 en 4110 waarbij meer dan 2 langdurige observatie/verpleegdagen aanwezig zijn adviseren wij deze te koppelen aan de parallelle DBC in verband met de afleiding in de grouper.
Programmeerbare norm

Er is sprake van “Typerende zorgactiviteiten gekoppeld aan een ATLS-traject, parallel subtraject aanwezig (N4071)” als aan de volgende selectie is voldaan:


1) Alle subtrajecten met diagnose 610 of 611 van specialisme heelkunde (AGB 0303) en 4110 of 4111 van het specialisme orthopedie (AGB 0305) met HB (070702) en Traumaopvang (039676)


2) Er is een parallel subtraject aanwezig 


3) Het ATLS-subtraject bevat meer zorgactiviteiten dan verwacht uit ZPK 1, 2, 3, 5, 6, 7, 13 en/of 14, afhankelijk van de categorie:




4a) Subtraject heeft bij diagnose 610 en 4110 inclusief minstens 1 ATLS, HB en 1 beeldvorming zorgactiviteit, alle overige zorgactiviteiten worden overgeheld

4b) Subtraject heeft bij diagnose 611 en 4111 inclusief minstens 1 ATLS, HB en 3 beeldvorming zorgactiviteiten (thorax, bekken en nek), alle overige zorgactiviteiten worden overgeheveld

4c) Subtraject heeft bij diagnose 611 en 4111 inclusief minstens 1 ATLS, zonder HB en 1 beeldvorming zorgactiviteiten (thorax, bekken en nek), alle overige zorgactiviteiten worden overgeheveld



Logica: 1 en 2 en 3 en (4a of 4b of 4c)

Te nemen actie

Er is een parallel subtraject aanwezig
Omhangen van de zorgactiviteiten naar het parallelle subtraject.

Berekening financiële impact

Omhangen zorgactiviteit
Het waardeverschil tussen de gesignaleerde DBC en de parallelle DBC wordt getoond als financiële impact. Hiervoor wordt het omhangen van de gesignaleerde zorgactiviteiten naar het parallelle subtraject gesimuleerd en worden beide subtrajecten opnieuw gegrouperd om zo het waardeverschil te berekenen.

Bepaling van parallelle DBC gebeurt in 3 stappen. De eerste die we vinden, gebruiken we voor de impactbepaling:

  • Is er een DBC van zelfde specialisme, gestart op zelfde dag als ATLS-DBC,
  • Is er een DBC van een ander specialisme, gestart op zelfde dag als ATLS-DBC,
  • Is er een DBC die overlapt met de ATLS-DBC, ongeacht specialisme.