LGGZ machtiging loopt af (N2345)
Referentienummer: N2345
Behoort tot Normenkader ValueCare
GGZ Rechtmatigheid - Langdurige Geestelijke Gezondheidszorg
Samenvatting
Deze norm signaleert cliënten met LGGZ machtigingen waarbij de einddatum nadert, zodat tijdig een nieuwe LGGZ machtiging of een WLZ machtiging (bij >1095 dagen verblijf) kan worden aangevraagd.
Wet- en regelgeving
| 2018 |
|---|
| Overgang Zvw naar Wlz
Verblijf gericht op behandeling valt onder de Zvw totdat sprake is van in totaal 1095 dagen aaneengesloten verblijf met behandeling. Voor de berekening of sprake is van 1095 dagen gaat het zowel om verblijf gericht op ggz (onder de Zvw)3 als om verblijf in het kader van een somatische behandeling. Na deze 1095 dagen intramurale behandeling met verblijf wordt de zorg niet verder bekostigd onder het regime van de Zvw. Bij de telling van aaneengesloten verblijf wordt een onderbreking van ten hoogste 30 dagen niet als onderbreking beschouwd, maar deze dagen tellen niet mee voor de berekening van de 1095 dagen. In afwijking van het voorgaande geldt dat onderbrekingen wegens weekend- en vakantieverlof wel mee tellen voor de berekening van de 1095 dagen. Voor enkele specifieke bepalingen over de telling, in het bijzonder ten aanzien van het registreren en in rekening brengen van deze dagen, wordt verwezen naar artikel 6.1 Algemene registratiebepalingen en artikel 6.2 Declaratiebepalingen zzp’s ggz van deze nadere regel. 2018: NR/REG-1803a art. 4.1 |
| 2019 |
|---|
| Overgang Zvw naar Wlz
Verblijf gericht op behandeling valt onder de Zvw totdat sprake is van in totaal 1095 dagen aaneengesloten verblijf met behandeling.29 Voor de berekening of sprake is van 1095 dagen gaat het zowel om verblijf gericht op ggz (onder de Zvw)3 als om verblijf in het kader van een somatische behandeling. Na deze 1095 dagen intramurale behandeling met verblijf wordt de zorg niet verder bekostigd onder het regime van de Zvw. Bij de telling van aaneengesloten verblijf wordt een onderbreking van ten hoogste 30 dagen niet als onderbreking beschouwd, maar deze dagen tellen niet mee voor de berekening van de 1095 dagen. In afwijking van het voorgaande geldt dat onderbrekingen wegens weekend- en vakantieverlof wel mee tellen voor de berekening van de 1095 dagen. Voor enkele specifieke bepalingen over de telling, in het bijzonder ten aanzien van het registreren en in rekening brengen van deze dagen, wordt verwezen naar artikel 6.1 Algemene registratiebepalingen en artikel 6.2 Declaratiebepalingen zzp’s ggz van deze regeling. 2019: NR/REG-1927 art. 4.1 |
| 2020 |
|---|
| Overgang Zvw naar Wlz
Verblijf gericht op behandeling valt onder de Zvw totdat sprake is van in totaal 1095 dagen aaneengesloten verblijf met behandeling.29 Voor de berekening of sprake is van 1095 dagen gaat het zowel om verblijf gericht op ggz (onder de Zvw)3 als om verblijf in het kader van een somatische behandeling. Na deze 1095 dagen intramurale behandeling met verblijf wordt de zorg niet verder bekostigd onder het regime van de Zvw. Bij de telling van aaneengesloten verblijf wordt een onderbreking van ten hoogste 30 dagen niet als onderbreking beschouwd, maar deze dagen tellen niet mee voor de berekening van de 1095 dagen. In afwijking van het voorgaande geldt dat onderbrekingen wegens weekend- en vakantieverlof wel mee tellen voor de berekening van de 1095 dagen. Voor enkele specifieke bepalingen over de telling, in het bijzonder ten aanzien van het registreren en in rekening brengen van deze dagen, wordt verwezen naar artikel 6.1 Algemene registratiebepalingen en artikel 6.2 Declaratiebepalingen zzp’s ggz van deze regeling. 2020: NR/REG-2021b art. 4.1 |
| 2021 |
|---|
| Overgang Zvw naar Wlz
Verblijf gericht op behandeling valt onder de Zvw totdat sprake is van in totaal 1095 dagen aaneengesloten verblijf met behandeling.29 Voor de berekening of sprake is van 1095 dagen gaat het zowel om verblijf gericht op ggz (onder de Zvw) als om verblijf in het kader van een somatische behandeling. Na deze 1095 dagen intramurale behandeling met verblijf wordt de zorg niet verder bekostigd onder het regime van de Zvw. Bij de telling van aaneengesloten verblijf wordt een onderbreking van ten hoogste 30 dagen niet als onderbreking beschouwd, maar deze dagen tellen niet mee voor de berekening van de 1095 dagen. In afwijking van het voorgaande geldt dat onderbrekingen wegens weekend- en vakantieverlof wel mee tellen voor de berekening van de 1095 dagen. Voor enkele specifieke bepalingen over de telling, in het bijzonder ten aanzien van het registreren en in rekening brengen van deze dagen, wordt verwezen naar artikel 6.1 Algemene registratiebepalingen en artikel 6.2 Declaratiebepalingen zzp’s ggz van deze regeling. 2021: NR/REG-2113a art. 4.1 |
Interpretaties
De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:
- Omwille van het verplicht stellen van gemachtigde LGGZ verblijf voor cliënten die langer dan een jaar klinische behandeling nodig hebben in diens zorginkoopbeleid, wordt deze verplichtstelling geïnterpreteerd als norm voor het leveren van gelegitimeerde LGGZ zorg.
Programmeerbare norm
Er is sprake van “LGGZ machtiging loopt af (N2345)” als aan de volgende selectie is voldaan:
|
1) Alle cliënten waarbij de einddatum van de LGGZ machtiging nadert |
|---|
|
2) Er is nog geen nieuwe LGGZ machtiging afgegeven |
Logica: 1 en 2
Berekening financiële impact
Van financiële impact is enkel sprake indien de looptijd van de LGGZ machtiging wordt overschreden.