Klinische periode verdeeld over meerdere subtrajecten binnen 1 specialisme (automatiseerbare afsluitregels) (N0685-HR2025)

Uit normenkaderzorg.nl
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Referentienummer: N0685-HR2025

Handreiking Rechtmatigheidscontroles 2023 MSZ - Controlepunt 5.4

Behoort tot Normenkader ValueCare

Ziekenhuizen Rechtmatigheid

  1. Ziekenhuizen Rechtmatigheid - Koppelen zorgactiviteiten
  2. Ziekenhuizen Rechtmatigheid - Kliniek

Ziekenhuizen Handreiking

  1. Ziekenhuizen Handreiking 2025 - Onterecht vastleggen van een klinische zorgactiviteit
Samenvatting

Het is tijdens een klinische periode niet toegestaan om de verpleegdagen aan meerdere subtrajecten te koppelen.

Regelgeving / beleid
2025
Bij parallelliteit (binnen één specialisme) tijdens een klinische periode worden verpleegdagen en klinische zorgdagen in de thuissituatie aan één subtraject gekoppeld. Verpleegdagen en klinische zorgdagen in de thuissituatie worden gekoppeld aan het subtraject van de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en verantwoordelijk is voor deze opname. Het verdelen van verpleegdagen en klinische zorgdagen in de thuissituatie is niet toegestaan. Indien er vanuit het medisch dossier aantoonbaar sprake is van overdracht van het klinische hoofdbehandelaarschap aan een ander poortspecialisme, worden de opvolgende verpleegdagen en klinische zorgdagen in de thuissituatie gekoppeld aan het subtraject van de 'nieuwe' hoofdbehandelaar.

2025: Regeling medisch-specialistische zorg 2025 Toelichting art. 23 lid 9

Voor het poortspecialisme cardiologie gelden specifieke afsluitregels voor zorgtrajecten in verband met niet toegestane parallelliteit. Een zorgtraject met één of meer subtrajecten met ZT11 of ZT21 wordt bij het poortspecialisme cardiologie afgesloten op het moment dat zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject voor cardiologie wordt geopend.

2025: Regeling medisch-specialistische zorg 2025 art. 6 lid 3

Cardiologie (1.0320.3)
Voor het specialisme cardiologie worden subtrajecten met ZT11 en ZT21 als volgt afgesloten:
a. Bij een klinische opname of dagverpleging (geen hartrevalidatie) wordt het subtraject afgesloten:

  • op datum van klinisch ontslag of dagverpleging (ZPK2) behalve bij vervolg subtrajecten (ZT21) op de dagverpleging in het kader van diagnostiek of elektrocardioversie;
  • wanneer zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject wordt geopend (vanwege niet toegestane parallelliteit).

b. Bij een poliklinisch subtraject (geen hartrevalidatie) wordt het subtraject afgesloten:

  • Subtraject met ZT11: op de 90e dag na de opening van het subtraject; tenzij zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject wordt geopend (vanwege niet toegestane parallelliteit). In dat geval wordt het subtraject één dag voor opening van het nieuwe zorgtraject afgesloten.
  • Subtraject met ZT21: op de 120e dag na de opening van het subtraject; tenzij zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject wordt geopend (vanwege niet toegestane parallelliteit). In dat geval wordt het subtraject één dag voor opening van het nieuwe zorgtraject afgesloten.

c. Bij hartrevalidatie (diagnose 821) wordt het subtraject op de 120e dag na de opening van het subtraject afgesloten.

d. Op de dag voorafgaand aan het implanteren van (een deel van) een transveneuze lead of een intracardiale pacemaker na een complexe transveneuze leadextractie of complexe transveneuze verwijdering van een intracardiale pacemaker.

2025: Regeling medisch-specialistische zorg 2025 art. 19 lid 7

2024
Bij parallelliteit (binnen één specialisme) tijdens een klinische periode worden verpleegdagen en klinische zorgdagen in de thuissituatie aan één subtraject gekoppeld. Verpleegdagen en klinische zorgdagen in de thuissituatie worden gekoppeld aan het subtraject van de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en verantwoordelijk is voor deze opname. Het verdelen van verpleegdagen en klinische zorgdagen in de thuissituatie is niet toegestaan. Indien er vanuit het medisch dossier aantoonbaar sprake is van overdracht van het klinische hoofdbehandelaarschap aan een ander poortspecialisme, worden de opvolgende verpleegdagen en klinische zorgdagen in de thuissituatie gekoppeld aan het subtraject van de 'nieuwe' hoofdbehandelaar.

2024: NR/REG-2403a Toelichting art. 23 lid 9

Voor het poortspecialisme cardiologie gelden specifieke afsluitregels voor zorgtrajecten in verband met niet toegestane parallelliteit. Een zorgtraject met één of meer subtrajecten met ZT11 of ZT21 wordt bij het poortspecialisme cardiologie afgesloten op het moment dat zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject voor cardiologie wordt geopend.

2024: NR/REG-2403a art. 6 lid 3

Cardiologie (1.0320.3)
Voor het specialisme cardiologie worden subtrajecten met ZT11 en ZT21 als volgt afgesloten:
a. Bij een klinische opname of dagverpleging (geen hartrevalidatie) wordt het subtraject afgesloten:

  • op datum van klinisch ontslag of dagverpleging (ZPK2) behalve bij vervolg subtrajecten (ZT21) op de dagverpleging in het kader van diagnostiek of elektrocardioversie;
  • wanneer zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject wordt geopend (vanwege niet toegestane parallelliteit).

b. Bij een poliklinisch subtraject (geen hartrevalidatie) wordt het subtraject afgesloten:

  • Subtraject met ZT11: op de 90e dag na de opening van het subtraject; tenzij zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject wordt geopend (vanwege niet toegestane parallelliteit). In dat geval wordt het subtraject één dag voor opening van het nieuwe zorgtraject afgesloten.
  • Subtraject met ZT21: op de 120e dag na de opening van het subtraject; tenzij zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject wordt geopend (vanwege niet toegestane parallelliteit). In dat geval wordt het subtraject één dag voor opening van het nieuwe zorgtraject afgesloten.

c. Bij hartrevalidatie (diagnose 821) wordt het subtraject op de 120e dag na de opening van het subtraject afgesloten.

d. Op de dag voorafgaand aan het implanteren van (een deel van) een transveneuze lead of een intracardiale pacemaker na een complexe transveneuze leadextractie of complexe transveneuze verwijdering van een intracardiale pacemaker.

2024: NR/REG-2403a art. 19 lid 7

Wijzigingen ten opzichte van voorgaand jaar

Er zijn geen wijzigingen aan deze norm ten opzichte van vorig Handreiking jaar.

Interpretaties

De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:

  1. Wanneer er minder dan een uur zit tussen het ontslag en een nieuwe opname, beschouwt de instelling dit als één klinische periode. Toelichting interpretatie: Binnen deze klinische periode van een uur is de kans op administratieve fouten het grootst. Twee klinische opnames van eenzelfde specialisme direct na elkaar zijn verdacht. Dit kan duiden op het onterecht verdelen van verpleegdagen over meerdere subtrajecten. Het komt in de praktijk echter regelmatig voor dat een patiënt ontslagen wordt uit een opname en op dezelfde kalenderdag onvoorzien weer moet worden opgenomen, al dan niet voor dezelfde zorgvraag. Er is hier geen sprake van een afwezigheidsdag, omdat het niet voorzien was dat de patiënt weer zou moeten worden opgenomen.
  2. Voor het bepalen of een afsluitregel wel of niet automatiseerbaar is, wordt gekeken naar het Registratieaddendum. Gedeeltelijk automatiseerbaar of semi-automatiseerbaar worden behandeld als niet-automatiseerbaar. Uitzondering is afsluitregel 1.0320.3 met afsluitreden 43; deze wordt beschouwd als automatiseerbaar indien DBC na 90 dagen (ZT11) of 120 dagen (ZT21) gesloten is.
  3. Standaard wordt afsluitregel 0.0000.0 (Patiënt overleden) niet meegenomen op de N0685. Mocht deze echter wel als automatisch afsluitbaar moeten worden gezien, dan kan dat worden in gesteld via parameter N0685_N0687_sluitregel_00000. In dat geval worden deze signaleringen hier meegenomen, in plaats van op de gerelateerde N0687.
Programmeerbare norm

Er is sprake van “Klinische periode verdeeld over meerdere subtrajecten binnen 1 specialisme (automatiseerbare afsluitregels) (N0685-HR2025)” als aan de volgende selectie is voldaan:

1) Alle verpleegdagen (190200, 190218, 190228, 194804) 

2a) Verpleegdagen binnen één opname waaraan meerdere zorgtrajecten van hetzelfde specialisme gekoppeld zijn, waarvan minimaal één een automatiseerbare afsluitregel heeft 2b) Twee aaneengesloten klinische perioden bij hetzelfde specialisme (minder dan 1 uur tussen ontslag en aanvang nieuwe opname), zijn gekoppeld aan verschillende zorg- en/of subtrajecten, alleen specialismen met geautomatiseerde afsluitregels zoals aangegeven in de algemene registratieregels
3) We signaleren de eerste verpleegdag van de DBC van het zorgtraject dat volgt op het eerste zorgtraject binnen de opname met een automatiseerbare afsluitregel

Logica: 1 en (2a of 2b) en 3

Berekening financiële impact

Zie Berekening financiële impact - Impact bij verdelen van verpleegdagen