Klinische periode verdeeld over meerdere subtrajecten binnen 1 specialisme (automatiseerbare afsluitregels) (N0685-HR2024)
Referentienummer: N0685-HR2024
Link naar Handreiking MSZ
Handreiking Rechtmatigheidscontroles 2023 MSZ - Controlepunt 5.4
Behoort tot Normenkader ValueCare
Ziekenhuizen Rechtmatigheid
Ziekenhuizen Handreiking
Samenvatting
Het is tijdens een klinische periode niet toegestaan om de verpleegdagen aan meerdere subtrajecten te koppelen.
Regelgeving / beleid
| 2024 |
|---|
| Bij parallelliteit (binnen één specialisme) tijdens een klinische periode worden verpleegdagen en klinische zorgdagen in de thuissituatie aan één subtraject gekoppeld. Verpleegdagen en klinische zorgdagen in de thuissituatie worden gekoppeld aan het subtraject van de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en verantwoordelijk is voor deze opname. Het verdelen van verpleegdagen en klinische zorgdagen in de thuissituatie is niet toegestaan. Indien er vanuit het medisch dossier aantoonbaar sprake is van overdracht van het klinische hoofdbehandelaarschap aan een ander poortspecialisme, worden de opvolgende verpleegdagen en klinische zorgdagen in de thuissituatie gekoppeld aan het subtraject van de 'nieuwe' hoofdbehandelaar.
2024: NR/REG-2403a Toelichting art. 23 lid 9 Voor het poortspecialisme cardiologie gelden specifieke afsluitregels voor zorgtrajecten in verband met niet toegestane parallelliteit. Een zorgtraject met één of meer subtrajecten met ZT11 of ZT21 wordt bij het poortspecialisme cardiologie afgesloten op het moment dat zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject voor cardiologie wordt geopend. 2024: NR/REG-2403a art. 6 lid 3 Cardiologie (1.0320.3)
b. Bij een poliklinisch subtraject (geen hartrevalidatie) wordt het subtraject afgesloten:
c. Bij hartrevalidatie (diagnose 821) wordt het subtraject op de 120e dag na de opening van het subtraject afgesloten. d. Op de dag voorafgaand aan het implanteren van (een deel van) een transveneuze lead of een intracardiale pacemaker na een complexe transveneuze leadextractie of complexe transveneuze verwijdering van een intracardiale pacemaker. |
| 2023 |
|---|
| Bij parallelliteit (binnen één specialisme) tijdens een klinische periode worden verpleegdagen en klinische zorgdagen in de thuissituatie aan één subtraject gekoppeld. Verpleegdagen en klinische zorgdagen in de thuissituatie worden gekoppeld aan het subtraject van de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en verantwoordelijk is voor deze opname. Het verdelen van verpleegdagen en klinische zorgdagen in de thuissituatie is niet toegestaan. Indien er vanuit het medisch dossier aantoonbaar sprake is van overdracht van het klinische hoofdbehandelaarschap aan een ander poortspecialisme, worden de opvolgende verpleegdagen en klinische zorgdagen in de thuissituatie gekoppeld aan het subtraject van de 'nieuwe' hoofdbehandelaar.
2023: NR/REG-2306a Toelichting art. 23 lid 9 Voor het poortspecialisme cardiologie gelden specifieke afsluitregels voor zorgtrajecten in verband met niet toegestane parallelliteit. Een zorgtraject met één of meer subtrajecten met ZT11 of ZT21 wordt bij het poortspecialisme cardiologie afgesloten op het moment dat zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject voor cardiologie wordt geopend. 2023: NR/REG-2306a art. 6 lid 3 Cardiologie (1.0320.3)
b. Bij een poliklinisch subtraject (geen hartrevalidatie) wordt het subtraject afgesloten:
c. Bij hartrevalidatie (diagnose 821) wordt het subtraject op de 120e dag na de opening van het subtraject afgesloten. d. Op de dag voorafgaand aan het implanteren van (een deel van) een transveneuze lead of een intracardiale pacemaker na een complexe transveneuze leadextractie of complexe transveneuze verwijdering van een intracardiale pacemaker. |
Wijzigingen ten opzichte van voorgaand jaar
Er zijn geen wijzigingen aan deze norm ten opzichte van vorig Handreiking jaar.
Interpretaties
De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:
- Wanneer er minder dan een uur zit tussen het ontslag en een nieuwe opname, beschouwt de instelling dit als één klinische periode. Toelichting interpretatie: Binnen deze klinische periode van een uur is de kans op administratieve fouten het grootst. Twee klinische opnames van eenzelfde specialisme direct na elkaar zijn verdacht. Dit kan duiden op het onterecht verdelen van verpleegdagen over meerdere subtrajecten. Het komt in de praktijk echter regelmatig voor dat een patiënt ontslagen wordt uit een opname en op dezelfde kalenderdag onvoorzien weer moet worden opgenomen, al dan niet voor dezelfde zorgvraag. Er is hier geen sprake van een afwezigheidsdag, omdat het niet voorzien was dat de patiënt weer zou moeten worden opgenomen.
- Voor het bepalen of een afsluitregel wel of niet automatiseerbaar is, wordt gekeken naar het Registratieaddendum. Gedeeltelijk automatiseerbaar of semi-automatiseerbaar worden behandeld als niet-automatiseerbaar. Uitzondering is afsluitregel 1.0320.3 met afsluitreden 43; deze wordt beschouwd als automatiseerbaar indien DBC na 90 dagen (ZT11) of 120 dagen (ZT21) gesloten is.
- Standaard wordt afsluitregel 0.0000.0 (Patiënt overleden) niet meegenomen op de N0685. Mocht deze echter wel als automatisch afsluitbaar moeten worden gezien, dan kan dat worden in gesteld via parameter N0685_N0687_sluitregel_00000. In dat geval worden deze signaleringen hier meegenomen, in plaats van op de gerelateerde N0687.
Programmeerbare norm
Er is sprake van “Klinische periode verdeeld over meerdere subtrajecten binnen 1 specialisme (automatiseerbare afsluitregels) (N0685-HR2024)” als aan de volgende selectie is voldaan:
Logica: 1 en 2 en 3 (3a en 3b) of 4
Berekening financiële impact
Zie Berekening financiële impact - Impact bij verdelen van verpleegdagen