DGM - Medicinaal niet-oncologisch subtraject zonder verstrekkingscode (N4905)

Uit normenkaderzorg.nl
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Referentienummer: N4905
Behoort tot Normenkader ValueCare

Ziekenhuizen Volledigheid

  1. Ziekenhuizen Volledigheid - Behandelen - Therapie
Samenvatting

Deze norm signaleert acties wanneer er een niet-oncologisch add-on duur geneesmiddel (biological, immuunglobuline, blaasspoeling, intravitreale injectie, botox, gonadrotrofine, CAR-T, gentherapie) is geregistreerd maar er geen bijbehorende verstrekkingscode is geregistreerd. Dit duidt erop dat er een verstrekkingscode ontbreekt.

Regelgeving / beleid
2023
Algemene registratiebepalingen

Het zorgtraject start op de datum dat de eerste zorgactiviteit plaatsvindt in het kader van een nieuwe zorgvraag van een patiënt. Het zorgtraject kan ook starten op de datum van een verstrekking/ toediening van een add-on geneesmiddel of ozp stollingsfactor aan de patiënt.

De beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert, is verantwoordelijk voor de juiste registratie van het zorgtype, de zorgvraag en de diagnose. Daarbij beperkt diegene zich tot de typeringslijst die geldt voor dat specialisme of, indien de typeringslijst niet beschikbaar of volledig is, voor dat type van zorg.

Een dbc-zorgproduct omvat het geheel van activiteiten en verrichtingen van een zorgverlener. Dit betekent dat U-bocht constructies niet zijn toegestaan, tenzij in deze regeling is bepaald dat naast het dbc-zorgproduct wél een ander tarief, zoals een add-on, mag worden gedeclareerd. Voor prestaties geldt met ingang van 1 januari 2015 een integraal tarief.

2023: NR/REG-2306a art. 4 lid 1 t/m 3


Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren
Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren zijn geneesmiddelen (geregistreerde geneesmiddelen of apotheekbereidingen) die als overige zorgproducten in rekening worden gebracht. De prestatiebeschrijving van deze overige zorgproducten wordt gevormd door de artikelomschrijving van het geneesmiddel zoals opgenomen in de G-standaard.

Voor de vaststelling van een geneesmiddel als 'add-ongeneesmiddel' of 'ozp-stollingsfactor' hanteert de NZa de volgende limitatieve criteria:

Bij een geregistreerd geneesmiddel:

  • De kosten van het geregistreerde geneesmiddel, die betrekking hebben op een prestatie voor geneeskundige zorg zoals medisch specialisten die plegen, bedragen gemiddeld meer dan €1.000 per patiënt per jaar, en
  • Voor het geneesmiddel is een handelsvergunning afgegeven door de Nederlandse (CBG) of Europese (EMA) registratieautoriteit. De NZa dient te beschikken over de openbare publicatie van de SmPC tekst van het geneesmiddel, en
  • Het geneesmiddel is opgenomen in de G-standaard van Z-index.

Of
Bij een apotheekbereiding:

  • Het betreft een apotheekbereiding waarbij de apotheek op basis van grondstoffen een geneesmiddel bereidt; en
  • De kosten voor de apotheekbereiding die betrekking hebben op een prestatie voor geneeskundige zorg zoals medisch specialisten die plegen, gemiddeld meer dan €1.000 per patiënt per jaar bedragen of waarvan voor een geregistreerd equivalent een add-ongeneesmiddel of ozp-stollingsfactor geldig is. Onder 'kosten' wordt hier verstaan: de kosten die onderdeel zijn van de kostprijs zoals beschreven in artikel 15 lid 2 van deze beleidsregel, en
  • De apotheekbereiding is opgenomen in de G-standaard van Z-index.

Een geneesmiddel verliest van rechtswege de status van add-on of ozp-stollingsfactor vanaf de datum dat de handelsvergunning bedoeld in het tweede lid is ingetrokken. Vanaf die datum vervalt eveneens van rechtswege de door de NZa afgegeven prestatie- en tariefbeschikking waarmee het geneesmiddel de status van add-on of ozp-stollingsfactor verkreeg.

Een geneesmiddel verliest van rechtswege de status van add-on of ozp-stollingsfactor vanaf de datum waarop het geneesmiddel niet meer in de G-standaard is opgenomen. Vanaf die datum vervalt eveneens van rechtswege de door de NZa afgegeven prestatie- en tariefbeschikking waarmee het geneesmiddel de status van add-on of ozp-stollingsfactor verkreeg.

2023: Beleidsregel prestaties en tarieven medisch-specialistische zorg - BR-REG-23113 art. 10

Artikel 19 lid 17m. Gynaecologie (2.0307.1)

De subtrajecten bij diagnose F21 'gespecialiseerde technieken' voor stimulatie respectievelijk de IUI/IVF/ICSI-technieken en ovulatie-inductie met gonadotrofines worden per cyclus geopend en gesloten. Indien de behandeling in meer ziekenhuizen (transport-IVF/ICSI) plaatsvindt opent ieder ziekenhuis de (deel)behandeling die daar wordt uitgevoerd. Het subtraject wordt gesloten op de 42e dag na de start van de behandelcyclus, tenzij binnen 42 dagen een nieuwe behandelcyclus start. Het subtraject wordt dan op de uitvoerdatum van de laatste zorgactiviteit van de eerdere behandelcyclus gesloten en aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend.

Artikel 19 lid 17r. Immuun effectorcel therapie (2.0000.10)

De volgende fasen worden bij immuun effectorcel therapie onderscheiden:

Fase 1: screening Fase 2: aferese Fase 3: infusie cellen, inclusief conditionering Fase 4: nazorg (post-infusie) Een subtraject voor fase 1, fase 2, fase 3 of fase 4 wordt afgesloten op de 120e dag na opening van het subtraject. Als uitzondering hierop geldt: Wanneer eerder een volgende fase aanbreekt sluit het subtraject op de dag voor de start van de volgende fase; Wanneer bij patiënten zonder SKION-stratificatie een (medicinale) oncologische behandeling ter overbrugging start sluit het subtraject op de dag voor de start van het overbruggingstraject (voor uitvoerdatum zorgactiviteit 191018 Start overbruggende behandeling t.b.v. immuun effectorcel therapie); Wanneer immuun effectorcel therapie voortijdig eindigt sluit het subtraject op de dag van het beëindigen van de therapie (op uitvoerdatum zorgactiviteit 191017 Voortijdige beëindiging immuun effectorcel therapie). Een subtraject wordt afgesloten op de dag voor de start van fase 2 (voor uitvoerdatum zorgactiviteit 191013 Aferese t.b.v. immuun effectorcel therapie). Een subtraject wordt afgesloten op de dag voor de start van fase 3 (voor uitvoerdatum zorgactiviteit 191016 Start conditionering voor immuun effectorcel therapie).

2023: NR/REG-2306a art. 19 lid 17m en 17r

2024
Algemene registratiebepalingen

Het zorgtraject start op de datum dat de eerste zorgactiviteit plaatsvindt in het kader van een nieuwe zorgvraag van een patiënt. Het zorgtraject kan ook starten op de datum van een verstrekking/ toediening van een add-on geneesmiddel of ozp stollingsfactor aan de patiënt.

De beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert, is verantwoordelijk voor de juiste registratie van het zorgtype, de zorgvraag en de diagnose. Daarbij beperkt diegene zich tot de typeringslijst die geldt voor dat specialisme of, indien de typeringslijst niet beschikbaar of volledig is, voor dat type van zorg.

Een dbc-zorgproduct omvat het geheel van activiteiten en verrichtingen van een zorgverlener. Dit betekent dat U-bocht constructies niet zijn toegestaan, tenzij in deze regeling is bepaald dat naast het dbc-zorgproduct wél een ander tarief, zoals een add-on, mag worden gedeclareerd. Voor prestaties geldt met ingang van 1 januari 2015 een integraal tarief.

2024: NR/REG-2403a art. 4 lid 1 t/m 3


Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren
Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren zijn geneesmiddelen (geregistreerde geneesmiddelen of apotheekbereidingen) die als overige zorgproducten in rekening worden gebracht. De prestatiebeschrijving van deze overige zorgproducten wordt gevormd door de artikelomschrijving van het geneesmiddel zoals opgenomen in de G-standaard.

Voor de vaststelling van een geneesmiddel als 'add-ongeneesmiddel' of 'ozp-stollingsfactor' hanteert de NZa de volgende limitatieve criteria:

Bij een geregistreerd geneesmiddel:

  • De kosten van het geregistreerde geneesmiddel, die betrekking hebben op een prestatie voor geneeskundige zorg zoals medisch specialisten die plegen, bedragen gemiddeld meer dan €1.000 per patiënt per jaar, en
  • Voor het geneesmiddel is een handelsvergunning afgegeven door de Nederlandse (CBG) of Europese (EMA) registratieautoriteit. De NZa dient te beschikken over de openbare publicatie van de SmPC tekst van het geneesmiddel, en
  • Het geneesmiddel is opgenomen in de G-standaard van Z-index.

Of
Bij een apotheekbereiding:

  • Het betreft een apotheekbereiding waarbij de apotheek op basis van grondstoffen een geneesmiddel bereidt; en
  • De kosten voor de apotheekbereiding die betrekking hebben op een prestatie voor geneeskundige zorg zoals medisch specialisten die plegen, gemiddeld meer dan €1.000 per patiënt per jaar bedragen of waarvan voor een geregistreerd equivalent een add-ongeneesmiddel of ozp-stollingsfactor geldig is. Onder 'kosten' wordt hier verstaan: de kosten die onderdeel zijn van de kostprijs zoals beschreven in artikel 15 lid 2 van deze beleidsregel, en
  • De apotheekbereiding is opgenomen in de G-standaard van Z-index.

Een geneesmiddel verliest van rechtswege de status van add-on of ozp-stollingsfactor vanaf de datum dat de handelsvergunning bedoeld in het tweede lid is ingetrokken. Vanaf die datum vervalt eveneens van rechtswege de door de NZa afgegeven prestatie- en tariefbeschikking waarmee het geneesmiddel de status van add-on of ozp-stollingsfactor verkreeg.

Een geneesmiddel verliest van rechtswege de status van add-on of ozp-stollingsfactor vanaf de datum waarop het geneesmiddel niet meer in de G-standaard is opgenomen. Vanaf die datum vervalt eveneens van rechtswege de door de NZa afgegeven prestatie- en tariefbeschikking waarmee het geneesmiddel de status van add-on of ozp-stollingsfactor verkreeg.

2024: BR/REG-24102a art. 10


Artikel 19 lid 17m. Gynaecologie (2.0307.1)

De subtrajecten bij diagnose F21 'gespecialiseerde technieken' voor stimulatie respectievelijk de IUI/IVF/ICSI-technieken en ovulatie-inductie met gonadotrofines worden per cyclus geopend en gesloten. Indien de behandeling in meer ziekenhuizen (transport-IVF/ICSI) plaatsvindt opent ieder ziekenhuis de (deel)behandeling die daar wordt uitgevoerd. Het subtraject wordt gesloten op de 42e dag na de start van de behandelcyclus, tenzij binnen 42 dagen een nieuwe behandelcyclus start. Het subtraject wordt dan op de uitvoerdatum van de laatste zorgactiviteit van de eerdere behandelcyclus gesloten en aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend.

Artikel 19 lid 17r. Immuun effectorcel therapie (2.0000.10)

De volgende fasen worden bij immuun effectorcel therapie onderscheiden:

Fase 1: screening Fase 2: aferese Fase 3: infusie cellen, inclusief conditionering Fase 4: nazorg (post-infusie) Een subtraject voor fase 1, fase 2, fase 3 of fase 4 wordt afgesloten op de 120e dag na opening van het subtraject. Als uitzondering hierop geldt: Wanneer eerder een volgende fase aanbreekt sluit het subtraject op de dag voor de start van de volgende fase; Wanneer bij patiënten zonder SKION-stratificatie een (medicinale) oncologische behandeling ter overbrugging start sluit het subtraject op de dag voor de start van het overbruggingstraject (voor uitvoerdatum zorgactiviteit 191018 Start overbruggende behandeling t.b.v. immuun effectorcel therapie); Wanneer immuun effectorcel therapie voortijdig eindigt sluit het subtraject op de dag van het beëindigen van de therapie (op uitvoerdatum zorgactiviteit 191017 Voortijdige beëindiging immuun effectorcel therapie). Een subtraject wordt afgesloten op de dag voor de start van fase 2 (voor uitvoerdatum zorgactiviteit 191013 Aferese t.b.v. immuun effectorcel therapie). Een subtraject wordt afgesloten op de dag voor de start van fase 3 (voor uitvoerdatum zorgactiviteit 191016 Start conditionering voor immuun effectorcel therapie).

2024: NR/REG-2403a art. 18 lid 17m en 17r

2025
Algemene registratiebepalingen

Het zorgtraject start op de datum dat de eerste zorgactiviteit plaatsvindt in het kader van een nieuwe zorgvraag van een patiënt. Het zorgtraject kan ook starten op de datum van een verstrekking/ toediening van een add-on geneesmiddel of ozp stollingsfactor aan de patiënt.

De beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert, is verantwoordelijk voor de juiste registratie van het zorgtype, de zorgvraag en de diagnose. Daarbij beperkt diegene zich tot de typeringslijst die geldt voor dat specialisme of, indien de typeringslijst niet beschikbaar of volledig is, voor dat type van zorg.

Een dbc-zorgproduct omvat het geheel van activiteiten en verrichtingen van een zorgverlener. Dit betekent dat U-bocht constructies niet zijn toegestaan, tenzij in deze regeling is bepaald dat naast het dbc-zorgproduct wél een ander tarief, zoals een add-on, mag worden gedeclareerd. Voor prestaties geldt met ingang van 1 januari 2015 een integraal tarief.

2025: Regeling medisch-specialistische zorg 2025 art. 4 lid 1 t/m 3


Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren
Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren zijn geneesmiddelen (geregistreerde geneesmiddelen of apotheekbereidingen) die als overige zorgproducten in rekening worden gebracht. De prestatiebeschrijving van deze overige zorgproducten wordt gevormd door de artikelomschrijving van het geneesmiddel zoals opgenomen in de G-standaard.

Voor de vaststelling van een geneesmiddel als 'add-ongeneesmiddel' of 'ozp-stollingsfactor' hanteert de NZa de volgende limitatieve criteria:

Bij een geregistreerd geneesmiddel:

  • De kosten van het geregistreerde geneesmiddel, die betrekking hebben op een prestatie voor geneeskundige zorg zoals medisch specialisten die plegen, bedragen gemiddeld meer dan €1.000 per patiënt per jaar, en
  • Voor het geneesmiddel is een handelsvergunning afgegeven door de Nederlandse (CBG) of Europese (EMA) registratieautoriteit. De NZa dient te beschikken over de openbare publicatie van de SmPC tekst van het geneesmiddel, en
  • Het geneesmiddel is opgenomen in de G-standaard van Z-index.

Of
Bij een apotheekbereiding:

  • Het betreft een apotheekbereiding waarbij de apotheek op basis van grondstoffen een geneesmiddel bereidt; en
  • De kosten voor de apotheekbereiding die betrekking hebben op een prestatie voor geneeskundige zorg zoals medisch specialisten die plegen, gemiddeld meer dan €1.000 per patiënt per jaar bedragen of waarvan voor een geregistreerd equivalent een add-ongeneesmiddel of ozp-stollingsfactor geldig is. Onder 'kosten' wordt hier verstaan: de kosten die onderdeel zijn van de kostprijs zoals beschreven in artikel 15 lid 2 van deze beleidsregel, en
  • De apotheekbereiding is opgenomen in de G-standaard van Z-index.

Een geneesmiddel verliest van rechtswege de status van add-on of ozp-stollingsfactor vanaf de datum dat de handelsvergunning bedoeld in het tweede lid is ingetrokken. Vanaf die datum vervalt eveneens van rechtswege de door de NZa afgegeven prestatie- en tariefbeschikking waarmee het geneesmiddel de status van add-on of ozp-stollingsfactor verkreeg.

Een geneesmiddel verliest van rechtswege de status van add-on of ozp-stollingsfactor vanaf de datum waarop het geneesmiddel niet meer in de G-standaard is opgenomen. Vanaf die datum vervalt eveneens van rechtswege de door de NZa afgegeven prestatie- en tariefbeschikking waarmee het geneesmiddel de status van add-on of ozp-stollingsfactor verkreeg.

Beleidsregel prestaties en tarieven medisch-specialistische zorg 2025 art. 10


Artikel 19 lid 17m. Gynaecologie (2.0307.1)

De subtrajecten bij diagnose F21 'gespecialiseerde technieken' voor stimulatie respectievelijk de IUI/IVF/ICSI-technieken en ovulatie-inductie met gonadotrofines worden per cyclus geopend en gesloten. Indien de behandeling in meer ziekenhuizen (transport-IVF/ICSI) plaatsvindt opent ieder ziekenhuis de (deel)behandeling die daar wordt uitgevoerd. Het subtraject wordt gesloten op de 42e dag na de start van de behandelcyclus, tenzij binnen 42 dagen een nieuwe behandelcyclus start. Het subtraject wordt dan op de uitvoerdatum van de laatste zorgactiviteit van de eerdere behandelcyclus gesloten en aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend.

Artikel 19 lid 17r. Immuun effectorcel therapie (2.0000.10)

De volgende fasen worden bij immuun effectorcel therapie onderscheiden:

Fase 1: screening Fase 2: aferese Fase 3: infusie cellen, inclusief conditionering Fase 4: nazorg (post-infusie) Een subtraject voor fase 1, fase 2, fase 3 of fase 4 wordt afgesloten op de 120e dag na opening van het subtraject. Als uitzondering hierop geldt: Wanneer eerder een volgende fase aanbreekt sluit het subtraject op de dag voor de start van de volgende fase; Wanneer bij patiënten zonder SKION-stratificatie een (medicinale) oncologische behandeling ter overbrugging start sluit het subtraject op de dag voor de start van het overbruggingstraject (voor uitvoerdatum zorgactiviteit 191018 Start overbruggende behandeling t.b.v. immuun effectorcel therapie); Wanneer immuun effectorcel therapie voortijdig eindigt sluit het subtraject op de dag van het beëindigen van de therapie (op uitvoerdatum zorgactiviteit 191017 Voortijdige beëindiging immuun effectorcel therapie). Een subtraject wordt afgesloten op de dag voor de start van fase 2 (voor uitvoerdatum zorgactiviteit 191013 Aferese t.b.v. immuun effectorcel therapie). Een subtraject wordt afgesloten op de dag voor de start van fase 3 (voor uitvoerdatum zorgactiviteit 191016 Start conditionering voor immuun effectorcel therapie).

Interpretaties

De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:

  1. Medicatiedefinitie: de indeling in de medicatiegroepen biological, immuunglobuline, blaasspoeling, intravitreale injectie, botox, gonadrotrofine en CAR-T gaat gebaseerd op ATC-code/groep.
    • Biological: B02BD17, B02BX11, B03XA10, B06AC07, C02KX06, D11AH05, D11AH07, J06BD09, J07AH11, J07BB05, L01FA01, L01FD07, L01FF05, L01FX31, L01FX32, L01FX33, L01FX34, L01FX35, L01XX86, L01XY04, L03AB07, L03AB08, L03AB13, L03AX13, L04AA18, L04AA23, L04AA24, L04AA25, L04AA26, L04AA27, L04AA28, L04AA29, L04AA31, L04AA33, L04AA34, L04AA36, L04AA37, L04AA38, L04AA40, L04AA42, L04AA44, L04AA45, L04AA50, L04AA52, L04AB01, L04AB02, L04AB04, L04AB05, L04AB06, L04AE01, L04AE03, L04AE04, L04AG03, L04AG04, L04AG05, L04AG06, L04AG08, L04AG11, L04AG12, L04AJ01, L04AJ10, L04AJ11, L04AK02, R03DX05, R03DX08, R03DX09, R03DX10, R03DX11, V10XA04
    • Immuunglobuline: J06B#
    • Blaasspoeling: G04BD04, L01DB01, L01DB03, L01DC03, L03AX03, L03AX10
    • Intravitreale injectie: L01FA01, L01FG01, L01XC07, S01LA04, S01LA05, S01LA08, S01BA01, S01LA09
    • Botox: M03AX01
    • Gonadotrofine: G03GA#
    • CAR-T: L01XL03, L01XL04
    • Gentherapie (excl CAR-T): A16AB21, A16AB26, A16AX21, B06AX02, B06AX05, B02BD15, B02BD16, C10AX10, M09AX09, M09AX15, S01XA27
  2. Voorwaarden per medicatiegroep:
    • Biological
      • Verwachte verstrekkingscodes: 039135, 039136, 039140;
      • Verstrekkingscode wordt verwacht binnen de DBC met een interval van 2 dagen;
      • Geneesmiddelen die overlap hebben met oncologie en gekoppeld zijn aan een oncologie diagnose zijn uitgesloten en worden verwacht op de N4900;
      • Geneesmiddelen die overlap hebben met immunotherapie kan ook een 039146 (verstrekking immunotherapie) verwacht worden;
      • Geneesmiddelen die overlap hebben met intravitreale injectie en gekoppeld zijn aan DBC van specialisme oogheelkunde worden verwacht onder de groep intravitreale injectie;
      • Op basis van leeftijd en wijze van toediening (injectie of infusie) wordt een suggestie gegeven voor te registreren verstrekkingscode.
    • Immuunglobuline
      • Verwachte verstrekkingscode: 039140;
      • Verstrekkingscode wordt verwacht binnen de DBC met een interval van 2 dagen;
      • Leeftijd patiënt op basis van begindatum gekoppelde DBC is jonger dan 18 jaar.
    • Blaasspoeling
      • Verwachte verstrekkingscode: 039886, 039887, 039888;
      • Verstrekkingscode wordt verwacht binnen de DBC met een interval van 2 dagen;
      • De DGM is gekoppeld aan DBC van specialisme urologie.
    • Intravitreale injectie
      • Verwachte verstrekkingscode: 039810;
      • Verstrekkingscode wordt verwacht binnen een interval van 2 dagen;
      • De DGM is gekoppeld aan DBC van specialisme oogheelkunde;
      • In de toelichting word het aantal injecties benoemd ter beoordeling van dubbelzijdigheid.
    • Botox
      • Verwachte verstrekkingscode: 039446, 036264, 239064, 239065;
      • Indien DGM uitgevoerd door specialisme kaakchirurgie, wordt de verstrekkingscode verwacht binnen een interval van 2 dagen;
      • Indien DGM uitgevoerd door een ander specialisme, wordt de verstrekkingscode binnen de DBC met een interval van 2 dagen.
    • Gonadotrofine
      • Verwachte verstrekkingscode: 039998;
      • De verstrekkingscode wordt verwacht binnen de DBC (zonder interval);
      • De DGM moet gekoppeld zijn aan een DBC diagnose F11, F21 van specialisme gynaecologie.
    • CAR-T
      • Verwachte verstrekkingscode: 191014;
      • De verstrekkingscode wordt verwacht binnen het zorgtraject met een interval van 2 dagen.
    • Gentherapie (excl CAR-T)
      • Verwachte verstrekkings- of begeleidingscode: 039151, 039807;
      • De verstrekkingscode wordt verwacht binnen de DBC met een interval van 2 dagen;
      • De begeleidingscode wordt verwacht binnen de DBC (zonder interval) mits er een contactmoment aanwezig is.
  1. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om specifieke medicatiegroepen te signaleren in plaats van elke medicatie groep. Default worden alle groepen meegenomen. Als u alleen bepaalde medicatiegroepen wilt signaleren, gebruik dan deze parameter. Houd er rekening mee dat nieuw geïntroduceerde groepen niet automatisch worden toegevoegd. Als u daarentegen specifieke groepen wilt uitsluiten, gebruik dan de optionele parameter in interpretatiepunt 4. In dit geval worden nieuwe medicatiegroepen wel automatisch opgenomen. (N4905_ALLEEN_VERSTREKKING)
  2. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om specifieke medicatie groepen uit te sluiten. (N4905_UITSL_VERSTREKKING)
  3. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om de periode aan te passen waar naar een verstrekkingscode wordt gezocht vóór en na de verrichtingsdatum van de add-on DGM. Default staat dit ingesteld op 2 dagen. (N4905_DELTA_VOOR, N4905_DELTA_NA)
  4. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om de periode aan te passen waar naar een verstrekkingscode wordt gezocht vóór en na de verrichtingsdatum van de add-on DGM van een specifieke groep. Dit overschrijft de default delta gevuld voor een specifieke medicatie groep. Default is deze niet gevuld. (N4905_GROEP_DELTA_VOOR, N4905_GROEP_DELTA_NA)
  5. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om de periode aan te passen waar naar een verstrekkingscode wordt gezocht vóór en na de verrichtingsdatum van de add-on DGM voor een specifiek AGB specialisme. Dit overschrijft de delta gevuld voor een specifieke medicatie groep en de delta gevuld in N4905_GROEP_DELTA_VOOR en/of N4905_GROEP_DELTA_NA. Default is deze parameter niet gevuld. (N4905_DELTA_AGB_VOOR, N4905_DELTA_AGB_NA)
  6. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om actie uit te sluiten indien zorgactiviteit aanwezig is binnen interval. (N4905_EXTRA_VERSTREKKING)
  7. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om specifieke ATC-codes uit te sluiten van de medicatiedefinitie. (N4905_UITSL_ATC)
  8. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om DGM uitgevoerd op specifieke afdelingen uit te sluiten. Bijvoorbeeld voor thuis medicatie. Default worden geen afdelingen uitgesloten. (N4905_UITSL_AFDELING & N4905_UITSL_AFDELING_EXT)
  9. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om de contactmomenten te definiëren. Op dit moment worden deze alleen gebruikt bij de begeleidingscode van gentherapie. Default staat deze op zorgprofielklasse 1, 2, 3 en 19. (N4905_F2F_ZPK)
  10. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om DGM uit te sluiten op basis van aanvragend of uitvoerend specialisme code. Default worden er geen aanvragend of uitvoerend specialisme uitgesloten. (N4905_UITSL_AANV_SPEC / N4905_UITSL_UITV_SPEC)
  11. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om in te stellen dat verrichting 039146 (verstrekking immunotherapie) verwacht wordt bij overlap tussen medicatie van biological en immunotherapie. Standaard wordt deze verrichting niet verwacht. Het is mogelijk om de parameter in te stellen per combinatie van specialisme en ATC code. (N4905_OVERLAP_BIOLOGICAL_IMMUNO)
  12. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om acties goed te keuren waarbij de verstrekkingscode niet in dezelfde DBC, maar wel in hetzelfde zorgtraject zit. Standaard is de parameter niet geactiveerd en moet de verstrekkingscode in dezelfde DBC voorkomen. (N4905_VERSTREKKING_IN_ZORGTRAJECT)
Programmeerbare norm

Er is sprake van “DGM - Medicinaal niet-oncologisch subtraject zonder verstrekkingscode (N4905)” als aan de volgende selectie is voldaan:

1) Alle add-on DGM opgenomen in medicatiedefinitie uit interpretatiepunt 1


2) DGM voldoet aan de voorwaarden uit interpretatiepunt 2


3) Er is geen verstrekkingscode aanwezig binnen het interval benoemd in interpretatiepunt 2

Logica: 1 en 2 en 3

Berekening financiële impact

De financiële impact wordt bepaald door de gemiste verstrekkingscode toe te voegen aan de te grouperen zorgactiviteiten behorend bij het subtraject. De financiële impact is het verschil in waarde van het subtraject vóór en ná het toevoegen van de gemiste verstrekkingscode. Dit geldt voor alle bovenstaande DGM groepen, met uitzondering van intravitreale injecties en botox bij kaakchirurgie. Bij intravitreale injecties wordt de waarde van een nieuw subtraject gebruikt waarin dezelfde diagnose en de gemiste verstrekkingscode 039810 worden toegevoegd. Voor botox bij kaakchirurgie wordt de waarde van een OZP 239064 gebruikt.