DGM - Medicatie uitgifte wijst op ontbreken add-on DGM in facturatiemodule (N4920)
Referentienummer: N4920
Behoort tot Normenkader ValueCare
Ziekenhuizen Volledigheid
Samenvatting
Deze norm signaleert acties wanneer het aantal add-on geneesmiddel of ozp-stollingsfactor in aantal afwijkt tussen medicatie uitgifte (apotheek) en factuur. Dit duidt er op dat een geneesmiddel registratie ontbreekt in factuur.
Regelgeving / beleid
| 2021 |
|---|
| Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren
Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren zijn geneesmiddelen (geregistreerde geneesmiddelen of apotheekbereidingen) die als overige zorgproducten in rekening worden gebracht. De prestatiebeschrijving van deze overige zorgproducten wordt gevormd door de artikelomschrijving van het geneesmiddel zoals opgenomen in de G-standaard. Voor de vaststelling van een geneesmiddel als ‘add-ongeneesmiddel’ of ‘ozp-stollingsfactor’ hanteert de NZa de volgende limitatieve criteria:
Of
Een geneesmiddel verliest van rechtswege de status van add-on of ozp-stollingsfactor vanaf de datum dat de handelsvergunning bedoeld in het tweede lid is ingetrokken. Vanaf die datum vervalt eveneens van rechtswege de door de NZa afgegeven prestatie- en tariefbeschikking waarmee het geneesmiddel de status van add-on of ozp-stollingsfactor verkreeg. Een geneesmiddel verliest van rechtswege de status van add-on of ozp-stollingsfactor vanaf de datum waarop het geneesmiddel niet meer in de G-standaard is opgenomen. Vanaf die datum vervalt eveneens van rechtswege de door de NZa afgegeven prestatie- en tariefbeschikking waarmee het geneesmiddel de status van add-on of ozp-stollingsfactor verkreeg. 2021: BR/REG-21106a - Beleidsregel prestaties en tarieven medisch-specialistische zorg art. 10
c. Declaratie van geneesmiddelen bedoeld onder a en b geschiedt als onderdeel van een dbc-zorgproduct, of via een aparte declaratietitel indien voor het betreffende geneesmiddel een add-on is vastgesteld en deze is opgenomen in de G-standaard.
2021: NR/REG-2103a art. 31 lid 6
2021: NR/REG-2103a art. 26 lid 3
|
| 2022 |
|---|
| Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren
Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren zijn geneesmiddelen (geregistreerde geneesmiddelen of apotheekbereidingen) die als overige zorgproducten in rekening worden gebracht. De prestatiebeschrijving van deze overige zorgproducten wordt gevormd door de artikelomschrijving van het geneesmiddel zoals opgenomen in de G-standaard. Voor de vaststelling van een geneesmiddel als 'add-ongeneesmiddel' of 'ozp-stollingsfactor' hanteert de NZa de volgende limitatieve criteria:
Of
Een geneesmiddel verliest van rechtswege de status van add-on of ozp-stollingsfactor vanaf de datum dat de handelsvergunning bedoeld in het tweede lid is ingetrokken. Vanaf die datum vervalt eveneens van rechtswege de door de NZa afgegeven prestatie- en tariefbeschikking waarmee het geneesmiddel de status van add-on of ozp-stollingsfactor verkreeg. Een geneesmiddel verliest van rechtswege de status van add-on of ozp-stollingsfactor vanaf de datum waarop het geneesmiddel niet meer in de G-standaard is opgenomen. Vanaf die datum vervalt eveneens van rechtswege de door de NZa afgegeven prestatie- en tariefbeschikking waarmee het geneesmiddel de status van add-on of ozp-stollingsfactor verkreeg. 2022: Beleidsregel prestaties en tarieven medisch-specialistische zorg - BR/REG-22114a - art. 10
b. In afwijking van het gestelde onder a geldt dat:
c. Declaratie van geneesmiddelen bedoeld onder a en b geschiedt als onderdeel van een dbc-zorgproduct, of via een aparte declaratietitel indien voor het betreffende geneesmiddel een add-on is vastgesteld en deze is opgenomen in de G-standaard. d. Als uitzondering op het bepaalde in artikel 31 lid 6 onderdeel c van deze regeling kan een in Nederland geregistreerd geneesmiddel dat niet voorradig is, worden vervangen door een geneesmiddel waarvoor een handelsvergunning is afgegeven buiten Nederland. Het gaat in dat geval om een geneesmiddel dat dezelfde werkzame stof, toedieningsvorm en sterkte bevat. Het vervangende geneesmiddel met een buitenlandse registratie wordt met het ZI nummer van het Nederlandse product gedeclareerd. e. Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren worden per verstrekking gedeclareerd. Meerdere verstrekkingen van een geneesmiddel op één dag leiden dus tot meerdere declarabele prestaties, ongeacht de indicatie(s) waarvoor het geneesmiddel wordt verstrekt. f. Geneesmiddelen mogen alleen in rekening worden gebracht indien deze zijn verstrekt/toegediend aan de patiënt. 2022: NR/REG-2207a art. 31 lid 6
2022: NR/REG-2207a art. 26 lid 3
|
| 2023 |
|---|
| Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren
Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren zijn geneesmiddelen (geregistreerde geneesmiddelen of apotheekbereidingen) die als overige zorgproducten in rekening worden gebracht. De prestatiebeschrijving van deze overige zorgproducten wordt gevormd door de artikelomschrijving van het geneesmiddel zoals opgenomen in de G-standaard. Voor de vaststelling van een geneesmiddel als 'add-ongeneesmiddel' of 'ozp-stollingsfactor' hanteert de NZa de volgende limitatieve criteria:
Of
Een geneesmiddel verliest van rechtswege de status van add-on of ozp-stollingsfactor vanaf de datum dat de handelsvergunning bedoeld in het tweede lid is ingetrokken. Vanaf die datum vervalt eveneens van rechtswege de door de NZa afgegeven prestatie- en tariefbeschikking waarmee het geneesmiddel de status van add-on of ozp-stollingsfactor verkreeg. Een geneesmiddel verliest van rechtswege de status van add-on of ozp-stollingsfactor vanaf de datum waarop het geneesmiddel niet meer in de G-standaard is opgenomen. Vanaf die datum vervalt eveneens van rechtswege de door de NZa afgegeven prestatie- en tariefbeschikking waarmee het geneesmiddel de status van add-on of ozp-stollingsfactor verkreeg. 2023: Beleidsregel prestaties en tarieven medisch-specialistische zorg - BR-REG-23113 art. 10
a. Een geneesmiddel dat intramuraal, dus 'binnen de muren' van een instelling, wordt voorgeschreven en verstrekt/toegediend aan een patiënt, wordt gedeclareerd door de instelling waar dat geneesmiddel is verstrekt/toegediend. b. In afwijking van het gestelde onder a geldt dat:
c. Declaratie van geneesmiddelen bedoeld onder a en b geschiedt als onderdeel van een dbc-zorgproduct, of via een aparte declaratietitel indien voor het betreffende geneesmiddel een add-on is vastgesteld en deze is opgenomen in de G-standaard. d. Als uitzondering op het bepaalde in artikel 31 lid 6 onderdeel c van deze regeling kan een in Nederland geregistreerd geneesmiddel dat niet voorradig is, worden vervangen door een geneesmiddel waarvoor een handelsvergunning is afgegeven buiten Nederland. Het gaat in dat geval om een geneesmiddel dat dezelfde werkzame stof, toedieningsvorm en sterkte bevat. Het vervangende geneesmiddel met een buitenlandse registratie wordt met het ZI nummer van het Nederlandse product gedeclareerd. e. Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren worden per verstrekking gedeclareerd. Meerdere verstrekkingen van een geneesmiddel op één dag leiden dus tot meerdere declarabele prestaties, ongeacht de indicatie(s) waarvoor het geneesmiddel wordt verstrekt. f. Geneesmiddelen mogen alleen in rekening worden gebracht indien deze zijn verstrekt/toegediend aan de patiënt. 2023: NR/REG-2306a art. 31 lid 6
2023: NR/REG-2306a art. 23 lid 6
|
| 2024 |
|---|
| Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren
Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren zijn geneesmiddelen (geregistreerde geneesmiddelen of apotheekbereidingen) die als overige zorgproducten in rekening worden gebracht. De prestatiebeschrijving van deze overige zorgproducten wordt gevormd door de artikelomschrijving van het geneesmiddel zoals opgenomen in de G-standaard. Voor de vaststelling van een geneesmiddel als 'add-ongeneesmiddel' of 'ozp-stollingsfactor' hanteert de NZa de volgende limitatieve criteria:
Of
Een geneesmiddel verliest van rechtswege de status van add-on of ozp-stollingsfactor vanaf de datum dat de handelsvergunning bedoeld in het tweede lid is ingetrokken. Vanaf die datum vervalt eveneens van rechtswege de door de NZa afgegeven prestatie- en tariefbeschikking waarmee het geneesmiddel de status van add-on of ozp-stollingsfactor verkreeg. Een geneesmiddel verliest van rechtswege de status van add-on of ozp-stollingsfactor vanaf de datum waarop het geneesmiddel niet meer in de G-standaard is opgenomen. Vanaf die datum vervalt eveneens van rechtswege de door de NZa afgegeven prestatie- en tariefbeschikking waarmee het geneesmiddel de status van add-on of ozp-stollingsfactor verkreeg. 2024: BR/REG-24102a art. 10
a. Een geneesmiddel dat intramuraal, dus 'binnen de muren' van een instelling, wordt voorgeschreven en verstrekt/toegediend aan een patiënt, wordt gedeclareerd door de instelling waar dat geneesmiddel is verstrekt/toegediend. b. In afwijking van het gestelde onder a geldt dat:
c. Declaratie van geneesmiddelen bedoeld onder a en b geschiedt als onderdeel van een dbc-zorgproduct, of via een aparte declaratietitel indien voor het betreffende geneesmiddel een add-on is vastgesteld en deze is opgenomen in de G-standaard. d. Als uitzondering op het bepaalde in artikel 31 lid 6 onderdeel c van deze regeling kan een in Nederland geregistreerd geneesmiddel dat niet voorradig is, worden vervangen door een geneesmiddel waarvoor een handelsvergunning is afgegeven buiten Nederland. Het gaat in dat geval om een geneesmiddel dat dezelfde werkzame stof, toedieningsvorm en sterkte bevat. Het vervangende geneesmiddel met een buitenlandse registratie wordt met het ZI nummer van het Nederlandse product gedeclareerd. e. Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren worden per verstrekking gedeclareerd. Meerdere verstrekkingen van een geneesmiddel op één dag leiden dus tot meerdere declarabele prestaties, ongeacht de indicatie(s) waarvoor het geneesmiddel wordt verstrekt. f. Geneesmiddelen mogen alleen in rekening worden gebracht indien deze zijn verstrekt/toegediend aan de patiënt. 2024: NR/REG-2403a art. 31 lid 6
2024: NR/REG-2403a art. 26 lid 3 Als een patiënt een geneesmiddel gebruikt waarvoor een add-on, respectievelijk een ozp-stollingsfactor is vastgesteld dan declareert de zorgaanbieder het geneesmiddel als add-on, respectievelijk ozp-stollingsfactor. In dat geval wordt een dergelijk geneesmiddel dus niet meer als onderdeel van een dbc-zorgproduct in rekening gebracht. Geneesmiddelen die worden ingezet in het kader van MKA-chirurgische verrichtingen (230000 t/m 239962) maken wel deel uit van deze verrichtingen en worden niet door middel van een add-ongeneesmiddel, respectievelijk ozp-stollingsfactor gedeclareerd. Het ten laste van de medisch-specialistische zorg declareren van buiten de medisch-specialistische zorg bekostigde geneesmiddelen is niet toegestaan. |
| 2025 |
|---|
| Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren
Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren zijn geneesmiddelen (geregistreerde geneesmiddelen of apotheekbereidingen) die als overige zorgproducten in rekening worden gebracht. De prestatiebeschrijving van deze overige zorgproducten wordt gevormd door de artikelomschrijving van het geneesmiddel zoals opgenomen in de G-standaard. Voor de vaststelling van een geneesmiddel als 'add-ongeneesmiddel' of 'ozp-stollingsfactor' hanteert de NZa de volgende limitatieve criteria:
Of
Een geneesmiddel verliest van rechtswege de status van add-on of ozp-stollingsfactor vanaf de datum dat de handelsvergunning bedoeld in het tweede lid is ingetrokken. Vanaf die datum vervalt eveneens van rechtswege de door de NZa afgegeven prestatie- en tariefbeschikking waarmee het geneesmiddel de status van add-on of ozp-stollingsfactor verkreeg. Een geneesmiddel verliest van rechtswege de status van add-on of ozp-stollingsfactor vanaf de datum waarop het geneesmiddel niet meer in de G-standaard is opgenomen. Vanaf die datum vervalt eveneens van rechtswege de door de NZa afgegeven prestatie- en tariefbeschikking waarmee het geneesmiddel de status van add-on of ozp-stollingsfactor verkreeg. 2025: Beleidsregel prestaties en tarieven medisch-specialistische zorg 2025 art. 10
a. Een geneesmiddel dat intramuraal, dus 'binnen de muren' van een instelling, wordt voorgeschreven en verstrekt/toegediend aan een patiënt, wordt gedeclareerd door de instelling waar dat geneesmiddel is verstrekt/toegediend. b. In afwijking van het gestelde onder a geldt dat:
c. Declaratie van geneesmiddelen bedoeld onder a en b geschiedt als onderdeel van een dbc-zorgproduct, of via een aparte declaratietitel indien voor het betreffende geneesmiddel een add-on is vastgesteld en deze is opgenomen in de G-standaard. d. Als uitzondering op het bepaalde in artikel 31 lid 6 onderdeel c van deze regeling kan een in Nederland geregistreerd geneesmiddel dat niet voorradig is, worden vervangen door een geneesmiddel waarvoor een handelsvergunning is afgegeven buiten Nederland. Het gaat in dat geval om een geneesmiddel dat dezelfde werkzame stof, toedieningsvorm en sterkte bevat. Het vervangende geneesmiddel met een buitenlandse registratie wordt met het ZI nummer van het Nederlandse product gedeclareerd. e. Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren worden per verstrekking gedeclareerd. Meerdere verstrekkingen van een geneesmiddel op één dag leiden dus tot meerdere declarabele prestaties, ongeacht de indicatie(s) waarvoor het geneesmiddel wordt verstrekt. f. Geneesmiddelen mogen alleen in rekening worden gebracht indien deze zijn verstrekt/toegediend aan de patiënt. 2025: Regeling medisch-specialistische zorg 2025 art. 31 lid 6
2025: Regeling medisch-specialistische zorg 2025 art. 26 lid 3
2025: Regeling medisch-specialistische zorg 2025 art. 34a lid 10 |
Interpretaties
De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:
- Op dit moment werkt het alleen met de HiX apotheek module.
- Optionele parameter: Medicatie uitgifte en factuur zijn vaak niet 1-op-1 te herleiden vanwege complexe registratie rond afdelingsvoorraden of retouren. Om hier rekening mee te houden worden de uitgiften en retouren in medicatie uitgifte en factuur gegroepeerd. Default wordt gegroepeerd per kwartaal. Alternatief kan per maand of jaar worden gegroepeerd. (N4920_PERIODE)
- De bronnen apotheek uitgifte en factuur lopen niet gelijk met elkaar waardoor een kleine vertraging ontstaat in registratie datum.
- Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om het aantal dagen aan te passen dat voor de eerste uitgifte van de apotheek wordt gezocht in factuur. Bijvoorbeeld een interval van 7 dagen, apotheek uitgifte is van 15 januari t/m 15 maart dan wordt vanaf 8 januari gezocht in factuur naar relevante medicatie. Default staat dit interval op 2 dagen. (N4920_DELTA_VOOR)
- Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om het aantal dagen aan te passen dat na de laatste uitgifte van de apotheek wordt gezocht in factuur. Bijvoorbeeld een interval van 7 dagen, apotheek uitgifte is van 15 januari t/m 15 maart dan wordt tot en met 23 maart gezocht in factuur naar relevante medicatie. Default staat dit interval op 7 dagen. Overweeg een vertraging op de norm van minimaal de duur tussen de aanlevering van medicatie uitgifte naar factuur om ongewenste acties te voorkomen. (N4920_DELTA_NA)
- Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om eerder te signaleren gedurende de lopende periode. Dit heeft als voordeel eerder te signaleren en als nadeel dat genegeerde acties voor dat kwartaal opnieuw beoordeeld moeten worden bij nieuwe instroom. Default stromen acties pas in na een afgesloten periode. (N4920_TONEN_HUIDIGE_PERIODE)
- Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om uitgiftes aan specifieke magazijnen niet mee te nemen (ongeacht mutatie type). Standaard worden er geen magazijncodes uitgesloten. (N4920_UITSL_MAGAZIJN)
- Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om uitgiftes met een bepaalde magazijn en mutatie type combinatie niet mee te nemen. Standaard worden er geen magazijn en mutatie type combinatie uitgesloten. (N4920_UITSL_MAGAZIJN_MUTATIE_COMBI)
- Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om medicijnuitgiftes waarbij de medicatieopdracht niet gevuld is uit te sluiten. Standaard worden deze wel meegenomen. (N4920_UITGIFTES_ZONDER_MEDICATIEOPDRACHT_MEENEMEN)
- Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om de mutatie typen aan te passen in stap 1 van de programmeerbare norm. Standaard wordt mutatie 30 en 32 meegenomen. (N4920_MUTATIE_TYPE)
- Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk alleen uitgiftes te tonen waarbij het middel helemaal niet aanwezig is op de factuur. Default is ingesteld dat de middelen die op de factuur staan met een lager aantal dan het netto aantal uitgiftes (stap 4a) tot een actie moeten leiden. (N4920_MEENEMEN_UITGIFTE_HOGER_DAN_FACTUUR)
Programmeerbare norm
Er is sprake van “DGM - Medicatie uitgifte wijst op ontbreken add-on DGM in facturatiemodule (N4920)” als aan de volgende selectie is voldaan:
Logica: 1 en 2 en 3 en (4a of 4b)
Te nemen actie
Registreer het aantal missende add-on in factuur.
Berekening financiële impact
De impact wordt berekend door het missende aantal vermenigvuldigd met de gemiddelde tarieven van het geneesmiddel in het huidige en voorgaande jaar te berekenen. Door zowel het huidige jaar als voorgaand jaar mee te nemen in de berekening kan ook bij het ontbreken van tarieven in het nieuwe jaar een financiële impact berekend worden.