Combinatie operatieve zorgactiviteit en diagnose wijst op gemist operatief subtraject (N4095)

Uit normenkaderzorg.nl
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Referentienummer: N4095
Behoort tot Normenkader ValueCare

Ziekenhuizen Volledigheid

  1. Ziekenhuizen Volledigheid - Diagnosebepaling - Openen behandeling
Samenvatting

Deze norm signaleert acties wanneer een operatieve zorgactiviteit gekoppeld is aan een subtraject waar het geen effect heeft op de afleiding. Dit kan erop duiden dat de operatieve zorgactiviteit verkeerd gekoppeld is of een nieuw subtraject geopend kan worden.

Regelgeving / beleid
2021
Ondersteunend specialist

Een specialist die niet als poortspecialist fungeert en die medisch-specialistische zorghandelingen uitvoert in het kader van een zorgtraject van een poortspecialist. Een ondersteunend specialist heeft dus geen eigen zorgtraject. Als ondersteunende specialismen worden de volgende specialismen onderscheiden: radiologie (0362), nucleaire geneeskunde (0363), klinische chemie (0386), medische microbiologie (0387), pathologie (0388), anesthesiologie (0389) en klinische genetica (0390). In bepaalde gevallen kan een ondersteunend specialist wel de poortfunctie uitvoeren en is er sprake van een eigen zorgtraject. Dit geldt voor: een interventie-radioloog (0362), een anesthesist als pijnbestrijder (0389) en een klinisch geneticus (0390).

Poortspecialist
De medisch specialist van het poortspecialisme waarnaar een patiënt wordt verwezen voor medischspecialistische zorg. Als poortspecialismen worden de volgende specialismen onderscheiden: oogheelkunde (0301), KNO (0302), heelkunde/chirurgie (0303), plastische chirurgie (0304), orthopedie (0305), urologie (0306), gynaecologie (0307), neurochirurgie (0308), dermatologie (0310), inwendige geneeskunde (0313), kindergeneeskunde/neonatologie (0316), gastro-enterologie/mdl (0318), cardiologie (0320), longgeneeskunde (0322), reumatologie (0324), allergologie (0326), revalidatie (0327), cardio-pulmonale chirurgie (0328), consultatieve psychiatrie (0329), neurologie (0330), klinische geriatrie (0335), radiotherapie (0361) en sportgeneeskunde.

2021: NR/REG-2103a art. 1 lid aa en ee


Een zorgtraject met subtraject ZT11 wordt door de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert geopend indien de patiënt zich meldt met een nieuwe zorgvraag bij een instelling. Voor deze zorgvraag is bij het betreffende specialismen binnen deze instelling nog geen zorgtraject geopend. Dit blijkt uit het medisch dossier.

Multidisciplinaire behandeling
Als er sprake is van een multidisciplinaire behandeling kunnen er voor dezelfde zorgvraag van een patiënt meerdere zorgtrajecten worden geopend. Er is sprake van multidisciplinaire behandeling indien er sprake is van één zorgvraag waarbij meerdere poortspecialismen als hoofdbehandelaar optreden en verantwoordelijk zijn voor het uit te voeren beleid met betrekking tot de zorgvraag.

2021: NR/REG-2103a art. 5 lid 1 en 2a

2022
Ondersteunend specialist

Een specialist die niet als poortspecialist fungeert en die medisch-specialistische zorghandelingen uitvoert in het kader van een zorgtraject van een poortspecialist. Een ondersteunend specialist heeft dus geen eigen zorgtraject.
Als ondersteunende specialismen worden de volgende specialismen onderscheiden: radiologie (0362), nucleaire geneeskunde (0363), klinische chemie (0386), medische microbiologie (0387), pathologie (0388), anesthesiologie (0389) en klinische genetica (0390). In bepaalde gevallen kan een ondersteunend specialist wel de poortfunctie uitvoeren en is er sprake van een eigen zorgtraject. Dit geldt voor: een interventie-radioloog (0362), een anesthesist als pijnbestrijder (0389) en een klinisch geneticus (0390).

Poortspecialist
De medisch specialist van het poortspecialisme waarnaar een patiënt wordt verwezen voor medisch-specialistische zorg. Als poortspecialismen worden de volgende specialismen onderscheiden: oogheelkunde (0301), KNO (0302), heelkunde/chirurgie (0303), plastische chirurgie (0304), orthopedie (0305), urologie (0306), gynaecologie (0307), neurochirurgie (0308), dermatologie (0310), inwendige geneeskunde (0313), kindergeneeskunde/neonatologie (0316), gastro-enterologie/mdl (0318), cardiologie (0320), longgeneeskunde (0322), reumatologie (0324), allergologie (0326), revalidatie (0327), cardio-pulmonale chirurgie (0328), consultatieve psychiatrie (0329), neurologie (0330), klinische geriatrie (0335), radiotherapie (0361) en sportgeneeskunde (8416).

2022: NR/REG-2207a art. 1 lid aa en ee


Een zorgtraject met subtraject ZT11 wordt door de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert geopend indien de patiënt zich meldt met een nieuwe zorgvraag bij een instelling. Voor deze zorgvraag is bij het betreffende specialismen binnen deze instelling nog geen zorgtraject geopend. Dit blijkt uit het medisch dossier.

Multidisciplinaire behandeling
Als er sprake is van een multidisciplinaire behandeling kunnen er voor dezelfde zorgvraag van een patiënt meerdere zorgtrajecten worden geopend. Er is sprake van multidisciplinaire behandeling indien er sprake is van één zorgvraag waarbij meerdere poortspecialismen als hoofdbehandelaar optreden en verantwoordelijk zijn voor het uit te voeren beleid met betrekking tot de zorgvraag.

2022: NR/REG-2207a art. 5 lid 1 en 2a

2023
Ondersteunend specialist
Een specialist die niet als poortspecialist fungeert en die medisch-specialistische zorghandelingen uitvoert in het kader van een zorgtraject van een poortspecialist. Een ondersteunend specialist heeft dus geen eigen zorgtraject.
Als ondersteunende specialismen worden de volgende specialismen onderscheiden: radiologie (0362), nucleaire geneeskunde (0363), klinische chemie (0386), medische microbiologie (0387), pathologie (0388), anesthesiologie (0389) en klinische genetica (0390). In bepaalde gevallen kan een ondersteunend specialist wel de poortfunctie uitvoeren en is er sprake van een eigen zorgtraject. Dit geldt voor: een interventie-radioloog (0362), een anesthesist als pijnbestrijder (0389) en een klinisch geneticus (0390).

Poortspecialist
De medisch specialist van het poortspecialisme waarnaar een patiënt wordt verwezen voor medisch-specialistische zorg. Als poortspecialismen worden de volgende specialismen onderscheiden: oogheelkunde (0301), KNO (0302), heelkunde/chirurgie (0303), plastische chirurgie (0304), orthopedie (0305), urologie (0306), gynaecologie (0307), neurochirurgie (0308), dermatologie (0310), inwendige geneeskunde (0313), kindergeneeskunde/neonatologie (0316), gastro-enterologie/mdl (0318), cardiologie (0320), longgeneeskunde (0322), reumatologie (0324), allergologie (0326), revalidatiegeneeskunde (0327), cardio-pulmonale chirurgie (0328), consultatieve psychiatrie (0329), neurologie (0330), klinische geriatrie (0335), radiotherapie (0361) en sportgeneeskunde (8416).

2023: NR/REG-2306a art. 1 lid aa en ee


Een zorgtraject met subtraject ZT11 wordt door de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert geopend indien de patiënt zich meldt met een nieuwe zorgvraag bij een instelling. Voor deze zorgvraag is bij het betreffende specialismen binnen deze instelling nog geen zorgtraject geopend. Dit blijkt uit het medisch dossier.

Multidisciplinaire behandeling
Als er sprake is van een multidisciplinaire behandeling kunnen er voor dezelfde zorgvraag van een patiënt meerdere zorgtrajecten worden geopend. Er is sprake van multidisciplinaire behandeling indien er sprake is van één zorgvraag waarbij meerdere poortspecialismen als hoofdbehandelaar optreden en verantwoordelijk zijn voor het uit te voeren beleid met betrekking tot de zorgvraag.

2023: NR/REG-2306a art. 5 lid 1 en 2a

2024
Ondersteunend specialist
Een specialist die niet als poortspecialist fungeert en die medisch-specialistische zorghandelingen uitvoert in het kader van een zorgtraject van een poortspecialist. Een ondersteunend specialist heeft dus geen eigen zorgtraject.
Als ondersteunende specialismen worden de volgende specialismen onderscheiden: radiologie (0362), nucleaire geneeskunde (0363), klinische chemie (0386), medische microbiologie (0387), pathologie (0388), anesthesiologie (0389) en klinische genetica (0390). In bepaalde gevallen kan een ondersteunend specialist wel de poortfunctie uitvoeren en is er sprake van een eigen zorgtraject. Dit geldt voor: een interventie-radioloog (0362), een anesthesist als pijnbestrijder (0389) en een klinisch geneticus (0390).

Poortspecialist
De medisch specialist van het poortspecialisme waarnaar een patiënt wordt verwezen voor medisch-specialistische zorg. Als poortspecialismen worden de volgende specialismen onderscheiden: oogheelkunde (0301), KNO (0302), heelkunde/chirurgie (0303), plastische chirurgie (0304), orthopedie (0305), urologie (0306), gynaecologie (0307), neurochirurgie (0308), dermatologie (0310), inwendige geneeskunde (0313), kindergeneeskunde/neonatologie (0316), gastro-enterologie/mdl (0318), cardiologie (0320), longgeneeskunde (0322), reumatologie (0324), allergologie (0326), revalidatiegeneeskunde (0327), cardio-pulmonale chirurgie (0328), consultatieve psychiatrie (0329), neurologie (0330), klinische geriatrie (0335), radiotherapie (0361) en sportgeneeskunde (8416).

2024: NR/REG-2403a art. 1 lid aa en ee

Een zorgtraject met subtraject ZT11 wordt door de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert geopend indien de patiënt zich meldt met een nieuwe zorgvraag bij een instelling. Voor deze zorgvraag is bij het betreffende specialismen binnen deze instelling nog geen zorgtraject geopend. Dit blijkt uit het medisch dossier.

Multidisciplinaire behandeling
Als er sprake is van een multidisciplinaire behandeling kunnen er voor dezelfde zorgvraag van een patiënt meerdere zorgtrajecten worden geopend. Er is sprake van multidisciplinaire behandeling indien er sprake is van één zorgvraag waarbij meerdere poortspecialismen als hoofdbehandelaar optreden en verantwoordelijk zijn voor het uit te voeren beleid met betrekking tot de zorgvraag.

2024: NR/REG-2403a art. 5 lid 1 en 2a

2025
Ondersteunend specialist
Een specialist die niet als poortspecialist fungeert en die medisch-specialistische zorghandelingen uitvoert in het kader van een zorgtraject van een poortspecialist. Een ondersteunend specialist heeft dus geen eigen zorgtraject.
Als ondersteunende specialismen worden de volgende specialismen onderscheiden: radiologie (0362), nucleaire geneeskunde (0363), klinische chemie (0386), medische microbiologie (0387), pathologie (0388), anesthesiologie (0389) en klinische genetica (0390). In bepaalde gevallen kan een ondersteunend specialist wel de poortfunctie uitvoeren en is er sprake van een eigen zorgtraject. Dit geldt voor: een interventie-radioloog (0362), een anesthesist als pijnbestrijder (0389) en een klinisch geneticus (0390).

Poortspecialist
De medisch specialist van het poortspecialisme waarnaar een patiënt wordt verwezen voor medisch-specialistische zorg. Als poortspecialismen worden de volgende specialismen onderscheiden: oogheelkunde (0301), KNO (0302), heelkunde/chirurgie (0303), plastische chirurgie (0304), orthopedie (0305), urologie (0306), gynaecologie (0307), neurochirurgie (0308), dermatologie (0310), inwendige geneeskunde (0313), kindergeneeskunde/neonatologie (0316), gastro-enterologie/mdl (0318), cardiologie (0320), longgeneeskunde (0322), reumatologie (0324), allergologie (0326), revalidatiegeneeskunde (0327), cardio-pulmonale chirurgie (0328), consultatieve psychiatrie (0329), neurologie (0330), klinische geriatrie (0335), radiotherapie (0361) en sportgeneeskunde (8416).

2025: Regeling medisch-specialistische zorg 2025 art. 1 lid aa en ee

Een zorgtraject met subtraject ZT11 wordt door de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert geopend indien de patiënt zich meldt met een nieuwe zorgvraag bij een instelling. Voor deze zorgvraag is bij het betreffende specialismen binnen deze instelling nog geen zorgtraject geopend. Dit blijkt uit het medisch dossier.

Multidisciplinaire behandeling
Als er sprake is van een multidisciplinaire behandeling kunnen er voor dezelfde zorgvraag van een patiënt meerdere zorgtrajecten worden geopend. Er is sprake van multidisciplinaire behandeling indien er sprake is van één zorgvraag waarbij meerdere poortspecialismen als hoofdbehandelaar optreden en verantwoordelijk zijn voor het uit te voeren beleid met betrekking tot de zorgvraag.

2025: Regeling medisch-specialistische zorg 2025 art. 5 lid 1 en 2a

Interpretaties

De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:

  1. Operatieve zorgactiviteiten worden bepaald uit de '42-dagenregel zorgactiviteiten' van de Registratieaddendum bijlage 1 v20240501 van de RZ25.
  2. Lijst van valide combinaties van zorgactiviteit, specialisme en diagnose wordt als volgt bepaald:
    1. Combinatie van zorgactiviteit en specialisme/diagnose leidt niet tot uitval binnen de grouperboom.
    2. Analyse uitgevoerd per ziekenhuis op bestaande subtrajecten. De operatieve zorgactiviteit wordt verwijderd uit het subtraject en opnieuw gegrouperd.
      1. Indien het verwijderen van de zorgactiviteit leidt tot een andere zorgproductcode dan wordt deze toegevoegd aan de lijst met valide combinaties.
      2. Indien het verwijderen van de zorgactiviteit leidt tot dezelfde zorgproductcode dan wordt deze niet toegevoegd aan de lijst met valide combinaties.
    3. ICC diagnosen zijn verwijderd uit de lijst met valide diagnosen.
    4. Deze lijst wordt jaarlijks herzien of op basis van feedback uit het netwerk.
  3. Optionele parameter: Middels een ziekenhuis specifieke parameter is het mogelijk om zorgactiviteiten uit te sluiten van signalering. Default worden geen zorgactiviteiten uitgesloten. (N4095_CTG_NIET_MEENEMEN)
  4. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om combinaties van CTG codes en landelijke diagnosen uit te sluiten. Default worden er geen combinaties uitgesloten. (N4095_CTG_DIAGNOSE_NIET_MEENEMEN)
  5. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om combinaties van CTG codes en ICD-10 diagnoses uit te sluiten. Default worden er geen combinaties uitgesloten. (N4095_CTG_ICD10_NIET_MEENEMEN)
  6. Voor het specialisme CAR (AGB 20) wordt rekening gehouden met onterechte parallelliteit. Verrichtingen zijn uitgesloten wanneer er op dezelfde dag, binnen hetzelfde CAR subtraject, een andere CAR verrichting is geregistreerd die wel effect heeft op de afleiding. Er wordt dan geen tweede subtraject verwacht en geen actie getoond.
Programmeerbare norm

Er is sprake van “Combinatie operatieve zorgactiviteit en diagnose wijst op gemist operatief subtraject (N4095)” als aan de volgende selectie is voldaan:

1) Alle operatieve zorgactiviteiten uit '42-dagenregel zorgactiviteiten'


2) Zorgactiviteit is gekoppeld aan een subtraject met een diagnose/specialisme combinatie die niet voorkomt op de lijst van valide combinaties

Logica: 1 en 2

Te nemen actie

Er is een parallel subtraject aanwezig met een valide combinatie specialisme/diagnose
Omhangen van de zorgactiviteit naar het parallelle subtraject.

Er is geen parallel subtraject aanwezig met een valide combinatie specialisme/diagnose
Open een nieuw subtraject en koppel de zorgactiviteit een het desbetreffende subtraject.

Berekening financiële impact

Er is een parallel subtraject aanwezig met een valide combinatie specialisme/diagnose
Het waardeverschil tussen de gesignaleerde DBC en de parallelle DBC wordt getoond als financiële impact. Hiervoor wordt het omhangen van de gesignaleerde zorgactiviteiten naar het parallelle subtraject gesimuleerd en worden beide subtrajecten opnieuw gegrouperd om zo het waardeverschil te berekenen.

Er is geen parallel subtraject aanwezig met een valide combinatie specialisme/diagnose
De waarde van het nieuwe subtraject wordt getoond als financiële impact. Om de waarde te berekenen wordt het openen van een subtraject van het uitvoerende specialisme van de gesignaleerde zorgactiviteit met een willekeurige diagnose uit de lijst met valide combinaties gesimuleerd.