Cardiologie - Openen nieuw zorgtraject op basis van zorgactiviteit (N4140)

Uit normenkaderzorg.nl
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Referentienummer: N4140
Behoort tot Normenkader ValueCare

Ziekenhuizen Volledigheid

  1. Ziekenhuizen Volledigheid - Diagnosebepaling - Openen behandeling
Samenvatting

Deze norm signaleert acties wanneer zorgactiviteiten uit verschillende categorieën worden geregistreerd binnen één subtraject. Dit duidt erop dat er mogelijk verschillende zorgvragen behandeld worden binnen één subtraject waar een nieuw subtraject voor geopend kan worden.

Regelgeving / beleid
2021
Cardiologie (1.0320.3)

Voor het specialisme cardiologie worden subtrajecten met ZT11 en ZT21 als volgt afgesloten:

a. Bij een klinische opname of dagverpleging (geen hartrevalidatie) wordt het subtraject afgesloten:

  • op datum van klinisch ontslag of dagverpleging (ZPK2) behalve bij vervolg subtrajecten (ZT21) op de dagverpleging in het kader van diagnostiek of elektrocardioversie;
  • wanneer zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject wordt geopend (vanwege niet toegestane parallelliteit).

b. Bij een poliklinisch subtraject (geen hartrevalidatie) wordt het subtraject afgesloten:

  • Subtraject met ZT11: op de 90e dag na de opening van het subtraject; tenzij zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject wordt geopend (vanwege niet toegestane parallelliteit). In dat geval wordt het subtraject één dag voor opening van het nieuwe zorgtraject afgesloten.
  • Subtraject met ZT21: op de 120e dag na de opening van het subtraject; tenzij zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject wordt geopend (vanwege niet toegestane parallelliteit). In dat geval wordt het subtraject één dag voor opening van het nieuwe zorgtraject afgesloten.

d. Op de dag voorafgaand aan het implanteren van (een deel van) een transveneuze lead of een intracardiale pacemaker na een complexe transveneuze leadextractie of complexe transveneuze verwijdering van een intracardiale pacemaker.

2021: NR/REG-2103a art. 19 lid 7a, b en d

2022
Cardiologie (1.0320.3)

Voor het specialisme cardiologie worden subtrajecten met ZT11 en ZT21 als volgt afgesloten:

a. Bij een klinische opname of dagverpleging (geen hartrevalidatie) wordt het subtraject afgesloten:

  • op datum van klinisch ontslag of dagverpleging (ZPK2) behalve bij vervolg subtrajecten (ZT21) op de dagverpleging in het kader van diagnostiek of elektrocardioversie;
  • wanneer zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject wordt geopend (vanwege niet toegestane parallelliteit).

b. Bij een poliklinisch subtraject (geen hartrevalidatie) wordt het subtraject afgesloten:

  • Subtraject met ZT11: op de 90e dag na de opening van het subtraject; tenzij zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject wordt geopend (vanwege niet toegestane parallelliteit). In dat geval wordt het subtraject één dag voor opening van het nieuwe zorgtraject afgesloten.
  • Subtraject met ZT21: op de 120e dag na de opening van het subtraject; tenzij zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject wordt geopend (vanwege niet toegestane parallelliteit). In dat geval wordt het subtraject één dag voor opening van het nieuwe zorgtraject afgesloten.

d. Op de dag voorafgaand aan het implanteren van (een deel van) een transveneuze lead of een intracardiale pacemaker na een complexe transveneuze leadextractie of complexe transveneuze verwijdering van een intracardiale pacemaker.

2022: NR/REG-2207a art. 19 lid 7a, b en d

2023
Cardiologie (1.0320.3)

Voor het specialisme cardiologie worden subtrajecten met ZT11 en ZT21 als volgt afgesloten:

a. Bij een klinische opname of dagverpleging (geen hartrevalidatie) wordt het subtraject afgesloten:

  • op datum van klinisch ontslag of dagverpleging (ZPK2) behalve bij vervolg subtrajecten (ZT21) op de dagverpleging in het kader van diagnostiek of elektrocardioversie;
  • wanneer zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject wordt geopend (vanwege niet toegestane parallelliteit).

b. Bij een poliklinisch subtraject (geen hartrevalidatie) wordt het subtraject afgesloten:

  • Subtraject met ZT11: op de 90e dag na de opening van het subtraject; tenzij zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject wordt geopend (vanwege niet toegestane parallelliteit). In dat geval wordt het subtraject één dag voor opening van het nieuwe zorgtraject afgesloten.
  • Subtraject met ZT21: op de 120e dag na de opening van het subtraject; tenzij zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject wordt geopend (vanwege niet toegestane parallelliteit). In dat geval wordt het subtraject één dag voor opening van het nieuwe zorgtraject afgesloten.

d. Op de dag voorafgaand aan het implanteren van (een deel van) een transveneuze lead of een intracardiale pacemaker na een complexe transveneuze leadextractie of complexe transveneuze verwijdering van een intracardiale pacemaker.

2023: NR/REG-2306a art. 19 lid 7a, b en d

2024
Cardiologie (1.0320.3)

Voor het specialisme cardiologie worden subtrajecten met ZT11 en ZT21 als volgt afgesloten:

a. Bij een klinische opname of dagverpleging (geen hartrevalidatie) wordt het subtraject afgesloten:

  • op datum van klinisch ontslag of dagverpleging (ZPK2) behalve bij vervolg subtrajecten (ZT21) op de dagverpleging in het kader van diagnostiek of elektrocardioversie;
  • wanneer zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject wordt geopend (vanwege niet toegestane parallelliteit).

b. Bij een poliklinisch subtraject (geen hartrevalidatie) wordt het subtraject afgesloten:

  • Subtraject met ZT11: op de 90e dag na de opening van het subtraject; tenzij zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject wordt geopend (vanwege niet toegestane parallelliteit). In dat geval wordt het subtraject één dag voor opening van het nieuwe zorgtraject afgesloten.
  • Subtraject met ZT21: op de 120e dag na de opening van het subtraject; tenzij zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject wordt geopend (vanwege niet toegestane parallelliteit). In dat geval wordt het subtraject één dag voor opening van het nieuwe zorgtraject afgesloten.

d. Op de dag voorafgaand aan het implanteren van (een deel van) een transveneuze lead of een intracardiale pacemaker na een complexe transveneuze leadextractie of complexe transveneuze verwijdering van een intracardiale pacemaker.

2024: NR/REG-2403a art. 19 lid 7a, b en d

2025
Cardiologie (1.0320.3)

Voor het specialisme cardiologie worden subtrajecten met ZT11 en ZT21 als volgt afgesloten:

a. Bij een klinische opname of dagverpleging (geen hartrevalidatie) wordt het subtraject afgesloten:

  • op datum van klinisch ontslag of dagverpleging (ZPK2) behalve bij vervolg subtrajecten (ZT21) op de dagverpleging in het kader van diagnostiek of elektrocardioversie;
  • wanneer zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject wordt geopend (vanwege niet toegestane parallelliteit).

b. Bij een poliklinisch subtraject (geen hartrevalidatie) wordt het subtraject afgesloten:

  • Subtraject met ZT11: op de 90e dag na de opening van het subtraject; tenzij zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject wordt geopend (vanwege niet toegestane parallelliteit). In dat geval wordt het subtraject één dag voor opening van het nieuwe zorgtraject afgesloten.
  • Subtraject met ZT21: op de 120e dag na de opening van het subtraject; tenzij zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject wordt geopend (vanwege niet toegestane parallelliteit). In dat geval wordt het subtraject één dag voor opening van het nieuwe zorgtraject afgesloten.

d. Op de dag voorafgaand aan het implanteren van (een deel van) een transveneuze lead of een intracardiale pacemaker na een complexe transveneuze leadextractie of complexe transveneuze verwijdering van een intracardiale pacemaker.

2025: Regeling medisch-specialistische zorg 2025 art. 19 lid 7a, b en d

Interpretaties

De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:

  1. Binnen Cardiologie wordt onderscheid gemaakt tussen zorgactiviteiten in de volgende categorieën:
    1. Klep: 033247, 033248, 190666
    2. ICD (Implanteerbare Cardioverter - Defibrillator) : 190622, 190623, 190334, 033279, 033280, 033282, 033291, 033298
    3. Ablatie: 032940, 032941, 032942, 032944, 032945, 032946, 032947, 033049
    4. Niet cor interv kl1: 033241, 033250
    5. Niet cor interv kl2: 033242
    6. Hartpomp: 032997
    7. PCI/PTCA (Percutane Coronaire Interventies): 033231, 033232, 033233, 033234, 033235, 033237, 033238, 033240, 033256, 039476, 039477
  2. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om de N4140 uit te breiden met de optionele categorie Pacemaker. Deze categorie kijkt naar de zorgactiviteiten 033259, 033279, 033267, 033283, 190331, 190332, 190333. Default wordt deze categorie niet meegenomen. (N4140_EXTRA_CATEGORIE_PACEMAKER)
  3. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om zorgactiviteiten uit te sluiten van signalering. Default worden er geen zorgactiviteiten uitgesloten. (N4140_UITSL_CTG_CODE)
Programmeerbare norm

Er is sprake van “Cardiologie - Openen nieuw zorgtraject op basis van zorgactiviteit (N4140)” als aan de volgende selectie is voldaan:

1) Alle subtrajecten voor Cardiologie


2) Subtraject bevat zorgactiviteiten uit verschillende categorieen op verschillende kalenderdagen

Logica: 1 en 2

Te nemen actie

Openen van een nieuw zorgtraject.

Berekening financiële impact

Het waardeverschil tussen het gesignaleerde subtraject en een nieuw subtraject wordt getoond als financiële impact. Om het nieuwe subtraject te simuleren wordt de meest gebruikte diagnose voor de gesignaleerde categorie gebruikt. Vervolgens worden de gesignaleerde zorgactiviteit plus de daaropvolgende zorgactiviteiten omgehangen naar het nieuwe subtraject en worden beide subtrajecten gegrouperd om zo het waardeverschil te berekenen.