Jeugdmonitor

Uit normenkaderzorg.nl
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De eerste versie van de Jeugdmonitor was beschikbaar als Excel-bestand. Vanaf de tweede versie is de jeugdmonitor niet meer beschikbaar als Excel-bestand, maar als tegels en dashboards die te vinden zijn in het ValueCare portaal.

Doelgroep

De jeugdmonitor is gemaakt om de financiële resultaten binnen de Jeugdzorg per jaar per gemeente te monitoren. Kinderen en jongeren onder de 18 jaar die hulp, zorg of ondersteuning nodig hebben vallen in de meeste gevallen onder de Jeugdwet. Deze worden gemonitord in de Jeugdwet.

Verlengde jeugdhulp

Normaal gesproken komen cliënten die jonger zijn dan 18 jaar in aanmerking voor hulp binnen de Jeugdwet. Echter, kunnen cliënten van 18 tot 23 jaar in aanmerking komen voor verlengde jeugdhulp, als er sprake is van de volgende voorwaarden:

  1. Er is geen financiering beschikbaar (bijv. vanuit ZvW, Wlz, WMO, ZvW) nadat de cliënt 18 is geworden.
  2. Naast (1) wordt er voldaan minstens één van volgende criteria:
    • Cliënt heeft jeugdhulp gehad vóór het 18e jaar en de gemeente vindt verdere jeugdhulp noodzakelijk
    • Cliënt heeft jeugdhulp gehad vóór het 18e jaar en binnen een half jaar na het 18 jaar komt cliënt opnieuw in aanmerking voor jeugdhulp
    • Cliënt heeft pleegzorg en voortzetting van de pleegzorg is nodig

Een maatregel is uitgesproken met betrekking op een strafbaar feit dat is begaan tussen het 18e en 23e jaar.

Financiering vanuit gemeenten

In de GGZ wordt de jeugdzorg sinds 1 januari 2018 gefinancierd vanuit gemeenten. Er is onder andere gekozen voor gemeentelijke financiering, zodat de zorg lokaal georganiseerd kan worden, dichter bij het gezin. Met de introductie van de Jeugdwet is de DBC-systematiek die vóór 2018 van toepassing was op de Jeugdzorg, niet meer in gebruik. Vóór 2018 werd de jeugdzorg geregistreerd in DBC's en viel de bekostiging onder de ZvW (Zorgverzekeringswet), waarvan een groot deel binnen de AWBZ (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten) viel.

Om de financiering en administratie binnen de Jeugdwet goed te organiseren is er een landelijke berichtenstandaard opgezet. Dit betreft met name een standaard voor het berichtenverkeer tussen gemeenten en zorgaanbieders. Hoe deze berichtenstandaard werkt, lees je hieronder. Allereerst vind je een korte uitleg van de berichten met betrekking tot het starten en beëindigen van de zorg. Dat zijn de berichten die actief gecontroleerd binnen ValueCare. Daarnaast vind je een overzicht van alle berichten.

Verzoek om toewijzing (JW315)

De zorgaanbieder verzoekt de gemeente om een toewijzing te sturen voor het leveren van jeugdhulp waarvoor reeds een titel tot levering bestaat. Het Verzoek om toewijzing-bericht kan alleen gebruikt worden voor situaties waarbij het recht op jeugdhulp al vaststaat en is daarmee één van de rechtmatigheidsberichten. Met het Verzoek om toewijzing geeft de aanbieder aan dat de zorg is gestart. De gemeente stuurt altijd binnen drie werkdagen een retourbericht om aan te geven dat het Verzoek om toewijzing ontvangen is. De gemeente die het Verzoek om toewijzing ontvangt is verplicht om te toetsen of, op basis van het woonplaatsbeginsel, de client onder haar verantwoordelijkheid valt. Wanneer dat zo is, stuurt de gemeente de aanbieder een officiële toewijzing voor de te leveren jeugdhulp.

Toewijzing/beschikking (JW301)

Met de toewijzing geeft de gemeente een aanbieder opdracht tot levering van jeugdhulp voor een specifieke client. Het geeft de aanbieder het recht om de zorg te gaan leveren en is daarmee één van de rechtmatigheidsberichten. In het bericht wordt het toegewezen product omschreven. Dit toegewezen product kan aspecifiek zijn (dat wil zeggen dat alleen een productcategorie wordt toegewezen) of specifiek (dat wil zeggen dat binnen de productcategorie ook een specifieke productcode wordt toegewezen). In de toewijzing wordt aangegeven welke specifieke aanbieder welk product moet leveren, met een bepaalde omvang en voor een bepaalde periode. Dit kan een periode zonder einddatum zijn.

Starten Jeugdhulp (JW305)

Met het Startbericht geeft de aanbieder aan de gemeente door wanneer de levering gestart is. Het bericht is bedoeld om de gemeente inzicht te geven in het daadwerkelijk plaatsvinden van de levering van zorg en ondersteuning. Er kunnen geen rechten ontleend worden aan dit bericht, dat wil bijvoorbeeld zeggen dat er geen afhankelijkheid met de betaling (declaratie of facturatie) mag bestaan. Het Startbericht is daarmee één van de regieberichten.

Beeindigen jeugdhulp (JW307)

Met het Stopbericht geeft de aanbieder aan de gemeente door wanneer de levering beëindigd is en wat de reden is van de beëindiging. Het bericht is bedoeld om de gemeente inzicht te geven in het daadwerkelijk plaatsvinden van de levering van zorg en ondersteuning. Er kunnen geen rechten ontleend worden aan dit bericht, dat wil bijvoorbeeld zeggen dat er geen afhankelijkheid met de betaling (facturatie) mag bestaan. Het Stopbericht is daarmee één van de regieberichten. Indien de start van de levering is doorgegeven met een Startbericht, wordt de beëindiging van de levering altijd doorgegeven met een Stopbericht. De beëindiging kan plaatsvinden op initiatief van de gemeente: de aanbieder ontvangt een intrekkingsbericht van de gemeente. Met het Stopbericht geeft de aanbieder door wanneer de levering definitief gestopt is.

Verzoek om wijziging (JW317)

Als de zorgaanbieder vaststelt dat de geleverde zorg tijdens de levering van de zorg aangepast moet worden, kan er een verzoek om wijziging (VOW) worden aangevraagd bij de gemeente.

Antwoordbericht (JW319)

Als een gemeente nader onderzoek moet doen met betrekking tot een VOW of VOT, of als een verzoek wordt afgewezen, wordt het Jw319-antwoordbericht gebruikt.

Registratie

Productcategorie

Voor de Jeugdwet-producten is landelijk een aantal productcategorieën vastgesteld, die verplicht gebruikt moeten worden in de berichten. Deze categorieën zijn over en weer vertaalbaar in de indeling die de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) voorstelt voor de financiële verantwoording van Jeugdwet-voorzieningen. Zo kunnen de productcategorieën een plek krijgen in de landelijke financiële verantwoording die gemeenten moeten afleggen aan het ministerie van Binnenlandse Zaken. Ook uit de afstemming met CAK en SVB blijkt dat hun productindelingen goed passen.

Productcode

Onder de productcategorieën zijn productcodes gedefinieerd, als verbijzondering binnen een productcategorie. Deze codes, die specifieker beschrijven om welk product of welke dienst het gaat, zijn opgenomen in de standaardproductcodelijst Jeugdwet (JZ21). Gemeenten en aanbieders spreken onderling af welke van deze productcodes zij gebruiken, zodat de codes passen bij de gekozen Jeugdwet-uitvoering.

Zorginstituut Nederland adviseert gemeenten en aanbieders om zoveel mogelijk gebruik te maken van de codes op de standaardproductcodelijst, omdat dit bijdraagt aan minder administratieve variëteit. Gemeenten mogen besluiten om de standaardproductcodelijst niet te gebruiken. Zij mogen dan zelf productcodes definiëren, binnen de productcategorieën die zijn vastgesteld. Samen met de aanbieder leggen ze dan vast welke codes gebruikt mogen worden bij welke productcategorie. In dat geval adviseert het Zorginstituut om codes te kiezen die niet voorkomen op de standaardproductcodelijst.

Eenheid

De eenheid zegt iets over hoe de afrekening verloopt. De volgende eenheden zijn vanuit de informatiestandaard iJw 3.0 vastgesteld:

  • 01 - Facturatie in geregistreerde minuten
  • 04 - Facturatie in geregistreerde uren
  • 14 - Facturatie in geregistreerde verblijfsdagen
  • 16 - Facturatie in geregistreerde dagdelen
  • 82 - Facturatie stuks output
  • 83 - Facturatie volgens vastgesteld tarief (€)
  • 84 – Facturatie stuks inspanningsgericht


Sinds 1 januari 2021 wordt de informatiestandaard iJw  3.0 gebruikt binnen de Jeugdwet. Vóór 2021 werd eenheid ’82 – Facturatie volgens arrangement’ gebruikt. Dit is opgesplitst in ‘82 – Facturatie stuks output’ en ’84 – stuks inspanningsgericht’. Outputgericht houdt in dat er afspraken zijn tussen gemeente en zorgaanbieder over de te behalen output. Daarbij hoeft niet vastgelegd te zijn hoe deze output wordt behaald. Inspanningsgericht houdt in dat er afspraken zijn tussen gemeente en zorgaanbieder wat betreft de levering van een product of dienst in een afgesproken tijdseenheid.

Frequentie

De frequentie geeft aan hoe frequent er gefactureerd zal gaan worden. De volgende frequenties zijn vastgesteld:

  1. - Per dag
  2. - Per week
  3. - Per 4 weken
  4. - Per maand
  5. - Per jaar
  6. - Totaal binnen geldigheidsduur beschikking

Volume

Het volume geeft het vastgestelde maximum aan en is afhankelijk van de eenheid. Met andere woorden, een volume van 10.000 betekent bij eenheid 01, 10.000 minuten, maar betekent bij eenheid 83, 10.000 euro.

Status

Er zijn 4 verschillende statussen van financiering in de jeugdmonitor, namelijk:

  1. Gefactureerd - Van alle producten alle factuurmomenten.
  2. Onderhanden werk (OHW)- Van alle producten de waarde die nog niet gefactureerd is. De OHW waarde van een product wordt per eenheid anders berekend:
    • 01: Som van de tijd van alle contacten na de laatste datum tot uit factuur vermenigvuldigd met het afgesproken tarief.
    • 04: Som van de tijd van alle contacten na de laatste datum tot uit factuur vermenigvuldigd met het afgesproken tarief.
    • 14: Som van alle verblijfsdagen na de laatste datum tot uit factuur vermenigvuldigd met het afgesproken tarief.
    • 16: Som van alle dagdelen na de laatste datum tot uit factuur vermenigvuldigd met het afgesproken tarief.
    • 82: Som van alle mijlpalen die wel behaald zijn maar nog niet gefactureerd zijn vermenigvuldigd met het afgesproken tarief.
    • 83: Het afgesproken volume maal de restende looptijd (afhankelijk van frequentie) na laatste datum uit factuur.
    • 84: Som van de productie
  3. Extra waarde reeds geopend - Van alle openstaande producten de extra verwachte waarde
  4. Nog te openen - De waarde van alle producten die nog geopend gaan worden (dus nog niet bestaan)

De prognose wordt als volgt berekend:

Per betalende instantie wordt de gemiddelde duur van een jeugd-product vermenigvuldigd met de gemiddelde productie op een jeugd-product. Deze wordt vermenigvuldigd met het aantal nog te verwachten te openen producten. Deze verwachting is gebaseerd op het aantal reeds geopende producten en het aantal nog resterende dagen in een jaar. Zodoende kan op elk moment van het schadelastjaar een schatting worden gemaakt van de nog te openen productie. Naarmate het jaar vordert, komt er meer data beschikbaar van reeds geopende producten en zal de prognose steeds nauwkeuriger worden.

ValueCarelogo2022.png