Registratie voldoet aan zorgactiviteit nazorg stamceltransplantatie (N4810)

Uit normenkaderzorg.nl
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De printervriendelijke versie wordt niet langer ondersteund en kan weergavefouten bevatten. Werk uw browserbladwijzers bij en gebruik de gewone afdrukfunctie van de browser.

Referentienummer: N4810
Behoort tot Normenkader ValueCare

Ziekenhuizen Volledigheid

  1. Ziekenhuizen Volledigheid - Behandelen - Therapie
Samenvatting

Deze norm signaleert acties in het kader van stamceltransplantatie indien een post-transplantatie subtraject een face-to-face contact is geweest maar zonder nazorg zorgactiviteit. Dit duidt erop dat nazorg heeft plaatsgevonden en een zorgactiviteit ‘post-transplantatietraject’ geregistreerd mag worden, de registratie van deze zorgactiviteit mag gedurende maximaal drie subtrajecten tegelijk aan een face-to-face contact.

Regelgeving / beleid
2021
Bij de hierna volgende in tempi behandelingen van diverse specialismen wordt het subtraject na één van de beschreven in tempi behandelingen afgesloten wanneer de volgende in tempi behandeling van start gaat. Wanneer de volgende deelbehandeling eerder start dan het in artikel 17 en 18 voorgeschreven afsluitmoment, dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de dag dat de volgende deelbehandeling start. Wanneer de volgende deelbehandeling later start dan het algemeen geldende sluitmoment zoals omschreven in artikel 17 en 18, dan geldt deze algemene regel, tenzij in onderstaande onderdelen anders wordt vermeld.
a. De volgende drie fasen worden bij stamceltransplantatie onderscheiden:
  • Fase 1: selectie/afname;
  • Fase 2: transplantatie, inclusief conditionering (behalve bij BRCA1-studie);
  • Fase 3: nazorg.

Bij autologe stamceltransplantatie (behalve bij BRCA1-studie) wordt een subtraject afgesloten op de dag voor de start van fase 1.
Een subtraject wordt afgesloten op de dag voor de start van de conditionering (behalve bij BRCA1-studie).
Een subtraject in een fase wordt op de 120e dag na opening van het subtraject afgesloten tenzij eerder een andere fase aanbreekt (bij BRCA1-studie wordt alleen een subtraject in fase 3 standaard op de 120e dag afgesloten). Wanneer er een andere fase aanbreekt wordt het subtraject één dag voor de start van de andere fase afgesloten.
Ook bij het opnieuw starten van fase 1 of fase 2 wordt het voorafgaande subtraject één dag voor de dag dat fase 1 of fase 2 start afgesloten.
Wanneer een stamceltransplantatietraject voortijdig beëindigd wordt door het optreden van een recidief, dan sluit het subtraject op de dag van registratie van zorgactiviteit 039982 ‘Voortijdige beëindiging stamceltransplantatietraject door recidief (exclusief BRCA1-studie)’

2021: NR/REG-2103a art. 19 lid 17a


Nazorg stamceltransplantaties (192079, 192080, 192087, 192098, 192099)
Een zorgactiviteit ‘post-transplantatietraject’ (192079, 192080, 192087, 192098 en 192099) na stamceltransplantatie wordt uitsluitend door één zorgaanbieder gedurende maximmaal drie subtrajecten na een transplantatie geregistreerd tijdens een contact in het kader van de nazorg.

2021: NR/REG-2103a art. 24 lid 57

2022
Bij de hierna volgende in tempi behandelingen van diverse specialismen wordt het subtraject na één van de beschreven in tempi behandelingen afgesloten wanneer de volgende in tempi behandeling van start gaat. Wanneer de volgende deelbehandeling eerder start dan het in artikel 17 en 18 voorgeschreven afsluitmoment, dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de dag dat de volgende deelbehandeling start. Wanneer de volgende deelbehandeling later start dan het algemeen geldende sluitmoment zoals omschreven in artikel 17 en 18, dan geldt deze algemene regel, tenzij in onderstaande onderdelen anders wordt vermeld.

a. De volgende drie fasen worden bij stamceltransplantatie onderscheiden:

  • Fase 1: selectie/afname;
  • Fase 2: transplantatie, inclusief conditionering (behalve bij BRCA1-studie)
  • Fase 3: nazorg.

Bij autologe stamceltransplantatie (behalve bij BRCA1-studie) wordt een subtraject afgesloten op de dag voor de start van fase 1.
Een subtraject wordt afgesloten op de dag voor de start van de conditionering (behalve bij BRCA1-studie).
Een subtraject in een fase wordt op de 120e dag na opening van het subtraject afgesloten tenzij eerder een andere fase aanbreekt (bij BRCA1-studie wordt alleen een subtraject in fase 3 standaard op de 120e dag afgesloten). Wanneer er een andere fase aanbreekt wordt het subtraject één dag voor de start van de andere fase afgesloten.
Ook bij het opnieuw starten van fase 1 of fase 2 wordt het voorafgaande subtraject één dag voor de dag dat fase 1 of fase 2 start afgesloten.
Wanneer een stamceltransplantatietraject voortijdig beëindigd wordt door het optreden van een recidief, dan sluit het subtraject op de dag van registratie van zorgactiviteit 039982 ‘Voortijdige beëindiging stamceltransplantatietraject door recidief (exclusief BRCA1-studie)’

2022: NR/REG-2207a art. 19 lid 17a


Nazorg stamceltransplantaties (192079, 192080, 192087, 192098, 192099)
Een zorgactiviteit ‘post-transplantatietraject’ (192079, 192080, 192087, 192098 en 192099) na stamceltransplantatie wordt uitsluitend door één zorgaanbieder gedurende maximaal drie subtrajecten na een transplantatie geregistreerd tijdens een contact in het kader van de nazorg.

2022: NR/REG-2207a art. 24 lid 57

2023
Bij de hierna volgende in tempi behandelingen van diverse specialismen wordt het subtraject na één van de beschreven in tempi behandelingen afgesloten wanneer de volgende in tempi behandeling van start gaat. Wanneer de volgende deelbehandeling eerder start dan het in artikel 17 en 18 voorgeschreven afsluitmoment, dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de dag dat de volgende deelbehandeling start. Wanneer de volgende deelbehandeling later start dan het algemeen geldende sluitmoment zoals omschreven in artikel 17 en 18, dan geldt deze algemene regel, tenzij in onderstaande onderdelen anders wordt vermeld.

a. Stamceltransplantatie (2.0000.1)

De volgende drie fasen worden bij stamceltransplantatie onderscheiden:

  • Fase 1: selectie/afname;
  • Fase 2: transplantatie, inclusief conditionering (behalve bij BRCA1-studie);
  • Fase 3: nazorg.

Bij autologe stamceltransplantatie (behalve bij BRCA1-studie) wordt een subtraject afgesloten op de dag voor de start van fase 1.
Een subtraject wordt afgesloten op de dag voor de start van de conditionering (behalve bij BRCA1-studie). Een subtraject in een fase wordt op de 120e dag na opening van het subtraject afgesloten tenzij eerder een andere fase aanbreekt (bij BRCA1-studie wordt alleen een subtraject in fase 3 standaard op de 120e dag afgesloten). Wanneer er een andere fase aanbreekt wordt het subtraject één dag voor de start van de andere fase afgesloten.
Ook bij het opnieuw starten van fase 1 of fase 2 wordt het voorafgaande subtraject één dag voor de dag dat fase 1 of fase 2 start afgesloten.
Wanneer een stamceltransplantatietraject voortijdig beëindigd wordt door het optreden van een recidief, dan sluit het subtraject op de dag van registratie van zorgactiviteit 039982 'Voortijdige beëindiging stamceltransplantatietraject door recidief (exclusief BRCA1-studie)'.

2023: NR/REG-2306a art. 19 lid 17a


Nazorg stamceltransplantaties (192079, 192080, 192087, 192098, 192099)
Een zorgactiviteit 'post-transplantatietraject' (192079, 192080, 192087, 192098 en 192099) na stamceltransplantatie wordt uitsluitend door één zorgaanbieder gedurende maximaal drie subtrajecten na een transplantatie geregistreerd tijdens een contact in het kader van de nazorg.

2023: NR/REG-2306a art. 24 lid 57

2024
Bij de hierna volgende in tempi behandelingen van diverse specialismen wordt het subtraject na één van de beschreven in tempi behandelingen afgesloten wanneer de volgende in tempi behandeling van start gaat. Wanneer de volgende deelbehandeling eerder start dan het in artikel 17 en 18 voorgeschreven afsluitmoment, dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de dag dat de volgende deelbehandeling start. Wanneer de volgende deelbehandeling later start dan het algemeen geldende sluitmoment zoals omschreven in artikel 17 en 18, dan geldt deze algemene regel, tenzij in onderstaande onderdelen anders wordt vermeld.

a. Stamceltransplantatie (2.0000.1)

De volgende drie fasen worden bij stamceltransplantatie onderscheiden:

  • Fase 1: selectie/afname;
  • Fase 2: transplantatie, inclusief conditionering (behalve bij BRCA1-studie);
  • Fase 3: nazorg.

Bij autologe stamceltransplantatie (behalve bij BRCA1-studie) wordt een subtraject afgesloten op de dag voor de start van fase 1.
Een subtraject wordt afgesloten op de dag voor de start van de conditionering (behalve bij BRCA1-studie). Een subtraject in een fase wordt op de 120e dag na opening van het subtraject afgesloten tenzij eerder een andere fase aanbreekt (bij BRCA1-studie wordt alleen een subtraject in fase 3 standaard op de 120e dag afgesloten). Wanneer er een andere fase aanbreekt wordt het subtraject één dag voor de start van de andere fase afgesloten.
Ook bij het opnieuw starten van fase 1 of fase 2 wordt het voorafgaande subtraject één dag voor de dag dat fase 1 of fase 2 start afgesloten.
Wanneer een stamceltransplantatietraject voortijdig beëindigd wordt door het optreden van een recidief, dan sluit het subtraject op de dag van registratie van zorgactiviteit 039982 'Voortijdige beëindiging stamceltransplantatietraject door recidief (exclusief BRCA1-studie)'.

2024: NR/REG-2403a art. 19 lid 17a


Nazorg stamceltransplantaties (192079, 192080, 192087, 192098, 192099)
Een zorgactiviteit 'post-transplantatietraject' (192079, 192080, 192087, 192098 en 192099) na stamceltransplantatie wordt uitsluitend door één zorgaanbieder gedurende maximaal drie subtrajecten na een transplantatie geregistreerd tijdens een contact in het kader van de nazorg.

2024: NR/REG-2403a art. 24 lid 47

2025
Bij de hierna volgende in tempi behandelingen van diverse specialismen wordt het subtraject na één van de beschreven in tempi behandelingen afgesloten wanneer de volgende in tempi behandeling van start gaat. Wanneer de volgende deelbehandeling eerder start dan het in artikel 17 en 18 voorgeschreven afsluitmoment, dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de dag dat de volgende deelbehandeling start. Wanneer de volgende deelbehandeling later start dan het algemeen geldende sluitmoment zoals omschreven in artikel 17 en 18, dan geldt deze algemene regel, tenzij in onderstaande onderdelen anders wordt vermeld.

a. Stamceltransplantatie (2.0000.1)

De volgende drie fasen worden bij stamceltransplantatie onderscheiden:

  • Fase 1: selectie/afname;
  • Fase 2: transplantatie, inclusief conditionering (behalve bij BRCA1-studie);
  • Fase 3: nazorg.

Bij autologe stamceltransplantatie (behalve bij BRCA1-studie) wordt een subtraject afgesloten op de dag voor de start van fase 1.
Een subtraject wordt afgesloten op de dag voor de start van de conditionering (behalve bij BRCA1-studie). Een subtraject in een fase wordt op de 120e dag na opening van het subtraject afgesloten tenzij eerder een andere fase aanbreekt (bij BRCA1-studie wordt alleen een subtraject in fase 3 standaard op de 120e dag afgesloten). Wanneer er een andere fase aanbreekt wordt het subtraject één dag voor de start van de andere fase afgesloten.
Ook bij het opnieuw starten van fase 1 of fase 2 wordt het voorafgaande subtraject één dag voor de dag dat fase 1 of fase 2 start afgesloten.
Wanneer een stamceltransplantatietraject voortijdig beëindigd wordt door het optreden van een recidief, dan sluit het subtraject op de dag van registratie van zorgactiviteit 039982 'Voortijdige beëindiging stamceltransplantatietraject door recidief (exclusief BRCA1-studie)'.

2025: Regeling medisch-specialistische zorg 2025 art. 19 lid 17a


Nazorg stamceltransplantaties (192079, 192080, 192087, 192098, 192099)
Een zorgactiviteit 'post-transplantatietraject' (192079, 192080, 192087, 192098 en 192099) na stamceltransplantatie wordt uitsluitend door één zorgaanbieder gedurende maximaal drie subtrajecten na een transplantatie geregistreerd tijdens een contact in het kader van de nazorg.

2025: Regeling medisch-specialistische zorg 2025 art. 24 lid 57

Interpretaties

De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:

  1. Alle zorgactiviteiten 'post-transplantatietraject' worden meegenomen in stap 3 van de programmeerbare norm; 032708, 192079, 192080, 192087, 192098 en 192099.
  2. Stamceltransplantatiefase wordt herkend aan de volgende zorgactiviteiten: 192086, 032707, 192095, 192096, 192097, 198881, 198882, 198883, 198884, 198885, 039288, 039285, 039286, 039293, 039291, 039217, 039216, 039214, 039215 en per 2021 039981.
  3. Stap 1A en 1B zijn twee verschillende startpunten voor deze norm. Respectievelijk voor de ziekenhuizen waar de stamceltransplantatie plaatsvindt (1A), of voor de ziekenhuizen waar alléén de nazorg plaatsvindt (1B).
  4. Wanneer een fase 1 subtraject tussen twee fase 3 subtrajecten plaats vindt wordt deze niet als actie gesignaleerd maar wordt het opvolgende subtraject gesignaleerd.
  5. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om verrichtingscodes toe te voegen aan zorgactiviteiten die de selectie-/afnamefase van stamceltransplantaties kenmerken. Default worden alleen zorgactiviteiten uit referentiegroep 1 en 4 van regel 2.0000.1 meegenomen. (N4810_EXTRA_CTG_SELECTIE_AFNAME_FASE)
  6. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om verrichtingscodes toe te voegen aan zorgactiviteiten die de transplantatiefase van stamceltransplantaties kenmerken. Default worden alleen zorgactiviteiten uit referentiegroep 2,5 en 6 van regel 2.0000.1 meegenomen. (N4810_EXTRA_CTG_TRANSPLANTATIE_FASE)
  7. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om verrichtingscodes toe te voegen aan zorgactiviteiten die de nazorgfase van stamceltransplantaties kenmerken. Default worden alleen zorgactiviteiten uit referentiegroep 3 van regel 2.0000.1 meegenomen. (N4810_EXTRA_CTG_NAZORG_FASE)
  8. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om verrichtingscodes uit te sluiten die gelden als face-to-face contact. Default worden er geen verrichtingscodes uitgesloten. (N4810_UITSL_CTG_CODE_F2F_CONTACT)
  9. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om ZPK codes (1, 2 en/of 3) uit te sluiten die gelden als face-to-face contact. Default is de parameter leeg en worden verrichtingen met ZPK code 1, 2 en 3 gezien als face-to-face contact. (N4810_UITSL_ZPK_CODE_F2F_CONTACT)
  10. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om alleen naar een gemiste zorgactiviteit post-transplantatietraject te zoeken in de eerste drie opeenvolgende subtrajecten na de transplantatie. Default worden latere subtrajecten ook beoordeeld op gemiste nazorg, indien het maximale aantal van drie nog niet is bereikt. (N4810_NAZORG_SUBTRAJECTEN_AANSLUITEND)
  11. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om zorgactiviteiten uit te sluiten uit fase 1, 2 en 3 van de afsluitregel. Default worden geen zorgactiviteiten uitgesloten. (N4810_UITSL_FASE_ZORGACTIVITEIT)
  12. Na een tranplantatie mag de zorgactiviteit post-transplantatietraject in maximaal drie subtrajecten worden geregistreerd. Indien aanwezig, is dit inclusief het subtraject van de transplantatie. De N4180 signaleert alleen zolang dit aantal nog niet is bereikt.
Programmeerbare norm

Er is sprake van “Registratie voldoet aan zorgactiviteit nazorg stamceltransplantatie (N4810)” als aan de volgende selectie is voldaan:

1a) Alle subtrajecten met een zorgactiviteit transplantatie: 192086, 032707 (t/m 2025), 192095, 192096, 192097, 039288, 039285, 039286, 039293, 039291, 039217, 192094 en per 2021 039981

1b) Alle post-transplantatie subtrajecten met een zorgactiviteit post-transplantatie: 032708 (t/m 2025), 192079, 192080, 192087, 192098 en 192099



2a) In het subtraject van de zorgactiviteit transplantatie en/of de opvolgende post-transplantatie subtrajecten is na de transplantatie een face-to-face contact (ZPK 1, 2 of 3) geregistreerd maar géén zorgactiviteit post-transplantatietraject (032708 (t/m 2025), 192079, 192080, 192087, 192098 en 192099)

2b) In de opvolgende post-transplantatie subtrajecten is een face-to-face contact (ZPK 1, 2 of 3) geregistreerd maar géén zorgactiviteit post-transplantatietraject (032708 (t/m 2025), 192079, 192080, 192087, 192098 en 192099)



3) Wanneer er in een zorgtraject een zorgactiviteit ‘voortijdige beëindiging stamceltransplantatietraject door recidief’ (039982) vastgelegd en daarna géén zorgactiviteit die duidt op een (her)transplantatie (192086, 032707 (t/m 2025), 192095, 192096, 192097, 198881, 198882, 198883, 198884, 198885, 039288, 039285, 039286, 039293, 039291, 039217, 192094 en per 2021: 039981) worden er geen acties gesignaleerd voor de opvolgende subtrajecten

4) In het subtraject is voor het face-to-face géén zorgactiviteit ‘voortijdige beëindiging stamceltransplantatietraject door recidief’ (039982) vastgelegd of een zorgactiviteit die duidt op een (her)transplantatie (192086, 032707 (t/m 2025), 192095, 192096, 192097, 039288, 039285, 039286, 039293, 039291, 039217, 192094 en per 2021: 039981)

Logica: ((1a en 2a) of (1b en 2b)) en 3 en 4

Te nemen actie

Registreer een zorgactiviteit 'post-transplantatietraject' (032708 (t/m 2025), 192079, 192080, 192087, 192098 of 192099).

Berekening financiële impact

Het waardeverschil van het subtraject na het toevoegen van zorgactiviteit 'post-transplantatietraject' (032708, 192079, 192080, 192087, 192098 of 192099) wordt getoond als financiële impact.