Niet gekoppelde, typerende verrichting, geen subtraject op verrichtingsdatum (N4440)

Uit normenkaderzorg.nl
(Doorverwezen vanaf N4440)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De printervriendelijke versie wordt niet langer ondersteund en kan weergavefouten bevatten. Werk uw browserbladwijzers bij en gebruik de gewone afdrukfunctie van de browser.

Referentienummer: N4440
Behoort tot Normenkader ValueCare

Ziekenhuizen Volledigheid

  1. Ziekenhuizen Volledigheid - Einde Behandeling - Koppelen zorgactiviteiten
Samenvatting

Zorgactiviteiten behoren gekoppeld te worden aan het bijbehorende subtraject. Zeker bij typerende zorgactiviteiten is dit van belang omdat deze mede het uiteindelijke zorgproduct bepalen. Deze norm toont alle ongekoppelde, typerende zorgactiviteiten waarvoor op de verrichtingsdatum geen subtraject (DBC) aanwezig is op de uitvoerdatum. Hierbij wordt gekeken naar mogelijk te koppelen subtrajecten die in een vooraf ingestelde range van dagen voor of na de uitvoerdatum van de verrichting aanwezig is.

Regelgeving / beleid
2021
Ondersteunend specialist
Een specialist die niet als poortspecialist fungeert en die medisch-specialistische zorghandelingen uitvoert in het kader van een zorgtraject van een poortspecialist. Een ondersteunend specialist heeft dus geen eigen zorgtraject. Als ondersteunende specialismen worden de volgende specialismen onderscheiden: radiologie (0362), nucleaire geneeskunde (0363), klinische chemie (0386), medische microbiologie (0387), pathologie (0388), anesthesiologie (0389) en klinische genetica (0390). In bepaalde gevallen kan een ondersteunend specialist wel de poortfunctie uitvoeren en is er sprake van een eigen zorgtraject. Dit geldt voor: een interventie-radioloog (0362), een anesthesist als pijnbestrijder (0389) en een klinisch geneticus (0390).

Poortfunctie
Typering van een zorgaanbieder die een zorgtraject voor medisch-specialistische zorg kan starten. De poortfunctie kan uitgevoerd worden door de poortspecialist en de volgende ondersteunende specialisten: interventie-radioloog (0362), anesthesist als pijnbestrijder (0389) en klinisch geneticus (0390). Daarnaast kan de poortfunctie ook uitgevoerd worden door de volgende beroepsbeoefenaren, niet zijnde medisch specialisten: arts-assistent, klinisch fysicus audioloog (1900), specialist ouderengeneeskunde (8418), SEH-arts KNMG, verpleegkundig specialist, physician assistant en klinisch technologen. Tandarts specialisten voor mondziekten en kaakchirurgie kunnen ook een poortfunctie uitvoeren, maar declareren alleen overige zorgproducten

Poortspecialist
De medisch specialist van het poortspecialisme waarnaar een patiënt wordt verwezen voor medisch-specialistische zorg. Als poortspecialismen worden de volgende specialismen onderscheiden: oogheelkunde (0301), KNO (0302), heelkunde/chirurgie (0303), plastische chirurgie (0304), orthopedie (0305), urologie (0306), gynaecologie (0307), neurochirurgie (0308), dermatologie (0310), inwendige geneeskunde (0313), kindergeneeskunde/neonatologie (0316), gastro-enterologie/mdl (0318), cardiologie (0320), longgeneeskunde (0322), reumatologie (0324), allergologie (0326), revalidatie (0327), cardio-pulmonale chirurgie (0328), consultatieve psychiatrie (0329), neurologie (0330), klinische geriatrie (0335), radiotherapie (0361) en sportgeneeskunde.

2021: NR/REG-2103a art. 1 lid aa, dd en ee

Een zorgtraject met subtraject ZT11 wordt door de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert geopend indien de patiënt zich meldt met een nieuwe zorgvraag bij een instelling. Voor deze zorgvraag is bij het betreffende specialismen binnen deze instelling nog geen zorgtraject geopend. Dit blijkt uit het medisch dossier.

2021: NR/REG-2103a art. 5 lid 1

De zorgverlener zorgt ervoor dat de declaratiedataset die aan een grouper wordt aangeboden uitsluitend zorgactiviteiten bevat die zijn gekoppeld aan een subtraject ter beantwoording van een zorgvraag van de patiënt met inachtneming van de bepalingen van deze regeling.

2021: NR/REG-2103a art. 30 lid 1

2022
Ondersteunend specialist
Een specialist die niet als poortspecialist fungeert en die medisch-specialistische zorghandelingen uitvoert in het kader van een zorgtraject van een poortspecialist. Een ondersteunend specialist heeft dus geen eigen zorgtraject. Als ondersteunende specialismen worden de volgende specialismen onderscheiden: radiologie (0362), nucleaire geneeskunde (0363), klinische chemie (0386), medische microbiologie (0387), pathologie (0388), anesthesiologie (0389) en klinische genetica (0390). In bepaalde gevallen kan een ondersteunend specialist wel de poortfunctie uitvoeren en is er sprake van een eigen zorgtraject. Dit geldt voor: een interventie-radioloog (0362), een anesthesist als pijnbestrijder (0389) en een klinisch geneticus (0390).

Poortfunctie
Typering van een zorgaanbieder die een zorgtraject voor medisch-specialistische zorg kan starten. De poortfunctie kan uitgevoerd worden door de poortspecialist en de volgende ondersteunende specialisten: interventie-radioloog (0362), anesthesist als pijnbestrijder (0389) en klinisch geneticus (0390). Daarnaast kan de poortfunctie ook uitgevoerd worden door de volgende beroepsbeoefenaren, niet zijnde medisch specialisten: arts-assistent, klinisch fysicus audioloog (1900), specialist ouderengeneeskunde (8418), SEH-arts KNMG, verpleegkundig specialist, physician assistant en klinisch technologen. Tandarts-specialisten voor mondziekten en kaakchirurgie kunnen ook een poortfunctie uitvoeren, maar declareren alleen overige zorgproducten.

Poortspecialist
De medisch specialist van het poortspecialisme waarnaar een patiënt wordt verwezen voor medisch-specialistische zorg. Als poortspecialismen worden de volgende specialismen onderscheiden: oogheelkunde (0301), KNO (0302), heelkunde/chirurgie (0303), plastische chirurgie (0304), orthopedie (0305), urologie (0306), gynaecologie (0307), neurochirurgie (0308), dermatologie (0310), inwendige geneeskunde (0313), kindergeneeskunde/neonatologie (0316), gastro-enterologie/mdl (0318), cardiologie (0320), longgeneeskunde (0322), reumatologie (0324), allergologie (0326), revalidatie (0327), cardio-pulmonale chirurgie (0328), consultatieve psychiatrie (0329), neurologie (0330), klinische geriatrie (0335), radiotherapie (0361) en sportgeneeskunde (8416).

2022: NR/REG-2207a art. 1 lid aa, dd en ee

Een zorgtraject met subtraject ZT11 wordt door de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert geopend indien de patiënt zich meldt met een nieuwe zorgvraag bij een instelling. Voor deze zorgvraag is bij het betreffende specialismen binnen deze instelling nog geen zorgtraject geopend. Dit blijkt uit het medisch dossier.

2022: NR/REG-2207a art. 5 lid 1

De zorgverlener zorgt ervoor dat de declaratiedataset die aan een grouper wordt aangeboden uitsluitend zorgactiviteiten bevat die zijn gekoppeld aan een subtraject ter beantwoording van een zorgvraag van de patiënt met inachtneming van de bepalingen van deze regeling.

2022: NR/REG-2207a art. 30 lid 1

2023
Ondersteunend specialist

Een specialist die niet als poortspecialist fungeert en die medisch-specialistische zorghandelingen uitvoert in het kader van een zorgtraject van een poortspecialist. Een ondersteunend specialist heeft dus geen eigen zorgtraject. Als ondersteunende specialismen worden de volgende specialismen onderscheiden: radiologie (0362), nucleaire geneeskunde (0363), klinische chemie (0386), medische microbiologie (0387), pathologie (0388), anesthesiologie (0389) en klinische genetica (0390). In bepaalde gevallen kan een ondersteunend specialist wel de poortfunctie uitvoeren en is er sprake van een eigen zorgtraject. Dit geldt voor: een interventie-radioloog (0362), een anesthesist als pijnbestrijder (0389) en een klinisch geneticus (0390).

Poortfunctie
Typering van een zorgaanbieder die een zorgtraject voor medisch-specialistische zorg kan starten. De poortfunctie kan uitgevoerd worden door de poortspecialist en de volgende ondersteunende specialisten: interventie-radioloog (0362), anesthesist als pijnbestrijder (0389) en klinisch geneticus (0390). Daarnaast kan de poortfunctie ook uitgevoerd worden door de volgende beroepsbeoefenaren, niet zijnde medisch specialisten: arts-assistent, klinisch fysicus audioloog (1900), specialist ouderengeneeskunde (8418), SEH-arts KNMG, verpleegkundig specialist, physician assistant en klinisch technologen. Tandarts-specialisten voor mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie kunnen ook een poortfunctie uitvoeren, maar declareren alleen overige zorgproducten.

Poortspecialist
De medisch specialist van het poortspecialisme waarnaar een patiënt wordt verwezen voor medisch-specialistische zorg. Als poortspecialismen worden de volgende specialismen onderscheiden: oogheelkunde (0301), KNO (0302), heelkunde/chirurgie (0303), plastische chirurgie (0304), orthopedie (0305), urologie (0306), gynaecologie (0307), neurochirurgie (0308), dermatologie (0310), inwendige geneeskunde (0313), kindergeneeskunde/neonatologie (0316), gastro-enterologie/mdl (0318), cardiologie (0320), longgeneeskunde (0322), reumatologie (0324), allergologie (0326), revalidatiegeneeskunde (0327), cardio-pulmonale chirurgie (0328), consultatieve psychiatrie (0329), neurologie (0330), klinische geriatrie (0335), radiotherapie (0361) en sportgeneeskunde (8416).

2023: NR/REG-2306a art. 1 lid aa, dd en ee

Een zorgtraject met subtraject ZT11 wordt door de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert geopend indien de patiënt zich meldt met een nieuwe zorgvraag bij een instelling. Voor deze zorgvraag is bij het betreffende specialismen binnen deze instelling nog geen zorgtraject geopend. Dit blijkt uit het medisch dossier.

2023: NR/REG-2306a art. 5 lid 1

De zorgverlener zorgt ervoor dat de declaratiedataset die aan een grouper wordt aangeboden uitsluitend zorgactiviteiten bevat die zijn gekoppeld aan een subtraject ter beantwoording van een zorgvraag van de patiënt met inachtneming van de bepalingen van deze regeling.

2023: NR/REG-2306a art. 30 lid 1

2024
Ondersteunend specialist

Een specialist die niet als poortspecialist fungeert en die medisch-specialistische zorghandelingen uitvoert in het kader van een zorgtraject van een poortspecialist. Een ondersteunend specialist heeft dus geen eigen zorgtraject. Als ondersteunende specialismen worden de volgende specialismen onderscheiden: radiologie (0362), nucleaire geneeskunde (0363), klinische chemie (0386), medische microbiologie (0387), pathologie (0388), anesthesiologie (0389) en klinische genetica (0390). In bepaalde gevallen kan een ondersteunend specialist wel de poortfunctie uitvoeren en is er sprake van een eigen zorgtraject. Dit geldt voor: een interventie-radioloog (0362), een anesthesist als pijnbestrijder (0389) en een klinisch geneticus (0390).

Poortfunctie
Typering van een zorgaanbieder die een zorgtraject voor medisch-specialistische zorg kan starten. De poortfunctie kan uitgevoerd worden door de poortspecialist en de volgende ondersteunende specialisten: interventie-radioloog (0362), anesthesist als pijnbestrijder (0389) en klinisch geneticus (0390). Daarnaast kan de poortfunctie ook uitgevoerd worden door de volgende beroepsbeoefenaren, niet zijnde medisch specialisten: arts-assistent, klinisch fysicus audioloog (1900), specialist ouderengeneeskunde (8418), SEH-arts KNMG, verpleegkundig specialist, physician assistant en klinisch technologen. Tandarts-specialisten voor mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie kunnen ook een poortfunctie uitvoeren, maar declareren alleen overige zorgproducten.

Poortspecialist
De medisch specialist van het poortspecialisme waarnaar een patiënt wordt verwezen voor medisch-specialistische zorg. Als poortspecialismen worden de volgende specialismen onderscheiden: oogheelkunde (0301), KNO (0302), heelkunde/chirurgie (0303), plastische chirurgie (0304), orthopedie (0305), urologie (0306), gynaecologie (0307), neurochirurgie (0308), dermatologie (0310), inwendige geneeskunde (0313), kindergeneeskunde/neonatologie (0316), gastro-enterologie/mdl (0318), cardiologie (0320), longgeneeskunde (0322), reumatologie (0324), allergologie (0326), revalidatiegeneeskunde (0327), cardio-pulmonale chirurgie (0328), consultatieve psychiatrie (0329), neurologie (0330), klinische geriatrie (0335), radiotherapie (0361) en sportgeneeskunde (8416).

2024: NR/REG-2403a art. 1 lid aa, dd en ee


Een zorgtraject met subtraject ZT11 wordt door de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert geopend indien de patiënt zich meldt met een nieuwe zorgvraag bij een instelling. Voor deze zorgvraag is bij het betreffende specialismen binnen deze instelling nog geen zorgtraject geopend. Dit blijkt uit het medisch dossier.

2024: NR/REG-2403a art. 5 lid 1


De zorgverlener zorgt ervoor dat de declaratiedataset die aan een grouper wordt aangeboden uitsluitend zorgactiviteiten bevat die zijn gekoppeld aan een subtraject ter beantwoording van een zorgvraag van de patiënt met inachtneming van de bepalingen van deze regeling.

2024: NR/REG-2403a art. 30 lid 1

2025
Ondersteunend specialist

Een specialist die niet als poortspecialist fungeert en die medisch-specialistische zorghandelingen uitvoert in het kader van een zorgtraject van een poortspecialist. Een ondersteunend specialist heeft dus geen eigen zorgtraject. Als ondersteunende specialismen worden de volgende specialismen onderscheiden: radiologie (0362), nucleaire geneeskunde (0363), klinische chemie (0386), medische microbiologie (0387), pathologie (0388), anesthesiologie (0389) en klinische genetica (0390). In bepaalde gevallen kan een ondersteunend specialist wel de poortfunctie uitvoeren en is er sprake van een eigen zorgtraject. Dit geldt voor: een interventie-radioloog (0362), een anesthesist als pijnbestrijder (0389) en een klinisch geneticus (0390).

Poortfunctie
Typering van een zorgaanbieder die een zorgtraject voor medisch-specialistische zorg kan starten. De poortfunctie kan uitgevoerd worden door de poortspecialist en de volgende ondersteunende specialisten: interventie-radioloog (0362), anesthesist als pijnbestrijder (0389) en klinisch geneticus (0390). Daarnaast kan de poortfunctie ook uitgevoerd worden door de volgende beroepsbeoefenaren, niet zijnde medisch specialisten: arts-assistent, klinisch fysicus audioloog (1900), specialist ouderengeneeskunde (8418), SEH-arts KNMG, verpleegkundig specialist, physician assistant en klinisch technologen. Tandarts-specialisten voor mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie kunnen ook een poortfunctie uitvoeren, maar declareren alleen overige zorgproducten.

Poortspecialist
De medisch specialist van het poortspecialisme waarnaar een patiënt wordt verwezen voor medisch-specialistische zorg. Als poortspecialismen worden de volgende specialismen onderscheiden: oogheelkunde (0301), KNO (0302), heelkunde/chirurgie (0303), plastische chirurgie (0304), orthopedie (0305), urologie (0306), gynaecologie (0307), neurochirurgie (0308), dermatologie (0310), inwendige geneeskunde (0313), kindergeneeskunde/neonatologie (0316), gastro-enterologie/mdl (0318), cardiologie (0320), longgeneeskunde (0322), reumatologie (0324), allergologie (0326), revalidatiegeneeskunde (0327), cardio-pulmonale chirurgie (0328), consultatieve psychiatrie (0329), neurologie (0330), klinische geriatrie (0335), radiotherapie (0361) en sportgeneeskunde (8416).

2025: Regeling medisch-specialistische zorg 2025 art. 1 lid aa, dd en ee


Een zorgtraject met subtraject ZT11 wordt door de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert geopend indien de patiënt zich meldt met een nieuwe zorgvraag bij een instelling. Voor deze zorgvraag is bij het betreffende specialismen binnen deze instelling nog geen zorgtraject geopend. Dit blijkt uit het medisch dossier.

2025: Regeling medisch-specialistische zorg 2025 art. 5 lid 1


De zorgverlener zorgt ervoor dat de declaratiedataset die aan een grouper wordt aangeboden uitsluitend zorgactiviteiten bevat die zijn gekoppeld aan een subtraject ter beantwoording van een zorgvraag van de patiënt met inachtneming van de bepalingen van deze regeling.

2025: Regeling medisch-specialistische zorg 2025 art. 30 lid 1

Interpretaties

De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:

  1. Een typerende zorgactiviteit wordt gedefinieerd als een zorgactiviteit met een zorgprofielklasse ongelijk aan 8, 9, 10, 11, 15, 17, 89 en 99.
  2. Op basis van de overige zorgproduct bepaling, welke beschreven staat in de BR/REG-17156 artikel 7, wordt bepaald welke zorgactiviteiten onder ‘niet los te declareren typerende zorgactiviteit’ vallen.
  3. Indien er overlap is in acties met de N4405, dan worden deze acties uitgesloten op de N4440.
  4. Optionele parameter: Per ziekenhuis kan ingesteld worden hoeveel dagen rond de uitvoerdatum van de zorgactiviteit gezocht wordt naar een mogelijk te koppelen subtraject. Indien er een mogelijk te koppelen subtraject is, wordt er in de impactbepaling vanuit gegaan dat de zorgactiviteit hieraan gekoppeld wordt. (N4440_DELTA_DBC)
  5. Door middel van de toelichting geven we de mogelijke oplossingsrichtingen weer. Deze benoemde oplossingsrichting heeft ook invloed op de impactberekening. Er zijn drie soorten toelichting:
    1. Geen toelichting: Er is geen enkel subtraject aanwezig om mogelijk aan te koppelen.
    2. Waarschijnlijk: Binnen het aantal aangegeven dagen (zie nummer 3 onder interpretaties) kijken we of er een subtraject voor de aanvrager of uitvoerder van de zorgactiviteit is. Het kan voorkomen dat het subtraject te laat geopend is en de verrichting daardoor zweeft.
    3. Wellicht: Er is op de verrichtingsdatum een subtraject van een specialisme die niet overeenkomt met de aanvrager of uitvoerder van de zorgactiviteit. Het kan voorkomen dat de aanvrager en/of uitvoerder niet correct gevuld zijn en dat de verrichting hierdoor onterecht niet gekoppeld wordt aan een bestaand subtraject. De waarschijnlijkheid van deze oplossingsrichting ligt lager (daarom omschrijving 'wellicht'), maar blijkt in de praktijk wel voor te komen.
  6. Het is mogelijk om de laatste oplossingsrichting ('Wellicht') uit te zetten. In dit geval zal er geen toelichting getoond worden en gaat de impactberekening uit van een nieuw subtraject. (N4440_DBC_ANDER_SPEC_MEENEMEN)
  7. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om acties te signaleren indien er een zorgtype 51/52 aanwezig is. (N4440_CHECK_ZT51). Default wordt er bij de aanwezigheid van een zorgtype 51 of 52 geen actie gesignaleerd voor het koppelen van de verrichting, net zoals bij de andere zorgtrajecten (zorgtype 11, etc).
  8. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om voor facturatie geblokkeerde zorgactiviteiten te tonen van bepaalde uitvoerende specialismen. Default worden voor facturatie geblokkeerde zorgactiviteiten uitgesloten. (N4440_SPEC_ND_TONEN)
  9. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om specifieke zorgactiviteiten uit te sluiten van signalering. (N4440_UITSL_CTG_CODE) Default worden er geen ctg-codes uitgesloten.
  10. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om specifieke verrichtingcodes uit te sluiten van signalering. (N4440_UITSL_VERR_CODE) Default worden er geen verrichtingcodes uitgesloten.
  11. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om bepaalde zorgprofielklassen uit te sluiten van signalering. Default worden geen zorgprofielklassen uitgesloten. (N4440_UITSL_ZPK)
  12. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om op basis van een specifiek aanvragend specialisme acties niet te signaleren. (N4440_UITSL_SPEC_AANV) Default worden er geen specifieke aanvragende specialismes uitgesloten.
  13. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om op basis van een specifiek uitvoerend specialisme acties niet te signaleren. (N4440_UITSL_SPEC_UITV) Default worden er geen specifieke uitvoerende specialismes uitgesloten.
  14. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om verrichtingen te signaleren die gekoppeld zijn aan een vervallen DBC. Standaard worden deze verrichtingen niet gesignaleerd. Deze parameter is van invloed op de N4400, N4405, N4440 en N4445. Werkt niet voor EPIC. (N44xx_VERVALLEN_DBC_SIGNALEREN)
Programmeerbare norm

Er is sprake van “Niet gekoppelde, typerende verrichting, geen subtraject op verrichtingsdatum (N4440)” als aan de volgende selectie is voldaan:

1) Alle typerende zorgactiviteiten (ZPK ongelijk aan 8, 9, 10, 11, 15, 17, 89 of 99) die niet los gedeclareerd worden.

 

2) De zorgactiviteit is niet gekoppeld aan een subtraject

EN er is geen zorgtype 51 of 52 aanwezig op dezelfde dag

 

 
3a) De zorgactiviteit is uitgevoerd door een beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert.
4a) De zorgactiviteit is uitgevoerd door een ondersteunend specialist die niet fungeert als poortspecialist.  
 

 
3b) Op de verrichtingsdatum loopt geen subtraject van het uitvoerend AGB-specialisme van de zorgactiviteit.
4b) Op de verrichtingsdatum loopt geen subtraject van het aanvragend AGB-specialisme van de zorgactiviteit.


Logica: 1 en 2 en (3a en 3b) of (4a en 4b)

Te nemen actie

Indien geen subtraject aanwezig binnen vooraf ingesteld range:
Openen van een nieuw subtraject met de gemiste verrichting(en)

Indien subtraject aanwezig binnen vooraf ingestelde range:
Gemiste verrichting(en) koppelen aan het subtraject en de openingsdatum van het subtraject aanpassen

Berekening financiële impact

Indien geen subtraject aanwezig binnen vooraf ingestelde range:
Waarde van een nieuw subtraject met de gemiste verrichting(en).

Indien subtraject aanwezig binnen vooraf ingestelde range:
Verschil in waarde subtraject na toevoegen gemiste verrichting(en)