Medicinaal oncologisch subtraject met onverwachte verstrekkings- of begeleidingscode (N0040)

Uit normenkaderzorg.nl
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De printervriendelijke versie wordt niet langer ondersteund en kan weergavefouten bevatten. Werk uw browserbladwijzers bij en gebruik de gewone afdrukfunctie van de browser.

Referentienummer: N0040
Behoort tot Normenkader ValueCare

Ziekenhuizen Rechtmatigheid

  1. Ziekenhuizen Rechtmatigheid - Therapie

Ziekenhuizen overige Rechtmatigheid

  1. Ziekenhuizen overige Rechtmatigheid 2025 - Complexe Zorgactiviteiten
  2. Ziekenhuizen overige Rechtmatigheid 2024 - Complexe Zorgactiviteiten
  3. Ziekenhuizen overige Rechtmatigheid 2023 - Complexe Zorgactiviteiten
  4. Ziekenhuizen overige Rechtmatigheid 2022 - Complexe Zorgactiviteiten
Samenvatting

De geregistreerde oncologische verstrekkings- of begeleidingscode wordt niet verwacht bij de geregistreerde add-on. De bepaling van de verwachte code volgt op basis van het type tumor, het type geneesmiddel en de toedieningswijze.

Regelgeving / beleid
2022
Sluitingsregels voor medicinale oncologische behandelingen (1.0000.1)

a. Voor kinderoncologische behandelingen in een centrum voor kindergeneeskunde oncologische behandeling met SKION-stratificatie gelden andere sluitingsregels (zie 1.0000.11).

b. Medicinale oncologische behandelingen binnen initiële (ZT11) subtrajecten. Wanneer binnen een initieel (ZT11) subtraject besloten wordt tot een medicinale oncologische behandeling, dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de datum van de toediening per infuus of injectie en/of de begeleiding bij orale oncologische medicatie. Aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend en gaan de regels voor medicinale oncologische behandelingen binnen vervolg (ZT21) subtrajecten gelden.
c. Medicinale oncologische behandelingen binnen vervolg (ZT21) subtrajecten of binnen initiële (ZT11) subtrajecten (indien de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling gelijk is aan de startdatum van het subtraject);

  • Bij acute leukemie: Bij een medicinale oncologische behandeling van acute leukemie wordt het ZT21 subtraject (of ZT11 subtraject indien de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling gelijk is aan de startdatum van het subtraject) gesloten op de 30ste dag na opening van het subtraject of op de dag voorafgaand aan de medicinale oncologische behandeling indien er tijdens de eerste 30 dagen van het subtraject geen medicinale oncologische behandeling heeft plaatsgevonden.
  • Bij overige oncologische diagnosen: Een klinisch vervolg subtraject ZT21 met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie (of een klinisch subtraject met ZT11 indien de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie gelijk is aan de startdatum van het subtraject) wordt bij élke nieuwe toediening afgesloten. Dit betekent dat een subtraject afgesloten wordt bij:
    • een nieuwe toediening tijdens dezelfde klinische opname;
    • een nieuwe toediening tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag uit de voorgaande opname;
    • een nieuwe toediening in een niet-klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit kliniek.

Het subtraject wordt in deze situaties één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend. Voor orale oncologische medicatie tijdens een klinisch subtraject gelden de algemene regels voor het afsluiten van klinische subtrajecten. Alleen bij overgang naar een andere soort orale medicinale oncologische behandeling of een toediening per infuus of injectie wordt het subtraject met ZT21 (of ZT11 indien de uitvoerdatum van de eerste orale medicinale oncologische behandeling gelijk is aan de startdatum van het subtraject) een dag voor de start van de andere therapie/toedieningsvorm gesloten en aansluitend een volgend subtraject geopend. Dus afsluiten op de 42e dag na ontslagdatum tenzij:

  • een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens dezelfde klinische opname;
  • een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname;
  • een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling in een niet-klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek;
  • een toediening per infuus of injectie tijdens dezelfde klinische opname;
  • een toediening per infuus of injectie tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname;
  • een toediening per infuus of injectie in een niet-klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek.

Een niet-klinisch subtraject ZT21 met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie (of een niet-klinisch ZT11 subtraject indien de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie gelijk is aan de startdatum van het subtraject) wordt 42 dagen na toediening per infuus of injectie afgesloten, tenzij er een nieuwe toediening per infuus of injectie binnen 42 dagen plaatsvindt, ongeacht of dit klinisch of niet klinisch gebeurt. Het subtraject wordt in die situatie één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en er wordt aansluitend een nieuw subtraject geopend. Een niet-klinisch subtraject ZT21 met orale oncologische medicatie (of een niet- klinisch ZT11 subtraject indien de uitvoerdatum van de eerste orale medicinale oncologische behandeling gelijk is aan de startdatum van het subtraject) wordt 42 dagen na de uitvoerdatum van de eerste begeleidingszorgactiviteit afgesloten. Alleen bij overgang naar een andere soort orale medicinale oncologische behandeling of na een toediening per infuus of injectie wordt het subtraject een dag voor de start van de andere therapie/toedieningsvorm gesloten en aansluitend een nieuw subtraject geopend.

2022: NR/REG-2207a art. 19 lid 1

Onder medicinale oncologische behandelingen vallen uitsluitend;

  • chemo-immunotherapie;
  • immunotherapie;
  • chemotherapie bij acute leukemie;
  • chemotherapie bij gemetastaseerde tumoren;
  • chemotherapie bij niet gemetastaseerde tumoren;
  • chemotherapie bij hematologische tumoren;
  • hormonale therapie bij gemetastaseerde tumoren;
  • hormonale therapie bij niet gemetastaseerde tumoren;
  • therapie bij niet gemetastaseerde tumoren;
  • hormonale therapie bij hematologische tumoren;
  • verstrekking radium-223 chloride per injectie bij prostaattumoren

Gelet op de integraliteit van de producten voor orgaantransplantatietrajecten (exclusief hart-, long- en hartlongtransplantatie) geldt voor alle zorgactiviteiten dat deze slechts door één hoofdbehandelaar per instelling vastgelegd worden. Er worden per fase geen parallelle trajecten voor snijders en beschouwers geopend. Voor de inhoudelijke invulling van deze zorgactiviteiten, wordt verwezen naar de protocollen/richtlijnen van de beroepsgroep.

2022: NR/REG-2207a toelichting art. 19 lid 1


Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren
1. Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren zijn geneesmiddelen (geregistreerde geneesmiddelen of apotheekbereidingen) die als overige zorgproducten in rekening worden gebracht. De prestatiebeschrijving van deze overige zorgproducten wordt gevormd door de artikelomschrijving van het geneesmiddel zoals opgenomen in de G-standaard.

2. Voor de vaststelling van een geneesmiddel als 'add-ongeneesmiddel' of 'ozp-stollingsfactor' hanteert de NZa de volgende limitatieve criteria:
Bij een geregistreerd geneesmiddel:

  • De kosten van het geregistreerde geneesmiddel, die betrekking hebben op een prestatie voor geneeskundige zorg zoals medisch specialisten die plegen, bedragen gemiddeld meer dan €1.000 per patiënt per jaar, en
  • Voor het geneesmiddel is een handelsvergunning afgegeven door de Nederlandse (CBG) of Europese (EMA) registratieautoriteit. De NZa dient te beschikken over de openbare publicatie van de SmPC tekst van het geneesmiddel, en
  • Het geneesmiddel is opgenomen in de G-standaard van Z-index.
    Of
    Bij een apotheekbereiding:
  • Het betreft een apotheekbereiding waarbij de apotheek op basis van grondstoffen een geneesmiddel bereidt; en
  • De kosten voor de apotheekbereiding die betrekking hebben op een prestatie voor geneeskundige zorg zoals medisch specialisten die plegen, gemiddeld meer dan €1.000 per patiënt per jaar bedragen of waarvan voor een geregistreerd equivalent een add-ongeneesmiddel of ozp-stollingsfactor geldig is. Onder 'kosten' wordt hier verstaan: de kosten die onderdeel zijn van de kostprijs zoals beschreven in artikel 15 lid 2 van deze beleidsregel, en
  • De apotheekbereiding is opgenomen in de G-standaard van Z-index.

3. Een geneesmiddel verliest van rechtswege de status van add-on of ozp-stollingsfactor vanaf de datum dat de handelsvergunning bedoeld in het tweede lid is ingetrokken. Vanaf die datum vervalt eveneens van rechtswege de door de NZa afgegeven prestatie- en tariefbeschikking waarmee het geneesmiddel de status van add-on of ozp-stollingsfactor verkreeg.

4. Een geneesmiddel verliest van rechtswege de status van add-on of ozp-stollingsfactor vanaf de datum waarop het geneesmiddel niet meer in de G-standaard is opgenomen. Vanaf die datum vervalt eveneens van rechtswege de door de NZa afgegeven prestatie- en tariefbeschikking waarmee het geneesmiddel de status van add-on of ozp-stollingsfactor verkreeg.

2022: Beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg BR/REG 22114a art. 10]

2023
Sluitingsregels voor medicinale oncologische behandelingen (1.0000.1)

a. Voor kinderoncologische behandelingen in een centrum voor kindergeneeskunde oncologische behandeling met SKION-stratificatie gelden andere sluitingsregels (zie 1.0000.11).

c. Medicinale oncologische behandelingen binnen vervolg (ZT21) subtrajecten of binnen initiële (ZT11) subtrajecten (indien de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling gelijk is aan de startdatum van het subtraject);

  • Bij acute leukemie: Bij een medicinale oncologische behandeling van acute leukemie wordt het ZT21 subtraject (of ZT11 subtraject indien de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling gelijk is aan de startdatum van het subtraject) gesloten op de 30ste dag na opening van het subtraject of op de dag voorafgaand aan de medicinale oncologische behandeling indien er tijdens de eerste 30 dagen van het subtraject geen medicinale oncologische behandeling heeft plaatsgevonden.
  • Bij overige oncologische diagnosen: Een klinisch vervolg subtraject ZT21 met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie(of een klinisch subtraject met ZT11 indien de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie gelijk is aan de startdatum van het subtraject) wordt bij élke nieuwe toediening per infuus of per injectie afgesloten. Dit betekent dat een subtraject afgesloten wordt bij:
    • een nieuwe toediening per infuus of injectie tijdens dezelfde klinische opname;
    • een nieuwe toediening per infuus of injectie tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag uit de voorgaande opname;
    • een nieuwe toediening in een niet-klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit kliniek.

Het subtraject wordt in deze situaties één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend.

Voor begeleiding bij andere toedieningsvormen van oncologische medicatie tijdens een klinisch subtraject gelden de algemene regels voor het afsluiten van klinische subtrajecten. Alleen bij overgang naar een ander soort medicinale oncologische behandeling of naar een toediening per infuus of injectie wordt het subtraject met ZT21 (of ZT11 indien de uitvoerdatum van de eerste begeleiding bij andere toedieningsvormen van oncologische medicatie gelijk is aan de startdatum van het subtraject) een dag voor de start van een ander soort medicinale oncologische behandeling of de toediening per infuus of injectie gesloten en aansluitend een volgend subtraject geopend. Het subtraject afsluiten op de 42e dag na ontslagdatum tenzij:

    • een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens dezelfde klinische opname;
    • een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname;
    • een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling in een niet-klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek;
    • een toediening per infuus of injectie tijdens dezelfde klinische opname;
    • een toediening per infuus of injectie tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname;
    • een toediening per infuus of injectie in een niet-klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek.

Een niet-klinisch subtraject ZT21 met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie (of een niet-klinisch ZT11 subtraject indien de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie gelijk is aan de startdatum van het subtraject) wordt 42 dagen na toediening per infuus of injectie afgesloten, tenzij er een nieuwe toediening per infuus of injectie binnen 42 dagen plaatsvindt, ongeacht of dit klinisch of niet klinisch gebeurt. Het subtraject wordt in die situatie één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en er wordt aansluitend een nieuw subtraject geopend

Een niet-klinisch subtraject ZT21 met begeleiding bij andere toedieningsvormen van oncologische behandeling per infuus of injectie (of een niet-klinisch ZT11 subtraject indien de uitvoerdatum van de eerste begeleiding bij andere toedieningsvormen van oncologische medicatie gelijk is aan de startdatum van het subtraject) wordt 42 dagen na de uitvoerdatum van de eerste begeleidingszorgactiviteit afgesloten. Alleen bij overgang naar een ander soort medicinale oncologische behandeling of naar een toediening per infuus of injectie wordt het subtraject één dag voor de start van een ander soort medicinale oncologische behandeling of de toediening per infuus of injectie gesloten en aansluitend een nieuw subtraject geopend.

2023: NR/REG-2306a art. 19 lid 1a en c

Onder medicinale oncologische behandelingen vallen uitsluitend;

  • chemo-immunotherapie;
  • immunotherapie;
  • chemotherapie bij acute leukemie;
  • chemotherapie bij gemetastaseerde tumoren;
  • chemotherapie bij niet gemetastaseerde tumoren;
  • chemotherapie bij hematologische tumoren;
  • hormonale therapie bij gemetastaseerde tumoren;
  • hormonale therapie bij niet gemetastaseerde tumoren;
  • therapie bij niet gemetastaseerde tumoren;
  • hormonale therapie bij hematologische tumoren;
  • verstrekking radium-223 chloride per injectie bij prostaattumoren

2023: NR/REG-2306a toelichting art. 19 lid 1


Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren
1. Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren zijn geneesmiddelen (geregistreerde geneesmiddelen of apotheekbereidingen) die als overige zorgproducten in rekening worden gebracht. De prestatiebeschrijving van deze overige zorgproducten wordt gevormd door de artikelomschrijving van het geneesmiddel zoals opgenomen in de G-standaard.

2. Voor de vaststelling van een geneesmiddel als 'add-ongeneesmiddel' of 'ozp-stollingsfactor' hanteert de NZa de volgende limitatieve criteria:
Bij een geregistreerd geneesmiddel:

  • De kosten van het geregistreerde geneesmiddel, die betrekking hebben op een prestatie voor geneeskundige zorg zoals medisch specialisten die plegen, bedragen gemiddeld meer dan €1.000 per patiënt per jaar, en
  • Voor het geneesmiddel is een handelsvergunning afgegeven door de Nederlandse (CBG) of Europese (EMA) registratieautoriteit. De NZa dient te beschikken over de openbare publicatie van de SmPC tekst van het geneesmiddel, en
  • Het geneesmiddel is opgenomen in de G-standaard van Z-index.
    Of
    Bij een apotheekbereiding:
  • Het betreft een apotheekbereiding waarbij de apotheek op basis van grondstoffen een geneesmiddel bereidt; en
  • De kosten voor de apotheekbereiding die betrekking hebben op een prestatie voor geneeskundige zorg zoals medisch specialisten die plegen, gemiddeld meer dan €1.000 per patiënt per jaar bedragen of waarvan voor een geregistreerd equivalent een add-ongeneesmiddel of ozp-stollingsfactor geldig is. Onder 'kosten' wordt hier verstaan: de kosten die onderdeel zijn van de kostprijs zoals beschreven in artikel 15 lid 2 van deze beleidsregel, en
  • De apotheekbereiding is opgenomen in de G-standaard van Z-index.

3. Een geneesmiddel verliest van rechtswege de status van add-on of ozp-stollingsfactor vanaf de datum dat de handelsvergunning bedoeld in het tweede lid is ingetrokken. Vanaf die datum vervalt eveneens van rechtswege de door de NZa afgegeven prestatie- en tariefbeschikking waarmee het geneesmiddel de status van add-on of ozp-stollingsfactor verkreeg.

4. Een geneesmiddel verliest van rechtswege de status van add-on of ozp-stollingsfactor vanaf de datum waarop het geneesmiddel niet meer in de G-standaard is opgenomen. Vanaf die datum vervalt eveneens van rechtswege de door de NZa afgegeven prestatie- en tariefbeschikking waarmee het geneesmiddel de status van add-on of ozp-stollingsfactor verkreeg.

2023: Beleidsregel prestaties en tarieven medisch specialistische zorg BR/REG 23113 art. 10]

2024
Sluitingsregels voor medicinale oncologische behandelingen (1.0000.1)

a. Voor kinderoncologische behandelingen in een centrum voor kindergeneeskunde oncologische behandeling met SKION-stratificatie gelden andere sluitingsregels (zie 1.0000.11).

b. Medicinale oncologische behandelingen binnen initiële (ZT11) subtrajecten. Wanneer binnen een initieel (ZT11) subtraject besloten wordt tot een medicinale oncologische behandeling, dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de datum van de toediening per infuus of injectie en/of de begeleiding bij orale oncologische medicatie. Aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend en gaan de regels voor medicinale oncologische behandelingen binnen vervolg (ZT21) subtrajecten gelden.

c. Medicinale oncologische behandelingen binnen vervolg (ZT21) subtrajecten of binnen initiële (ZT11) subtrajecten (indien de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling gelijk is aan de startdatum van het subtraject);

  • Bij acute leukemie: Bij een medicinale oncologische behandeling van acute leukemie wordt het ZT21 subtraject (of ZT11 subtraject indien de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling gelijk is aan de startdatum van het subtraject) gesloten op de 30ste dag na opening van het subtraject of op de dag voorafgaand aan de medicinale oncologische behandeling indien er tijdens de eerste 30 dagen van het subtraject geen medicinale oncologische behandeling heeft plaatsgevonden.
  • Bij overige oncologische diagnosen:

Verstrekking per infuus of injectie

Een klinisch vervolg subtraject ZT21 met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie (of een klinisch subtraject met ZT11 indien de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie gelijk is aan de startdatum van het subtraject) wordt bij élke nieuwe toediening per infuus of per injectie afgesloten. Dit betekent dat een subtraject afgesloten wordt bij:

  • een nieuwe toediening per infuus of injectie tijdens dezelfde klinische opname;
  • een nieuwe toediening per infuus of injectie tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag uit de voorgaande opname;
  • een nieuwe toediening in een niet-klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit kliniek.

Het subtraject wordt in deze situaties één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend.

Een niet-klinisch subtraject ZT21 met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie (of een niet-klinisch ZT11 subtraject indien de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie gelijk is aan de startdatum van het subtraject) wordt 42 dagen na toediening per infuus of injectie afgesloten, tenzij er een nieuwe toediening per infuus of injectie binnen 42 dagen plaatsvindt, ongeacht of dit klinisch of niet klinisch gebeurt. Het subtraject wordt in die situatie één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en er wordt aansluitend een nieuw subtraject geopend.

Begeleiding bij andere toedieningsvormen:

Voor begeleiding bij andere toedieningsvormen van oncologische medicatie tijdens een klinisch subtraject gelden de algemene regels voor het afsluiten van klinische subtrajecten. Alleen bij overgang naar een ander soort medicinale oncologische behandeling of naar een toediening per infuus of injectie wordt het subtraject met ZT21 (of ZT11 indien de uitvoerdatum van de eerste begeleiding bij andere toedieningsvormen van oncologische medicatie gelijk is aan de startdatum van het subtraject) een dag voor de start van een ander soort medicinale oncologische behandeling of de toediening per infuus of injectie gesloten en aansluitend een volgend subtraject geopend. Het subtraject afsluiten op de 42e dag na ontslagdatum tenzij:

  • een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens dezelfde klinische opname;
  • een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname;
  • een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling in een niet-klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek;
  • een toediening per infuus of injectie tijdens dezelfde klinische opname;
  • een toediening per infuus of injectie tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname;
  • een toediening per infuus of injectie in een niet-klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek.

Een niet-klinisch subtraject ZT21 met begeleiding bij andere toedieningsvormen van oncologische behandeling per infuus of injectie (of een niet-klinisch ZT11 subtraject indien de uitvoerdatum van de eerste begeleiding bij andere toedieningsvormen van oncologische medicatie gelijk is aan de startdatum van het subtraject) wordt 42 dagen na de uitvoerdatum van de eerste begeleidingszorgactiviteit afgesloten. Alleen bij overgang naar een ander soort medicinale oncologische behandeling of naar een toediening per infuus of injectie wordt het subtraject één dag voor de start van een ander soort medicinale oncologische behandeling of de toediening per infuus of injectie gesloten en aansluitend een nieuw subtraject geopend. Het subtraject afsluiten 42 dagen an de uitvoerdatum, tenzij:

  • een overgang naar een ander soort medicinale oncologische behandeling binnen 42 dagen na de uitvoerdatum;
  • een overgang naar een toediening per infuus of injectie binnen 42 dagen na de uitvoerdatum.


2024: NR/REG-2403a art. 19 lid 1a en 1c


Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren
1. Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren zijn geneesmiddelen (geregistreerde geneesmiddelen of apotheekbereidingen) die als overige zorgproducten in rekening worden gebracht. De prestatiebeschrijving van deze overige zorgproducten wordt gevormd door de artikelomschrijving van het geneesmiddel zoals opgenomen in de G-standaard.

2. Voor de vaststelling van een geneesmiddel als 'add-ongeneesmiddel' of 'ozp-stollingsfactor' hanteert de NZa de volgende limitatieve criteria:
Bij een geregistreerd geneesmiddel:

  • De kosten van het geregistreerde geneesmiddel, die betrekking hebben op een prestatie voor geneeskundige zorg zoals medisch specialisten die plegen, bedragen gemiddeld meer dan €1.000 per patiënt per jaar, en
  • Voor het geneesmiddel is een handelsvergunning afgegeven door de Nederlandse (CBG) of Europese (EMA) registratieautoriteit. De NZa dient te beschikken over de openbare publicatie van de SmPC tekst van het geneesmiddel, en
  • Het geneesmiddel is opgenomen in de G-standaard van Z-index.
    Of
    Bij een apotheekbereiding:
  • Het betreft een apotheekbereiding waarbij de apotheek op basis van grondstoffen een geneesmiddel bereidt; en
  • De kosten voor de apotheekbereiding die betrekking hebben op een prestatie voor geneeskundige zorg zoals medisch specialisten die plegen, gemiddeld meer dan €1.000 per patiënt per jaar bedragen of waarvan voor een geregistreerd equivalent een add-ongeneesmiddel of ozp-stollingsfactor geldig is. Onder 'kosten' wordt hier verstaan: de kosten die onderdeel zijn van de kostprijs zoals beschreven in artikel 15 lid 2 van deze beleidsregel, en
  • De apotheekbereiding is opgenomen in de G-standaard van Z-index.

3. Een geneesmiddel verliest van rechtswege de status van add-on of ozp-stollingsfactor vanaf de datum dat de handelsvergunning bedoeld in het tweede lid is ingetrokken. Vanaf die datum vervalt eveneens van rechtswege de door de NZa afgegeven prestatie- en tariefbeschikking waarmee het geneesmiddel de status van add-on of ozp-stollingsfactor verkreeg.

4. Een geneesmiddel verliest van rechtswege de status van add-on of ozp-stollingsfactor vanaf de datum waarop het geneesmiddel niet meer in de G-standaard is opgenomen. Vanaf die datum vervalt eveneens van rechtswege de door de NZa afgegeven prestatie- en tariefbeschikking waarmee het geneesmiddel de status van add-on of ozp-stollingsfactor verkreeg.

2024: BR/REG-24102a art. 10

2025
Sluitingsregels voor medicinale oncologische behandelingen (1.0000.1)

a. Voor kinderoncologische behandelingen in een centrum voor kindergeneeskunde oncologische behandeling met SKION-stratificatie gelden andere sluitingsregels (zie 1.0000.11).

b. Medicinale oncologische behandelingen binnen initiële (ZT11) subtrajecten. Wanneer binnen een initieel (ZT11) subtraject besloten wordt tot een medicinale oncologische behandeling, dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de datum van de toediening per infuus of injectie en/of de begeleiding bij orale oncologische medicatie. Aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend en gaan de regels voor medicinale oncologische behandelingen binnen vervolg (ZT21) subtrajecten gelden.

c. Medicinale oncologische behandelingen binnen vervolg (ZT21) subtrajecten of binnen initiële (ZT11) subtrajecten (indien de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling gelijk is aan de startdatum van het subtraject);

  • Bij acute leukemie: Bij een medicinale oncologische behandeling van acute leukemie wordt het ZT21 subtraject (of ZT11 subtraject indien de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling gelijk is aan de startdatum van het subtraject) gesloten op de 30ste dag na opening van het subtraject of op de dag voorafgaand aan de medicinale oncologische behandeling indien er tijdens de eerste 30 dagen van het subtraject geen medicinale oncologische behandeling heeft plaatsgevonden.
  • Bij overige oncologische diagnosen:

Verstrekking per infuus of injectie

  • Een klinisch vervolg subtraject ZT21 met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie

(of een klinisch subtraject met ZT11 indien de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie gelijk is aan de startdatum van het subtraject) wordt bij élke nieuwe toediening per infuus of per injectie afgesloten. Dit betekent dat een subtraject afgesloten wordt bij:

  • een nieuwe toediening per infuus of injectie tijdens dezelfde klinische opname;
  • een nieuwe toediening per infuus of injectie tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag uit de voorgaande opname;
  • een nieuwe toediening in een niet-klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit kliniek.

Het subtraject wordt in deze situaties één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend.

Een niet-klinisch subtraject ZT21 met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie (of een niet-klinisch ZT11 subtraject indien de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie gelijk is aan de startdatum van het subtraject) wordt 42 dagen na toediening per infuus of injectie afgesloten, tenzij er een nieuwe toediening per infuus of injectie binnen 42 dagen plaatsvindt, ongeacht of dit klinisch of niet klinisch gebeurt. Het subtraject wordt in die situatie één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en er wordt aansluitend een nieuw subtraject geopend.

Begeleiding bij andere toedieningsvormen

Voor begeleiding bij andere toedieningsvormen van oncologische medicatie tijdens een klinisch subtraject gelden de algemene regels voor het afsluiten van klinische subtrajecten. Alleen bij overgang naar een ander soort medicinale oncologische behandeling of naar een toediening per infuus of injectie wordt het subtraject met ZT21 (of ZT11 indien de uitvoerdatum van de eerste begeleiding bij andere toedieningsvormen van oncologische medicatie gelijk is aan de startdatum van het subtraject) een dag voor de start van een ander soort medicinale oncologische behandeling of de toediening per infuus of injectie gesloten en aansluitend een volgend subtraject geopend. Het subtraject afsluiten op de 42e dag na ontslagdatum tenzij:

  • een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens dezelfde klinische opname;
  • een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname;
  • een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling in een niet-klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek;
  • een toediening per infuus of injectie tijdens dezelfde klinische opname;
  • een toediening per infuus of injectie tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname;
  • een toediening per infuus of injectie in een niet-klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek.

Een niet-klinisch subtraject ZT21 met begeleiding bij andere toedieningsvormen van oncologische behandeling per infuus of injectie (of een niet-klinisch ZT11 subtraject indien de uitvoerdatum van de eerste begeleiding bij andere toedieningsvormen van oncologische medicatie gelijk is aan de startdatum van het subtraject) wordt 42 dagen na de uitvoerdatum van de eerste begeleidingszorgactiviteit afgesloten. Alleen bij overgang naar een ander soort medicinale oncologische behandeling of naar een toediening per infuus of injectie wordt het subtraject één dag voor de start van een ander soort medicinale oncologische behandeling of de toediening per infuus of injectie gesloten en aansluitend een nieuw subtraject geopend. Het subtraject afsluiten 42 dagen an de uitvoerdatum, tenzij:

  • een overgang naar een ander soort medicinale oncologische behandeling binnen 42 dagen na de uitvoerdatum;
  • een overgang naar een toediening per infuus of injectie binnen 42 dagen na de uitvoerdatum.

2025: Regeling medisch-specialistische zorg 2025 art. 19 lid 1a en 1c


Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren
1. Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren zijn geneesmiddelen (geregistreerde geneesmiddelen of apotheekbereidingen) die als overige zorgproducten in rekening worden gebracht. De prestatiebeschrijving van deze overige zorgproducten wordt gevormd door de artikelomschrijving van het geneesmiddel zoals opgenomen in de G-standaard.

2. Voor de vaststelling van een geneesmiddel als 'add-ongeneesmiddel' of 'ozp-stollingsfactor' hanteert de NZa de volgende limitatieve criteria:
Bij een geregistreerd geneesmiddel:

  • De kosten van het geregistreerde geneesmiddel, die betrekking hebben op een prestatie voor geneeskundige zorg zoals medisch specialisten die plegen, bedragen gemiddeld meer dan €1.000 per patiënt per jaar, en
  • Voor het geneesmiddel is een handelsvergunning afgegeven door de Nederlandse (CBG) of Europese (EMA) registratieautoriteit. De NZa dient te beschikken over de openbare publicatie van de SmPC tekst van het geneesmiddel, en
  • Het geneesmiddel is opgenomen in de G-standaard van Z-index.
    Of
    Bij een apotheekbereiding:
  • Het betreft een apotheekbereiding waarbij de apotheek op basis van grondstoffen een geneesmiddel bereidt; en
  • De kosten voor de apotheekbereiding die betrekking hebben op een prestatie voor geneeskundige zorg zoals medisch specialisten die plegen, gemiddeld meer dan €1.000 per patiënt per jaar bedragen of waarvan voor een geregistreerd equivalent een add-ongeneesmiddel of ozp-stollingsfactor geldig is. Onder 'kosten' wordt hier verstaan: de kosten die onderdeel zijn van de kostprijs zoals beschreven in artikel 15 lid 2 van deze beleidsregel, en
  • De apotheekbereiding is opgenomen in de G-standaard van Z-index.

3. Een geneesmiddel verliest van rechtswege de status van add-on of ozp-stollingsfactor vanaf de datum dat de handelsvergunning bedoeld in het tweede lid is ingetrokken. Vanaf die datum vervalt eveneens van rechtswege de door de NZa afgegeven prestatie- en tariefbeschikking waarmee het geneesmiddel de status van add-on of ozp-stollingsfactor verkreeg.

4. Een geneesmiddel verliest van rechtswege de status van add-on of ozp-stollingsfactor vanaf de datum waarop het geneesmiddel niet meer in de G-standaard is opgenomen. Vanaf die datum vervalt eveneens van rechtswege de door de NZa afgegeven prestatie- en tariefbeschikking waarmee het geneesmiddel de status van add-on of ozp-stollingsfactor verkreeg.

2025: [1]Beleidsregel prestaties en tarieven medisch-specialistische zorg 2025 art. 10

Interpretaties

De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:

1. Om tot de juiste verstrekkings- of begeleidingscode te komen wordt een aanname gedaan op basis van de beschikbare data op 3 verschillende assen.

  1. Type tumor
    • Acute leukemie: medicatie geregistreerd in DBC van specialisme Interne met diagnose 756 en 761 of specialisme Kindergeneeskunde met diagnose 6111
    • Hematologisch: medicatie geregistreerd in DBC van specialisme Interne met diagnose 751, 752, 753, 754, 755, 757, 759, 762, 763, 771, 772, 773, 774, 779
    • Prostaat: alleen van toepassing in combinatie met type geneesmiddel radiumchloride (V01XX03)
    • Gemetastaseerd of niet-gemetastaseerd: op basis van de voorgaande verstrekkings- of begeleidingscode in het zorgtraject
  2. Type geneesmiddel (op basis van ATC-code of categorie, zie https://atcddd.fhi.no/atc_ddd_index/) Bij overlap van ATC categorie of specifieke ATC-code is de specifieke code een uitzondering op de categorie.
    • Chemotherapie: L01A#, L01B#, L01C#, L01D#, L01XA#, L01XB#, L01XF#, L01XH#, L01XU#, L01XX#, L01XY01
      • Uitgezonderd L01XX35, L01XX51, L01XX52, L01XX62, L01XX70 (CAR-T), L01XX71 (CAR-T
    • Immunotherapie: L01E#, L01F#, L01XE#, L01XG#, L01XJ#, L01XK#, L01XL#, L01XM#, L04AA#, L04AB#, L04AD#, L04AE#, L04AF#, L04AG#, L04AH#, L04AJ#, L04AK#, L04AX#, L01XX51, L01XX52, L01XX62, L01XY02, L03AX15, L04AC11, D06BB10.
      • Uitgezonderd: L01FD03, L01FD04, L01FX02, L01FX05, L01FX13, L01FX14, L01FX17, L01XL03 (CAR-T), L01XL04 (CAR-T), L04AA06, L04AD02, L04AX01, L04AF02
    • Chemo-immunotherapie: L01FD03, L01FD04, L01FX02, L01FX05, L01FX13, L01FX14, L01FX17
    • Hormoontherapie: L02#, G03#, H#, V10XX04
      • Uitgezonderd: G03AA07, G03AB03, G03BA03, G03A#, G03C#, G03D#, G03FA04, G03FA14, G03HB01, H01AA02, H01BA02, H02AA02, H02AB#, H03AA#, H03BB02, H05BX#.
    • Radiumchloride: V10XX03
    • PSMA therapie: V10XX05
    • Middels een ziekenhuisspecifieke parameter kan de medicatie definitie aangepast worden. De huidige definitie is in overleg met meerdere ziekenhuizen gemaakt. Graag horen we een toelichting waarom het aangepast moet worden zodat wij kunnen beoordelen of de standaard aangepast moet worden. Dit kan aangepast worden middels de parameters MEDICATIE_DEFINITIE_IMMUNO / MEDICATIE_DEFINITIE_CHEMO / MEDICATIE_DEFINITIE_HORMOON. LET OP: wijzigingen in deze parameter kunnen ook van invloed zijn op andere DGM normen.
  3. Toedieningswijze:
    • Begeleidingscode: oraal of dermaal op basis van omschrijving geneesmiddel
    • Verstrekkingscode: infusie of injectie op basis van omschrijving geneesmiddel

2. De oncologische verstrekkings- en begeleidingscodes zijn ingedeeld volgens onderstaand schema op basis van de 3 verschillende assen:

Type tumor -> Niet-gemetastaseerd Gemetastaseerd of hematologisch Acute leukemie Prostaat
Toedieningswijze -> Begeleiding Verstrekking Begeleiding Verstrekking Begeleiding Verstrekking Verstrekking
Type geneesmiddel V
Chemotherapie 039891 039141 039892 039142 039893 039143
Immunotherapie 039896 039146 039896 039146 039896 039146
Chemo-immunotherapie 039895 039145 039895 039145 039895 039145
Hormoontherapie 039922 039147 039923 039148
Radiumchloride 120414
PSMA therapie 120415

3. Begeleidings- en verstrekkingscode wordt op basis van het volgende algoritme gekoppeld aan een add-on duur geneesmiddel voor vergelijking:

  • Verstrekkingscode wordt gekoppeld aan add-on op dezelfde dag binnen het zorgtraject. N0040_INTERVAL_V_DGM: Middels deze parameter is het mogelijk om een interval in te stellen rondom de verstrekkingscode waarbinnen naar een DGM wordt gezocht. Default staat deze ingesteld op 0 dagen.
  • Begeleidingscode wordt aan de dichtstbijzijnde add-on gekoppeld binnen het subtraject.
  • Infusie/injectie DGM worden uitgesloten op de dag van een verstrekkingscode.
  • Indien er meerdere add-on binnen hetzelfde tijdsinterval van de verstrekkings- of begeleidingscode zijn, dan wordt dit benoemd in de toelichting. Komt één van de add-on's overeen dan wordt er geen actie getoond.
  • Bij een combinatie van chemo- en immunotherapie op dezelfde dag wordt een chemo-immunotherapie verstrekkingscode verwacht. Kan er geen add-on gevonden worden dan wordt de actie default uitgesloten. Dit vanwege de verhoogde kans dat er mogelijk een niet add-on DGM is geregistreerd. N0040_TONEN_BV_ZONDER_DGM: Middels deze parameter is het mogelijk om in te stellen of begeleidings-verstrekkingscodes waaraan we geen DGM kunnen koppelen wel (JA) of niet (NEE) gesignaleerd worden. Standaard worden deze niet gesignaleerd.
  • Middels een ziekenhuisspecifieke parameter kan ervoor gekozen worden om verstrekkings- en begeleidingscodes te matchen met medicatie met gelijke toedieningswijze. Bij verstrekkingscodes worden alleen infusie/injectie middelen meegenomen in de vergelijking. N0040_ZOEKEN_BDGM_BIJ_VERSTREKKINGSCODE: Middels deze parameter is het mogelijk om in te stellen of orale/dermale middelen wel (JA) of niet (NEE) meegenomen worden bij het zoeken naar een DGM behorend bij een verstrekkingscode. Standaard worden deze wel meegenomen. Voor begeleidingscodes worden alleen orale/dermale middelen meegenomen in de vergelijking. Dit verbetert het matchen van medicatie en zorgactiviteit ten koste van een beoordeling op toedieningswijze. N0040_ZOEKEN_VDGM_BIJ_BEGELEIDINGSCODE: Middels deze parameter is het mogelijk om in te stellen of infusiemiddelen wel (JA) of niet (NEE) meegenomen worden bij het zoeken naar een DGM behorend bij een begeleidingscode. Default worden deze wel meegenomen.

4. De begeleidings- of verstrekkingscode wordt gesignaleerd als deze op één of meer van de criteria niet overeenkomt met de gekoppelde add-on DGM. Hier zijn drie uitzonderingen op:

  • Bij begeleidings- en verstrekkingscodes van chemo-immunotherapie (039895/039145) worden aanvullend ook ATC-codes uit de groep immunotherapie goedgekeurd.
  • Bij verstrekkingscodes van chemo- en immunotherapie (039141/039142/039143/039146) vindt er een extra controle plaats. Als er zowel een add-on DGM chemotherapie en immunotherapie is geregistreerd op dezelfde dag, dan wordt een chemo-immunotherapie verstrekkingscode verwacht.
  • Middels een klantspecifieke parameter is het mogelijk om bij orale hormoontherapie de controle te beperken tot de vergelijking van het type tumor. Dit is zinvol als veel van deze medicatie niet als DGM wordt geregistreerd en de begeleidingscode aan een verkeerde DGM wordt gekoppeld. De vergelijking van het type tumor is in die gevallen nog wel mogelijk. N0040_B_HORMOON_CHECK_TOEDIENINGTYPE: Middels deze parameter is het mogelijk om in te stellen of bij begeleidingscode hormoontherapie op alle drie de criteria wordt vergeleken (JA), of dat de toediening en type geneesmiddel niet wordt vergeleken (NEE). Default worden zowel type tumor, type geneesmiddel en toedieningswijze vergeleken.

5. N0040_UITSL_ATC_CODE: Met behulp van deze parameter kunnen ATC-codes worden uitgesloten van de controle. Default wordt geen ATC-code uitgesloten.

6. N0040_UITSL_STAMCELTRANSPLANTATIE: Middels deze parameter is het mogelijk om in te stellen of stamceltransplantatie DBC's uitgesloten worden (JA) of niet worden uitgesloten (NEE). Default worden deze wel uitgesloten.

Programmeerbare norm:

Er is sprake van “Medicinaal oncologisch subtraject met onverwachte verstrekkings- of begeleidingscode (N0040)” als aan de volgende selectie is voldaan:

1) Alle oncologische subtrajecten met afsluitregel 1.0000.1 exclusief SKION en stamceltransplantatie

 

2) Verstrekkings- en begeleidingscodes gekoppeld aan het medicinaal oncologische subtraject. Zie ook interpretatiepunt 2

 

3) Op basis van 3 criteria: type tumor, type geneesmiddel en toedieningswijze wordt de juistheid van de verstrekkings- of begeleidingscode gecontroleerd met de verwachte add-on DGM. Zie ook interpretatiepunt 3

 

4) Verstrekkings- en begeleidingscode matcht niet op 1 of meer van de criteria met de bijbehorende DGM. Zie ook interpretatiepunt 1

Logica: 1 en 2 en 3 en 4

Berekening financiële impact

Verschil in waarde subtrajecten na verwijderen onterechte verrichting en terugplaatsen andere verrichting.