ATLS-subtraject zonder parallel subtraject voor uitvoerder consult (N4068)

Uit normenkaderzorg.nl
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De printervriendelijke versie wordt niet langer ondersteund en kan weergavefouten bevatten. Werk uw browserbladwijzers bij en gebruik de gewone afdrukfunctie van de browser.

Referentienummer: N4068
Behoort tot Normenkader ValueCare

Ziekenhuizen Volledigheid

  1. Ziekenhuizen Volledigheid - Diagnosebepaling - Openen behandeling
Samenvatting

Deze norm signaleert acties wanneer een face-to-face contact is geregistreerd in een traject voor traumaopvang volgens de ATLS door de chirurg (met diagnose 610 of 611) of orthopeed (diagnose 4110 of 4111). Dit duidt er op dat voor de parallelle zorg een nieuw traject geopend mag worden van het uitvoerend specialisme van het consult, en het consult omgehangen dient te worden.

Regelgeving / beleid
2021
Bij de volgende diagnosen kan een parallel zorgtraject geopend worden:
Diagnosen die vastgesteld worden tijdens het traject rondom de traumaopvang volgens de ATLS, welke beschreven wordt met de diagnosen `ATLS-opvang trauma ISS <16' en `ATLS-opvang multitrauma ISS ≥ 16'. Deze diagnosen kunnen (mits aan de voorwaarden voor parallelliteit is voldaan) parallel geregistreerd worden aan diagnosen die geconstateerd worden bij de screening.

2021: NR/REG-2103a art. 5 lid 4d

2022
Bij de volgende diagnosen kan een parallel zorgtraject geopend worden:
Diagnosen die vastgesteld worden tijdens het traject rondom de traumaopvang volgens de ATLS, welke beschreven wordt met de diagnosen `ATLS-opvang trauma ISS <16' en `ATLS-opvang multitrauma ISS ≥ 16'. Deze diagnosen kunnen (mits aan de voorwaarden voor parallelliteit is voldaan) parallel geregistreerd worden aan diagnosen die geconstateerd worden bij de screening.

2022: NR/REG-2207a art. 5 lid 4d

2023
Bij de volgende diagnosen kan een parallel zorgtraject geopend worden:

Diagnosen die vastgesteld worden tijdens het traject rondom de traumaopvang volgens de ATLS, welke beschreven wordt met de diagnosen `ATLS-opvang trauma ISS <16' en `ATLS-opvang multitrauma ISS ≥ 16'. Deze diagnosen kunnen (mits aan de voorwaarden voor parallelliteit is voldaan) parallel geregistreerd worden aan diagnosen die geconstateerd worden bij de screening.

2023: NR/REG-2306a art. 5 lid 4d

2024
Bij de volgende diagnosen kan een parallel zorgtraject geopend worden:

Diagnosen die vastgesteld worden tijdens het traject rondom de traumaopvang volgens de ATLS, welke beschreven wordt met de diagnosen `ATLS-opvang trauma ISS <16' en `ATLS-opvang multitrauma ISS ≥ 16'. Deze diagnosen kunnen (mits aan de voorwaarden voor parallelliteit is voldaan) parallel geregistreerd worden aan diagnosen die geconstateerd worden bij de screening.

2024: NR/REG-2403a art. 5 lid 4d

2025
Bij de volgende diagnosen kan een parallel zorgtraject geopend worden:

Diagnosen die vastgesteld worden tijdens het traject rondom de traumaopvang volgens de ATLS, welke beschreven wordt met de diagnosen `ATLS-opvang trauma ISS <16' en `ATLS-opvang multitrauma ISS ≥ 16'. Deze diagnosen kunnen (mits aan de voorwaarden voor parallelliteit is voldaan) parallel geregistreerd worden aan diagnosen die geconstateerd worden bij de screening.

2025: Regeling medisch-specialistische zorg 2025 art. 5 lid 4d

Interpretaties

De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:

  1. Een subtraject voor ATLS heeft geen face-to-face contact nodig om goed af te leiden in de grouper. Als er wél een face-to-face contact aanwezig is in het ATLS-subtraject zouden we ook een subtraject verwachten voor het uitvoerende specialisme van het consult. Immers, bij een ATLS-subtraject is er een hoge kans op een aparte zorgvraag naast het ATLS-subtraject. Er komt een apart signaal voor elk uitvoerend specialisme van een face-to-face contact. In het geval dat er geen face-to-face contact aanwezig is, worden de niet-parallelle subtrajecten gesignaleerd op een aparte norm (N4069)
  2. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om het interval aan te passen waar naar een parallel subtraject wordt gezocht in stap 3 van de programmeerbare norm. Standaard staat dit op dezelfde dag. (N4068_INTERVAL) Let op, stel een vertraging in gelijk aan of hoger dan het interval om onterechte acties te voorkomen.
  3. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om (sub)specialismen uit te sluiten van de norm. Dat gebeurt op basis van de (sub)specialismecode (N4068_UITSL_SPEC_CODE).
  4. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om specialisme combinaties uit stap 2 en 3 uit te sluiten. Bijvoorbeeld een consult voor ORT en parallelle DBC van CHI. Default worden er geen combinaties uitgesloten. (N4068_UITSL_SPEC_COMBI)
Programmeerbare norm

Er is sprake van “ATLS-subtraject zonder parallel subtraject voor uitvoerder consult (N4068)” als aan de volgende selectie is voldaan:

1) Alle ATLS-subtrajecten (Chirurgie diagnose 610 en 611, Orthopedie diagnose 4110 en 4111)


2) Er is een face-to-face contact (190015 of 190060) gekoppeld aan het subtraject


3) Er is geen parallel subtraject (ZT 11) aanwezig voor de uitvoerder van het face-to-face contact.


Logica: 1 en 2 en 3

Te nemen actie

Open - indien er aan de voorwaarden van parallelliteit wordt voldaan - een nieuw subtraject voor het uitvoerend specialisme van het gesignaleerde consult.

Berekening financiële impact

Waarde verandering door het verwijderen van het consult uit het ATLS subtraject en toevoegen van een nieuwe DBC met zorgactiviteit eerste consult (190060). De waarde van de DBC wordt bepaald op basis van de gemiddelde waarde van een DBC met het gesignaleerde consult.