Registratie voldoet aan zorgactiviteit nazorg stamceltransplantatie (N4810)
Referentienummer: N4810
Behoort tot Normenkader ValueCare
Ziekenhuizen Volledigheid
Samenvatting
Deze norm signaleert acties in het kader van stamceltransplantatie indien een post-transplantatie subtraject een face-to-face contact is geweest maar zonder nazorg zorgactiviteit. Dit duidt erop dat nazorg heeft plaatsgevonden en een zorgactiviteit ‘post-transplantatietraject’ geregistreerd mag worden, de registratie van deze zorgactiviteit mag gedurende maximaal drie subtrajecten tegelijk aan een face-to-face contact.
Regelgeving / beleid
| 2021 |
|---|
| Bij de hierna volgende in tempi behandelingen van diverse specialismen wordt het subtraject na één van de beschreven in tempi behandelingen afgesloten wanneer de volgende in tempi behandeling van start gaat. Wanneer de volgende deelbehandeling eerder start dan het in artikel 17 en 18 voorgeschreven afsluitmoment, dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de dag dat de volgende deelbehandeling start. Wanneer de volgende deelbehandeling later start dan het algemeen geldende sluitmoment zoals omschreven in artikel 17 en 18, dan geldt deze algemene regel, tenzij in onderstaande onderdelen anders wordt vermeld. a. De volgende drie fasen worden bij stamceltransplantatie onderscheiden:
Bij autologe stamceltransplantatie (behalve bij BRCA1-studie) wordt een subtraject afgesloten op de dag voor de start van fase 1. 2021: NR/REG-2103a art. 19 lid 17a
|
| 2022 |
|---|
| Bij de hierna volgende in tempi behandelingen van diverse specialismen wordt het subtraject na één van de beschreven in tempi behandelingen afgesloten wanneer de volgende in tempi behandeling van start gaat. Wanneer de volgende deelbehandeling eerder start dan het in artikel 17 en 18 voorgeschreven afsluitmoment, dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de dag dat de volgende deelbehandeling start. Wanneer de volgende deelbehandeling later start dan het algemeen geldende sluitmoment zoals omschreven in artikel 17 en 18, dan geldt deze algemene regel, tenzij in onderstaande onderdelen anders wordt vermeld.
a. De volgende drie fasen worden bij stamceltransplantatie onderscheiden:
Bij autologe stamceltransplantatie (behalve bij BRCA1-studie) wordt een subtraject afgesloten op de dag voor de start van fase 1. 2022: NR/REG-2207a art. 19 lid 17a
|
| 2023 |
|---|
| Bij de hierna volgende in tempi behandelingen van diverse specialismen wordt het subtraject na één van de beschreven in tempi behandelingen afgesloten wanneer de volgende in tempi behandeling van start gaat. Wanneer de volgende deelbehandeling eerder start dan het in artikel 17 en 18 voorgeschreven afsluitmoment, dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de dag dat de volgende deelbehandeling start. Wanneer de volgende deelbehandeling later start dan het algemeen geldende sluitmoment zoals omschreven in artikel 17 en 18, dan geldt deze algemene regel, tenzij in onderstaande onderdelen anders wordt vermeld.
a. Stamceltransplantatie (2.0000.1) De volgende drie fasen worden bij stamceltransplantatie onderscheiden:
Bij autologe stamceltransplantatie (behalve bij BRCA1-studie) wordt een subtraject afgesloten op de dag voor de start van fase 1. 2023: NR/REG-2306a art. 19 lid 17a
|
| 2024 |
|---|
| Bij de hierna volgende in tempi behandelingen van diverse specialismen wordt het subtraject na één van de beschreven in tempi behandelingen afgesloten wanneer de volgende in tempi behandeling van start gaat. Wanneer de volgende deelbehandeling eerder start dan het in artikel 17 en 18 voorgeschreven afsluitmoment, dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de dag dat de volgende deelbehandeling start. Wanneer de volgende deelbehandeling later start dan het algemeen geldende sluitmoment zoals omschreven in artikel 17 en 18, dan geldt deze algemene regel, tenzij in onderstaande onderdelen anders wordt vermeld.
a. Stamceltransplantatie (2.0000.1) De volgende drie fasen worden bij stamceltransplantatie onderscheiden:
Bij autologe stamceltransplantatie (behalve bij BRCA1-studie) wordt een subtraject afgesloten op de dag voor de start van fase 1. 2024: NR/REG-2403a art. 19 lid 17a
|
| 2025 |
|---|
| Bij de hierna volgende in tempi behandelingen van diverse specialismen wordt het subtraject na één van de beschreven in tempi behandelingen afgesloten wanneer de volgende in tempi behandeling van start gaat. Wanneer de volgende deelbehandeling eerder start dan het in artikel 17 en 18 voorgeschreven afsluitmoment, dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de dag dat de volgende deelbehandeling start. Wanneer de volgende deelbehandeling later start dan het algemeen geldende sluitmoment zoals omschreven in artikel 17 en 18, dan geldt deze algemene regel, tenzij in onderstaande onderdelen anders wordt vermeld.
a. Stamceltransplantatie (2.0000.1) De volgende drie fasen worden bij stamceltransplantatie onderscheiden:
Bij autologe stamceltransplantatie (behalve bij BRCA1-studie) wordt een subtraject afgesloten op de dag voor de start van fase 1. 2025: Regeling medisch-specialistische zorg 2025 art. 19 lid 17a
2025: Regeling medisch-specialistische zorg 2025 art. 24 lid 57 |
Interpretaties
De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:
- Alle zorgactiviteiten 'post-transplantatietraject' worden meegenomen in stap 3 van de programmeerbare norm; 032708, 192079, 192080, 192087, 192098 en 192099.
- Stamceltransplantatiefase wordt herkend aan de volgende zorgactiviteiten: 192086, 032707, 192095, 192096, 192097, 198881, 198882, 198883, 198884, 198885, 039288, 039285, 039286, 039293, 039291, 039217, 039216, 039214, 039215 en per 2021 039981.
- Stap 1A en 1B zijn twee verschillende startpunten voor deze norm. Respectievelijk voor de ziekenhuizen waar de stamceltransplantatie plaatsvindt (1A), of voor de ziekenhuizen waar alléén de nazorg plaatsvindt (1B).
- Wanneer een fase 1 subtraject tussen twee fase 3 subtrajecten plaats vindt wordt deze niet als actie gesignaleerd maar wordt het opvolgende subtraject gesignaleerd.
- Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om verrichtingscodes toe te voegen aan zorgactiviteiten die de selectie-/afnamefase van stamceltransplantaties kenmerken. Default worden alleen zorgactiviteiten uit referentiegroep 1 en 4 van regel 2.0000.1 meegenomen. (N4810_EXTRA_CTG_SELECTIE_AFNAME_FASE)
- Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om verrichtingscodes toe te voegen aan zorgactiviteiten die de transplantatiefase van stamceltransplantaties kenmerken. Default worden alleen zorgactiviteiten uit referentiegroep 2,5 en 6 van regel 2.0000.1 meegenomen. (N4810_EXTRA_CTG_TRANSPLANTATIE_FASE)
- Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om verrichtingscodes toe te voegen aan zorgactiviteiten die de nazorgfase van stamceltransplantaties kenmerken. Default worden alleen zorgactiviteiten uit referentiegroep 3 van regel 2.0000.1 meegenomen. (N4810_EXTRA_CTG_NAZORG_FASE)
- Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om verrichtingscodes uit te sluiten die gelden als face-to-face contact. Default worden er geen verrichtingscodes uitgesloten. (N4810_UITSL_CTG_CODE_F2F_CONTACT)
- Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om ZPK codes (1, 2 en/of 3) uit te sluiten die gelden als face-to-face contact. Default is de parameter leeg en worden verrichtingen met ZPK code 1, 2 en 3 gezien als face-to-face contact. (N4810_UITSL_ZPK_CODE_F2F_CONTACT)
- Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om alleen naar een gemiste zorgactiviteit post-transplantatietraject te zoeken in de eerste drie opeenvolgende subtrajecten na de transplantatie. Default worden latere subtrajecten ook beoordeeld op gemiste nazorg, indien het maximale aantal van drie nog niet is bereikt. (N4810_NAZORG_SUBTRAJECTEN_AANSLUITEND)
- Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om zorgactiviteiten uit te sluiten uit fase 1, 2 en 3 van de afsluitregel. Default worden geen zorgactiviteiten uitgesloten. (N4810_UITSL_FASE_ZORGACTIVITEIT)
- Na een tranplantatie mag de zorgactiviteit post-transplantatietraject in maximaal drie subtrajecten worden geregistreerd. Indien aanwezig, is dit inclusief het subtraject van de transplantatie. De N4180 signaleert alleen zolang dit aantal nog niet is bereikt.
Programmeerbare norm
Er is sprake van “Registratie voldoet aan zorgactiviteit nazorg stamceltransplantatie (N4810)” als aan de volgende selectie is voldaan:
Logica: ((1a en 2a) of (1b en 2b)) en 3 en 4
Te nemen actie
Registreer een zorgactiviteit 'post-transplantatietraject' (032708 (t/m 2025), 192079, 192080, 192087, 192098 of 192099).
Berekening financiële impact
Het waardeverschil van het subtraject na het toevoegen van zorgactiviteit 'post-transplantatietraject' (032708, 192079, 192080, 192087, 192098 of 192099) wordt getoond als financiële impact.