Add-on geneesmiddelen en stollingsfactoren aantal in de uitgifte wijkt af van netto aantal in factuur (N0320)
Referentienummer: N0320
Behoort tot Normenkader ValueCare
Ziekenhuizen Rechtmatigheid
Ziekenhuizen overige Rechtmatigheid
- Ziekenhuizen overige Rechtmatigheid 2025 - OZP - Duur en weesgeneesmiddel add on
- Ziekenhuizen overige Rechtmatigheid 2024 - OZP - Duur en weesgeneesmiddel add on
- Ziekenhuizen overige Rechtmatigheid 2023 - OZP - Duur en weesgeneesmiddel add on
Samenvatting
Let op: dit is een HiX specifieke controle. Deze is alleen beschikbaar voor HiX-ziekenhuizen.
Deze controle signaleert wanneer het netto aantal medicatie dat verstrekt is vanuit de voorraad, ongelijk is aan het netto aantal dat in de factuur staat, rekening houdend met credits en debets.
Regelgeving / beleid
| 2024 |
|---|
| Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren
1. Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren zijn geneesmiddelen (geregistreerde geneesmiddelen of apotheekbereidingen) die als overige zorgproducten in rekening worden gebracht. De prestatiebeschrijving van deze overige zorgproducten wordt gevormd door de artikelomschrijving van het geneesmiddel zoals opgenomen in de G-standaard. 2. Voor de vaststelling van een geneesmiddel als 'add-ongeneesmiddel' of 'ozp-stollingsfactor' hanteert de NZa de volgende limitatieve criteria: Bij een geregistreerd geneesmiddel:
Of Bij een apotheekbereiding:
3. Een add-on aanvraag wordt toegewezen, ook als niet aan het criterium van de kostendrempel als bedoeld in het tweede lid wordt voldaan, wanneer het niet honoreren van de aanvraag mogelijk leidt tot een ongelijk speelveld. 4. Een add-on aanvraag wordt afgewezen, ook als aan het criterium van de kostendrempel als bedoeld in het tweede lid wordt voldaan, wanneer het honoreren van de aanvraag mogelijk leidt tot een ongelijk speelveld. 5. Een geneesmiddel verliest van rechtswege de status van add-on of ozp-stollingsfactor vanaf de datum waarop het geneesmiddel niet meer in de G-standaard is opgenomen. Vanaf die datum vervalt eveneens van rechtswege de door de NZa afgegeven prestatie- en tariefbeschikking waarmee het geneesmiddel de status van add-on of ozp-stollingsfactor verkreeg. 2024: BR/REG-24102a artikel 10 lid Declaratiebepalingen geneesmiddelen a. De instelling die een geneesmiddel toedient/verstrekt aan de patiënt, waarbij het geneesmiddel op het moment van toediening/verstrekking valt onder de aanspraak geneeskundige zorg (als bedoeld in artikel 2.4 van het Besluit zorgverzekering), declareert dit geneesmiddel. . b. In afwijking van het gestelde onder a geldt dat een geneesmiddel dat bij de desbetreffende indicatie uitsluitend valt onder de aanspraak geneeskundige zorg, of een geneesmiddel voor de behandeling van HIV, wordt gedeclareerd door de zorgaanbieder die de patiënt voor de toepassing van deze geneesmiddelen behandelt en waarvan de zorg die op deze geneesmiddelen betrekking heeft niet is overgenomen door een andere zorgaanbieder. c. Declaratie van geneesmiddelen bedoeld onder a en b geschiedt als onderdeel van een dbc-zorgproduct, of via een aparte declaratietitel indien voor het betreffende geneesmiddel een add-on is vastgesteld en deze is opgenomen in de G-standaard. d. Als uitzondering op het bepaalde in artikel 31 lid 6 onderdeel c van deze regeling kan een in Nederland geregistreerd geneesmiddel dat niet voorradig is, worden vervangen door een geneesmiddel waarvoor een handelsvergunning is afgegeven buiten Nederland. Het gaat in dat geval om een geneesmiddel dat dezelfde werkzame stof, toedieningsvorm en sterkte bevat. Het vervangende geneesmiddel met een buitenlandse registratie wordt met het ZI nummer van het Nederlandse product gedeclareerd. e. Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren worden per verstrekking gedeclareerd. Meerdere verstrekkingen van een geneesmiddel op één dag leiden dus tot meerdere declarabele prestaties, ongeacht de indicatie(s) waarvoor het geneesmiddel wordt verstrekt. f. Geneesmiddelen mogen alleen in rekening worden gebracht indien deze zijn verstrekt/toegediend aan de patiënt. g. Om dubbele bekostiging te voorkomen, mogen eventuele nog bruikbare geneesmiddelen die na deze verstrekking retour worden genomen door de (ziekenhuis)apotheek en opnieuw worden verstrekt aan een andere patiënt, alleen in rekening worden gebracht bij (de zorgverzekeraar van) de laatste patiënt die het geneesmiddel ontvangt. |
| 2025 |
|---|
| Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren
1. Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren zijn geneesmiddelen (geregistreerde geneesmiddelen of apotheekbereidingen) die als overige zorgproducten in rekening worden gebracht. De prestatiebeschrijving van deze overige zorgproducten wordt gevormd door de artikelomschrijving van het geneesmiddel zoals opgenomen in de G-standaard. 2. Voor de vaststelling van een geneesmiddel als 'add-ongeneesmiddel' of 'ozp-stollingsfactor' hanteert de NZa de volgende limitatieve criteria: Bij een geregistreerd geneesmiddel:
Of Bij een apotheekbereiding:
3. Een add-on aanvraag wordt toegewezen, ook als niet aan het criterium van de kostendrempel als bedoeld in het tweede lid wordt voldaan, wanneer het niet honoreren van de aanvraag mogelijk leidt tot een ongelijk speelveld. 4. Een add-on aanvraag wordt afgewezen, ook als aan het criterium van de kostendrempel als bedoeld in het tweede lid wordt voldaan, wanneer het honoreren van de aanvraag mogelijk leidt tot een ongelijk speelveld. 5. Een geneesmiddel verliest van rechtswege de status van add-on of ozp-stollingsfactor vanaf de datum waarop het geneesmiddel niet meer in de G-standaard is opgenomen. Vanaf die datum vervalt eveneens van rechtswege de door de NZa afgegeven prestatie- en tariefbeschikking waarmee het geneesmiddel de status van add-on of ozp-stollingsfactor verkreeg. 2025: Beleidsregel prestaties en tarieven medisch-specialistische zorg 2025 art. 10
a. De instelling die een geneesmiddel toedient/verstrekt aan de patiënt, waarbij het geneesmiddel op het moment van toediening/verstrekking valt onder de aanspraak geneeskundige zorg (als bedoeld in artikel 2.4 van het Besluit zorgverzekering), declareert dit geneesmiddel. . b. In afwijking van het gestelde onder a geldt dat een geneesmiddel dat bij de desbetreffende indicatie uitsluitend valt onder de aanspraak geneeskundige zorg, of een geneesmiddel voor de behandeling van HIV, wordt gedeclareerd door de zorgaanbieder die de patiënt voor de toepassing van deze geneesmiddelen behandelt en waarvan de zorg die op deze geneesmiddelen betrekking heeft niet is overgenomen door een andere zorgaanbieder. c. Declaratie van geneesmiddelen bedoeld onder a en b geschiedt als onderdeel van een dbc-zorgproduct, of via een aparte declaratietitel indien voor het betreffende geneesmiddel een add-on is vastgesteld en deze is opgenomen in de G-standaard. d. Als uitzondering op het bepaalde in artikel 31 lid 6 onderdeel c van deze regeling kan een in Nederland geregistreerd geneesmiddel dat niet voorradig is, worden vervangen door een geneesmiddel waarvoor een handelsvergunning is afgegeven buiten Nederland. Het gaat in dat geval om een geneesmiddel dat dezelfde werkzame stof, toedieningsvorm en sterkte bevat. Het vervangende geneesmiddel met een buitenlandse registratie wordt met het ZI nummer van het Nederlandse product gedeclareerd. e. Add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren worden per verstrekking gedeclareerd. Meerdere verstrekkingen van een geneesmiddel op één dag leiden dus tot meerdere declarabele prestaties, ongeacht de indicatie(s) waarvoor het geneesmiddel wordt verstrekt. f. Geneesmiddelen mogen alleen in rekening worden gebracht indien deze zijn verstrekt/toegediend aan de patiënt. g. Om dubbele bekostiging te voorkomen, mogen eventuele nog bruikbare geneesmiddelen die na deze verstrekking retour worden genomen door de (ziekenhuis)apotheek en opnieuw worden verstrekt aan een andere patiënt, alleen in rekening worden gebracht bij (de zorgverzekeraar van) de laatste patiënt die het geneesmiddel ontvangt. 2025: Regeling medisch-specialistische zorg 2025 art. 31 lid 6 |
Interpretaties
De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:
- Alleen transacties die afgerond of gefactureerd zijn (status 50 of hoger) worden meegenomen.
- Per patiënt – medicatie wordt de laatste zorgactiviteit gesignaleerd.
- Middels de ziekenhuisspecifieke parameter N0320_TERUGKIJKEN_VANAF is het mogelijk om te bepalen vanaf wanneer gekeken moet worden naar het verschil tussen het netto totaal van uitgiftes en factuur verrichtingen. Standaard wordt gesignaleerd vanaf 01-01-2022. Deze parameter kan worden gebruikt in combinatie met N0320_AANTAL_DAGEN_TERUGKIJKEN, in dat geval is de meest recente datum van de twee bepalend.
- Middels de parameter N0320_AANTAL_DAGEN_TERUGKIJKEN is het mogelijk om het aantal dagen terugkijken vanaf vandaag in te stellen. Dit wordt gebruikt om de datum te bepalen vanaf wanneer de controle moet beginnen met vergelijken van aantallen tussen facturen en de voorraad. Deze parameter kan worden gebruikt in combinatie met N0320_TERUGKIJKEN_VANAF, in dat geval is de meest recente datum van de twee bepalend. Standaard wordt 9999 dagen teruggekeken.
- Middels de ziekenhuisspecifieke parameter N0320_UITSLUITEN_AFDELING kunnen afdelingen worden uitgesloten. Standaard wordt er niks uitgesloten.
- Middels de ziekenhuisspecifieke parameter N0320_UITSLUITEN_BRON kunnen bronnen van verrichtingen worden uitgesloten. Standaard wordt er niks uitgesloten.
- Middels de ziekenhuisspecifieke parameter N0320_UITSLUITEN_LOCATIE kunnen verrichtingen met een bepaalde locatie worden uitgesloten. Standaard wordt er geen locatie uitgesloten.
Programmeerbare norm
Er is sprake van “Add-on geneesmiddelen en stollingsfactoren aantal in de uitgifte wijkt af van netto aantal in factuur (N0320)” als aan de volgende selectie is voldaan:
Logica: 1 en 2 en 3
Berekening financiële impact
Zie Berekening Financiële impact - Verschil in Waarde OZP’s.