Zorgplan - Zorglevering in periode zonder Zorgplan (R45244)

Uit normenkaderzorg.nl
Versie door Lveen (overleg | bijdragen) op 4 aug 2025 om 09:55
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Referentienummer: R45244
Behoort tot Normenkader ValueCare

GHZ-VVT Rechtmatigheid

  1. GHZ-VVT Rechtmatigheid - Zorglevering

GHZ-VVT Productieverantwoording

  1. GHZ-VVT Productieverantwoording - Zorglevering
Samenvatting

Wanneer er zorg aan een cliënt wordt geleverd dient er voor deze cliënt ook een zorgplan aanwezig te zijn. Hierin staat beschreven welke zorg geleverd wordt. Wanneer er aanpassingen in de zorgverlening zijn (structureel meer/minder zorg), moet dit ook in het zorgplan aangegeven worden. Zonder plan is de zorg niet rechtmatig. Deze controle signaleert een periode waarin de cliënt zorg ontving, maar waarvoor geen zorgplan aanwezig is.

Risico

Er is geen zorgplan aanwezig.

Regelgeving / beleid
2024
Wet langdurige zorg

Zorgplan: schriftelijk of elektronisch als zodanig vastgelegde uitkomsten van hetgeen met de verzekerde dan wel een vertegenwoordiger van de verzekerde is besproken met betrekking tot de in artikel 8.1.1 genoemde onderwerpen.

2024: Wet langdurige zorg, art. 1.1.1

De verzekerde aan wie een zorgaanbieder zorg verleent, anders dan op grond van artikel 3.3.3, heeft er recht op dat de zorgaanbieder vóór, dan wel zo spoedig mogelijk na de aanvang van de zorgverlening een bespreking met hem organiseert teneinde afspraken te maken over:

  • De doelen die met betrekking tot de zorgverlening voor een bepaalde periode worden gesteld, en de wijze waarop de zorgaanbieder en de verzekerde de gestelde doelen trachten te bereiken;
  • De zorgverleners die voor de verschillende onderdelen van de zorgverlening verantwoordelijk zijn, de wijze waarop afstemming tussen die zorgverleners plaatsvindt, en wie de verzekerde op die afstemming kan aanspreken;
  • De wijze waarop de verzekerde zijn leven wenst in te richten en de ondersteuning die de verzekerde daarbij van de zorgaanbieder zal ontvangen;
  • De frequentie waarmee en de omstandigheden waaronder een en ander met de verzekerde zal worden geëvalueerd en geactualiseerd.

De zorgaanbieder legt binnen zes weken na aanvang van de zorgverlening, onderscheidenlijk een evaluatie en actualisatie, de uitkomsten van de in artikel 8.1.1 bedoelde bespreking vast in een zorgplan en verstrekt terstond een afschrift van het zorgplan aan de verzekerde of aan een vertegenwoordiger.

2024: Wet langdurige zorg, art. 8.1.1 en 8.1.3 lid 1


Jeugdwet
familiegroepsplan: hulpverleningsplan of plan van aanpak opgesteld door de ouders, samen met bloedverwanten, aanverwanten of anderen die tot de sociale omgeving van de jeugdige behoren;

2024: Jeugdwet, art. 1.1

Bij het uitvoeren van artikel 4.1.1 en indien sprake is van vroege signalering van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen biedt de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling als eerste de mogelijkheid om, binnen een redelijke termijn, een familiegroepsplan op te stellen. Het voorgaande is niet van toepassing op de gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert of die de voogdij uitoefent in het geval dat het gezag van de ouders is beëindigd. Slechts indien de ouders aan de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling te kennen hebben gegeven dat zij geen gebruik wensen te maken van de in de eerste zin bedoelde mogelijkheid, concrete bedreigingen in de ontwikkeling van het kind hiertoe aanleiding geven of de belangen van het kind anderszins geschaad worden, kan de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling hiervan afzien.

  1. In dit artikel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder plan: hulpverleningsplan of plan van aanpak.
  2. Indien afgezien wordt van het opstellen van een familiegroepsplan omvat het uitvoeren van artikel 4.1.1 het werken op basis van een plan dat zoveel mogelijk in samenspraak met de jeugdige en de ouders is opgesteld en dat is afgestemd op de behoeften van de jeugdige.
  3. Indien sprake is van pleegzorg vindt over het plan tevens overleg met de betrokken pleegouder plaats.
  4. Tenzij het de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering of gesloten jeugdhulp betreft, kan het plan mondeling overeen worden gekomen met de jeugdige en de ouders. Indien de jeugdige, een van de ouders of de jeugdhulpaanbieder dat wenst, wordt het plan binnen veertien dagen op schrift gesteld.
  5. Het plan wordt vastgesteld uiterlijk binnen zes weken nadat is komen vast te staan dat afgezien wordt van het opstellen van een familiegroepsplan.
  6. Indien het plan betrekking heeft op pleegzorg, behoeft het plan de instemming van de pleegouder, voor zover het betreft de omschrijving daarin van zijn rol in het hulpverleningsproces en van de wijze waarop de begeleiding door de pleegzorgaanbieder plaatsvindt.

2024: Jeugdwet, art. 4.1.2 en 4.1.3


Zorgverzekeringswet

Deze regeling is van toepassing op zorgaanbieders die verpleging en verzorging leveren als omschreven in artikel 1 van deze regeling en de prestatiebeschrijvingen genoemd in de Beleidsregel verpleging en verzorging en de Beleidsregel experiment cliëntprofielen verpleging en verzorging declareren.

2024: NR/REG-2407, art. 3

De geleverde zorg moet, als gevolg van het hiervoor genoemde audit-trail, navolgbaar zijn. Het verpleegkundig proces, het methodisch werken (anamnese, diagnose, planning, uitvoering en evaluatie) en de bijbehorende verslaglegging moet goed verankerd zijn binnen de organisatie. Dit betekent dat de geleverde zorg die valt onder directe contacttijd dan wel verplaatste directe contacttijd navolgbaar verantwoord wordt in het zorgplan, de planning en/of de voortgangsrapportage.

2024: NR/REG-2407, art. 4 lid 4

Het kan voorkomen dat in urgente situaties geen uitgewerkt zorgplan wordt opgesteld, bijvoorbeeld bij urgent palliatief terminale zorg; in dat geval wordt er ‘hands-on’ zorg verleend conform het zorgpad in de stervensfase en vindt dossiervorming plaats in de voortgangsrapportage.

2024: Handreiking registratiestandaard wijkverpleging, p. 8


Wet Maatschappelijke Ondersteuning

Bij verstrekking in natura van hulp bij het huishouden, individuele begeleiding, groepsbegeleiding, kortdurend verblijf en verschillende vormen van beschermd wonen maakt de aanbieder samen met de inwoner een ondersteuningsplan. In het ondersteuningsplan zijn minimaal de volgende zaken opgenomen: de resultaatafspraken, waar de ondersteuning op is gericht, de gemiddelde omvang in minuten, uren, dagdelen, dagen of etmalen. En de frequentie van de activiteiten. Dit ondersteuningsplan is de verdere motivering van het besluit op de aanvraag.

2024: Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning ’s-Hertogenbosch 2024, hfst. 2 art. 2.c

2025
Wet langdurige zorg

Zorgplan: schriftelijk of elektronisch als zodanig vastgelegde uitkomsten van hetgeen met de verzekerde dan wel een vertegenwoordiger van de verzekerde is besproken met betrekking tot de in artikel 8.1.1 genoemde onderwerpen;

2025: Wet langdurige zorg, art. 1.1.1

De verzekerde aan wie een zorgaanbieder zorg verleent, anders dan op grond van artikel 3.3.3, heeft er recht op dat de zorgaanbieder vóór, dan wel zo spoedig mogelijk na de aanvang van de zorgverlening een bespreking met hem organiseert teneinde afspraken te maken over:

  • de doelen die met betrekking tot de zorgverlening voor een bepaalde periode worden gesteld, en de wijze waarop de zorgaanbieder en de verzekerde de gestelde doelen trachten te bereiken;
  • de zorgverleners die voor de verschillende onderdelen van de zorgverlening verantwoordelijk zijn, de wijze waarop afstemming tussen die zorgverleners plaatsvindt, en wie de verzekerde op die afstemming kan aanspreken;
  • de wijze waarop de verzekerde zijn leven wenst in te richten en de ondersteuning die de verzekerde daarbij van de zorgaanbieder zal ontvangen;
  • de frequentie waarmee en de omstandigheden waaronder een en ander met de verzekerde zal worden geëvalueerd en geactualiseerd.

De zorgaanbieder legt binnen zes weken na aanvang van de zorgverlening, onderscheidenlijk een evaluatie en actualisatie, de uitkomsten van de in artikel 8.1.1 bedoelde bespreking vast in een zorgplan en verstrekt terstond een afschrift van het zorgplan aan de verzekerde of aan een vertegenwoordiger.

2025: Wet langdurige zorg, art. 8.1.1 en 8.1.3 lid 1


Jeugdwet
familiegroepsplan: hulpverleningsplan of plan van aanpak opgesteld door de ouders, samen met bloedverwanten, aanverwanten of anderen die tot de sociale omgeving van de jeugdige behoren;

2025: Jeugdwet, art. 1.1

Bij het uitvoeren van artikel 4.1.1 en indien sprake is van vroege signalering van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen biedt de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling als eerste de mogelijkheid om, binnen een redelijke termijn, een familiegroepsplan op te stellen. Het voorgaande is niet van toepassing op de gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert of die de voogdij uitoefent in het geval dat het gezag van de ouders is beëindigd. Slechts indien de ouders aan de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling te kennen hebben gegeven dat zij geen gebruik wensen te maken van de in de eerste zin bedoelde mogelijkheid, concrete bedreigingen in de ontwikkeling van het kind hiertoe aanleiding geven of de belangen van het kind anderszins geschaad worden, kan de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling hiervan afzien.

  1. In dit artikel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder plan: hulpverleningsplan of plan van aanpak.
  2. Indien afgezien wordt van het opstellen van een familiegroepsplan omvat het uitvoeren van artikel 4.1.1 het werken op basis van een plan dat zoveel mogelijk in samenspraak met de jeugdige en de ouders is opgesteld en dat is afgestemd op de behoeften van de jeugdige.
  3. Indien sprake is van pleegzorg vindt over het plan tevens overleg met de betrokken pleegouder plaats.
  4. Tenzij het de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering of gesloten jeugdhulp betreft, kan het plan mondeling overeen worden gekomen met de jeugdige en de ouders. Indien de jeugdige, een van de ouders of de jeugdhulpaanbieder dat wenst, wordt het plan binnen veertien dagen op schrift gesteld.
  5. Het plan wordt vastgesteld uiterlijk binnen zes weken nadat is komen vast te staan dat afgezien wordt van het opstellen van een familiegroepsplan.
  6. Indien het plan betrekking heeft op pleegzorg, behoeft het plan de instemming van de pleegouder, voor zover het betreft de omschrijving daarin van zijn rol in het hulpverleningsproces en van de wijze waarop de begeleiding door de pleegzorgaanbieder plaatsvindt.

2025: Jeugdwet, art. 4.1.2 en 4.1.3


Zorgverzekeringswet

Deze regeling is van toepassing op zorgaanbieders die verpleging en verzorging leveren als omschreven in artikel 1 van deze regeling en de prestatiebeschrijvingen genoemd in de Beleidsregel verpleging en verzorging en de Beleidsregel experiment integrale prestaties verpleging en verzorging declareren.

2025: Regeling verpleging en verzorging art. 3

De geleverde zorg moet, als gevolg van het hiervoor genoemde audit-trail, navolgbaar zijn. Het verpleegkundig proces, het methodisch werken (anamnese, diagnose, planning, uitvoering en evaluatie) en de bijbehorende verslaglegging moet goed verankerd zijn binnen de organisatie. Dit betekent dat de geleverde zorg die valt onder directe contacttijd dan wel verplaatste directe contacttijd navolgbaar verantwoord wordt in het zorgplan, de planning en/of de voortgangsrapportage.

2025: Regeling verpleging en verzorging art. 4 lid 4

Het kan voorkomen dat in urgente situaties geen uitgewerkt zorgplan wordt opgesteld, bijvoorbeeld bij urgent palliatief terminale zorg; in dat geval wordt er ‘hands-on’ zorg verleend conform het zorgpad in de stervensfase en vindt dossiervorming plaats in de voortgangsrapportage.

2025: Handreiking registratiestandaard wijkverpleging, p. 8


Wet Maatschappelijke Ondersteuning

Bij verstrekking in natura van hulp bij het huishouden, individuele begeleiding, groepsbegeleiding, kortdurend verblijf en verschillende vormen van beschermd wonen maakt de aanbieder samen met de inwoner een ondersteuningsplan. In het ondersteuningsplan zijn minimaal de volgende zaken opgenomen: de resultaatafspraken, waar de ondersteuning op is gericht, de gemiddelde omvang in minuten, uren, dagdelen, dagen of etmalen. En de frequentie van de activiteiten. Dit ondersteuningsplan is de verdere motivering van het besluit op de aanvraag.

2025: Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning ’s-Hertogenbosch 2024, hfst. 2 art. 2.c


Interpretaties

De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:

  1. Binnen de WMO kan het beleid met betrekking tot verplicht opstellen van een zorgplan per gemeente verschillen. In de controle nemen we alle cliënten in zorg mee, ongeacht financieringsstroom en financier.
  2. Instellingen hanteren verschillende namen voor het zorgplan, de volgende namen kunnen voorkomen; ondersteuningsplan, zorgleefplan, revalidatieplan, verpleegplan, persoonlijk ontwikkelingsplan, individueel plan, behandelplan, zorgplan.
  3. Een zorgplan wordt enkel als actief gezien tussen de begin- en einddatum van het zorgplan.
  4. De controle herkent geleverde zorg aan de hand van productie, en vult dit voor de laatste 2 maanden aan met contacten en declaratieregels. Voor de geleverde zorg binnen een zorgperiode wordt bepaald of een actief zorgplan aanwezig was.
  5. Gesignaleerde dagen worden samengevoegd in periodes waarin een zorgplan ontbrak.
Instelbaar

De volgende zaken zijn instelbaar:

  1. Startdatum: Vanaf deze datum worden zorg en zorgplannen gecontroleerd.
  2. Termijn: Periode vanaf start zorg waarin niet gesignaleerd wordt (Standaard = geen).
  3. Marge: Als er langer dan deze periode geen zorgplan is wordt er gesignaleerd (Standaard = geen).
  4. Financieringen uitsluiten: Zorgleveringen met deze financieringen worden niet meegenomen in de controle (Standaard = Geen)
  5. Product uitsluiten: Zorgleveringen uit dit product worden niet meegenomen in de controle (Standaard = Geen)
Programmeerbare norm

Er is sprake van “Zorgplan - Zorglevering in periode zonder Zorgplan (R45244)” als aan de volgende selectie is voldaan:

1) Cliënt heeft zorg ontvangen sinds Startdatum

 

2) Dagen waarop zorg is geleverd (excl. instelbare uitsluitingen)

 

3) De dagen vallen in een periode zonder actief zorgplan


Controlemassa data-analyse

Uitkomst data-analyse

Logica: 1 en 2 en 3

Berekening financiële impact

Zie GHZ-VVT Financiële impactbepaling - Vast bedrag per actie