Zorgplan - Zorglevering in periode zonder Zorgplan (R45244)
Referentienummer: R45244
Behoort tot Normenkader ValueCare
GHZ-VVT Rechtmatigheid
GHZ-VVT Productieverantwoording
Samenvatting
Wanneer er zorg aan een cliënt wordt geleverd dient er voor deze cliënt ook een zorgplan aanwezig te zijn. Hierin staat beschreven welke zorg geleverd wordt. Wanneer er aanpassingen in de zorgverlening zijn (structureel meer/minder zorg), moet dit ook in het zorgplan aangegeven worden. Zonder plan is de zorg niet rechtmatig. Deze controle signaleert een periode waarin de cliënt zorg ontving, maar waarvoor geen zorgplan aanwezig is.
Risico
Er is geen zorgplan aanwezig.
Regelgeving / beleid
| 2024 |
|---|
| Wet langdurige zorg
Zorgplan: schriftelijk of elektronisch als zodanig vastgelegde uitkomsten van hetgeen met de verzekerde dan wel een vertegenwoordiger van de verzekerde is besproken met betrekking tot de in artikel 8.1.1 genoemde onderwerpen. 2024: Wet langdurige zorg, art. 1.1.1 De verzekerde aan wie een zorgaanbieder zorg verleent, anders dan op grond van artikel 3.3.3, heeft er recht op dat de zorgaanbieder vóór, dan wel zo spoedig mogelijk na de aanvang van de zorgverlening een bespreking met hem organiseert teneinde afspraken te maken over:
De zorgaanbieder legt binnen zes weken na aanvang van de zorgverlening, onderscheidenlijk een evaluatie en actualisatie, de uitkomsten van de in artikel 8.1.1 bedoelde bespreking vast in een zorgplan en verstrekt terstond een afschrift van het zorgplan aan de verzekerde of aan een vertegenwoordiger. 2024: Wet langdurige zorg, art. 8.1.1 en 8.1.3 lid 1
2024: Jeugdwet, art. 1.1 Bij het uitvoeren van artikel 4.1.1 en indien sprake is van vroege signalering van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen biedt de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling als eerste de mogelijkheid om, binnen een redelijke termijn, een familiegroepsplan op te stellen. Het voorgaande is niet van toepassing op de gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert of die de voogdij uitoefent in het geval dat het gezag van de ouders is beëindigd. Slechts indien de ouders aan de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling te kennen hebben gegeven dat zij geen gebruik wensen te maken van de in de eerste zin bedoelde mogelijkheid, concrete bedreigingen in de ontwikkeling van het kind hiertoe aanleiding geven of de belangen van het kind anderszins geschaad worden, kan de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling hiervan afzien.
2024: Jeugdwet, art. 4.1.2 en 4.1.3
Deze regeling is van toepassing op zorgaanbieders die verpleging en verzorging leveren als omschreven in artikel 1 van deze regeling en de prestatiebeschrijvingen genoemd in de Beleidsregel verpleging en verzorging en de Beleidsregel experiment cliëntprofielen verpleging en verzorging declareren. 2024: NR/REG-2407, art. 3 De geleverde zorg moet, als gevolg van het hiervoor genoemde audit-trail, navolgbaar zijn. Het verpleegkundig proces, het methodisch werken (anamnese, diagnose, planning, uitvoering en evaluatie) en de bijbehorende verslaglegging moet goed verankerd zijn binnen de organisatie. Dit betekent dat de geleverde zorg die valt onder directe contacttijd dan wel verplaatste directe contacttijd navolgbaar verantwoord wordt in het zorgplan, de planning en/of de voortgangsrapportage. 2024: NR/REG-2407, art. 4 lid 4 Het kan voorkomen dat in urgente situaties geen uitgewerkt zorgplan wordt opgesteld, bijvoorbeeld bij urgent palliatief terminale zorg; in dat geval wordt er ‘hands-on’ zorg verleend conform het zorgpad in de stervensfase en vindt dossiervorming plaats in de voortgangsrapportage. 2024: Handreiking registratiestandaard wijkverpleging, p. 8
Bij verstrekking in natura van hulp bij het huishouden, individuele begeleiding, groepsbegeleiding, kortdurend verblijf en verschillende vormen van beschermd wonen maakt de aanbieder samen met de inwoner een ondersteuningsplan. In het ondersteuningsplan zijn minimaal de volgende zaken opgenomen: de resultaatafspraken, waar de ondersteuning op is gericht, de gemiddelde omvang in minuten, uren, dagdelen, dagen of etmalen. En de frequentie van de activiteiten. Dit ondersteuningsplan is de verdere motivering van het besluit op de aanvraag. 2024: Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning ’s-Hertogenbosch 2024, hfst. 2 art. 2.c |
| 2025 |
|---|
| Wet langdurige zorg
Zorgplan: schriftelijk of elektronisch als zodanig vastgelegde uitkomsten van hetgeen met de verzekerde dan wel een vertegenwoordiger van de verzekerde is besproken met betrekking tot de in artikel 8.1.1 genoemde onderwerpen; 2025: Wet langdurige zorg, art. 1.1.1 De verzekerde aan wie een zorgaanbieder zorg verleent, anders dan op grond van artikel 3.3.3, heeft er recht op dat de zorgaanbieder vóór, dan wel zo spoedig mogelijk na de aanvang van de zorgverlening een bespreking met hem organiseert teneinde afspraken te maken over:
De zorgaanbieder legt binnen zes weken na aanvang van de zorgverlening, onderscheidenlijk een evaluatie en actualisatie, de uitkomsten van de in artikel 8.1.1 bedoelde bespreking vast in een zorgplan en verstrekt terstond een afschrift van het zorgplan aan de verzekerde of aan een vertegenwoordiger. 2025: art. 8.1.1 en 8.1.3 lid 1
2025: Jeugdwet, art. 1.1 Bij het uitvoeren van artikel 4.1.1 en indien sprake is van vroege signalering van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen biedt de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling als eerste de mogelijkheid om, binnen een redelijke termijn, een familiegroepsplan op te stellen. Het voorgaande is niet van toepassing op de gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert of die de voogdij uitoefent in het geval dat het gezag van de ouders is beëindigd. Slechts indien de ouders aan de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling te kennen hebben gegeven dat zij geen gebruik wensen te maken van de in de eerste zin bedoelde mogelijkheid, concrete bedreigingen in de ontwikkeling van het kind hiertoe aanleiding geven of de belangen van het kind anderszins geschaad worden, kan de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling hiervan afzien.
2025: Jeugdwet, art. 4.1.2 en 4.1.3
Deze regeling is van toepassing op zorgaanbieders die verpleging en verzorging leveren als omschreven in artikel 1 van deze regeling en de prestatiebeschrijvingen genoemd in de Beleidsregel verpleging en verzorging en de Beleidsregel experiment integrale prestaties verpleging en verzorging declareren. 2025: Regeling verpleging en verzorging art. 3 De geleverde zorg moet, als gevolg van het hiervoor genoemde audit-trail, navolgbaar zijn. Het verpleegkundig proces, het methodisch werken (anamnese, diagnose, planning, uitvoering en evaluatie) en de bijbehorende verslaglegging moet goed verankerd zijn binnen de organisatie. Dit betekent dat de geleverde zorg die valt onder directe contacttijd dan wel verplaatste directe contacttijd navolgbaar verantwoord wordt in het zorgplan, de planning en/of de voortgangsrapportage. 2025: Regeling verpleging en verzorging art. 4 lid 4 Het kan voorkomen dat in urgente situaties geen uitgewerkt zorgplan wordt opgesteld, bijvoorbeeld bij urgent palliatief terminale zorg; in dat geval wordt er ‘hands-on’ zorg verleend conform het zorgpad in de stervensfase en vindt dossiervorming plaats in de voortgangsrapportage. 2025: Handreiking registratiestandaard wijkverpleging, p. 8
Bij verstrekking in natura van hulp bij het huishouden, individuele begeleiding, groepsbegeleiding, kortdurend verblijf en verschillende vormen van beschermd wonen maakt de aanbieder samen met de inwoner een ondersteuningsplan. In het ondersteuningsplan zijn minimaal de volgende zaken opgenomen: de resultaatafspraken, waar de ondersteuning op is gericht, de gemiddelde omvang in minuten, uren, dagdelen, dagen of etmalen. En de frequentie van de activiteiten. Dit ondersteuningsplan is de verdere motivering van het besluit op de aanvraag. 2025: Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning ’s-Hertogenbosch 2024, hfst. 2 art. 2.c |
Interpretaties
De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:
- Binnen de WMO kan het beleid met betrekking tot verplicht opstellen van een zorgplan per gemeente verschillen. In de controle nemen we alle cliënten in zorg mee, ongeacht financieringsstroom en financier.
- Instellingen hanteren verschillende namen voor het zorgplan, de volgende namen kunnen voorkomen; ondersteuningsplan, zorgleefplan, revalidatieplan, verpleegplan, persoonlijk ontwikkelingsplan, individueel plan, behandelplan, zorgplan.
- Een zorgplan wordt enkel als actief gezien tussen de begin- en einddatum van het zorgplan.
- De controle herkent geleverde zorg aan de hand van productie, en vult dit voor de laatste 2 maanden aan met contacten en declaratieregels. Voor de geleverde zorg binnen een zorgperiode wordt bepaald of een actief zorgplan aanwezig was.
- Gesignaleerde dagen worden samengevoegd in periodes waarin een zorgplan ontbrak.
Instelbaar
De volgende zaken zijn instelbaar:
- Startdatum: Vanaf deze datum worden zorg en zorgplannen gecontroleerd.
- Termijn: Periode vanaf start zorg waarin niet gesignaleerd wordt (Standaard = geen).
- Marge: Als er langer dan deze periode geen zorgplan is wordt er gesignaleerd (Standaard = geen).
- Financieringen uitsluiten: Zorgleveringen met deze financieringen worden niet meegenomen in de controle (Standaard = Geen)
- Product uitsluiten: Zorgleveringen uit dit product worden niet meegenomen in de controle (Standaard = Geen)
Programmeerbare norm
Er is sprake van “Zorgplan - Zorglevering in periode zonder Zorgplan (R45244)” als aan de volgende selectie is voldaan:
|
1) Cliënt heeft zorg ontvangen sinds Startdatum |
|---|
|
2) Dagen waarop zorg is geleverd (excl. instelbare uitsluitingen) |
|
3) De dagen vallen in een periode zonder actief zorgplan |
| Controlemassa data-analyse | |
| Uitkomst data-analyse |
Logica: 1 en 2 en 3
Berekening financiële impact
Zie GHZ-VVT Financiële impactbepaling - Vast bedrag per actie