Niet gekoppelde verrichting binnen looptijd van parallelle subtrajecten (N4405)

Uit normenkaderzorg.nl
Versie door Jlinde (overleg | bijdragen) op 11 apr 2025 om 08:07 (Parameter N44xx_VERVALLEN_DBC_SIGNALEREN toegevoegd aan de N4405 pagina)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Referentienummer: N4405
Behoort tot Normenkader ValueCare

Ziekenhuizen Volledigheid

  1. Ziekenhuizen Volledigheid - Einde Behandeling - Koppelen zorgactiviteiten
Samenvatting

Deze norm signaleert acties wanneer een zorgactiviteit binnen de looptijd van twee parallelle subtrajecten met het zelfde uitvoerende specialisme is geregistreerd, maar niet gekoppeld is aan één subtraject. Dit duidt erop dat de zorgactiviteit handmatig gekoppeld dient te worden aan het passende parallelle subtraject, waardoor het subtraject (anders) afleidt.

Regelgeving / beleid
2021
Ondersteunend specialist

Een specialist die niet als poortspecialist fungeert en die medisch-specialistische zorghandelingen uitvoert in het kader van een zorgtraject van een poortspecialist. Een ondersteunend specialist heeft dus geen eigen zorgtraject.
Als ondersteunende specialismen worden de volgende specialismen onderscheiden: radiologie (0362), nucleaire geneeskunde (0363), klinische chemie (0386), medische microbiologie (0387), pathologie (0388), anesthesiologie (0389) en klinische genetica (0390). In bepaalde gevallen kan een ondersteunend specialist wel de poortfunctie uitvoeren en is er sprake van een eigen zorgtraject. Dit geldt voor: een interventie-radioloog (0362), een anesthesist als pijnbestrijder (0389) en een klinisch geneticus (0390).

Poortfunctie
Typering van een zorgaanbieder die een zorgtraject voor medisch-specialistische zorg kan starten. De poortfunctie kan uitgevoerd worden door de poortspecialist en de volgende ondersteunende specialisten: interventie-radioloog (0362), anesthesist als pijnbestrijder (0389) en klinisch geneticus (0390). Daarnaast kan de poortfunctie ook uitgevoerd worden door de volgende beroepsbeoefenaren, niet zijnde medisch specialisten: arts-assistent, klinisch fysicus audioloog (1900), specialist ouderengeneeskunde (8418), SEH-arts KNMG, verpleegkundig specialist, physician assistant en klinisch technologen. Tandarts specialisten voor mondziekten en kaakchirurgie kunnen ook een poortfunctie uitvoeren, maar declareren alleen overige zorgproducten.

Poortspecialist
De medisch specialist van het poortspecialisme waarnaar een patiënt wordt verwezen voor medisch-specialistische zorg. Als poortspecialismen worden de volgende specialismen onderscheiden: oogheelkunde (0301), KNO (0302), heelkunde/chirurgie (0303), plastische chirurgie (0304), orthopedie (0305), urologie (0306), gynaecologie (0307), neurochirurgie (0308), dermatologie (0310), inwendige geneeskunde (0313), kindergeneeskunde/neonatologie (0316), gastro-enterologie/mdl (0318), cardiologie (0320), longgeneeskunde (0322), reumatologie (0324), allergologie (0326), revalidatie (0327), cardio-pulmonale chirurgie (0328), consultatieve psychiatrie (0329), neurologie (0330), klinische geriatrie (0335), radiotherapie (0361) en sportgeneeskunde.

2021: NR/REG-2103a art. 1 lid aa, dd en ee


Een zorgtraject met subtraject ZT11 wordt door de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert geopend indien de patiënt zich meldt met een nieuwe zorgvraag bij een instelling. Voor deze zorgvraag is bij het betreffende specialismen binnen deze instelling nog geen zorgtraject geopend. Dit blijkt uit het medisch dossier.

2021: NR/REG-2103a art. 5 lid 1


De zorgverlener zorgt ervoor dat de declaratiedataset die aan een grouper wordt aangeboden uitsluitend zorgactiviteiten bevat die zijn gekoppeld aan een subtraject ter beantwoording van een zorgvraag van de patiënt met inachtneming van de bepalingen van deze regeling.

2021: NR/REG-2103a art. 30 lid 1

2022
Ondersteunend specialist
Een specialist die niet als poortspecialist fungeert en die medisch-specialistische zorghandelingen uitvoert in het kader van een zorgtraject van een poortspecialist. Een ondersteunend specialist heeft dus geen eigen zorgtraject. Als ondersteunende specialismen worden de volgende specialismen onderscheiden: radiologie (0362), nucleaire geneeskunde (0363), klinische chemie (0386), medische microbiologie (0387), pathologie (0388), anesthesiologie (0389) en klinische genetica (0390). In bepaalde gevallen kan een ondersteunend specialist wel de poortfunctie uitvoeren en is er sprake van een eigen zorgtraject. Dit geldt voor: een interventie-radioloog (0362), een anesthesist als pijnbestrijder (0389) en een klinisch geneticus (0390).

Poortfunctie
Typering van een zorgaanbieder die een zorgtraject voor medisch-specialistische zorg kan starten. De poortfunctie kan uitgevoerd worden door de poortspecialist en de volgende ondersteunende specialisten: interventie-radioloog (0362), anesthesist als pijnbestrijder (0389) en klinisch geneticus (0390). Daarnaast kan de poortfunctie ook uitgevoerd worden door de volgende beroepsbeoefenaren, niet zijnde medisch specialisten: arts-assistent, klinisch fysicus audioloog (1900), specialist ouderengeneeskunde (8418), SEH-arts KNMG, verpleegkundig specialist, physician assistant en klinisch technologen. Tandarts-specialisten voor mondziekten en kaakchirurgie kunnen ook een poortfunctie uitvoeren, maar declareren alleen overige zorgproducten.

Poortspecialist
De medisch specialist van het poortspecialisme waarnaar een patiënt wordt verwezen voor medisch-specialistische zorg. Als poortspecialismen worden de volgende specialismen onderscheiden: oogheelkunde (0301), KNO (0302), heelkunde/chirurgie (0303), plastische chirurgie (0304), orthopedie (0305), urologie (0306), gynaecologie (0307), neurochirurgie (0308), dermatologie (0310), inwendige geneeskunde (0313), kindergeneeskunde/neonatologie (0316), gastro-enterologie/mdl (0318), cardiologie (0320), longgeneeskunde (0322), reumatologie (0324), allergologie (0326), revalidatie (0327), cardio-pulmonale chirurgie (0328), consultatieve psychiatrie (0329), neurologie (0330), klinische geriatrie (0335), radiotherapie (0361) en sportgeneeskunde (8416).

2022: NR/REG-2207a art. 1 lid aa, dd en ee


Een zorgtraject met subtraject ZT11 wordt door de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert geopend indien de patiënt zich meldt met een nieuwe zorgvraag bij een instelling. Voor deze zorgvraag is bij het betreffende specialismen binnen deze instelling nog geen zorgtraject geopend. Dit blijkt uit het medisch dossier.

2022: NR/REG-2207a art. 5 lid 1


De zorgverlener zorgt ervoor dat de declaratiedataset die aan een grouper wordt aangeboden uitsluitend zorgactiviteiten bevat die zijn gekoppeld aan een subtraject ter beantwoording van een zorgvraag van de patiënt met inachtneming van de bepalingen van deze regeling.

2022: NR/REG-2207a art. 30 lid 1

2023
Ondersteunend specialist

Een specialist die niet als poortspecialist fungeert en die medisch-specialistische zorghandelingen uitvoert in het kader van een zorgtraject van een poortspecialist. Een ondersteunend specialist heeft dus geen eigen zorgtraject. Als ondersteunende specialismen worden de volgende specialismen onderscheiden: radiologie (0362), nucleaire geneeskunde (0363), klinische chemie (0386), medische microbiologie (0387), pathologie (0388), anesthesiologie (0389) en klinische genetica (0390). In bepaalde gevallen kan een ondersteunend specialist wel de poortfunctie uitvoeren en is er sprake van een eigen zorgtraject. Dit geldt voor: een interventie-radioloog (0362), een anesthesist als pijnbestrijder (0389) en een klinisch geneticus (0390).

Poortfunctie
Typering van een zorgaanbieder die een zorgtraject voor medisch-specialistische zorg kan starten. De poortfunctie kan uitgevoerd worden door de poortspecialist en de volgende ondersteunende specialisten: interventie-radioloog (0362), anesthesist als pijnbestrijder (0389) en klinisch geneticus (0390). Daarnaast kan de poortfunctie ook uitgevoerd worden door de volgende beroepsbeoefenaren, niet zijnde medisch specialisten: arts-assistent, klinisch fysicus audioloog (1900), specialist ouderengeneeskunde (8418), SEH-arts KNMG, verpleegkundig specialist, physician assistant en klinisch technologen. Tandarts-specialisten voor mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie kunnen ook een poortfunctie uitvoeren, maar declareren alleen overige zorgproducten.

Poortspecialist
De medisch specialist van het poortspecialisme waarnaar een patiënt wordt verwezen voor medisch-specialistische zorg. Als poortspecialismen worden de volgende specialismen onderscheiden: oogheelkunde (0301), KNO (0302), heelkunde/chirurgie (0303), plastische chirurgie (0304), orthopedie (0305), urologie (0306), gynaecologie (0307), neurochirurgie (0308), dermatologie (0310), inwendige geneeskunde (0313), kindergeneeskunde/neonatologie (0316), gastro-enterologie/mdl (0318), cardiologie (0320), longgeneeskunde (0322), reumatologie (0324), allergologie (0326), revalidatiegeneeskunde (0327), cardio-pulmonale chirurgie (0328), consultatieve psychiatrie (0329), neurologie (0330), klinische geriatrie (0335), radiotherapie (0361) en sportgeneeskunde (8416).

2023: NR/REG-2306a art. 1 lid aa, dd en ee


Een zorgtraject met subtraject ZT11 wordt door de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert geopend indien de patiënt zich meldt met een nieuwe zorgvraag bij een instelling. Voor deze zorgvraag is bij het betreffende specialismen binnen deze instelling nog geen zorgtraject geopend. Dit blijkt uit het medisch dossier.

2023: NR/REG-2306a art. 5 lid 1


De zorgverlener zorgt ervoor dat de declaratiedataset die aan een grouper wordt aangeboden uitsluitend zorgactiviteiten bevat die zijn gekoppeld aan een subtraject ter beantwoording van een zorgvraag van de patiënt met inachtneming van de bepalingen van deze regeling.

2023: NR/REG-2306a art. 30 lid 1

2024
Ondersteunend specialist

Een specialist die niet als poortspecialist fungeert en die medisch-specialistische zorghandelingen uitvoert in het kader van een zorgtraject van een poortspecialist. Een ondersteunend specialist heeft dus geen eigen zorgtraject. Als ondersteunende specialismen worden de volgende specialismen onderscheiden: radiologie (0362), nucleaire geneeskunde (0363), klinische chemie (0386), medische microbiologie (0387), pathologie (0388), anesthesiologie (0389) en klinische genetica (0390). In bepaalde gevallen kan een ondersteunend specialist wel de poortfunctie uitvoeren en is er sprake van een eigen zorgtraject. Dit geldt voor: een interventie-radioloog (0362), een anesthesist als pijnbestrijder (0389) en een klinisch geneticus (0390).

Poortfunctie
Typering van een zorgaanbieder die een zorgtraject voor medisch-specialistische zorg kan starten. De poortfunctie kan uitgevoerd worden door de poortspecialist en de volgende ondersteunende specialisten: interventie-radioloog (0362), anesthesist als pijnbestrijder (0389) en klinisch geneticus (0390). Daarnaast kan de poortfunctie ook uitgevoerd worden door de volgende beroepsbeoefenaren, niet zijnde medisch specialisten: arts-assistent, klinisch fysicus audioloog (1900), specialist ouderengeneeskunde (8418), SEH-arts KNMG, verpleegkundig specialist, physician assistant en klinisch technologen. Tandarts-specialisten voor mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie kunnen ook een poortfunctie uitvoeren, maar declareren alleen overige zorgproducten.

Poortspecialist
De medisch specialist van het poortspecialisme waarnaar een patiënt wordt verwezen voor medisch-specialistische zorg. Als poortspecialismen worden de volgende specialismen onderscheiden: oogheelkunde (0301), KNO (0302), heelkunde/chirurgie (0303), plastische chirurgie (0304), orthopedie (0305), urologie (0306), gynaecologie (0307), neurochirurgie (0308), dermatologie (0310), inwendige geneeskunde (0313), kindergeneeskunde/neonatologie (0316), gastro-enterologie/mdl (0318), cardiologie (0320), longgeneeskunde (0322), reumatologie (0324), allergologie (0326), revalidatiegeneeskunde (0327), cardio-pulmonale chirurgie (0328), consultatieve psychiatrie (0329), neurologie (0330), klinische geriatrie (0335), radiotherapie (0361) en sportgeneeskunde (8416).

2024: NR/REG-2403a art. 1 lid aa, dd en ee


Een zorgtraject met subtraject ZT11 wordt door de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert geopend indien de patiënt zich meldt met een nieuwe zorgvraag bij een instelling. Voor deze zorgvraag is bij het betreffende specialismen binnen deze instelling nog geen zorgtraject geopend. Dit blijkt uit het medisch dossier.

2024: NR/REG-2403a art. 5 lid 1


De zorgverlener zorgt ervoor dat de declaratiedataset die aan een grouper wordt aangeboden uitsluitend zorgactiviteiten bevat die zijn gekoppeld aan een subtraject ter beantwoording van een zorgvraag van de patiënt met inachtneming van de bepalingen van deze regeling.

2024: NR/REG-2403a art. 30 lid 1

Interpretaties

De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:

  1. Aanleiding voor het ontwikkelen van deze norm is dat parallelle DBC's binnen HiX open blijven staan als er een ongekoppelde verrichting is die niet automatisch aan één subtraject gekoppeld kan worden. Wanneer men op de N4400 en N4445 ingesteld heeft dan acties pas gesignaleerd worden als de DBC gesloten en gegrouperd is dan komen deze DBC's niet naar voren op de betreffende actielijsten.
  2. Sommige EPD's koppelen zorgactiviteiten automatisch bij sluiten van de DBC als er op de verrichtingsdatum een enkele DBC voor het aanvragend of uitvoerend specialisme van de zorgactiviteit aanwezig is. Als het ziekenhuis deze acties niet standaard wil terugzien raden we het volgende aan:
    • N4400/N4445: uitsluiten van acties indien er een open DBC aanwezig is. Dit kan via een parameter. Acties stromen dan pas in als er een gesloten DBC aanwezig is voor aanvragend of uitvoerend specialisme van de zorgactiviteit.
    • N4405 in gebruik nemen. Deze norm ondersteunt als er parallelliteit voor aanvragend en/of uitvoerend specialisme aanwezig is.
  3. Op basis van de overige zorgproduct bepaling, welke beschreven staat in de BR/REG-17156 artikel 7, wordt bepaald welke zorgactiviteiten onder ‘niet los te declareren typerende zorgactiviteit’ vallen.
  4. DBC's met de status niet-declarabel nemen we niet mee als mogelijk parallelle DBC's.
  5. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter kan er vertraagd worden op de berekende sluitdatum van een DBC die het vroegst in de toekomst ligt. De sluitdatum wordt berekend a.d.h.v. verrichtingen die volgens het ValueCare koppelmechanisme aan een bepaalde DBC gekoppeld zijn/gaan worden en a.d.h.v. een maximale looptijd van 120 dagen. Het kan hierdoor gebeuren dat de door ValueCare berekende sluitdatum enigszins afwijkt van de door het ziekenhuis berekende sluitdatum. (N4405_VERTR_VERW_SLUITDATUM)
  6. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter kunnen uitvoerende specialismen uitgesloten worden. Standaard worden er geen specialismen uitgesloten. (N4405_UITSL_SPEC_UITV)
  7. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter kunnen aanvragende specialismen uitgesloten worden. Standaard worden er geen specialismen uitgesloten. (N4405_UITSL_SPEC_AANV)
  8. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter kunnen landelijke CTG-codes uitgesloten worden van signalering. Standaard worden er geen zorgactiviteiten uitgesloten. (N4405_UITSL_CTG_CODE)
  9. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter kunnen CBV-codes uitgesloten worden van signalering. Standaard worden er geen zorgactiviteiten uitgesloten. (N4405_UITSL_VERR_CODE)
  10. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter kunnen alle verrichtingen met zorgprofielklassen 8 (klinische chemie en haematologie), 9 (microbiologie en parasitologie) en 11 (overige laboratoriumverrichtingen) getoond worden. Standaard sluiten we alle verrichtingen met zorgprofielklasse 8, 9 en 11 uit m.u.v. ordertarieven conform de programmeerbare norm. (N4405_UITSL_LAB_MUV_ORDERTARIEF)
    1. Onder ordertarieven vallen de volgende verrichtingen:
      1. 079989 Ordertarief klinisch-chemische en microbiologische laboratorium bloedonderzoeken, exclusief bloedafname.
      2. 079990 Toeslag op ordertarief bij decentrale afname van patiëntmateriaal.
      3. 079991 Ordertarief klinisch-chemische en microbiologische laboratoriumonderzoeken, inclusief bloedafname.
      4. 079995 INR-bepaling (incl. ordertarief).
  11. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om bepaalde zorgprofielklassen uit te sluiten van signalering. Default worden alle zorgprofielklassen getoond. (N4405_UITSL_ZPK)
  12. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om zwevende verrichtingen uit te sluiten indien deze op basis van de koppeltabel bij sluiting gekoppeld gaan worden. Default worden deze verrichtingen niet uitgesloten. (N4405_UITSL_HIX_KOPPELTABEL)
  13. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om verrichtingen te signaleren die gekoppeld zijn aan een vervallen DBC. Standaard worden deze verrichtingen niet gesignaleerd. Deze parameter is van invloed op de N4400, N4405, N4440 en N4445. Werkt niet voor EPIC. (N44xx_VERVALLEN_DBC_SIGNALEREN)
Programmeerbare norm

Er is sprake van “Niet gekoppelde verrichting binnen looptijd van parallelle subtrajecten (N4405)” als aan de volgende selectie is voldaan:

1) Alle landelijke zorgactiviteiten die niet los gedeclareerd worden


2) De zorgactiviteit is niet hard gekoppeld aan een subtraject


3) De zorgactiviteit betreft geen lab zorgactiviteit (ZPK gelijk aan 8, 9, 11) m.u.v. ordertarieven (079989, 079990, 079991, 079995)




4a) De zorgactiviteit is geregistreerd door een poortspecialisme
EN
er zijn minstens twee parallelle subtrajecten voor het uitvoerende specialisme op de verrichtingsdatum

4b) De zorgactiviteit is geregistreerd door een ondersteunend specialisme
EN
er zijn minstens twee parallelle subtrajecten voor het aanvragend specialisme op de verrichtingsdatum

4c) De zorgactiviteit is geregistreerd door een ondersteunend specialisme dat kan functioneren als poortspecialisme (AGB specialisme 0362, 0389 en 0390)
EN
er zijn minstens twee parallelle subtrajecten voor het uitvoerende specialisme en/of aanvragende specialisme

Logica: 1 en 2 en 3 en (4a of 4b of 4c)

Te nemen actie

Verrichting(en) koppelen aan het passende subtraject.

Berekening financiële impact

Het waardeverschil van het subtraject na het toevoegen van de gesignaleerde zorgactiviteit wordt getoond als financiële impact. Als er meerdere zorgactiviteiten gesignaleerd worden waarbij we dezelfde DBC voorstellen, dan wordt de totale toegevoegde waarde van al deze zorgactiviteiten aan de desbetreffende DBC gedeeld door het aantal gesignaleerde zorgactiviteiten en dit bedrag getoond als impact per actie. Dit betekent dus dat we de afleiding van de DBC niet per individueel voor de zorgactiviteit berekenen, maar dat we naar het totaalbedrag kijken en dit bedrag over de acties verdelen.

Het subtraject dat als eerste geopend is wordt gebruikt om de gesignaleerde zorgactiviteit(en) aan te koppelen. Bij specialismen 0362, 0389 en 0390 koppelen we bij voorkeur aan het aanvragend specialisme.