Deprecated: Use of MediaWiki\Skin\Skin::appendSpecialPagesLinkIfAbsent was deprecated in MediaWiki 1.44. [Called from MediaWiki\Skin\Skin::buildSidebar in /var/www/html/includes/skins/Skin.php at line 1639] in /var/www/html/includes/debug/MWDebug.php on line 386
Verslag wijst op gemiste zorgactiviteit ICC of medebehandeling (N4998)
Deze norm signaleert acties wanneer een ICC- of medebehandelingverslag aanwezig is, maar er geen bijbehorende zorgactiviteit is geregistreerd. Dit duidt erop dat er een ICC of medebehandeling zorgactiviteit gemist wordt.
Regelgeving / beleid
2021
Openen zorgtraject bij intercollegiaal consult (icc) (met subtraject ZT13)
Een zorgtraject met subtraject ZT13 wordt door de medisch specialist (of arts-assistent, verpleegkundig specialist of physician assistant) die de poortfunctie uitvoert geopend bij een intercollegiaal consult (icc) voor een patiënt die klinisch is opgenomen waarbij één of meer verpleegdagen, klinische zorgdagen in de thuissituatie, ic-dagen of verblijfsdagen ggz op een PAAZ of PUK zijn geregistreerd.
Een specialisme opent per klinische opname van een ander specialisme maximaal één icc zorg/subtraject (dat uit meerdere contacten kan bestaan) voor een intercollegiaal consult.
Wanneer na een icc de behandeling van de patiënt wordt overgenomen of resulteert in een medebehandeling, wordt geen (icc) zorg/subtraject geopend. Het zorgtype van het subtraject wordt omgezet van ZT13 naar ZT11 en de icc-diagnosecode naar de diagnosecode die hoort bij de te behandelen zorgvraag.
Wanneer een specialisme dat de patiënt al onder behandeling heeft, een verzoek krijgt van een ander specialisme voor een intercollegiaal consult, dan opent het eerstgenoemde specialisme een icc-zorg/subtraject naast het reeds lopende zorgtraject voor de eigen reguliere behandeling. De diagnose-combinatietabel is niet van toepassing op icc-zorg/subtrajecten.
Bij een dagverpleging en langdurige observatie zonder overnachting (zorgactiviteit 190091) wordt geen icc-zorg/subtraject geopend.
Klinisch intercollegiaal consult (icc) (190009)
Een diagnostisch of screenend contact van een medisch specialist (of arts-assistent, verpleegkundig specialist of physician assistant) die de poortfunctie uitvoert op verzoek van de hoofdbehandelaar met een patiënt tijdens een klinische opname voor een ander specialisme.
Een icc op afstand dient ter vervanging van een face-to-face contact en dient om die reden zowel zorginhoudelijk als qua tijdsduur te voldoen aan de voorwaarden die ook gelden voor reguliere face-to-face contacten. Van dit contact vindt inhoudelijke verslaglegging plaats in het medisch dossier van de patiënt.
Medebehandeling (190017)
Er is sprake van medebehandeling wanneer een medisch specialist (of arts assistent, verpleegkundig specialist of physician assistant) die de poortfunctie uitvoert een patiënt, op verzoek van een ander poortspecialisme tijdens een klinische opname waarbij één of meer verpleegdagen, klinische zorgdagen in de thuissituatie, ic-dagen (ook NICU of PICU) of verblijfsdagen ggz op een PAAZ of PUK zijn geregistreerd, voor een eigen zorgvraag gaat behandelen. Deze zorgactiviteit wordt per contact met de patiënt in het kader van medebehandeling vastgelegd.
Een medebehandeling op afstand dient ter vervanging van een face-to-face contact en dient om die reden zowel zorginhoudelijk als qua tijdsduur te voldoen aan de voorwaarden die ook gelden voor reguliere face-to-face contacten. Van dit contact vindt inhoudelijke verslaglegging plaats in het medisch dossier van de patiënt.
Ic-consult (190129)
Een intercollegiaal consult, uitgevoerd door een medisch specialist vanuit de ic-afdeling (spoed en niet-spoed). Het consult is aangevraagd door een specialist (of andere beroepsbeoefenaar die handelt onder supervisie van een medisch specialist in het ziekenhuis inclusief de afdeling spoedeisende hulp). In geval van acute dreigende medische calamiteit mag dit consult ook ongevraagd plaatsvinden. Indien een ic-consult leidt tot een ic-dag (op dezelfde kalenderdag) wordt er geen ic-consult geregistreerd.
Openen zorgtraject bij intercollegiaal consult (icc) (met subtraject ZT13)
Een zorgtraject met subtraject ZT13 wordt door de medisch specialist (of arts-assistent, verpleegkundig specialist of physician assistant) die de poortfunctie uitvoert geopend bij een intercollegiaal consult (icc) voor een patiënt die klinisch is opgenomen waarbij één of meer verpleegdagen, klinische zorgdagen in de thuissituatie, ic-dagen of verblijfsdagen ggz op een PAAZ of PUK zijn geregistreerd.
Een specialisme opent per klinische opname van een ander specialisme maximaal één icc zorg/subtraject (dat uit meerdere contacten kan bestaan) voor een intercollegiaal consult.
Wanneer na een icc de behandeling van de patiënt wordt overgenomen of resulteert in een medebehandeling, wordt geen (icc) zorg/subtraject geopend. Het zorgtype van het subtraject wordt omgezet van ZT13 naar ZT11 en de icc-diagnosecode naar de diagnosecode die hoort bij de te behandelen zorgvraag.
Wanneer een specialisme dat de patiënt al onder behandeling heeft, een verzoek krijgt van een ander specialisme voor een intercollegiaal consult, dan opent het eerstgenoemde specialisme een icc-zorg/subtraject naast het reeds lopende zorgtraject voor de eigen reguliere behandeling. De diagnose-combinatietabel is niet van toepassing op icc-zorg/subtrajecten.
Bij een dagverpleging en langdurige observatie zonder overnachting (zorgactiviteit 190091) wordt geen icc-zorg/subtraject geopend.
Klinisch intercollegiaal consult (icc) (190009)
Een diagnostisch of screenend contact van een medisch specialist (of arts-assistent, verpleegkundig specialist of physician assistant) die de poortfunctie uitvoert op verzoek van de hoofdbehandelaar met een patiënt tijdens een klinische opname voor een ander specialisme.
Een icc op afstand dient ter vervanging van een face-to-face contact en dient om die reden zowel zorginhoudelijk als qua tijdsduur te voldoen aan de voorwaarden die ook gelden voor reguliere face-to-face contacten. Van dit contact vindt inhoudelijke verslaglegging plaats in het medisch dossier van de patiënt.
Medebehandeling (190017)
Er is sprake van medebehandeling wanneer een medisch specialist (of arts assistent, verpleegkundig specialist of physician assistant) die de poortfunctie uitvoert een patiënt, op verzoek van een ander poortspecialisme tijdens een klinische opname waarbij één of meer verpleegdagen, klinische zorgdagen in de thuissituatie, ic-dagen (ook NICU of PICU) of verblijfsdagen ggz op een PAAZ of PUK zijn geregistreerd, voor een eigen zorgvraag gaat behandelen. Deze zorgactiviteit wordt per contact met de patiënt in het kader van medebehandeling vastgelegd.
Een medebehandeling op afstand dient ter vervanging van een face-to-face contact en dient om die reden zowel zorginhoudelijk als qua tijdsduur te voldoen aan de voorwaarden die ook gelden voor reguliere face-to-face contacten. Van dit contact vindt inhoudelijke verslaglegging plaats in het medisch dossier van de patiënt.
Ic-consult (190129)
Een intercollegiaal consult, uitgevoerd door een medisch specialist vanuit de ic-afdeling (spoed en niet-spoed). Het consult is aangevraagd door een specialist (of andere beroepsbeoefenaar die handelt onder supervisie van een medisch specialist in het ziekenhuis inclusief de afdeling spoedeisende hulp). In geval van acute dreigende medische calamiteit mag dit consult ook ongevraagd plaatsvinden. Indien een ic-consult leidt tot een ic-dag (op dezelfde kalenderdag) wordt er geen ic-consult geregistreerd.
De volgende zorgactiviteiten worden meegenomen als geldende zorgactiviteiten ICC en medebehandeling:
190009 Klinisch intercollegiaal consult.
190017 Medebehandeling.
190129 IC consult. Intercollegiaal consult buiten de IC, spoed en niet-spoed.
190854 Intercollegiaal consult arts - revalidatie.
Middels een ziekenhuisspecifieke parameter kan ingesteld worden op basis van welke naamgeving een ICC/medebehandeling verslag herkend kan worden. Standaard kijkt de controle voor HiX ziekenhuizen naar het consulttype. Wanneer het consulttype van een verslag ICC is nemen we deze verslagen mee binnen de controle en kijken we niet naar de naamgeving van het verslag.
Er wordt aan de hand van het opnametype bepaald of er sprake is van een klinische opname. Standaard nemen wij de volgende opnametypes als zijnde klinisch mee: KLI|ZZ|LO|IC|GZ|VB|VVI|GM (klinisch, zieke zuigeling, langdurige observatie, Intensive Care, Gezonde zuigeling, Verkeerde beddag, Verblijf vervallen ziekenhuisindicatie, Gezonde moeder).
Toelichting over wat we doen wanneer we specialisme niet kunnen bepalen: volgt later.
Programmeerbare norm
Er is sprake van “Verslag wijst op gemiste zorgactiviteit ICC of medebehandeling (N4998)” als aan de volgende selectie is voldaan:
1) ICC- of medebehandelingverslag aanwezig
2) Op dezelfde kalenderdag is (in de facturatiemodule) geen zorgactiviteit ICC/medebehandeling (190009, 190129, 190854, 190017) met hetzelfde uitvoerende specialisme vastgelegd
3) De dag van verslaglegging voldoet aan de opname-eis van een zorgactiviteit ICC/medebehandeling:
Er is op dezelfde kalenderdag een klinische opname voor een ander specialisme geregistreerd
Logica: 1 en 2 en 3
Te nemen actie
Registreer de ICC/medebehandeling zorgactiviteit op elke relevante kalenderdag.
Berekening financiële impact
Er is een subtraject met ZT11, 21, 13 of 51 aanwezig voor het specialisme van de verslaglegging:
Het waardeverschil van het subtraject na het toevoegen van de meest aannemelijke ICC zorgactiviteit binnen het specialisme wordt getoond als financiële impact. Om de meest aannemelijke zorgactiviteit te bepalen wordt de ICC zorgactiviteit (190009, 190129, 190854) gebruikt die het meest voorkomt bij het specialisme.
Er is geen subtraject aanwezig voor het specialisme met verslaglegging:
De gemiddelde waarde van een subtraject (ZT13/ZT51) van het uitvoerende specialisme met de meest aannemelijke diagnose en verwachte zorgactiviteit is de getoonde financiële impact. Het meest aannemelijke zorgtype wordt bepaald door te kijken of bij het specialisme het meest vaak een ZT13 of een ZT51 voorkomt. De meest aannemelijke diagnose wordt bepaald door te kijken welke diagnose het meest vaak gesteld wordt binnen een ZT13 of ZT51 door het betreffende specialisme. De meest aannemelijk zorgactiviteit wordt bepaald door te kijken welke ICC zorgactiviteit (190009, 190129, 190854) het meest voorkomt bij een ZT13 of ZT51 van het betreffende specialisme.