ATLS-subtraject zonder parallel subtraject voor uitvoerder consult (N4068)
Referentienummer:
Behoort tot Normenkader ValueCare
Samenvatting
Wanneer een patiënt met traumaletsel binnenkomt in het ziekenhuis wordt hier een traumascreening voor gedaan. Hiervoor wordt een apart ATLS-subtraject voor geopend door de chirurg (met diagnose 610 of 611) of orthopeed (diagnose 4110 of 4111). Vervolgens wordt de patiënt behandeld door het specialisme waarvoor een zorgvraag is. Wanneer er een consult aanwezig is voor een specifiek specialisme, dan zouden we daarvoor ook een parallel subtraject voor verwachten.
Regelgeving / beleid
De diagnosen `ATLS-opvang trauma ISS <16' en `ATLS-opvang multitrauma ISS ≥ 16' omvatten het traject rondom de traumaopvang volgens de ATLS. Deze diagnosen kunnen (mits aan de voorwaarden voor parallelliteit is voldaan) parallel geregistreerd worden aan diagnosen die geconstateerd worden bij de screening.
Bron: NR/REG-1816 p.17
Interpretaties
Een subtraject voor ATLS heeft geen face-to-face contact nodig om goed af te leiden in de grouper. Als er wél een face-to-face contact aanwezig is in het ATLS-subtraject zouden we ook een subtraject verwachten voor het uitvoerende specialisme van het consult. Immers, bij een ATLS-subtraject is altijd sprake van een aparte zorgvraag naast het ATLS-subtraject. Er komt een apart signaal voor elk uitvoerend specialisme van een face-to-face contact. In het geval dat er geen face-to-face contact aanwezig is, worden de niet-parallelle subtrajecten gesignaleerd op een aparte norm (N4069)
Programmeerbare norm
Er is sprake van “ATLS-subtraject zonder parallel subtraject voor uitvoerder consult (N4068)” als aan de volgende selectie is voldaan:
Logica: 1 en 2 en 3