Patiënt overleden, subtraject niet gesloten op datum overleden (N0618)
Referentienummer: N0618
Behoort tot Normenkader ValueCare
- Ziekenhuizen Rechtmatigheid 2017 - Subtrajecten – Openen en sluiten
- Ziekenhuizen Rechtmatigheid 2016 - Subtrajecten – Openen en sluiten
- Ziekenhuizen Rechtmatigheid 2015 - Subtrajecten – Openen en sluiten
- Ziekenhuizen Rechtmatigheid 2014 - Subtrajecten – Openen en sluiten
Samenvatting
Wanneer de patiënt is overleden mag het zorgtraject en het subtraject niet open blijven staan.
Regelgeving / beleid
Registratieaddendum: algemene afsluitregel (alle specialismen): 0.0000.0 Overlijden patiënt
Een zorgtraject met één of meer subtrajecten met ZT11 of 21 wordt afgesloten:
- Op het moment van overlijden van een patiënt.
2015: NR/CU-260 art. 11.1a
2014: NR/CU-257 art. 11.1a
| 2017 |
|---|
| Een zorgtype 11 subtraject voor intake en assessment (zorgactiviteiten 193290 en 193292) bij complex chronisch longfalen (CCL) wordt afgesloten één dag voor de start van de behandeling zorgactiviteiten 193200 t/m 193243 en 193293). Het zorgtype 21 subtraject voor de behandeling heeft een vaste looptijd van 120 dagen. Binnen dit zorgtype 21 subtraject moet bij het eerste face-to-face contact zorgactiviteit 193294 ‘Vervolgbehandeling na assessment-longastmacentra’ geregistreerd worden. Deze zorgactiviteit kan eenmalig binnen een zorgtraject worden geregistreerd.
2017: NR/REG-1732 art. 19.15 |
Een zorgtraject met één of meer subtrajecten met ZT11 of 21 wordt afgesloten:
- Op het moment van overlijden van een patiënt.
2013: NR/CU-228 art 9.1a
Interpretaties
Er zijn geen interpretaties keuzes gemaakt.
Programmeerbare norm
Er is sprake van “Patiënt overleden, subtraject niet gesloten op datum overleden (N0618)” als aan de volgende selectie is voldaan:
Logica: 1 en 2 en 3
Berekening financiële impact
Zie Berekening financiële impact - Verschil waarde subtrajecten bij wijziging open- en/of sluitdata