Registratie voldoet aan de eisen van een zorgactiviteit doorlopende opname tijdens stamceltransplantatie (N4811)

Uit normenkaderzorg.nl
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Referentienummer: N4811
Behoort tot Normenkader ValueCare

Ziekenhuizen Volledigheid

  1. Ziekenhuizen Volledigheid - Behandelen - Kliniek
Samenvatting

Deze norm signaleert patiënten met een opname in transplantatiefase waarbij de opname langer duurt dan het eerste subtraject van 120 dagen en er geen zorgactiviteit voor doorlopende opname is geregistreerd. Dit duidt erop dat een zorgactiviteit 'doorlopende opname tijdens stamceltransplantatiefase' in een volgend subtraject geregistreerd mag worden.

Regelgeving / beleid
2021
Bij de hierna volgende in tempi behandelingen van diverse specialismen wordt het subtraject na één

van de beschreven in tempi behandelingen afgesloten wanneer de volgende in tempi behandeling van start gaat. Wanneer de volgende deelbehandeling eerder start dan het in artikel 17 en 18 voorgeschreven afsluitmoment, dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de dag dat de volgende deelbehandeling start. Wanneer de volgende deelbehandeling later start dan het algemeen geldende sluitmoment zoals omschreven in artikel 17 en 18, dan geldt deze algemene regel, tenzij in onderstaande onderdelen anders wordt vermeld.


a. De volgende drie fasen worden bij stamceltransplantatie onderscheiden:

  • Fase 1: selectie/afname;
  • Fase 2: transplantatie, inclusief conditionering (behalve bij BRCA1-studie);
  • Fase 3: nazorg.

Bij autologe stamceltransplantatie (behalve bij BRCA1-studie) wordt een subtraject afgesloten op de dag voor de start van fase 1.
Een subtraject wordt afgesloten op de dag voor de start van de conditionering (behalve bij BRCA1-studie).
Een subtraject in een fase wordt op de 120e dag na opening van het subtraject afgesloten tenzij eerder een andere fase aanbreekt (bij BRCA1-studie wordt alleen een subtraject in fase 3 standaard op de 120e dag afgesloten). Wanneer er een andere fase aanbreekt wordt het subtraject één dag voor de start van de andere fase afgesloten.
Ook bij het opnieuw starten van fase 1 of fase 2 wordt het voorafgaande subtraject één dag voor de dag dat fase 1 of fase 2 start afgesloten.
Wanneer een stamceltransplantatietraject voortijdig beëindigd wordt door het optreden van een recidief, dan sluit het subtraject op de dag van registratie van zorgactiviteit 039982 ‘Voortijdige beëindiging stamceltransplantatietraject door recidief (exclusief BRCA1-studie)’

2021: NR/REG-2103a art. 19 lid 17a


Start conditionering voor stamceltransplantatie exclusief BRCA1-studie (039981)
Wanneer conditionering voor stamceltransplantatie start in 2020 en de stamceltransplantatie plaatsvindt in 2021, dan wordt zorgactiviteit 039881 op 1 januari 2021 geregistreerd in het stamceltransplantatietraject.

Doorlopende opname tijdens stamceltransplantatiefase (198881, 198882, 198883, 198884, 198885)
Een zorgactiviteit ‘doorlopende opname tijdens stamceltransplantatiefase’ (198881, 198882, 198883, 198884, 198885) kan worden geregistreerd als er sprake is van een doorlopende opname in een vervolgtraject tijdens de transplantatiefase (behalve bij BRCA1-studie). Als de klinische opname van een patiënt in de transplantatiefase langer duurt dan het eerste subtraject van 120 dagen, dan kan de zorgactiviteit 'doorlopende opname tijdens stamceltransplantatiefase' in een volgend subtraject geregistreerd worden.

Nazorg stamceltransplantaties (192079, 192080, 192087, 192098, 192099)
Een zorgactiviteit ‘post-transplantatietraject’ (192079, 192080, 192087, 192098 en 192099) na stamceltransplantatie wordt uitsluitend door één zorgaanbieder gedurende maximaal drie subtrajecten na een transplantatie geregistreerd tijdens een contact in het kader van de nazorg.

2021: NR/REG-2103a art. 24 lid 55, 56 en 57

Interpretaties

De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:

  1. Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om in stap 2A te signaleren wanneer een DBC afgesloten is óf om al te signaleren wanneer de maximale datum van de DBC verlopen is. Default wordt gesignaleerd wanneer de DBC is gesloten.
Programmeerbare norm

Er is sprake van “Registratie voldoet aan de eisen van een zorgactiviteit doorlopende opname tijdens stamceltransplantatie (N4811)” als aan de volgende selectie is voldaan:

1) Alle opnames in transplantatiefase; zorgtraject bevat een subtraject met gekoppelde zorgactiviteit 039981 (Start conditionering voor stamceltransplantatie (exclusief BRCA1-studie)

   

2a) Het subtraject met zorgactiviteit 039981 is afgesloten (of voorbij de maximale einddatum) er is nog geen vervolgtraject met zorgactiviteit doorlopende opname tijdens stamceltransplantatiefase’ (198881, 198882, 198883, 198884, 198885)

2b) Het traject met zorgactiviteit 039981 bevat een vervolgtraject zonder een zorgactiviteit voor ‘doorlopende opname tijdens stamceltransplantatiefase’ (198881, 198882, 198883, 198884, 198885)

Logica: 1 en (2a of 2b)

Te nemen actie

Er is een vervolg subtraject aanwezig

Registreer een zorgactiviteit 'doorlopende opname tijdens stamceltransplantatiefase' (198881, 198882, 198883, 198884, 198885).

Er is geen vervolg subtraject aanwezig

Open een vervolg subtraject en koppel zorgactiviteit 'doorlopende opname tijdens stamceltransplantatiefase' (198881, 198882, 198883, 198884, 198885) aan het desbetreffende subtraject.

Berekening financiële impact

Vervolg subtraject aanwezig

Het waardeverschil van het subtraject na het toevoegen van zorgactiviteit ‘doorlopende opname tijdens stamceltransplantatiefase’ (198881, 198882, 198883, 198884, 198885) wordt getoond als financiële impact.

Geen subtraject aanwezig

De waarde van een subtraject van het uitvoerende specialisme met diagnose en verwachte zorgactiviteit is de getoonde financiële impact. De diagnose wordt bepaald door te kijken welke diagnose het eerste stamceltransplantatie subtraject bevat. De meest aannemelijke zorgactiviteit voor ‘doorlopende opname tijdens stamceltransplantatiefase’ (198881, 198882, 198883, 198884, 198885) wordt bepaald door te kijken welke zorgactiviteit het meest voorkomt bij deze diagnose.