Jeugdwet - Cliënt zonder (geldige) gezaghebber (R65130)

Uit normenkaderzorg.nl
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Referentienummer: R65130
Behoort tot Normenkader ValueCare

Gemeenten

  1. Gemeenten - Rechtmatigheidsverantwoording - Algemeen (cliëntgegevens)
Samenvatting

Cliënten in de jeugdzorg dienen een geldige gezaghebbende te hebben. Deze controle toont cliënten die hun eigen gezaghebbende zijn of die geen relatie met een geldige gezaghebbende status hebben.

Risico

De gemeente wordt aangewezen als gezaghebbende.

Regelgeving / beleid
2020
Ouder

Gezaghebbende ouder, adoptiefouder, stiefouder of een ander die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, niet zijnde een pleegouder.

2020: Jeugdwet, Art. 1.1

Een minderjarige volgt de woonplaats van hem die het gezag over hem uitoefent, de onder curatele gestelde die van zijn curator. Oefenen beide ouders tezamen het gezag over hun minderjarige kind uit, doch hebben zij niet dezelfde woonplaats, dan volgt het kind de woonplaats van de ouder bij wie het feitelijk verblijft dan wel laatstelijk heeft verbleven.

2020: Burgerlijk Wetboek 1 Titel 3 Woonplaats, Art. 12 in Factsheet Woonplaatsbeginsel 2016, p.2

Bij OTS en jeugdreclassering is de gemeente waar de gezagdrager verblijft verantwoordelijk voor financiering. De gemeente ontvangt de financiering via het objectief verdeelmodel.

Als gezag niet bepaald kan worden, dan werkelijke verblijfplaats jeugdige.
De gemeente waar het kind woont/verblijft is verantwoordelijk.

2020: Factsheet Woonplaatsbeginsel 2016, p. 4 en 6

2021
Ouder

Gezaghebbende ouder, adoptiefouder, stiefouder of een ander die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, niet zijnde een pleegouder.

2021: Jeugdwet, Art. 1.1

Een minderjarige volgt de woonplaats van hem die het gezag over hem uitoefent, de onder curatele gestelde die van zijn curator. Oefenen beide ouders tezamen het gezag over hun minderjarige kind uit, doch hebben zij niet dezelfde woonplaats, dan volgt het kind de woonplaats van de ouder bij wie het feitelijk verblijft dan wel laatstelijk heeft verbleven.

2021: Burgerlijk Wetboek 1 Titel 3 Woonplaats, Art. 12 in Factsheet Woonplaatsbeginsel 2016, p.2

Bij OTS en jeugdreclassering is de gemeente waar de gezagdrager verblijft verantwoordelijk voor financiering. De gemeente ontvangt de financiering via het objectief verdeelmodel.

Als gezag niet bepaald kan worden, dan werkelijke verblijfplaats jeugdige.
De gemeente waar het kind woont/verblijft is verantwoordelijk.

2021: Factsheet Woonplaatsbeginsel 2016, p. 4 en 6

2022
Ouder

Gezaghebbende ouder, adoptiefouder, stiefouder of een ander die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, niet zijnde een pleegouder.

2022: Jeugdwet, Art. 1.1

Een minderjarige volgt de woonplaats van hem die het gezag over hem uitoefent, de onder curatele gestelde die van zijn curator. Oefenen beide ouders tezamen het gezag over hun minderjarige kind uit, doch hebben zij niet dezelfde woonplaats, dan volgt het kind de woonplaats van de ouder bij wie het feitelijk verblijft dan wel laatstelijk heeft verbleven.

2022: Burgerlijk Wetboek 1 , Art. 12

Bij OTS en jeugdreclassering is de gemeente waar de gezagdrager verblijft verantwoordelijk voor financiering. De gemeente ontvangt de financiering via het objectief verdeelmodel.

Als gezag niet bepaald kan worden, dan werkelijke verblijfplaats jeugdige.
De gemeente waar het kind woont/verblijft is verantwoordelijk.

2022: Factsheet Woonplaatsbeginsel 2016, p. 4 en 6

2023
Ouder

Gezaghebbende ouder, adoptiefouder, stiefouder of een ander die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, niet zijnde een pleegouder.

2023: Jeugdwet, Art. 1.1

Een minderjarige volgt de woonplaats van hem die het gezag over hem uitoefent, de onder curatele gestelde die van zijn curator. Oefenen beide ouders tezamen het gezag over hun minderjarige kind uit, doch hebben zij niet dezelfde woonplaats, dan volgt het kind de woonplaats van de ouder bij wie het feitelijk verblijft dan wel laatstelijk heeft verbleven.

2023: Burgerlijk Wetboek 1, Art. 12

Bij OTS en jeugdreclassering is de gemeente waar de gezagdrager verblijft verantwoordelijk voor financiering. De gemeente ontvangt de financiering via het objectief verdeelmodel.

Als gezag niet bepaald kan worden, dan werkelijke verblijfplaats jeugdige.
De gemeente waar het kind woont/verblijft is verantwoordelijk.

2023: Factsheet Woonplaatsbeginsel 2016, p. 4 en 6

Interpretaties

Er zijn geen interpretatiekeuzes gemaakt.

Programmeerbare norm

Er is sprake van “Jeugdwet - Cliënt zonder (geldige) gezaghebber (R65130)” als aan de volgende selectie is voldaan:

1) Alle cliënten in de jeugdzorg


2) Cliënt heeft een lopende indicatie


3) Gezaghebbende is niet geldig



3a) Cliënt is eigen gezaghebbende

3b) Geen van de relaties heeft een geldige gezaghebbende status

Logica: 1 en 2 en (3a of 3b)

Berekening financiële impact

Volgt nog