Beroepentabel overige beroepen (N1154)

Uit normenkaderzorg.nl
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Referentienummer: N1154

Behoort tot Normenkader

  1. GGZ Zelfonderzoek 2014
  2. GGZ Zelfonderzoek 2015

Doelstelling van het controlepunt

Signaleren van onrechtmatige tijdschrijfactiviteiten op prestaties van beroepen die vallen in de categorie .overig in de beroepentabel.

Deze doelstelling is gericht op: Rechtmatigheid 

Relevante wet- en regelgeving

NR/CU 543 Bijlage 1:
De beroepentabel DBC GGZ De Basis GGZ sluit aan bij de beroepentabel DBC GGZ. De beroepentabel DBC GGZ sluit aan bij een landelijk erkende indeling van beroepen: de beroepenstructuur van het Coördinerend Orgaan Nascholing en Opleiding in de GGZ (CONO). Het CONO heeft in haar beroepenstructuur die beroepen opgenomen, die bevoegd en bekwaam zijn om een rol te vervullen in de (individuele diagnosegerichte) behandeling van patiënten in de GGZ. Het CONO sluit aan bij de in de Wet BIG geregistreerde beroepen en heeft hier de beroepen aan toegevoegd die (nog) niet geregistreerd zijn in de Wet BIG, maar binnen de GGZ wel eenzelfde landelijk erkende status hebben. Het model DBC GGZ gaat uit van de versie van de CONO-beroepenstructuur, die dateert van 19 november 2004. De beroepenstructuur van het CONO onderscheidt zes beroepenclusters: de clusters medische, psychotherapeutische, agogische, psychologische, vaktherapeutische en verpleegkundige beroepen. In het model DBC GGZ is hieraan een zevende cluster toegevoegd: de ‘somatische beroepen werkzaam in de GGZ’. Hierbinnen vallen die beroepen, die vanuit hun somatische beroep activiteiten in de GGZ uitvoeren, maar niet primair (breder) opgeleid zijn voor een rol in de GGZ. Denk hierbij aan de huisarts, neuroloog, klinisch geriater, fysiotherapeut en dergelijke.  Het CONO onderscheidt in elk beroepencluster vier niveaus. In de Wet BIG wordt bepaald wanneer sprake is van een basisberoep en van een specialisme. Het CONO heeft hier, met instemming van de minister van VWS en van de Tweede Kamer, het initiële niveau en het niveau specialisatie/functiedifferentiatie aan toegevoegd. Bij de indeling van de in de instelling of praktijk werkzame behandelaren volgens de beroepentabel moet onderscheid gemaakt worden tussen:
1. Beroepen: die beroepen die worden onderscheiden op de beroepenstructuur van het CONO en daarmee (individueel) bevoegd/bekwaam zijn om een zelfstandige rol in het behandelproces van de patiënt in de tweedelijns GGZ te vervullen.
2. Taken: taken zijn de activiteiten en verrichtingen die in het primaire proces door beroepen worden uitgevoerd. De uitgevoerde taken worden in het DBC-model geregistreerd via de activiteiten- en verrichtingenlijst.
3. Functies: instellingen/praktijken maken via functies (en functieomschrijvingen) een vertaalslag van beroepen naar taken: welke beroepen voeren welke taken uit? Hierbij zijn de instellingen zelf verantwoordelijk dat dit plaatsvindt binnen de geldende wettelijke kaders (volgens de Wet BIG/tuchtrecht etc.). In de beroepentabel is de scheiding tussen beroepen en functies strikt doorgevoerd. De opgenomen lijst van beroepen op de beroepentabel is uitputtend, met uitzondering van de genoemde beroepen in categorie 3 (specialisatie/functiedifferentiatie (SF)). Hierin is namelijk vooruitlopend op de erkenning van bepaalde functies tot beroep een aantal voorbeelden van functies genoemd, die een specifieke GGZ-specialisatie vereisen én dus door partijen als beroep worden gezien. Een voorbeeld hiervan bij het verpleegkundige beroepencluster is bijvoorbeeld de SPV.
Het CONO is hierin niet uitputtend. De instelling of praktijk kan onder eigen verantwoordelijkheid vergelijkbare beroepen laten registreren onder de noemer ‘overig [naam betreffend beroepencluster] SF’.

Onderzoeksmassa

  • Alle prestaties Bggz
  • Prestaties waarop tijd is geschreven door behandelaren met een niet-BIG-geregistreerd, overig beroep

Onderzoeksmethodiek

Data-analyse gevolgd door deelwaarneming

Als uit controlepunt 38a blijkt dat in het systeem van de zorgaanbieder de ingangsdatum van de BIG registratie afwijkt van de officiele ingangsdatum dan dient de zorgaanbieder voor deze groep alle unieke behandelaren te toetsen.

Toetsingskader

Van alle prestaties die uit de data-analyse naar voren komen worden de volgende twee zaken gecontroleerd:

  • Toets of de behandelaars op de prestatie gezien hun diploma terecht zijn ingedeeld in de betreffende categorie overige beroepen. Licht dit voor alle unieke behandelaren toe. Is dit niet terecht ingedeeld dan zijn alle tijdschrijfactiviteiten van de behandelaar onrechtmatig.
  • Toets of de behandelaars op de prestatie op de momenten van tijdschrijven beschikten over het betreffende diploma. Beschikt de behandelaar niet over een diploma op het moment van tijdschrijven dan zijn alle tijdschrijfactiviteiten van de behandelaar onrechtmatig  

Beroepen 

Beroepen  Cono-code
Overig Agogisch SF
AG.SF.overig
Overig psychologisch SF
PB.SF.overig
Overig vaktherapeutisch SF
VK.SF.overig

Definities relevante terminologie

Programmeerbare norm

Er is sprake van  “Beroepentabel overige beroepen (N1154)” als aan de volgende selectie is voldaan: 

1) Alle prestaties uit het betreffende jaar


2)Prestatie bevat tijdschrijfactiviteiten van één of meerdere behandelaren met een niet- BIG geregistreerd beroep dat in de categorie .overig valt


3) Op basis van de personeelsadministratie blijkt dat de behandelaar in kwestie ten tijde van één of meerdere tijdschrijfactiviteiten niet beschikte over de vereiste kwalificatie



 Onderzoeksmassa bepaald door data-analyse

 Deelmassa voor deelwaarneming


Logica: 1 en 2 en 3 

Berekening financiële impact