Deprecated: Use of MediaWiki\Skin\Skin::appendSpecialPagesLinkIfAbsent was deprecated in MediaWiki 1.44. [Called from MediaWiki\Skin\Skin::buildSidebar in /var/www/html/includes/skins/Skin.php at line 1639] in /var/www/html/includes/debug/MWDebug.php on line 386
ZT21 met oncologische diagnose en behandeling en op een later tijdstip nog een oncologische behandeling (N0520)
Het is niet toegestaan vervolgtrajecten (ZT21) met oncologische diagnose en behandeling (groep 9) te sluiten als er op een later tijdstip nog een oncologische behandeling heeft plaatsgevonden.
Regelgeving / beleid
2013 & 2014 & 2015
chemo-immunotherapie;
immunotherapie;
chemotherapie bij acute leukemie;
chemotherapie bij gemetastaseerde tumoren;
chemotherapie bij niet gemetastaseerde tumoren;
hormonale therapie bij gemetastaseerde tumoren;
hormonale therapie bij niet gemetastaseerde tumoren
Medicinale oncologische behandelingen binnen initiële (ZT11) subtrajecten. Wanneer binnen een initieel (ZT11) subtraject besloten wordt tot een medicinale oncologische behandeling, dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de datum van de toediening per infuus of injectie en/of de begeleiding bij orale oncologische medicatie. Aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend en gaan de regels voor medicinale oncologische behandelingen binnen vervolg (ZT21) subtrajecten gelden.
Medicinale oncologische behandelingen binnen vervolg (ZT21) subtrajecten Behandeling binnen een klinisch subtraject: Een klinisch subtraject ZT21 met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie wordt bij élke nieuwe toediening afgesloten (behalve bij acute leukemie). Dit betekent dat een subtraject afgesloten wordt bij:
een nieuwe toediening tijdens dezelfde klinische opname;
een nieuwe toediening tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag uit de voorgaande opname;
een nieuwe toediening in een niet klinische setting(dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit kliniek.
Het subtraject wordt in deze situaties één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend.
Toelichting
Voor het afsluiten van een klinisch subtraject met medicinale behandeling per infuus of injectie - behalve bij acute leukemie - waarbij géén nieuwe toediening binnen 42 dagen na ontslag plaatsvindt gelden de algemene afsluitregels
Voor orale oncologische medicatie gelden de algemene regels voor het afsluiten van klinische subtrajecten ZT21 (zie artikel 10.1). Alleen bij overgang naar een andere soort orale medicinale oncologische behandeling of een toediening per infuus of injectie wordt het subtraject een dag voor de start van de andere therapie/toedieningsvorm gesloten en aansluitend een nieuw subtraject geopend. Bijvoorbeeld als een hormonale therapie wordt vervolgd door een chemotherapie of wanneer van
orale chemotherapie wordt overgegaan op chemotherapie per infuus of injectie. Dus afsluiten 42 dagen na ontslag uit de kliniek tenzij:
een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens dezelfde klinische opname;
een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname;
een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling in een niet klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek;
een toediening per infuus of injectie tijdens dezelfde klinische opname;
een toediening per infuus of injectie tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname;
een toediening per infuus of injectie in een niet klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek.
Behandeling binnen een niet klinisch subtraject:
Een niet klinisch subtraject ZT21 met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie wordt 42 dagen na toediening per infuus of injectie afgesloten (behalve bij acute leukemie). Dit geldt niet indien er een nieuwe toediening per infuus of injectie binnen 42 dagen plaatsvindt, ongeacht of dit klinisch of niet klinisch gebeurt. Het subtraject wordt in die situatie één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en er wordt aansluitend een nieuw subtraject geopend.
Voor orale oncologische medicatie geldt dat het subtraject ZT21 42 dagen na de uitvoerdatum van de eerste begeleidingszorgactiviteit19 binnen het subtraject afgesloten wordt. Alleen bij overgang naar een andere soort orale medicinale oncologische behandeling of na een toediening per infuus of injectie wordt het subtraject een dag voor de start van de andere therapie/toedieningsvorm gesloten en aansluitend een nieuw subtraject geopend. Bijvoorbeeld als een hormonale therapie wordt vervolgd door een chemotherapie of wanneer van orale chemotherapie wordt overgegaan op chemotherapie per infuus of injectie. Sluitingsregels voor medicinale oncologische behandeling per
infuus of injectie van acute leukemie: Bij een medicinale oncologische behandeling van acute leukemie per infuus of injectie wordt het subtraject ZT21 gesloten op iedere 30ste behandeldag (klinische dag respectievelijk dagverpleging dag) of 42 dagen na de laatste behandeldag indien er minder dan 30 behandeldagen zijn geweest.
Sluitingsregels voor medicinale oncologische behandelingen (1.0000.1)
a. Voor kinderoncologische behandelingen in een centrum voor Kindergeneeskunde Oncologische behandeling met SKIONstratificatie gelden andere sluitingsregels (zie 1.0000.11).
b. Indien medicinale oncologische behandeling ter voorbereiding op een stamceltransplantatie plaatsvindt, dient voor het stamceltransplantatietraject een parallel zorg/subtraject met dezelfde diagnose te worden geopend.
c. Medicinale oncologische behandelingen binnen initiële (ZT11)subtrajecten Wanneer binnen een initieel (ZT11) subtraject besloten wordt tot een medicinale oncologische behandeling, dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de datum van de toediening per infuus of injectie en/of de begeleiding bij orale oncologische medicatie. Aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend en gaan de regels voor medicinale oncologische behandelingen binnen vervolg (ZT21) subtrajecten gelden.
d. Medicinale oncologische behandelingen binnen vervolg (ZT21) subtrajecten Een klinisch vervolg subtraject ZT21 met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie wordt bij élke nieuwe toediening afgesloten (behalve bij acute leukemie). Dit betekent dat een subtraject afgesloten wordt bij:
een nieuwe toediening tijdens dezelfde klinische opname;
een nieuwe toediening tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag uit de voorgaande opname;
een nieuwe toediening in een niet klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit kliniek.
Het subtraject wordt in deze situaties één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend. In afwijking op het bovenstaande gelden voor klinische subtrajecten met orale oncologische medicatie conform de algemene regels voor het afsluiten van klinische subtrajecten ZT21 (zie artikel 17) dat deze worden afgesloten 42 dagen uit de kliniek, tenzij sprake is van:
een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens dezelfde klinische opname;
een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname;
een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling in een niet klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek;
een toediening per infuus of injectie tijdens dezelfde klinische opname;
een toediening per infuus of injectie tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname;
een toediening per infuus of injectie in een niet klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek.
Een niet klinisch subtraject ZT21 met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie wordt 42 dagen na toediening per infuus of injectie afgesloten tenzij er een nieuwe toediening per infuus of injectie binnen 42 dagen plaatsvindt, ongeacht of dit klinisch of niet klinisch gebeurt. Het subtraject wordt in die situatie één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en er wordt aansluitend een nieuw subtraject geopend. Voor orale oncologische medicatie geldt dat het subtraject ZT21 42 dagen na de uitvoerdatum van de eerste begeleidingszorgactiviteit zoals omschreven in het registratieaddendum binnen het subtraject afgesloten wordt. Alleen bij overgang naar een andere soort orale medicinale oncologische behandeling of na een toediening per infuus of injectie wordt het subtraject een dag voor de start van de andere therapie/toedieningsvorm gesloten en aansluitend een nieuw subtraject geopend. Bij een medicinale oncologische behandeling van acute leukemie per infuus of injectie wordt het subtraject ZT21 gesloten op iedere 30ste behandeldag (klinische dag respectievelijk dagverpleging dag) of 42 dagen na de laatste behandeldag indien er minder dan 30 behandeldagen zijn geweest.
Sluitingsregels voor medicinale oncologische behandelingen (1.0000.1)
a. Voor kinderoncologische behandelingen in een centrum voor kindergeneeskunde oncologische behandeling met SKION-stratificatie gelden andere sluitingsregels (zie 1.0000.11).
b. Indien medicinale oncologische behandeling ter voorbereiding op een stamceltransplantatie plaatsvindt, dient voor het stamceltransplantatietraject een parallel zorg/subtraject met dezelfde diagnose te worden geopend.
c. Medicinale oncologische behandelingen binnen initiële (ZT11) subtrajecten; Wanneer binnen een initieel (ZT11) subtraject besloten wordt tot een medicinale oncologische behandeling, dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de datum van de toediening per infuus of injectie en/of de begeleiding bij orale oncologische medicatie. Aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend en gaan de regels voor medicinale oncologische behandelingen binnen vervolg (ZT21) subtrajecten gelden.
d. Medicinale oncologische behandelingen binnen vervolg (ZT21) subtrajecten; Een klinisch vervolg subtraject ZT21 met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie wordt bij élke nieuwe toediening afgesloten (behalve bij acute leukemie). Dit betekent dat een subtraject afgesloten wordt bij:
een nieuwe toediening tijdens dezelfde klinische opname;
een nieuwe toediening tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag uit de voorgaande opname;
een nieuwe toediening in een niet klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit kliniek.
Het subtraject wordt in deze situaties één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend. In afwijking op het bovenstaande gelden voor klinische subtrajecten met orale oncologische medicatie conform de algemene regels voor het afsluiten van klinische subtrajecten ZT21 (zie artikel 17) dat deze worden afgesloten 42 dagen uit de kliniek, tenzij sprake is van:
een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens dezelfde klinische opname;
een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname;
een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling in een niet klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek;
een toediening per infuus of injectie tijdens dezelfde klinische opname;
een toediening per infuus of injectie tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname;
een toediening per infuus of injectie in een niet klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek.
Een niet klinisch subtraject ZT21 met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie wordt 42 dagen na toediening per infuus of injectie afgesloten tenzij er een nieuwe toediening per infuus of injectie binnen 42 dagen plaatsvindt, ongeacht of dit klinisch of niet klinisch gebeurt. Het subtraject wordt in die situatie één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en er wordt aansluitend een nieuw subtraject geopend.
Voor orale oncologische medicatie geldt dat het subtraject ZT21 42 dagen na de uitvoerdatum van de eerste begeleidingszorgactiviteit zoals omschreven in het registratieaddendum binnen het subtraject afgesloten wordt. Alleen bij overgang naar een andere soort orale medicinale oncologische behandeling of na een toediening per infuus of injectie wordt het subtraject een dag voor de start van de andere therapie/ toedieningsvorm gesloten en aansluitend een nieuw subtraject geopend.
Bij een medicinale oncologische behandeling van acute leukemie per infuus of injectie wordt het subtraject ZT21 gesloten op iedere 30ste behandeldag (klinische dag respectievelijk dagverpleging dag) of 42 dagen na de laatste behandeldag indien er minder dan 30 behandeldagen zijn geweest.
Sluitingsregels voor medicinale oncologische behandelingen (1.0000.1)
a. Voor kinderoncologische behandelingen in een centrum voor kindergeneeskunde oncologische behandeling met SKION-stratificatie gelden andere sluitingsregels (zie 1.0000.11).
b. Indien medicinale oncologische behandeling ter voorbereiding op een stamceltransplantatie plaatsvindt, dient voor het stamceltransplantatietraject een parallel zorg/subtraject met dezelfde diagnose te worden geopend.
c. Medicinale oncologische behandelingen binnen initiële (ZT11) subtrajecten; Wanneer binnen een initieel (ZT11) subtraject besloten wordt tot een medicinale oncologische behandeling, dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de datum van de toediening per infuus of injectie en/of de begeleiding bij orale oncologische medicatie. Aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend en gaan de regels voor medicinale oncologische behandelingen binnen vervolg (ZT21) subtrajecten gelden.
d. Medicinale oncologische behandelingen binnen vervolg (ZT21) subtrajecten; Een klinisch vervolg subtraject ZT21 met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie wordt bij élke nieuwe toediening afgesloten (behalve bij acute leukemie). Dit betekent dat een subtraject afgesloten wordt bij:
een nieuwe toediening tijdens dezelfde klinische opname;
een nieuwe toediening tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag uit de voorgaande opname;
een nieuwe toediening in een niet-klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit kliniek. Het subtraject wordt in deze situaties één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend. In afwijking op het bovenstaande gelden voor klinische subtrajecten met orale oncologische medicatie conform de algemene regels voor het afsluiten van klinische subtrajecten ZT21 (zie artikel 17) dat deze worden afgesloten 42 dagen uit de kliniek, tenzij sprake is van:
een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens dezelfde klinische opname;
een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname;
een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling in een niet klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek;
een toediening per infuus of injectie tijdens dezelfde klinische opname;
een toediening per infuus of injectie tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname;
een toediening per infuus of injectie in een niet klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek. Een niet klinisch subtraject ZT21 met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie wordt 42 dagen na toediening per infuus of injectie afgesloten tenzij er een nieuwe toediening per infuus of injectie binnen 42 dagen plaatsvindt, ongeacht of dit klinisch of niet klinisch gebeurt. Het subtraject wordt in die situatie één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en er wordt aansluitend een nieuw subtraject geopend. Voor orale oncologische medicatie geldt dat het subtraject ZT21 42 dagen na de uitvoerdatum van de eerste begeleidingszorgactiviteit zoals omschreven in het registratieaddendum binnen het subtraject afgesloten wordt. Alleen bij overgang naar een andere soort orale medicinale oncologische behandeling of na een toediening per infuus of injectie wordt het subtraject een dag voor de start van de andere therapie/ toedieningsvorm gesloten en aansluitend een nieuw subtraject geopend
Bij een medicinale oncologische behandeling van acute leukemie per infuus of injectie wordt het subtraject ZT21 gesloten op iedere 30ste behandeldag (klinische dag respectievelijk dagverpleging dag) of 42 dagen na de laatste behandeldag indien er minder dan 30 behandeldagen zijn geweest.
Sluitingsregels voor medicinale oncologische behandelingen (1.0000.1)
a. Voor kinderoncologische behandelingen in een centrum voor kindergeneeskunde oncologische behandeling met SKION-stratificatie gelden andere sluitingsregels (zie 1.0000.11).
b. Indien medicinale oncologische behandeling ter voorbereiding op een stamceltransplantatie plaatsvindt, wordt voor het stamceltransplantatietraject een parallel zorg/subtraject met dezelfde diagnose geopend.
c. Medicinale oncologische behandelingen binnen initiële (ZT11) subtrajecten; Wanneer binnen een initieel (ZT11) subtraject besloten wordt tot een medicinale oncologische behandeling, dan wordt het subtraject afgesloten één dag voor de datum van de toediening per infuus of injectie en/of de begeleiding bij orale oncologische medicatie. Aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend en gaan de regels voor medicinale oncologische behandelingen binnen vervolg (ZT21) subtrajecten gelden.
d. Medicinale oncologische behandelingen binnen vervolg (ZT21) subtrajecten; Een klinisch vervolg subtraject ZT21 met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie wordt bij élke nieuwe toediening afgesloten (behalve bij acute leukemie). Dit betekent dat een subtraject afgesloten wordt bij:
een nieuwe toediening tijdens dezelfde klinische opname;
een nieuwe toediening tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag uit de voorgaande opname;
een nieuwe toediening in een niet-klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit kliniek. Het subtraject wordt in deze situaties één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend. In afwijking op het bovenstaande gelden voor klinische subtrajecten met orale oncologische medicatie (behalve bij acute leukemie) conform de algemene regels voor het afsluiten van klinische subtrajecten ZT21 (zie artikel 17) dat deze worden afgesloten 42 dagen uit de kliniek, tenzij sprake is van:
een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens dezelfde klinische opname;
een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname;
een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling in een niet klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek;
een toediening per infuus of injectie tijdens dezelfde klinische opname;
een toediening per infuus of injectie tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname;
een toediening per infuus of injectie in een niet klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek. Een niet klinisch subtraject ZT21 met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie (behalve bij acute leukemie) wordt 42 dagen na toediening per infuus of injectie afgesloten tenzij er een nieuwe toediening per infuus of injectie binnen 42 dagen plaatsvindt, ongeacht of dit klinisch of niet klinisch gebeurt. Het subtraject wordt in die situatie één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en er wordt aansluitend een nieuw subtraject geopend. Voor orale oncologische medicatie (behalve bij acute leukemie) geldt dat het subtraject ZT21 42 dagen na de uitvoerdatum van de eerste begeleidingszorgactiviteit zoals omschreven in het registratieaddendum binnen het subtraject afgesloten wordt. Alleen bij overgang naar een andere soort orale medicinale oncologische behandeling of na een toediening per infuus of injectie wordt het subtraject een dag voor de start van de andere therapie/toedieningsvorm gesloten en aansluitend een nieuw subtraject geopend
Bij een medicinale oncologische behandeling van acute leukemie per infuus of injectie wordt het ZT21 subtraject (of ZT11 waarbij de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie gelijk is aan de startdatum van het subtraject) gesloten op de 30ste dag na opening van het subtraject of op de dag voorafgaand aan de medicinale oncologische behandeling indien er tijdens de eerst 30 dagen van het subtraject geen medicinale oncologische behandeling heeft plaatsgevonden.
Indien medicinale oncologische behandeling ter voorbereiding op een stamceltransplantatie plaatsvindt, wordt voor het stamceltransplantatietraject een parallel zorg/subtraject met dezelfde diagnose geopend.
Sluitingsregels voor medicinale oncologische behandelingen (1.0000.1) a. Voor kinderoncologische behandelingen in een centrum voor kindergeneeskunde oncologische behandeling met SKION-stratificatie gelden andere sluitingsregels (zie 1.0000.11).
b. Medicinale oncologische behandelingen binnen vervolg (ZT21) subtrajecten;
Een klinisch vervolg subtraject ZT21 met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie wordt bij élke nieuwe toediening afgesloten (behalve bij acute leukemie). Dit betekent dat een subtraject afgesloten wordt bij:
een nieuwe toediening tijdens dezelfde klinische opname;
een nieuwe toediening tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag uit de voorgaande opname;
een nieuwe toediening in een niet-klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit kliniek. Het subtraject wordt in deze situaties één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend. In afwijking op het bovenstaande gelden voor klinische subtrajecten met orale oncologische medicatie (behalve bij acute leukemie) conform de algemene regels voor het afsluiten van klinische subtrajecten ZT21 (zie artikel 17) dat deze worden afgesloten 42 dagen uit de kliniek, tenzij sprake is van:
een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens dezelfde klinische opname;
een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname;
een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling in een niet klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek;
een toediening per infuus of injectie tijdens dezelfde klinische opname;
een toediening per infuus of injectie tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname;
een toediening per infuus of injectie in een niet klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek. Een niet klinisch subtraject ZT21 met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie (behalve bij acute leukemie) wordt 42 dagen na toediening per infuus of injectie afgesloten tenzij er een nieuwe toediening per infuus of injectie binnen 42 dagen plaatsvindt, ongeacht of dit klinisch of niet klinisch gebeurt. Het subtraject wordt in die situatie één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en er wordt aansluitend een nieuw subtraject geopend. Voor orale oncologische medicatie (behalve bij acute leukemie) geldt dat het subtraject ZT21 42 dagen na de uitvoerdatum van de eerste begeleidingszorgactiviteit zoals omschreven in het registratieaddendum binnen het subtraject afgesloten wordt. Alleen bij overgang naar een andere soort orale medicinale oncologische behandeling of na een toediening per infuus of Regeling medisch-specialistische zorg - NR/REG-2001a Pagina 31 van 110 injectie wordt het subtraject een dag voor de start van de andere therapie/toedieningsvorm gesloten en aansluitend een nieuw subtraject geopend.
Bij een medicinale oncologische behandeling van acute leukemie per infuus of injectie wordt het ZT21 subtraject (of ZT11 waarbij de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie gelijk is aan de startdatum van het subtraject) gesloten op de 30ste dag na opening van het subtraject of op de dag voorafgaand aan de medicinale oncologische behandeling indien er tijdens de eerste 30 dagen van het subtraject geen medicinale oncologische behandeling heeft plaatsgevonden.
Sluitingsregels voor medicinale oncologische behandelingen (1.0000.1)
a. Voor kinderoncologische behandelingen in een centrum voor kindergeneeskunde oncologische behandeling met SKION-stratificatie gelden andere sluitingsregels (zie 1.0000.11).
c. Medicinale oncologische behandelingen binnen vervolg (ZT21) subtrajecten;
Een klinisch vervolg subtraject ZT21 met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie wordt bij élke nieuwe toediening afgesloten (behalve bij acute leukemie). Dit betekent dat een subtraject afgesloten wordt bij:.
een nieuwe toediening tijdens dezelfde klinische opname;
een nieuwe toediening tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag uit de voorgaande opname;
een nieuwe toediening in een niet-klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit kliniek Het subtraject wordt in deze situaties één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend. In afwijking op het bovenstaande gelden voor klinische subtrajecten met orale oncologische medicatie (behalve bij acute leukemie) conform de algemene regels voor het afsluiten van klinische subtrajecten ZT21 (zie artikel 17) dat deze worden afgesloten 42 dagen uit de kliniek, tenzij sprake is van:
een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens dezelfde klinische opname;
een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname;
een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling in een niet klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek;
een toediening per infuus of injectie tijdens dezelfde klinische opname;
een toediening per infuus of injectie tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname;
een toediening per infuus of injectie in een niet klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek. Een niet klinisch subtraject ZT21 met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie (behalve bij acute leukemie) wordt 42 dagen na toediening per infuus of injectie afgesloten tenzij er een nieuwe toediening per infuus of injectie binnen 42 dagen plaatsvindt, ongeacht of dit klinisch of niet klinisch gebeurt. Het subtraject wordt in die situatie één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en er wordt aansluitend een nieuw subtraject geopend. Voor orale oncologische medicatie (behalve bij acute leukemie) geldt dat het subtraject ZT21 42 dagen na de uitvoerdatum van de eerste begeleidingszorgactiviteit zoals omschreven in het registratieaddendum binnen het subtraject afgesloten wordt. Alleen bij overgang naar een andere soort orale medicinale oncologische behandeling of na een toediening per infuus of injectie wordt het subtraject een dag voor de start van de andere therapie/toedieningsvorm gesloten en aansluitend een nieuw subtraject geopend.
Bij een medicinale oncologische behandeling van acute leukemie per infuus of injectie wordt het ZT21 subtraject (of ZT11 waarbij de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie gelijk is aan de startdatum van het subtraject) gesloten op de 30ste dag na opening van het subtraject of op de dag voorafgaand aan de medicinale oncologische behandeling indien er tijdens de eerste 30 dagen van het subtraject geen medicinale oncologische behandeling heeft plaatsgevonden.
Sluitingsregels voor medicinale oncologische behandelingen (1.0000.1)
a. Voor kinderoncologische behandelingen in een centrum voor kindergeneeskunde oncologische behandeling met SKION-stratificatie gelden andere sluitingsregels (zie 1.0000.11).
c. Medicinale oncologische behandelingen binnen vervolg (ZT21) subtrajecten of binnen initiële (ZT11) subtrajecten (indien de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling gelijk is aan de startdatum van het subtraject);
Bij acute leukemie: Bij een medicinale oncologische behandeling van acute leukemie wordt het ZT21 subtraject (of ZT11 subtraject indien de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling gelijk is aan de startdatum van het subtraject) gesloten op de 30ste dag na opening van het subtraject of op de dag voorafgaand aan de medicinale oncologische behandeling indien er tijdens de eerste 30 dagen van het subtraject geen medicinale oncologische behandeling heeft plaatsgevonden.
Bij overige oncologische diagnosen:Een klinisch vervolg subtraject ZT21 met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie (of een klinisch subtraject met ZT11 indien de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie gelijk is aan de startdatum van het subtraject) wordt bij élke nieuwe toediening afgesloten. Dit betekent dat een subtraject afgesloten wordt bij:
een nieuwe toediening tijdens dezelfde klinische opname;
een nieuwe toediening tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag uit de voorgaande opname;
een nieuwe toediening in een niet-klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit kliniek.
Het subtraject wordt in deze situaties één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend. Voor orale oncologische medicatie tijdens een klinisch subtraject gelden de algemene regels voor het afsluiten van klinische subtrajecten. Alleen bij overgang naar een andere soort orale medicinale oncologische behandeling of een toediening per infuus of injectie wordt het subtraject met ZT21 (of ZT11 indien de uitvoerdatum van de eerste orale medicinale oncologische behandeling gelijk is aan de startdatum van het subtraject) een dag voor de start van de andere therapie/toedieningsvorm gesloten en aansluitend een volgend subtraject geopend. Dus afsluiten op de 42e dag na ontslagdatum tenzij:
een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens dezelfde klinische opname;
een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname;
een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling in een niet-klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek;
een toediening per infuus of injectie tijdens dezelfde klinische opname;
een toediening per infuus of injectie tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname;
een toediening per infuus of injectie in een niet-klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek.
Een niet-klinisch subtraject ZT21 met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie (of een niet-klinisch ZT11 subtraject indien de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie gelijk is aan de startdatum van het subtraject) wordt 42 dagen na toediening per infuus of injectie afgesloten, tenzij er een nieuwe toediening per infuus of injectie binnen 42 dagen plaatsvindt, ongeacht of dit klinisch of niet klinisch gebeurt. Het subtraject wordt in die situatie één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en er wordt aansluitend een nieuw subtraject geopend. Een niet-klinisch subtraject ZT21 met orale oncologische medicatie (of een niet- klinisch ZT11 subtraject indien de uitvoerdatum van de eerste orale medicinale oncologische behandeling gelijk is aan de startdatum van het subtraject) wordt 42 dagen na de uitvoerdatum van de eerste begeleidingszorgactiviteit afgesloten. Alleen bij overgang naar een andere soort orale medicinale oncologische behandeling of na een toediening per infuus of injectie wordt het subtraject een dag voor de start van de andere therapie/toedieningsvorm gesloten en aansluitend een nieuw subtraject geopend.
Sluitingsregels voor medicinale oncologische behandelingen (1.0000.1)
a. Voor kinderoncologische behandelingen in een centrum voor kindergeneeskunde oncologische behandeling met SKION-stratificatie gelden andere sluitingsregels (zie 1.0000.11).
c. Medicinale oncologische behandelingen binnen vervolg (ZT21) subtrajecten of binnen initiële (ZT11) subtrajecten (indien de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling gelijk is aan de startdatum van het subtraject);
Bij acute leukemie: Bij acute leukemie: Bij een medicinale oncologische behandeling van acute leukemie wordt het ZT21 subtraject (of ZT11 subtraject indien de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling gelijk is aan de startdatum van het subtraject) gesloten op de 30ste dag na opening van het subtraject of op de dag voorafgaand aan de medicinale oncologische behandeling indien er tijdens de eerste 30 dagen van het subtraject geen medicinale oncologische behandeling heeft plaatsgevonden.
Bij overige oncologische diagnosen: Verstrekking per infuus of injectie Een klinisch vervolg subtraject ZT21 met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie (of een klinisch subtraject met ZT11 indien de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie gelijk is aan de startdatum van het subtraject) wordt bij élke nieuwe toediening per infuus of per injectie afgesloten. Dit betekent dat een subtraject afgesloten wordt bij: • een nieuwe toediening per infuus of injectie tijdens dezelfde klinische opname; • een nieuwe toediening per infuus of injectie tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag uit de voorgaande opname; • een nieuwe toediening in een niet-klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit kliniek.Het subtraject wordt in deze situaties één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend.
Verstrekking per infuus of injectie
Bij overige oncologische diagnosen:Een klinisch vervolg subtraject ZT21 met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie (of een klinisch subtraject met ZT11 indien de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie gelijk is aan de startdatum van het subtraject) wordt bij élke nieuwe
toediening per infuus of per injectie afgesloten. Dit betekent dat een subtraject afgesloten wordt bij:
een nieuwe toediening tijdens dezelfde klinische opname;
een nieuwe toediening tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag uit de voorgaande opname;
een nieuwe toediening in een niet-klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit kliniek.
Het subtraject wordt in deze situaties één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend. Voor begeleiding bij andere toedieningsvormen van oncologische medicatie tijdens een klinisch subtraject gelden de algemene regels voor het afsluiten van klinische subtrajecten. Alleen bij overgang naar een ander soort medicinale oncologische behandeling of naar een toediening per infuus of injectie wordt het subtraject met ZT21 (of ZT11 indien de uitvoerdatum van de eerste begeleiding bij andere toedieningsvormen van oncologische medicatie gelijk is aan de startdatum van het subtraject) een dag voor de start van een ander soort medicinale oncologische behandeling of de toediening per infuus of injectie gesloten en aansluitend een volgend subtraject geopend. Het subtraject afsluiten op de 42e dag na ontslagdatum tenzij:
een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens dezelfde klinische opname;
een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname;
een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling in een niet-klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek;
een toediening per infuus of injectie tijdens dezelfde klinische opname;
een toediening per infuus of injectie tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname;
een toediening per infuus of injectie in een niet-klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek.
Een niet-klinisch subtraject ZT21 met begeleiding bij andere toedieningsvormen van oncologische
behandeling per infuus of injectie (of een niet-klinisch ZT11 subtraject indien de uitvoerdatum van de eerste begeleiding bij andere toedieningsvormen van oncologische medicatie gelijk is aan de startdatum
van het subtraject) wordt 42 dagen na de uitvoerdatum van de eerste begeleidingszorgactiviteit afgesloten.
Alleen bij overgang naar een ander soort medicinale oncologische behandeling of naar een toediening per infuus of injectie wordt het subtraject één dag voor de start van een ander soort medicinale oncologische
behandeling of de toediening per infuus of injectie gesloten en aansluitend een nieuw subtraject geopend.
Bij stamceltransplantaties wordt voor volwassenen en kinderen zonder SKION-stratificatie voor de searchfase van een stamceltransplantatietraject een parallel zorg/subtraject met dezelfde diagnose geopend. Voor stamceltransplantaties bij kinderen met een SKION-stratificatie en stamceltransplantaties in het kader van de BRCA1-studie wordt voor het gehele stamceltransplantatietraject een parallel zorg/subtraject met dezelfde diagnose geopend.
Sluitingsregels voor medicinale oncologische behandelingen (1.0000.1)
a. Voor kinderoncologische behandelingen in een centrum voor kindergeneeskunde oncologische behandeling met SKION-stratificatie gelden andere sluitingsregels (zie 1.0000.11).
c. Medicinale oncologische behandelingen binnen vervolg (ZT21) subtrajecten of binnen initiële (ZT11) subtrajecten (indien de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling gelijk is aan de startdatum van het subtraject);
Bij acute leukemie: Bij een medicinale oncologische behandeling van acute leukemie wordt het ZT21 subtraject (of ZT11 subtraject indien de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling gelijk is aan de startdatum van het subtraject) gesloten op de 30ste dag na opening van het subtraject of op de dag voorafgaand aan de medicinale oncologische behandeling indien er tijdens de eerste 30 dagen van het subtraject geen medicinale oncologische behandeling heeft plaatsgevonden.
Bij overige oncologische diagnosen:Een klinisch vervolg subtraject ZT21 met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie
(of een klinisch subtraject met ZT11 indien de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie gelijk is aan de startdatum van het subtraject) wordt bij élke nieuwe toediening per infuus of per injectie afgesloten. Dit betekent dat een subtraject afgesloten wordt bij:
een nieuwe toediening per infuus of injectie tijdens dezelfde klinische opname;
een nieuwe toediening per infuus of injectie tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag uit de voorgaande opname;
een nieuwe toediening in een niet-klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit kliniek.
Het subtraject wordt in deze situaties één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en aansluitend wordt een nieuw subtraject geopend.
Voor begeleiding bij andere toedieningsvormen van oncologische medicatie tijdens een klinisch subtraject gelden de algemene regels voor het afsluiten van klinische subtrajecten. Alleen bij overgang naar een ander soort medicinale oncologische behandeling of naar een toediening per infuus of injectie wordt het subtraject met ZT21 (of ZT11 indien de uitvoerdatum van de eerste begeleiding bij andere toedieningsvormen van oncologische medicatie gelijk is aan de startdatum van het subtraject) een dag
voor de start van een ander soort medicinale oncologische behandeling of de toediening per infuus of injectie gesloten en aansluitend een volgend subtraject geopend. Het subtraject afsluiten op de 42e dag na ontslagdatum tenzij:
een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens dezelfde klinische opname;
een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname;
een overgang naar een ander soort orale medicinale oncologische behandeling in een niet-klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek;
een toediening per infuus of injectie tijdens dezelfde klinische opname;
een toediening per infuus of injectie tijdens een heropname binnen 42 dagen na ontslag van de voorgaande opname;
een toediening per infuus of injectie in een niet-klinische setting (dagverpleging of polikliniek) binnen 42 dagen na ontslag uit de kliniek.
Een niet-klinisch subtraject ZT21 met een medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie (of een niet-klinisch ZT11 subtraject indien de uitvoerdatum van de eerste medicinale oncologische behandeling per infuus of injectie gelijk is aan de startdatum van het subtraject) wordt 42 dagen na toediening per infuus of injectie afgesloten, tenzij er een nieuwe toediening per infuus of injectie binnen 42 dagen plaatsvindt, ongeacht of dit klinisch of niet klinisch gebeurt. Het subtraject wordt in die situatie
één dag voor de datum van de nieuwe toediening gesloten en er wordt aansluitend een nieuw subtraject geopend
Een niet-klinisch subtraject ZT21 met begeleiding bij andere toedieningsvormen van oncologische behandeling per infuus of injectie (of een niet-klinisch ZT11 subtraject indien de uitvoerdatum van de eerste begeleiding bij andere toedieningsvormen van oncologische medicatie gelijk is aan de startdatum van het subtraject) wordt 42 dagen na de uitvoerdatum van de eerste begeleidingszorgactiviteit afgesloten. Alleen bij overgang naar een ander soort medicinale oncologische behandeling of naar een toediening per
infuus of injectie wordt het subtraject één dag voor de start van een ander soort medicinale oncologische behandeling of de toediening per infuus of injectie gesloten en aansluitend een nieuw subtraject geopend.
Subtrajecten met SKION zorgactiviteiten worden niet meegenomen in signalering. Reden is dat de looptijd van kinderoncologische subtrajecten in een centrum met SKION stratificatie altijd 120 dagen is i.p.v. 42 dagen. Hiervoor gelden ook andere afsluitregels (registratie addendum).
Acties waarbij sprake is van stamcel-transplantaties zijn in de nieuwere sluitregels niet meegenomen door de volgende conditie: "en geen ZA uit groep 11". Deze trajecten worden niet gesignaleerd. (Zie registratie addendum - Registratieregel V)
Programmeerbare norm
Er is sprake van “ZT21 met oncologische diagnose en behandeling en op een later tijdstip nog een oncologische behandeling (N0520)” als aan de volgende selectie is voldaan:
1) Alle subtrajecten met ZT 21 met oncologische diagnose en behandeling (groep 9) (registratie addendum), exclusief subtrajecten met SKION zorgactiviteiten
2) Los te factureren zorgactiviteit uitgevoerd in controlejaar of Handreikingsjaar
of
zorgactiviteit gekoppeld aan een subtraject dat gesloten wordt in controlejaar of Handreikingsjaar
3) Op een later tijdstip nog een oncologische behandeling (groep 9) en bevat geen stamcel-zorgactiviteiten (1.0000.1 groep 11)