Ondersteunend subtraject zonder gekoppeld verwijzend subtraject (N4889)

Uit normenkaderzorg.nl
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Referentienummer: N4889
Behoort tot Normenkader ValueCare

Ziekenhuizen Volledigheid

  1. Ziekenhuizen Volledigheid - Einde Behandeling - Afleiden zorgproduct
Samenvatting

Deze norm signaleert acties wanneer een ondersteunend subtraject geen verwijzend subtraject bevat. Dit duidt erop dat het ondersteunend zorgtraject met alle bijbehorende zorgactiviteiten niet gefactureerd wordt.

Regelgeving / beleid
2022
Openen ondersteunend zorgtraject (met subtraject ZT51)

Een zorgtraject met subtraject ZT51 voor ondersteuning aan de hoofdbehandelaar kan worden geopend wanneer de ondersteuner zorg levert aan de patiënt en voor deze zorgvraag geen eigen zorgtraject open staat. Deze zorgactiviteiten worden gekoppeld aan het zorgtraject van de hoofdbehandelaar.

2022: NR/REG-2207 art. 13


Sluiten ondersteunend zorgtraject (met subtraject ZT51)
Een zorgtraject met een subtraject met ZT51 voor ondersteuning aan de hoofdbehandelaar wordt afgesloten wanneer het subtraject van de hoofdbehandelaar wordt afgesloten conform de afsluitregels in artikel 17 en 18. Het afgesloten subtraject ZT51 wordt tegelijk met het subtraject van de hoofdbehandelaar naar een grouper gestuurd.

2022: NR/REG-2207 art. 14


Zorgtrajectnummer
Een uniek nummer waarmee het zorgtraject binnen de instelling wordt geïdentificeerd. Voor zorgtrajecten met ZT51 geldt dat ook het zorgtrajectnummer van het hieraan gekoppelde zorgtraject (ZT11 of ZT21) wordt vermeld op de declaratie.

2022: NR/REG-2207 art. 36 lid f

Interpretaties

De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:

  1. Ondersteunende subtrajecten zijn gedefinieerd als subtrajecten met zorgtype 97 (ook bekend als zorgtype Q) of subtrajecten van zorgtype 51 (ook bekend als zorgtype O) zonder gekoppelde zorgactiviteiten van zorgprofielklasse 18 of 19. Middels een ziekenhuisspecifieke parameter kan aangepast worden welke zorgtypes gesignaleerd moeten worden.
  2. Q-DBCs worden direct gekoppeld aan een hoofddbc. Voor een Q-DBC betekent het ontbreken van een koppeling aan regulier subtraject dat de Q-DBC niet gekoppeld is aan een hoofdDBC. Overige ondersteunende DBCs worden gekoppeld aan een regulier subtraject via het verwijzend zorgtraject. Een ontbrekende koppeling voor deze ondersteunende DBCs betekent dat er geen verwijzend zorgtraject is of dat het verwijzend zorgtraject geen regulier subtraject bevat.
  3. Middels een ziekenhuisspecifieke parameter kunnen niet-declarabele subtrajecten per sorgtype worden uitgesloten. Default worden niet declarabele ondersteunende subtrajecten getoond.
  4. Default is er een vertraging van 1 dag in de norm ingesteld om onterechte acties te voorkomen. Deze vertraging is per ziekenhuis instelbaar.
Programmeerbare norm

Er is sprake van “Ondersteunend subtraject zonder gekoppeld verwijzend subtraject (N4889)” als aan de volgende selectie is voldaan:

1) Alle declarabele ondersteunende subtrajecten (zorgtype 51 en zorgtype 97) met gekoppelde landelijke zorgactiviteiten


2) Er is geen verwijzend of gekoppeld zorgtraject aanwezig (ZT11 of ZT21) met een vertraging van 1 dag

Logica: 1 en 2

Te nemen actie

Controleer de registratie en koppel het ondersteunend traject om aan de juiste DBC of zet het ondersteunend subtraject om naar een hoofd DBC.

Berekening financiële impact

Er is een ZT11 of ZT21 subtraject aanwezig

Het waardeverschil van het ZT11 of ZT21 na het toevoegen van de zorgactiviteiten uit het ondersteunende subtraject wordt getoond als financiële impact. De bepaling van het reguliere subtraject gebeurt in drie stappen. De eerste die we vinden, gebruiken we voor de impactbepaling:

  • Is er een overlappende reguliere DBC binnen het verwijzende zorgtraject
  • Is er een overlappende reguliere DBC voor een van de aanvragers van de gekoppelde verrichtingen binnen het ondersteunende subtraject
  • Is er een overlappende reguliere DBC

Er is geen ZT11 of ZT21 subtraject aanwezig

De waarde van het ondersteunende subtraject wordt berekend door een regulier traject met de meest aannemelijke diagnose en gekoppelde verrichtingen te simuleren. De meest aannemelijk diagnose wordt bepaald door te kijken welke diagnose het meest voorkomt bij een DBC met de gekoppelde zorgactiviteit(en) bij het betreffende specialisme.