Registratie voldoet aan de eisen van een SEH consult, zorgactiviteit gekoppeld aan ander uitvoerend specialisme (N4012)
Referentienummer: N4012
Behoort tot Normenkader ValueCare
Ziekenhuizen Volledigheid
Samenvatting
Indien er een spoedeisende hulp contact heeft plaatsgevonden, maar deze zorgactiviteit gekoppeld is aan een DBC met een ander uitvoerend specialisme, dan kan dit erop duiden dat er een nieuw subtraject geopend mag worden of dat zorgactiviteiten anders gekoppeld moeten worden.
Regelgeving / beleid
| 2018 |
|---|
| Openen zorgtraject (met subtraject ZT11)
1. Een zorgtraject met subtraject ZT11 wordt door de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert geopend indien de patiënt van buiten de instelling (extern) of vanuit de eigen instelling (intern) bij een specialisme (ook op de SEH) komt met een reguliere of spoedeisende zorgvraag waar nog geen zorgtraject voor is geopend, of waarvan de behandeling en diagnostiek niet passen binnen de context van een bestaande zorgvraag waar reeds een zorgtraject voor bestaat. Een subtraject met ZT11 bevat ten minste één fysiek face-to-face contact tussen de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en de patiënt. Voor klinische genetica geldt een uitzondering op deze regel: in plaats van een fysiek face-to-face contact kan hiervoor ook een screen-to-screen consult plaatsvinden. Ook voor hartteambespreking en longteambespreking geldt dat er geen face-to-face contact hoeft plaats te vinden, er is hierbij namelijk geen contact met de patiënt. 2. Wanneer er bij de behandeling van de patiënt in verband met verschillende zorgvragen meerdere specialismen zijn betrokken als hoofdbehandelaar, opent elk specialisme een eigen zorgtraject als sprake is van een eigen zorgvraag, diagnosestelling én behandeling. 3. Op de voorwaarde behandeling én diagnostiek, zoals bedoeld in artikel 5 lid 1 en lid 2, geldt een uitzondering: indien de patiënt na diagnosestelling definitief wordt doorverwezen naar een andere hoofdbehandelaar van een ander poortspecialisme waar behandeling plaatsvindt, zonder dat de patiënt behandeld is door de eerste hoofdbehandelaar, kunnen beide poortspecialismen een zorgtraject openen. 4. De typeringslijst voor neonatologie wordt gehanteerd tot maximaal 28 dagen na de à terme datum (de uitgerekende datum) indien de pasgeborene een aandoening krijgt die te maken heeft met de geboorte of perinatale periode. De typeringslijst voor kindergeneeskunde wordt gehanteerd vanaf 28 dagen na de à terme datum of op het moment dat de pasgeborene een aandoening krijgt die niet te maken heeft met de geboorte of perinatale periode. 2018: NR/REG-1816 art. 5 Openen parallel zorgtraject (met subtraject ZT11 of ZT12) 1. Een parallel zorgtraject (met bijbehorende subtrajecten ZT11 en ZT21) bij eenzelfde specialisme wordt alleen geregistreerd indien er vanuit het medisch dossier aantoonbaar sprake is van een andere zorgvraag dan waarvoor de patiënt al wordt behandeld en voor deze zorgvraag een separaat zorgtraject (diagnosestelling en behandeling) noodzakelijk is. Wanneer verschillende zorgvragen met dezelfde diagnosetypering voorkomen binnen de looptijd van een bestaand zorgtraject, wordt geen parallel zorgtraject geopend.
De combinatie van de (typerende) diagnosen van het reeds openstaande subtraject en het te openen subtraject van het parallelle zorgtraject mag op de openingsdatum van het te openen parallelle subtraject niet voorkomen in de diagnose-combinatietabel (bijlage 7 van deze regeling). 2. Bij parallelliteit bij dubbelzijdige aandoeningen worden alleen twee zorgtrajecten geopend indien sprake is van een operatieve behandeling aan beide zijden en de combinatie van beide identieke diagnosen niet voorkomt in de diagnose-combinatietabel (bijlage 7 van deze regeling). 3. Binnen een specialisme mag maximaal één klinisch dbc-zorgproduct geopend worden tijdens het klinische traject van de patiënt. 4. Het specialisme cardiologie kent geen parallelliteit, behalve bij icc, hartrevalidatie en begeleiding bij hart- en hartlongtransplantatie. Het specialisme klinische geriatrie kent ook geen parallelliteit, behalve bij icc of klinische medebehandeling. Neonatologie binnen het specialisme kindergeneeskunde en het specialisme geriatrische revalidatiezorg kennen helemaal geen parallelliteit. 5. De diagnosen `ATLS-opvang trauma ISS <16' en `ATLS-opvang multitrauma ISS ≥ 16' omvatten het traject rondom de traumaopvang volgens de ATLS. Deze diagnosen kunnen (mits aan de voorwaarden voor parallelliteit is voldaan) parallel geregistreerd worden aan diagnosen die geconstateerd worden bij de screening. 6. De diagnosen voor `Screening colorectaal carcinoom' omvatten alle zorgactiviteiten die uitgevoerd worden in het kader van het bevolkingsonderzoek. Deze diagnosen kunnen (mits aan de voorwaarden voor parallelliteit is voldaan) parallel geregistreerd worden als bij de screening een aandoening geconstateerd wordt waarvoor een behandeltraject start. 7. De diagnosen voor `Ouderengeneeskunde' (090 t/m 095) binnen het specialisme inwendige geneeskunde kunnen (mits aan de voorwaarden voor parallelliteit is voldaan) parallel geregistreerd worden naast een icc en/of medebehandeling. In andere situaties is het niet toegestaan om deze diagnosen parallel te registreren. 8. Het specialisme gynaecologie onderscheidt drie fasen voor obstetrie: zwangerschap (Z11 t/m Z41), bevalling (B11 t/m B41) en kraambed (K23, K25). Het is niet toegestaan om tijdens één zwangerschap parallelle zorgtrajecten te registreren voor eenzelfde fase, met uitzondering van de fase voor kraambed indien zich een postnatale depressie (K25) voordoet na postnatale complicaties en/of nazorg na partus elders inclusief nacontrole (K23). Bij een nieuwe zwangerschap mag een parallel zorgtraject worden geopend. 2018: NR/REG-1816 art. 5a Openen zorgtraject bij multidisciplinaire behandeling (met subtraject ZT11) 1. Er is sprake van multidisciplinaire behandeling indien er sprake is van één zorgvraag waarbij meerdere poortspecialismen als hoofdbehandelaar een eigen behandeling uitvoeren. In dat geval opent elk (poort)specialisme een eigen zorgtraject. 2. Er is géén sprake van multidisciplinaire behandeling indien binnen een zorgtraject zowel een poortspecialist als een SEH-arts KNMG, arts-assistent, verpleegkundig specialist en/of physician assistant een deel van de prestaties in het kader van één zorgvraag uitvoeren. In dat geval wordt één zorgtraject geopend. 2018: NR/REG-1816 art. 5b Spoedeisende hulp contact op de SEH-afdeling (190015) Spoedeisende hulp contact buiten de SEH-afdeling, elders in het ziekenhuis (190016) |
| 2019 |
|---|
| Openen zorgtraject (met subtraject ZT11)
1. Een zorgtraject met subtraject ZT11 wordt door de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert geopend indien de patiënt van buiten de instelling (extern) of vanuit de eigen instelling (intern) bij een specialisme (ook op de SEH) komt met een reguliere of spoedeisende zorgvraag waar nog geen zorgtraject voor is geopend, of waarvan de behandeling en diagnostiek niet passen binnen de context van een bestaande zorgvraag waar reeds een zorgtraject voor bestaat.
Voor hartteambespreking en longteambespreking geldt dat er geen face-to-face contact hoeft plaats te vinden, er is hierbij namelijk geen contact met de patiënt. 2. Wanneer er bij de behandeling van de patiënt in verband met verschillende zorgvragen meerdere specialismen zijn betrokken als hoofdbehandelaar, opent elk specialisme een eigen zorgtraject als sprake is van een eigen zorgvraag, diagnosestelling én behandeling. 3. Op de voorwaarde behandeling én diagnostiek, zoals bedoeld in artikel 5 lid 1 en lid 2, geldt een uitzondering: indien de patiënt na diagnosestelling definitief wordt doorverwezen naar een andere hoofdbehandelaar van een ander poortspecialisme waar behandeling plaatsvindt, zonder dat de patiënt behandeld is door de eerste hoofdbehandelaar, openen beide poortspecialismen een zorgtraject. 4. De typeringslijst voor neonatologie wordt gehanteerd tot maximaal 28 dagen na de à terme datum (de uitgerekende datum) indien de pasgeborene een aandoening krijgt die te maken heeft met de geboorte of perinatale periode. De typeringslijst voor kindergeneeskunde wordt gehanteerd vanaf 28 dagen na de à terme datum of op het moment dat de pasgeborene een aandoening krijgt die niet te maken heeft met de geboorte of perinatale periode. 2019: NR/REG-1907a art. 5 Openen parallel zorgtraject (met subtraject ZT11 of ZT12) 1. Een parallel zorgtraject (met bijbehorende subtrajecten ZT11 en ZT21) bij eenzelfde specialisme wordt alleen geregistreerd indien er vanuit het medisch dossier aantoonbaar sprake is van een andere zorgvraag dan waarvoor de patiënt al wordt behandeld en voor deze zorgvraag een separaat zorgtraject (diagnosestelling en behandeling) noodzakelijk is. Wanneer verschillende zorgvragen met dezelfde diagnosetypering voorkomen binnen de looptijd van een bestaand zorgtraject, wordt geen parallel zorgtraject geopend. De subtrajecten van het parallelle zorgtraject hebben een zorgprofiel met eigen zorgactiviteiten, waarvan: • minimaal één zorgactiviteit uit de groep operatieve verrichtingen; en/of • minimaal één zorgactiviteit uit zorgprofielklasse 1, 2 of 3; en/of • minimaal één zorgactiviteit uit één van de groepen chronische dialyse of chronische thuisbeademing; en/of • minimaal één zorgactiviteit uit de groep van verstrekking van oncologische medicatie per infuus of per injectie; en/of • minimaal één zorgactiviteit voor gespecialiseerde technieken voor fertiliteitsbehandelingen; en/ of • minimaal één specifieke audiologie zorgactiviteit (range audiologie 190702-190799), waarbij sprake is van een nieuwe, separate zorgvraag en substantiële meerkosten; en/of • minimaal zorgactiviteit 039898; en/of • minimaal zorgactiviteit 039676. De combinatie van de (typerende) diagnosen van het reeds openstaande subtraject en het te openen subtraject van het parallelle zorgtraject komt op de openingsdatum van het te openen parallelle subtraject niet voor in de diagnose-combinatietabel (bijlage 7 van deze regeling). 2. Bij parallelliteit bij dubbelzijdige aandoeningen worden alleen twee zorgtrajecten geopend indien sprake is van een operatieve behandeling aan beide zijden en de combinatie van beide identieke diagnosen niet voorkomt in de diagnose-combinatietabel (bijlage 7 van deze regeling). 3. Binnen een specialisme mag maximaal één klinisch dbc-zorgproduct geopend worden tijdens het klinische traject van de patiënt. 4. Het specialisme cardiologie kent geen parallelliteit, behalve bij icc, hartrevalidatie en begeleiding bij hart- en hartlongtransplantatie. Het specialisme klinische geriatrie kent ook geen parallelliteit, behalve bij icc of klinische medebehandeling. Neonatologie binnen het specialisme kindergeneeskunde en het specialisme geriatrische revalidatiezorg kennen helemaal geen parallelliteit. 5. De diagnosen ‘ATLS-opvang trauma ISS <16’ en ‘ATLS-opvang multitrauma ISS ≥ 16’ omvatten het traject rondom de traumaopvang volgens de ATLS. Deze diagnosen mogen, mits aan de voorwaarden voor parallelliteit is voldaan, parallel geregistreerd worden aan diagnosen die geconstateerd worden bij de screening. 6. De diagnosen voor ‘Screening colorectaal carcinoom’ omvatten alle zorgactiviteiten die uitgevoerd worden in het kader van het bevolkingsonderzoek. Deze diagnosen mogen, mits aan de voorwaarden voor parallelliteit is voldaan, parallel geregistreerd worden als bij de screening een aandoening geconstateerd wordt waarvoor een behandeltraject start. 7. De diagnosen voor het vakgebied 'ouderengeneeskunde’ (090 t/m 095) binnen het specialisme inwendige geneeskunde mogen, mits aan de voorwaarden voor parallelliteit is voldaan, parallel geregistreerd worden naast een icc en/of medebehandeling. In andere situaties is het niet toegestaan om deze diagnosen parallel te registreren. 8. Het specialisme gynaecologie onderscheidt drie fasen voor obstetrie: zwangerschap (Z11 t/m Z41), bevalling (B11 t/m B41) en kraambed (K23 t/m K25). Het is niet toegestaan om tijdens één zwangerschap parallelle zorgtrajecten te registreren voor eenzelfde fase. Hierop geldt een uitzondering voor de fase van kraambed indien zich een postnatale depressie (K25) voordoet na postnatale complicaties (K23, K24). Het is niet toegestaan om naast de fase bevalling (B11 t/m B41) een parallel zorgtraject voor postnatale complicaties (K23, K24) te registreren. Bij een nieuwe zwangerschap mag een parallel zorgtraject worden geopend. 2019: NR/REG-1907a art. 5a Openen zorgtraject bij multidisciplinaire behandeling (met subtraject ZT11) 1. Er is sprake van multidisciplinaire behandeling indien er sprake is van één zorgvraag waarbij meerdere poortspecialismen als hoofdbehandelaar een eigen behandeling uitvoeren. In dat geval opent elk (poort)specialisme een eigen zorgtraject. 2. Er is géén sprake van multidisciplinaire behandeling indien binnen een zorgtraject zowel een poortspecialist als een SEH-arts KNMG, arts-assistent, verpleegkundig specialist en/of physician assistant een deel van de prestaties in het kader van één zorgvraag uitvoeren. In dat geval wordt één zorgtraject geopend. 2019: NR/REG-1907a art. 5b Spoedeisende hulp contact op de SEH-afdeling (190015) Spoedeisende hulp contact buiten de SEH-afdeling, elders in het ziekenhuis (190016) |
| 2020 |
|---|
| Openen zorgtraject (met subtraject ZT11)
1. Een zorgtraject met subtraject ZT11 wordt door de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert geopend indien de patiënt zich meldt met een nieuwe zorgvraag bij een instelling. Voor deze zorgvraag is bij het betreffende specialismen binnen deze instelling nog geen zorgtraject geopend. Dit blijkt uit het medisch dossier. 2. Multidisciplinaire behandeling a. Als er sprake is van een multidisciplinaire behandeling kunnen er voor dezelfde zorgvraag van een patiënt meerdere zorgtrajecten worden geopend. Er is sprake van multidisciplinaire behandeling indien er sprake is van één zorgvraag waarbij meerdere poortspecialismen als hoofdbehandelaar optreden en verantwoordelijk zijn voor het uit te voeren beleid met betrekking tot de zorgvraag. b. Er is géén sprake van multidisciplinaire behandeling indien binnen een zorgtraject zowel een SEH-arts KNMG (of een beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en de SEH-functie uitoefent) als een andere beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert een deel van de prestaties in het kader van één zorgvraag uitvoeren. In dat geval wordt één zorgtraject geopend. 3. Een nieuw te openen zorgtraject voldoet aan de volgende voorwaarden:
4. Parallelle zorgtrajecten binnen eenzelfde specialisme a. Voor het openen van een parallel zorgtraject binnen eenzelfde specialisme gelden de eisen zoals beschreven in bovenstaande leden en moet sprake zijn van een separaat uit te voeren beleid ten aanzien van de zorgvraag. b. Een parallel zorgtraject met eenzelfde diagnosetypering mag worden geopend indien sprake is van een dubbelzijdige aandoening waarbij binnen de looptijd van een subtraject aan beide zijde een zorgactiviteit wordt uitgevoerd die voorkomt in bijlage 1 bij het registratieaddendum (42dagenregel zorgactiviteiten). De combinatie van diagnosen mag hierbij niet voorkomen in de diagnose-combinatietabel (bijlage 7). c. Er wordt geen parallel zorgtraject geopend:
d. Bij de volgende diagnosen kan een parallel zorgtraject geopend worden:
e. Indien medicinale oncologische behandeling ter voorbereiding op een stamceltransplantatie plaatsvindt, wordt voor het stamceltransplantatietraject een parallel zorg/subtraject met dezelfde diagnose geopend. f. Bij chronische zorg met thuisbeademing mag een zorgtraject parallel aan de aandoening waarvoor de chronische thuisbeademing wordt gegeven geopend worden. g. Bij chronische dialyse mag een zorgtraject parallel aan de aandoening waarvoor de dialyse wordt gegeven geopend worden. h. Een orgaantransplantatietraject kan parallel aan het zorgtraject voor de onderliggende aandoening worden geopend. Een zorgvraag maakt onderdeel uit van het transplantatiezorgtraject wanneer aan de volgende criteria voldaan is: • de transplantatiespecialist treedt op als hoofdbehandelaar; en • er is sprake van een direct oorzakelijk verband met de transplantatie; en • de transplantatie gerelateerde zorgvraag doet zich voor tijdens de looptijd van het operatieve fase 2 subtraject of binnen het eerst geopende nazorgtraject van 120 dagen. i. Voor de begeleiding rond hart-, long- en hartlongtransplantaties wordt door de specialismen cardiologie, longgeneeskunde en kindergeneeskunde een eigen (eventueel parallel) zorg/subtraject geopend. j. Bij radiotherapie kan een parallel zorgtraject geopend worden bij: • Combinatiebehandelingen Voor combinatiebehandelingen van tele-, brachytherapie en/of hyperthermie wordt per soort behandeling een afzonderlijk (parallel) traject geopend. • Uitwendige bestraling Voor uitwendige bestraling geldt dat parallelle zorgtrajecten zijn toegestaan, voor zover er sprake is van meerdere doelgebieden die niet in één bestralingsplan te omvatten zijn. Behandeling van twee ISO centra betekent twee zorgtrajecten. 2020: NR/REG2001a art. 5 Spoedeisende hulp contact op de SEH-afdeling (190015) Spoedeisende hulp contact buiten de SEH-afdeling, elders in het ziekenhuis (190016) |
Interpretaties
De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:
- Er wordt binnen deze norm rekening gehouden met D.P.A.99.188, er worden dan ook geen acties getoond wanneer het openen van een nieuw subtraject zorgt voor parallelliteit binnen specialismen inwendige geneeskunde en longziekte.
Dit wordt als volgt geïnterpreteerd: wanneer er mogelijk voor longgeneeskunde of interne geneeskunde een eigen subtraject geopend mag worden op basis van een polibezoek bij één van deze specialismen in het traject van het andere specialisme, maar het bestaande traject pneumonie met zorgproduct 109999067 t/m 109999074 of tbc met zorgproducten 019999052 t/m 019999058 betreft, worden er geen acties getoond. - Er wordt binnen deze norm rekening gehouden met D.P.A.99.75, er worden dan ook geen acties getoond wanneer het openen van een nieuw subtraject zorgt voor parallelliteit binnen specialismen kindergeneeskunde en neurologie.
Dit wordt als volgt geïnterpreteerd: wanneer er mogelijk voor kindergeneeskunde of neurologie een eigen subtraject geopend mag worden op basis van een polibezoek bij één van deze specialismen in het traject van het andere specialisme, maar het bestaande traject epilepsie met zorgproduct 069899 of van eenzelfde zorgvraag kinderneurologie 991630 betreft, worden er geen acties getoond. - Er wordt binnen deze norm rekening gehouden indien een nieuw subtraject zorgt voor parallelliteit binnen specialismen interne, kindergeneeskunde of radiotherapie, er worden dan ook geen acties getoond.
Dit wordt als volgt geïnterpreteerd: wanneer er mogelijk voor interne, kindergeneeskunde of radiotherapie een eigen subtraject geopend mag worden op basis van een polibezoek bij één van deze specialismen in het traject van het andere specialisme, maar het bestaande traject behandeling van kanker met zorgproducten 219899046 t/m 219899049 betreft, worden er geen acties getoond. - De specialismes Anesthesiologie en Radiologie worden uitgesloten van signalering. Deze specialismen zijn (in de regel) ondersteunend op de SEH, daarom wordt hier geen eigen DBC verwacht.
Programmeerbare norm
Er is sprake van “Registratie voldoet aan de eisen van een SEH consult, zorgactiviteit gekoppeld aan ander uitvoerend specialisme (N4012)” als aan de volgende selectie is voldaan:
Logica: 1 en 2 en 3
Te nemen actie
Er is een subtraject aanwezig
Koppel het SEH consult aan het bijbehorende subtraject.
Er is geen subtraject aanwezig
Open een nieuw subtraject en koppel het SEH consult en alle daartoe behorende zorgactiviteiten aan het nieuwe subtraject.
Berekening financiële impact
Er is een subtraject aanwezig
Waarde van de DBC met het SEH consult en alle zorgactiviteiten die na het SEH consult zijn geregistreerd.
Er is geen subtraject aanwezig
Waarde van een nieuwe DBC met daarin het SEH consult en alle zorgactiviteiten die na het SEH consult zijn geregistreerd.