Steekproef - Onterecht verdelen van verpleegdagen over meerdere subtrajecten binnen één specialisme (HT0301): verschil tussen versies

Uit normenkaderzorg.nl
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Rtanis (overleg | bijdragen)
Regel 4: Regel 4:
=====Behoort tot Normenkader ValueCare=====
=====Behoort tot Normenkader ValueCare=====
Horizontaal Toezicht
Horizontaal Toezicht
#[[Ziekenhuizen_Horizontaal_Toezicht_Steekproeven_module|Horizontaal Toezicht Steekproeven module]] - [[Ziekenhuizen_Horizontaal_Toezicht_Steekproeven_module#Behandelen|Behandelen]]
#[[Ziekenhuizen Horizontaal Toezicht Steekproeven module|Horizontaal Toezicht Steekproeven module]] - [[Ziekenhuizen Horizontaal Toezicht Steekproeven module#Behandelen|Behandelen]]


=====Samenvatting=====
=====Samenvatting=====
Regel 167: Regel 167:
De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:
De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:


# Via parameter HT0301_BEIDE_SUBTRAJECTEN_GEFACTUREERD kan gekozen worden om alleen posten te tonen waarbij beide subtrajecten gefactureerd zijn. In dat geval wordt het laatst gefactureerde subtraject getoond. Indien ze op dezelfde dag zijn gefactureerd, dan wordt het subtraject met het laagste dbc-nummer getoond.
# Er wordt gesignaleerd op de eerste verpleegdag uit de gesignaleerde DBC. Dit is de verpleegdag met de verrichtingsdatum die het verst in het verleden ligt binnen de gesignaleerde DBC.
# Via parameter HT0301_BEIDE_SUBTRAJECTEN_GEFACTUREERD kan gekozen worden om alleen posten te tonen waarbij beide subtrajecten gefactureerd zijn. In dat geval wordt het laatst gefactureerde subtraject getoond. Indien ze op dezelfde dag zijn gefactureerd, dan wordt het subtraject met het laagste dbc-nummer getoond.
# Voor het bepalen of een afsluitregel wel of niet automatiseerbaar is, wordt gekeken naar het Registratieaddendum. Gedeeltelijk automatiseerbaar of semi-automatiseerbaar worden behandeld als niet-automatiseerbaar. Uitzondering is afsluitregel 1.0320.3 met afsluitreden 43; deze wordt beschouwd als automatiseerbaar indien DBC na 90 dagen (ZT11) of 120 dagen (ZT21) gesloten is. Standaard worden alleen subtrajecten met niet-automatiseerbare afsluitregels getoond middels parameter HT0301_AFSLUITREGEL. Dit zijn de volgende afsluitregels: 0.0000.0, 1.0320.3, 1.0322.1, 1.8418.1, en 2.0361.1.
# Voor het bepalen of een afsluitregel wel of niet automatiseerbaar is, wordt gekeken naar het Registratieaddendum. Gedeeltelijk automatiseerbaar of semi-automatiseerbaar worden behandeld als niet-automatiseerbaar. Uitzondering is afsluitregel 1.0320.3 met afsluitreden 43; deze wordt beschouwd als automatiseerbaar indien DBC na 90 dagen (ZT11) of 120 dagen (ZT21) gesloten is. Standaard worden alleen subtrajecten met niet-automatiseerbare afsluitregels getoond middels parameter HT0301_AFSLUITREGEL. Dit zijn de volgende afsluitregels: 0.0000.0, 1.0320.3, 1.0322.1, 1.8418.1, en 2.0361.1.



Versie van 13 mei 2025 07:57

Referentienummer: HT0301
Behoort tot Normenkader ValueCare

Horizontaal Toezicht

  1. Horizontaal Toezicht Steekproeven module - Behandelen
Samenvatting

Er mag maximaal één klinische opname per patiënt per klinisch verblijf in het ziekenhuis geregistreerd worden. Het verdelen van verpleegdagen mag niet in verband met het risico dat er meerdere klinische trajecten worden gedeclareerd.

Regelgeving / beleid
2020
Bij parallelliteit (binnen één specialisme) tijdens een klinische periode worden verpleegdagen en klinische zorgdagen in de thuissituatie aan één subtraject gekoppeld. Verpleegdagen en klinische zorgdagen in de thuissituatie worden gekoppeld aan het subtraject van de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en verantwoordelijk is voor deze opname. Het verdelen van verpleegdagen en klinische zorgdagen in de thuissituatie is niet toegestaan. Indien er vanuit het medisch dossier aantoonbaar sprake is van overdracht van het klinische hoofdbehandelaarschap aan een ander poortspecialisme, worden de opvolgende verpleegdagen en klinische zorgdagen in de thuissituatie gekoppeld aan het subtraject van de ‘nieuwe’ hoofdbehandelaar.

Wanneer eenzelfde zorgvraag of verschillende zorgvragen met dezelfde diagnosetypering serieel of parallel voorkomen binnen de looptijd van een bestaand zorgtraject, wordt geen nieuw zorgtraject geopend. De geleverde zorg voor aandoeningen met dezelfde diagnosetypering valt binnen het lopende zorgtraject.

2020: NR/REG-2001a Toelichting art. 23 lid 7 (in het handboek staat Toelichting art. 5a)


Voor het poortspecialisme cardiologie gelden specifieke afsluitregels voor zorgtrajecten in verband met niet toegestane parallelliteit. Een zorgtraject met één of meer subtrajecten met ZT11 of ZT21 wordt bij het poortspecialisme cardiologie afgesloten op het moment dat zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject voor cardiologie wordt geopend.

2020: NR/REG-2001a art. 6 lid 3


Cardiologie (1.0320.3)
Voor het specialisme cardiologie worden subtrajecten met ZT11 en ZT21 als volgt afgesloten:
a. Bij een klinische opname of dagverpleging (geen hartrevalidatie) wordt het subtrajct afgesloten:

  • op datum van klinisch ontslag of dagverpleging (ZPK2) behalve bij vervolg subtrajecten (ZT21) op de dagverpleging in het kader van diagnostiek of elektrocardioversie;
  • wanneer zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject wordt geopend (vanwege niet toegestane parallelliteit).

b. Bij een poliklinisch subtraject (geen hartrevalidatie) wordt het subtraject afgesloten:

  • Subtraject met ZT11: op de 90e dag na de opening van het subtraject; tenzij zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject wordt geopend (vanwege niet toegestane parallelliteit). In dat geval wordt het subtraject één dag voor opening van het nieuwe zorgtraject afgesloten. *Subtraject met ZT21: op de 120e dag na de opening van het subtraject; tenzij zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject wordt geopend (vanwege niet toegestane parallelliteit). In dat geval wordt het subtraject één dag voor opening van het nieuwe zorgtraject afgesloten.

c. Bij hartrevalidatie (diagnose 821) wordt het subtraject op de 120e dag na de opening van het subtraject afgesloten.
d. Op de dag voorafgaand aan het implanteren van (een deel van) een transveneuze lead of een intracardiale pacemaker na een complexe transveneuze leadextractie of complexe transveneuze verwijdering van een intracardiale pacemaker.

2020: NR/REG-2001a art. 19 lid 7

2021
Bij parallelliteit (binnen één specialisme) tijdens een klinische periode worden verpleegdagen en klinische zorgdagen in de thuissituatie aan één subtraject gekoppeld. Verpleegdagen en klinische zorgdagen in de thuissituatie worden gekoppeld aan het subtraject van de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en verantwoordelijk is voor deze opname. Het verdelen van verpleegdagen en klinische zorgdagen in de thuissituatie is niet toegestaan. Indien er vanuit het medisch dossier aantoonbaar sprake is van overdracht van het klinische hoofdbehandelaarschap aan een ander poortspecialisme, worden deopvolgende verpleegdagen en klinische zorgdagen in de thuissituatie gekoppeld aan het subtraject van de ‘nieuwe’ hoofdbehandelaar.

2021: NR/REG-2103a Toelichting art. 23 lid 7


Voor het poortspecialisme cardiologie gelden specifieke afsluitregels voor zorgtrajecten in verband met niet toegestane parallelliteit. Een zorgtraject met één of meer subtrajecten met ZT11 of ZT21 wordt bij het poortspecialisme cardiologie afgesloten op het moment dat zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject voor cardiologie wordt geopend.

2021: NR/REG-2103a art. 6 lid 3


Cardiologie (1.0320.3)
Voor het specialisme cardiologie worden subtrajecten met ZT11 en ZT21 als volgt afgesloten:
a. Bij een klinische opname of dagverpleging (geen hartrevalidatie) wordt het subtraject afgesloten:

  • op datum van klinisch ontslag of dagverpleging (ZPK2) behalve bij vervolg subtrajecten (ZT21) op de dagverpleging in het kader van diagnostiek of elektrocardioversie;
  • wanneer zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject wordt geopend (vanwege niet toegestane parallelliteit).

b. Bij een poliklinisch subtraject (geen hartrevalidatie) wordt het subtraject afgesloten:

  • Subtraject met ZT11: op de 90e dag na de opening van het subtraject; tenzij zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject wordt geopend (vanwege niet toegestane parallelliteit). In dat geval wordt het subtraject één dag voor opening van het nieuwe zorgtraject afgesloten.
  • Subtraject met ZT21: op de 120e dag na de opening van het subtraject; tenzij zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject wordt geopend (vanwege niet toegestane parallelliteit). In dat geval wordt het subtraject één dag voor opening van het nieuwe zorgtraject afgesloten.

c. Bij hartrevalidatie (diagnose 821) wordt het subtraject op de 120e dag na de opening van het subtraject afgesloten.
d. Op de dag voorafgaand aan het implanteren van (een deel van) een transveneuze lead of een intracardiale pacemaker na een complexe transveneuze leadextractie of complexe transveneuze verwijdering van een intracardiale pacemaker.

2021: NR/REG-2103a art. 19 lid 7

2022
Bij parallelliteit (binnen één specialisme) tijdens een klinische periode worden verpleegdagen en klinische zorgdagen in de thuissituatie aan één subtraject gekoppeld. Verpleegdagen en klinische zorgdagen in de thuissituatie worden gekoppeld aan het subtraject van de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en verantwoordelijk is voor deze opname. Het verdelen van verpleegdagen en klinische zorgdagen in de thuissituatie is niet toegestaan. Indien er vanuit het medisch dossier aantoonbaar sprake is van overdracht van het klinische hoofdbehandelaarschap aan een ander poortspecialisme, worden de opvolgende verpleegdagen en klinische zorgdagen in de thuissituatie gekoppeld aan het subtraject van de ‘nieuwe’ hoofdbehandelaar.

2022: NR/REG-2207a Toelichting art. 23 lid 9


Voor het poortspecialisme cardiologie gelden specifieke afsluitregels voor zorgtrajecten in verband met niet toegestane parallelliteit. Een zorgtraject met één of meer subtrajecten met ZT11 of ZT21 wordt bij het poortspecialisme cardiologie afgesloten op het moment dat zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject voor cardiologie wordt geopend.

2022: NR/REG-2207a art. 6 lid 3


Cardiologie (1.0320.3)
Voor het specialisme cardiologie worden subtrajecten met ZT11 en ZT21 als volgt afgesloten:
a. Bij een klinische opname of dagverpleging (geen hartrevalidatie) wordt het subtraject afgesloten:

  • op datum van klinisch ontslag of dagverpleging (ZPK2) behalve bij vervolg subtrajecten (ZT21) op de dagverpleging in het kader van diagnostiek of elektrocardioversie
  • wanneer zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject wordt geopend (vanwege niet toegestane parallelliteit).

b. Bij een poliklinisch subtraject (geen hartrevalidatie) wordt het subtraject afgesloten:

  • Subtraject met ZT11: op de 90e dag na de opening van het subtraject; tenzij zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject wordt geopend (vanwege niet toegestane parallelliteit). In dat geval wordt het subtraject één dag voor opening van het nieuwe zorgtraject afgesloten.
  • Subtraject met ZT21: op de 120e dag na de opening van het subtraject; tenzij zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject wordt geopend (vanwege niet toegestane parallelliteit). In dat geval wordt het subtraject één dag voor opening van het nieuwe zorgtraject afgesloten.

c. Bij hartrevalidatie (diagnose 821) wordt het subtraject op de 120e dag na de opening van het subtraject afgesloten.
d. Op de dag voorafgaand aan het implanteren van (een deel van) een transveneuze lead of een intracardiale pacemaker na een complexe transveneuze leadextractie of complexe transveneuze verwijdering van een intracardiale pacemaker.

2022: NR/REG-2207a art. 19 lid 7

2023
Bij parallelliteit (binnen één specialisme) tijdens een klinische periode worden verpleegdagen en klinische zorgdagen in de thuissituatie aan één subtraject gekoppeld. Verpleegdagen en klinische zorgdagen in de thuissituatie worden gekoppeld aan het subtraject van de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en verantwoordelijk is voor deze opname. Het verdelen van verpleegdagen en klinische zorgdagen in de thuissituatie is niet toegestaan. Indien er vanuit het medisch dossier aantoonbaar sprake is van overdracht van het klinische hoofdbehandelaarschap aan een ander poortspecialisme, worden de opvolgende verpleegdagen en klinische zorgdagen in de thuissituatie gekoppeld aan het subtraject van de 'nieuwe' hoofdbehandelaar.

2023: NR/REG-2306a toelichting art. 23 lid 9


Voor het poortspecialisme cardiologie gelden specifieke afsluitregels voor zorgtrajecten in verband met niet toegestane parallelliteit. Een zorgtraject met één of meer subtrajecten met ZT11 of ZT21 wordt bij het poortspecialisme cardiologie afgesloten op het moment dat zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject voor cardiologie wordt geopend.

2023: NR/REG-2306a art. 6 lid 3


Cardiologie (1.0320.3) Voor het specialisme cardiologie worden subtrajecten met ZT11 en ZT21 als volgt afgesloten:

a. Bij een klinische opname of dagverpleging (geen hartrevalidatie) wordt het subtraject afgesloten:

  • op datum van klinisch ontslag of dagverpleging (ZPK2) behalve bij vervolg subtrajecten (ZT21) op de dagverpleging in het kader van diagnostiek of elektrocardioversie;
  • wanneer zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject wordt geopend (vanwege niet toegestane parallelliteit).

b. Bij een poliklinisch subtraject (geen hartrevalidatie) wordt het subtraject afgesloten:

  • Subtraject met ZT11: op de 90e dag na de opening van het subtraject; tenzij zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject wordt geopend (vanwege niet toegestane parallelliteit). In dat geval wordt het subtraject één dag voor opening van het nieuwe zorgtraject afgesloten.
  • Subtraject met ZT21: op de 120e dag na de opening van het subtraject; tenzij zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject wordt geopend (vanwege niet toegestane parallelliteit). In dat geval wordt het subtraject één dag voor opening van het nieuwe zorgtraject afgesloten.

c. Bij hartrevalidatie (diagnose 821) wordt het subtraject op de 120e dag na de opening van het subtraject afgesloten.

d. Op de dag voorafgaand aan het implanteren van (een deel van) een transveneuze lead of een intracardiale pacemaker na een complexe transveneuze leadextractie of complexe transveneuze verwijdering van een intracardiale pacemaker.

2023: NR/REG-2306a art. 19 lid 7a, b, c en d

2024
Bij parallelliteit (binnen één specialisme) tijdens een klinische periode worden verpleegdagen en klinische zorgdagen in de thuissituatie aan één subtraject gekoppeld. Verpleegdagen en klinische zorgdagen in de thuissituatie worden gekoppeld aan het subtraject van de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en verantwoordelijk is voor deze opname. Het verdelen van verpleegdagen en klinische zorgdagen in de thuissituatie is niet toegestaan. Indien er vanuit het medisch dossier aantoonbaar sprake is van overdracht van het klinische hoofdbehandelaarschap aan een ander poortspecialisme, worden de opvolgende verpleegdagen en klinische zorgdagen in de thuissituatie gekoppeld aan het subtraject van de 'nieuwe' hoofdbehandelaar.

2024: NR/REG-2403a toelichting art. 23 lid 9

Voor het poortspecialisme cardiologie gelden specifieke afsluitregels voor zorgtrajecten in verband met niet toegestane parallelliteit. Een zorgtraject met één of meer subtrajecten met ZT11 of ZT21 wordt bij het poortspecialisme cardiologie afgesloten op het moment dat zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject voor cardiologie wordt geopend.

2024: NR/REG-2403a art. 6 lid 3

Cardiologie (1.0320.3) Voor het specialisme cardiologie worden subtrajecten met ZT11 en ZT21 als volgt afgesloten:

a. Bij een klinische opname of dagverpleging (geen hartrevalidatie) wordt het subtraject afgesloten:

  • op datum van klinisch ontslag of dagverpleging (ZPK2) behalve bij vervolg subtrajecten (ZT21) op de dagverpleging in het kader van diagnostiek of elektrocardioversie;
  • wanneer zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject wordt geopend (vanwege niet toegestane parallelliteit).

b. Bij een poliklinisch subtraject (geen hartrevalidatie) wordt het subtraject afgesloten:

  • Subtraject met ZT11: op de 90e dag na de opening van het subtraject; tenzij zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject wordt geopend (vanwege niet toegestane parallelliteit). In dat geval wordt het subtraject één dag voor opening van het nieuwe zorgtraject afgesloten.
  • Subtraject met ZT21: op de 120e dag na de opening van het subtraject; tenzij zich bij de patiënt een andere/nieuwe zorgvraag voordoet waarvoor een nieuw zorgtraject wordt geopend (vanwege niet toegestane parallelliteit). In dat geval wordt het subtraject één dag voor opening van het nieuwe zorgtraject afgesloten.

c. Bij hartrevalidatie (diagnose 821) wordt het subtraject op de 120e dag na de opening van het subtraject afgesloten.

d. Op de dag voorafgaand aan het implanteren van (een deel van) een transveneuze lead of een intracardiale pacemaker na een complexe transveneuze leadextractie of complexe transveneuze verwijdering van een intracardiale pacemaker.

2024: NR/REG-2403a art. 19 lid 7a, b, c en d

Interpretaties

De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:

  1. Er wordt gesignaleerd op de eerste verpleegdag uit de gesignaleerde DBC. Dit is de verpleegdag met de verrichtingsdatum die het verst in het verleden ligt binnen de gesignaleerde DBC.
  2. Via parameter HT0301_BEIDE_SUBTRAJECTEN_GEFACTUREERD kan gekozen worden om alleen posten te tonen waarbij beide subtrajecten gefactureerd zijn. In dat geval wordt het laatst gefactureerde subtraject getoond. Indien ze op dezelfde dag zijn gefactureerd, dan wordt het subtraject met het laagste dbc-nummer getoond.
  3. Voor het bepalen of een afsluitregel wel of niet automatiseerbaar is, wordt gekeken naar het Registratieaddendum. Gedeeltelijk automatiseerbaar of semi-automatiseerbaar worden behandeld als niet-automatiseerbaar. Uitzondering is afsluitregel 1.0320.3 met afsluitreden 43; deze wordt beschouwd als automatiseerbaar indien DBC na 90 dagen (ZT11) of 120 dagen (ZT21) gesloten is. Standaard worden alleen subtrajecten met niet-automatiseerbare afsluitregels getoond middels parameter HT0301_AFSLUITREGEL. Dit zijn de volgende afsluitregels: 0.0000.0, 1.0320.3, 1.0322.1, 1.8418.1, en 2.0361.1.
Programmeerbare norm

Er is sprake van “Steekproef - Onterecht verdelen van verpleegdagen over meerdere subtrajecten binnen één specialisme (HT0301)” als aan de volgende selectie is voldaan:

1) Alle verpleegdagen (190200, 190207, 190218, 194804, 190228)


2) De verpleegdagen zijn verdeeld over meerdere subtrajecten binnen één specialisme


3) Het subtraject met de eerste verpleegdag(en) is afgesloten met een afsluitregel opgenomen in parameter HT0301_AFSLUITREGEL


Logica: 1 en 2 en 3

Berekening financiële impact

Er wordt geen financiële impact berekend door ValueCare.