Registratie voldoet aan zorgactiviteit nazorg stamceltransplantatie (N4810): verschil tussen versies
Naar navigatie springen
Naar zoeken springen
| Regel 80: | Regel 80: | ||
# ''Optionele parameter:'' Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om verrichtingscodes uit te sluiten die gelden als face-to-face contact. Standaard worden er geen verrichtingscodes uitgesloten. (N4810_UITSL_CTG_CODE_F2F_CONTACT) | # ''Optionele parameter:'' Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om verrichtingscodes uit te sluiten die gelden als face-to-face contact. Standaard worden er geen verrichtingscodes uitgesloten. (N4810_UITSL_CTG_CODE_F2F_CONTACT) | ||
# ''Optionele parameter:'' Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om ZPK codes (1, 2 en/of 3) uit te sluiten die gelden als face-to-face contact. Standaard is de parameter leeg en worden verrichtingen met ZPK code 1, 2 en 3 gezien als face-to-face contact. (N4810_UITSL_ZPK_CODE_F2F_CONTACT) | # ''Optionele parameter:'' Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om ZPK codes (1, 2 en/of 3) uit te sluiten die gelden als face-to-face contact. Standaard is de parameter leeg en worden verrichtingen met ZPK code 1, 2 en 3 gezien als face-to-face contact. (N4810_UITSL_ZPK_CODE_F2F_CONTACT) | ||
# ''Optionele parameter:'' Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om verrichtingscodes toe te voegen aan zorgactiviteiten die de selectie-/afnamefase van stamceltransplantaties kenmerken. Default worden alleen de zorgactiviteiten uit referentiegroep 1 en 4 van regel 2.0000.1 meegenomen. ( | # ''Optionele parameter:'' Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om verrichtingscodes toe te voegen aan zorgactiviteiten die de selectie-/afnamefase van stamceltransplantaties kenmerken. Default worden alleen de zorgactiviteiten uit referentiegroep 1 en 4 van regel 2.0000.1 meegenomen. (N4810_EXTRA_CTG_SELECTIE_AFNAME_FASE) | ||
# ''Optionele parameter:'' Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om verrichtingscodes toe te voegen aan zorgactiviteiten die de transplantatiefase van stamceltransplantaties kenmerken. Default worden alleen de zorgactiviteiten uit referentiegroep 2,5 en 6 van regel 2.0000.1 meegenomen. ( | # ''Optionele parameter:'' Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om verrichtingscodes toe te voegen aan zorgactiviteiten die de transplantatiefase van stamceltransplantaties kenmerken. Default worden alleen de zorgactiviteiten uit referentiegroep 2,5 en 6 van regel 2.0000.1 meegenomen. (N4810_EXTRA_CTG_TRANSPLANTATIE_FASE) | ||
# ''Optionele parameter:'' Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om verrichtingscodes toe te voegen aan zorgactiviteiten die de nazorgfase van stamceltransplantaties kenmerken. Default worden alleen de zorgactiviteiten uit referentiegroep 3 van regel 2.0000.1 meegenomen. ( | # ''Optionele parameter:'' Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om verrichtingscodes toe te voegen aan zorgactiviteiten die de nazorgfase van stamceltransplantaties kenmerken. Default worden alleen de zorgactiviteiten uit referentiegroep 3 van regel 2.0000.1 meegenomen. (N4810_EXTRA_CTG_NAZORG_FASE) | ||
# Na een tranplantatie mag de zorgactiviteit post-transplantatietraject in maximaal drie subtrajecten worden geregistreerd. Indien aanwezig, is dit inclusief het subtraject van de transplantatie. De N4180 signaleert alleen zolang dit aantal nog niet is bereikt. | # Na een tranplantatie mag de zorgactiviteit post-transplantatietraject in maximaal drie subtrajecten worden geregistreerd. Indien aanwezig, is dit inclusief het subtraject van de transplantatie. De N4180 signaleert alleen zolang dit aantal nog niet is bereikt. | ||