Registratie voldoet aan zorgactiviteit nazorg stamceltransplantatie (N4810): verschil tussen versies
Naar navigatie springen
Naar zoeken springen
| Regel 78: | Regel 78: | ||
# Stap 1A en 1B zijn twee verschillende startpunten voor deze norm. Respectievelijk voor de ziekenhuizen waar de stamceltransplantatie plaatsvindt (1A), of voor de ziekenhuizen waar alléén de nazorg plaatsvindt (1B). | # Stap 1A en 1B zijn twee verschillende startpunten voor deze norm. Respectievelijk voor de ziekenhuizen waar de stamceltransplantatie plaatsvindt (1A), of voor de ziekenhuizen waar alléén de nazorg plaatsvindt (1B). | ||
# Wanneer een fase 1 subtraject tussen twee fase 3 subtrajecten plaats vindt wordt deze niet als actie gesignaleerd maar wordt het opvolgende subtraject gesignaleerd. | # Wanneer een fase 1 subtraject tussen twee fase 3 subtrajecten plaats vindt wordt deze niet als actie gesignaleerd maar wordt het opvolgende subtraject gesignaleerd. | ||
# Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om verrichtingscodes uit te sluiten die gelden als face-to-face contact. Standaard worden er geen verrichtingscodes uitgesloten. | # ''Optionele parameter:'' Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om verrichtingscodes uit te sluiten die gelden als face-to-face contact. Standaard worden er geen verrichtingscodes uitgesloten. (N4810_UITSL_CTG_CODE_F2F_CONTACT) | ||
# Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om ZPK codes (1, 2 en/of 3) uit te sluiten die gelden als face-to-face contact. Standaard is de parameter leeg en worden verrichtingen met ZPK code 1, 2 en 3 gezien als face-to-face contact. | # ''Optionele parameter:'' Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om ZPK codes (1, 2 en/of 3) uit te sluiten die gelden als face-to-face contact. Standaard is de parameter leeg en worden verrichtingen met ZPK code 1, 2 en 3 gezien als face-to-face contact. (N4810_UITSL_ZPK_CODE_F2F_CONTACT) | ||
# Na een tranplantatie mag de zorgactiviteit post-transplantatietraject in maximaal drie subtrajecten worden geregistreerd. Indien aanwezig, is dit inclusief het subtraject van de transplantatie. De N4180 signaleert alleen zolang dit aantal nog niet is bereikt. | # Na een tranplantatie mag de zorgactiviteit post-transplantatietraject in maximaal drie subtrajecten worden geregistreerd. Indien aanwezig, is dit inclusief het subtraject van de transplantatie. De N4180 signaleert alleen zolang dit aantal nog niet is bereikt. | ||