FZ prestatie-indicatoren: verschil tussen versies
→Totstandkoming: tabellen definities toevoegen |
|||
| Regel 4: | Regel 4: | ||
== Definities == | == Definities == | ||
=== Relevante definities === | |||
Hieronder staan voor de prestatie-indicatoren psychiatrie relevante definities toegelicht. | |||
{| class="wikitable" | {| class="wikitable" | ||
|+ | |+ | ||
!Term | Relevante definities | ||
!Term | |||
!Definitie | !Definitie | ||
|- | |- | ||
| Regel 15: | Regel 19: | ||
|Met de term FPC wordt bedoeld de patiënten die opgenomen zijn in het kader van TBS met dwangverpleging, al dan niet gemaximeerd (art. 37 a/b, art. 38e). | |Met de term FPC wordt bedoeld de patiënten die opgenomen zijn in het kader van TBS met dwangverpleging, al dan niet gemaximeerd (art. 37 a/b, art. 38e). | ||
|- | |- | ||
|Geïndiceerde vervolgzorg | |Geïndiceerde vervolgzorg | ||
|De gewenste vervolgzorg volgens de huidige aanbieder: waar zou de patiënt idealiter naartoe gaan? De geïndiceerde vervolgzorg kan bestaan uit een combinatie van verschillende uitstroomcategorieën. Daardoor kan de teller hoger uitvallen dan de noemer. Het invullen van meerdere uitstroomcategorieën gaat nadrukkelijk om een combinatie van gewenste categorieën en niet om twijfel over de gewenste categorieën. | |De gewenste vervolgzorg volgens de huidige aanbieder: waar zou de patiënt idealiter naartoe gaan? De geïndiceerde vervolgzorg kan bestaan uit een combinatie van verschillende uitstroomcategorieën. Daardoor kan de teller hoger uitvallen dan de noemer. Het invullen van meerdere uitstroomcategorieën gaat nadrukkelijk om een combinatie van gewenste categorieën en niet om twijfel over de gewenste categorieën. | ||
|- | |- | ||
|Geldige meting | |Geldige meting | ||
|Zie voor de geselecteerde instrumenten en de voorgeschreven meettermijn de tabellen bij indicator 1 en 3. Patiënten die langer dan drie maanden (voor setting FPC 6 maanden) in behandeling zijn, dienen altijd een aantoonbaar geldige meting te hebben met één van de geselecteerde instrumenten die is afgenomen binnen de voor het instrument voorgeschreven meettermijn. Instellingen zijn zelf verantwoordelijk voor de processen, geldige metingen en het periodiek meten. | |Zie voor de geselecteerde instrumenten en de voorgeschreven meettermijn de tabellen bij indicator 1 en 3. Patiënten die langer dan drie maanden (voor setting FPC 6 maanden) in behandeling zijn, dienen altijd een aantoonbaar geldige meting te hebben met één van de geselecteerde instrumenten die is afgenomen binnen de voor het instrument voorgeschreven meettermijn. Instellingen zijn zelf verantwoordelijk voor de processen, geldige metingen en het periodiek meten. | ||
|- | |- | ||
|Metingen bij overgang naar andere financier of setting | |Metingen bij overgang naar andere financier of setting | ||
|Indien patiënten overgaan naar een andere financier of naar een andere setting binnen het strafrechtelijk kader, mogen geldige metingen worden meegenomen. Een geldige meting is een meting die gedaan is met een instrument dat passend is bij de doelgroep en geldig is volgens de meettermijn van het instrument. | |Indien patiënten overgaan naar een andere financier of naar een andere setting binnen het strafrechtelijk kader, mogen geldige metingen worden meegenomen. Een geldige meting is een meting die gedaan is met een instrument dat passend is bij de doelgroep en geldig is volgens de meettermijn van het instrument. | ||
|- | |- | ||
|Peildatum | |Peildatum | ||
|De specifieke datum waarop gekeken wordt naar het aantal patiënten met een forensische zorgtitel die op dat moment in behandeling waren. De peildatum bepaalt daarmee de waarde van de indicator. | |De specifieke datum waarop gekeken wordt naar het aantal patiënten met een forensische zorgtitel die op dat moment in behandeling waren. De peildatum bepaalt daarmee de waarde van de indicator. | ||
|- | |- | ||
| Regel 30: | Regel 34: | ||
|Bij indicator 2 valt de reguliere ambulante behandeling onder categorie 3 (specialistische GGZ) of categorie 4 (basis GGZ). | |Bij indicator 2 valt de reguliere ambulante behandeling onder categorie 3 (specialistische GGZ) of categorie 4 (basis GGZ). | ||
|- | |- | ||
|Start behandeling | |Start behandeling | ||
|Klinische setting: De eerste declarabele verblijfsdag. | |Klinische setting: De eerste declarabele verblijfsdag. | ||
Ambulante setting: De datum van de eerste declarabele consult met de patiënt binnen het zorgtraject. | Ambulante setting: De datum van de eerste declarabele consult met de patiënt binnen het zorgtraject. | ||
|- | |- | ||
|Vervolgzorg | |Vervolgzorg | ||
|Zorg binnen de eigen organisatie en behandeling of begeleiding elders, na beëindiging van de strafrechtelijke titel. Deze vervolgzorg wordt dus niet door ForZo/JJI gefinancierd. | |Zorg binnen de eigen organisatie en behandeling of begeleiding elders, na beëindiging van de strafrechtelijke titel. Deze vervolgzorg wordt dus niet door ForZo/JJI gefinancierd. | ||
|} | |} | ||
=== Indicatoren === | |||
Hieronder staan de drie indicatoren toegelicht, uitgesplitst in algemeen overzicht, toepassing setting en uitgangspunten, meetinstrumenten en uitstroomcategorieën. | |||
{| class="wikitable" | {| class="wikitable" | ||
|+ | |+ | ||
Overzicht indicatoren | |||
! colspan="2" |Indicator | ! colspan="2" |Indicator | ||
!Toelichting | !Toelichting | ||
| Regel 47: | Regel 56: | ||
|- | |- | ||
|2 | |2 | ||
|Continuïteit van zorg | |Continuïteit van zorg | ||
|Indicator 2 brengt de gewenste vervolgzorg voor de patiënt in kaart ten behoeve van de continuïteit van zorg. Van hulpverleners wordt verwacht dat zij een goed lopend ketentraject voor de patiënt organiseren. Onder continuïteit wordt begrepen een vloeiende overgang van forensische zorg in het kader van een forensische zorgtitel, naar zorg waarbij de forensische zorgtitel is geëindigd. Deze overgang kan zowel plaatsvinden bij de zorgaanbieder zelf als bij een andere zorgaanbieder. Door te registreren waar de vervolgzorg zou moeten plaatsvinden, worden de knelpunten in de continuïteit van zorg beter zichtbaar. | |Indicator 2 brengt de gewenste vervolgzorg voor de patiënt in kaart ten behoeve van de continuïteit van zorg. Van hulpverleners wordt verwacht dat zij een goed lopend ketentraject voor de patiënt organiseren. Onder continuïteit wordt begrepen een vloeiende overgang van forensische zorg in het kader van een forensische zorgtitel, naar zorg waarbij de forensische zorgtitel is geëindigd. Deze overgang kan zowel plaatsvinden bij de zorgaanbieder zelf als bij een andere zorgaanbieder. Door te registreren waar de vervolgzorg zou moeten plaatsvinden, worden de knelpunten in de continuïteit van zorg beter zichtbaar. | ||
|- | |- | ||
| Regel 56: | Regel 65: | ||
{| class="wikitable" | {| class="wikitable" | ||
|+ | |+ | ||
Toepassing setting en uitgangspunten | |||
! colspan="2" |Indicator | ! colspan="2" |Indicator | ||
!Van toepassing voor setting | !Van toepassing voor setting | ||
!<u>Niet</u> van toepassing voor setting | !<u>Niet</u> van toepassing voor setting | ||
!Uitgangspunten | !Uitgangspunten | ||
| Regel 71: | Regel 81: | ||
|Beschermd wonen/ ambulante begeleiding | |Beschermd wonen/ ambulante begeleiding | ||
| | | | ||
* Patiënten die langer dan drie maanden (voor setting FPC 6 maanden) in behandeling zijn, dienen altijd een aantoonbaar geldige meting te hebben. | * Patiënten die langer dan drie maanden (voor setting FPC 6 maanden) in behandeling zijn, dienen altijd een aantoonbaar geldige meting te hebben. | ||
* Er wordt regelmatig gemeten: tenminste jaarlijks of afhankelijk van de meettermijn van het instrument, zoals in onderstaande tabel is opgenomen. | * Er wordt regelmatig gemeten: tenminste jaarlijks of afhankelijk van de meettermijn van het instrument, zoals in onderstaande tabel is opgenomen. | ||
* Er wordt gemeten met één van de instrumenten uit de onderstaande tabel | * Er wordt gemeten met één van de instrumenten uit de onderstaande tabel | ||
|- | |- | ||
|2 | |2 | ||
|Continuïteit van zorg | |Continuïteit van zorg | ||
|PPC | |PPC | ||
Klinische zorg overig | Klinische zorg overig | ||
| Regel 86: | Regel 95: | ||
Beschermd wonen/ ambulante begeleiding | Beschermd wonen/ ambulante begeleiding | ||
|FPC | |FPC | ||
| | | | ||
* De indicator meet de geïndiceerde vervolgzorg en niet de daadwerkelijk gerealiseerde vervolgzorg, omdat de inspanning van de instelling niet de enige factor is die hierop van invloed is. Dit is immers ook afhankelijk van externe factoren. | * De indicator meet de geïndiceerde vervolgzorg en niet de daadwerkelijk gerealiseerde vervolgzorg, omdat de inspanning van de instelling niet de enige factor is die hierop van invloed is. Dit is immers ook afhankelijk van externe factoren. | ||
* De noodzaak voor vervolgzorg wordt bepaald door de regiebehandelaar, behandelcoördinator, coördinerende behandelaar of iemand met een vergelijkbare functie, of door de begeleidende organisatie (zoals in het geval van een opvanginstelling, beschermd wonen of aanbieder van ambulante begeleiding). | * De noodzaak voor vervolgzorg wordt bepaald door de regiebehandelaar, behandelcoördinator, coördinerende behandelaar of iemand met een vergelijkbare functie, of door de begeleidende organisatie (zoals in het geval van een opvanginstelling, beschermd wonen of aanbieder van ambulante begeleiding). | ||
* Het staat instellingen vrij de geïndiceerde vervolgzorg verder te differentiëren. Voor de aanlevering van de prestatie-indicatoren moet dit te bundelen zijn naar onderstaande uitstroomcategorieën. Patiënten die teruggeplaatst worden naar een Penitentiaire Inrichting worden geëxcludeerd van deze meting. | * Het staat instellingen vrij de geïndiceerde vervolgzorg verder te differentiëren. Voor de aanlevering van de prestatie-indicatoren moet dit te bundelen zijn naar onderstaande uitstroomcategorieën. Patiënten die teruggeplaatst worden naar een Penitentiaire Inrichting worden geëxcludeerd van deze meting. | ||
| Regel 101: | Regel 110: | ||
Ambulante behandeling | Ambulante behandeling | ||
|Beschermd wonen/ ambulante begeleiding | |Beschermd wonen/ ambulante begeleiding | ||
| | | | ||
* Patiënten die langer dan drie maanden (voor setting FPC 6 maanden) in behandeling zijn, dienen altijd een aantoonbaar geldige meting te hebben. | * Patiënten die langer dan drie maanden (voor setting FPC 6 maanden) in behandeling zijn, dienen altijd een aantoonbaar geldige meting te hebben. | ||
* Er wordt regelmatig gemeten: tenminste jaarlijks of afhankelijk van de meettermijn van het instrument, zoals in onderstaande tabel is opgenomen. | * Er wordt regelmatig gemeten: tenminste jaarlijks of afhankelijk van de meettermijn van het instrument, zoals in onderstaande tabel is opgenomen. | ||
* Er wordt gemeten met één van de instrumenten uit onderstaande tabel. | * Er wordt gemeten met één van de instrumenten uit onderstaande tabel. | ||
|} | |} | ||
{| class="wikitable" | {| class="wikitable" | ||
|+Meetinstrumenten per indicator | |||
! colspan="2" rowspan="2" |Indicator | ! colspan="2" rowspan="2" |Indicator | ||
! rowspan="2" |Meetinstrument | ! rowspan="2" |Meetinstrument | ||
| Regel 123: | Regel 132: | ||
|x | |x | ||
|x | |x | ||
|365 dagen | |365 dagen | ||
|- | |- | ||
|FARE | |FARE | ||
| | | | ||
|x | |x | ||
|183 dagen | |183 dagen | ||
|- | |- | ||
|HCR-20V3 | |HCR-20V3 | ||
| Regel 158: | Regel 167: | ||
|x | |x | ||
|x | |x | ||
|123 dagen | |123 dagen | ||
|- | |- | ||
|START:AV | |START:AV | ||
| Regel 182: | Regel 191: | ||
{| class="wikitable" | {| class="wikitable" | ||
|+ | |+ | ||
Uitstroomcategorieën voor vervolgzorg | |||
! colspan="2" |Indicator | ! colspan="2" |Indicator | ||
!Uitstroomcategorie | !Uitstroomcategorie | ||
| Regel 193: | Regel 203: | ||
# Beveiligingsniveau 3: FPK/FVK | # Beveiligingsniveau 3: FPK/FVK | ||
# Beveiligingsniveau 2: FPA/FVA | # Beveiligingsniveau 2: FPA/FVA | ||
# Beveiligingsniveau 1 | # Beveiligingsniveau 1 | ||
|- | |- | ||
|2 | |2 | ||
|Forensische ambulante behandeling (hieronder vallen ook alle vormen van FACT) | |Forensische ambulante behandeling (hieronder vallen ook alle vormen van FACT) | ||
|- | |- | ||
|3 | |3 | ||
|Specialistische GGZ | |Specialistische GGZ | ||
|- | |- | ||
|4 | |4 | ||
|Basis GGZ | |Basis GGZ | ||
|- | |- | ||
|5 | |5 | ||
|Gespecialiseerde zorg verstandelijk gehandicapten: | |Gespecialiseerde zorg verstandelijk gehandicapten: | ||
# SGLVG/SGLVG+ | # SGLVG/SGLVG+ | ||
# VG Verblijf | # VG Verblijf | ||
|- | |- | ||
|6 | |6 | ||
|(Forensisch) Beschermd wonen (BW) | |(Forensisch) Beschermd wonen (BW) | ||
|- | |- | ||
|7 | |7 | ||
|Maatschappelijke opvang (MO) | |Maatschappelijke opvang (MO) | ||
|- | |- | ||
|8 | |8 | ||
|Ambulante begeleiding | |Ambulante begeleiding | ||
|- | |- | ||
|9 | |9 | ||
|Anders... (bijvoorbeeld algemene WMO-voorziening) | |Anders... (bijvoorbeeld algemene WMO-voorziening) | ||
|- | |- | ||
|10 | |10 | ||
|Geen vervolgzorg nodig | |Geen vervolgzorg nodig | ||
|} | |} | ||
| Regel 240: | Regel 250: | ||
{| class="wikitable" | {| class="wikitable" | ||
|+ | |+ | ||
!Dashboard | !Dashboard | ||
!Tegel | !Tegel | ||
!Toelichting | !Toelichting | ||
Versie van 15 sep 2022 07:33
Inleiding
De prestatie-indicatoren forensische psychiatrie is een set indicatoren met als doel om de kwaliteit van de forensische zorg inzichtelijk te maken.
Definities
Relevante definities
Hieronder staan voor de prestatie-indicatoren psychiatrie relevante definities toegelicht.
| Term | Definitie |
|---|---|
| Beëindigen van de forensische zorgtitel | Het feit dat zorg in het kader van een forensische zorgtitel (ook de TBS-maatregel) eindigt. De overgang naar een andere forensische zorgtitel valt hier niet onder. |
| FPC | Met de term FPC wordt bedoeld de patiënten die opgenomen zijn in het kader van TBS met dwangverpleging, al dan niet gemaximeerd (art. 37 a/b, art. 38e). |
| Geïndiceerde vervolgzorg | De gewenste vervolgzorg volgens de huidige aanbieder: waar zou de patiënt idealiter naartoe gaan? De geïndiceerde vervolgzorg kan bestaan uit een combinatie van verschillende uitstroomcategorieën. Daardoor kan de teller hoger uitvallen dan de noemer. Het invullen van meerdere uitstroomcategorieën gaat nadrukkelijk om een combinatie van gewenste categorieën en niet om twijfel over de gewenste categorieën. |
| Geldige meting | Zie voor de geselecteerde instrumenten en de voorgeschreven meettermijn de tabellen bij indicator 1 en 3. Patiënten die langer dan drie maanden (voor setting FPC 6 maanden) in behandeling zijn, dienen altijd een aantoonbaar geldige meting te hebben met één van de geselecteerde instrumenten die is afgenomen binnen de voor het instrument voorgeschreven meettermijn. Instellingen zijn zelf verantwoordelijk voor de processen, geldige metingen en het periodiek meten. |
| Metingen bij overgang naar andere financier of setting | Indien patiënten overgaan naar een andere financier of naar een andere setting binnen het strafrechtelijk kader, mogen geldige metingen worden meegenomen. Een geldige meting is een meting die gedaan is met een instrument dat passend is bij de doelgroep en geldig is volgens de meettermijn van het instrument. |
| Peildatum | De specifieke datum waarop gekeken wordt naar het aantal patiënten met een forensische zorgtitel die op dat moment in behandeling waren. De peildatum bepaalt daarmee de waarde van de indicator. |
| Reguliere (niet forensische) ambulante behandeling | Bij indicator 2 valt de reguliere ambulante behandeling onder categorie 3 (specialistische GGZ) of categorie 4 (basis GGZ). |
| Start behandeling | Klinische setting: De eerste declarabele verblijfsdag.
Ambulante setting: De datum van de eerste declarabele consult met de patiënt binnen het zorgtraject. |
| Vervolgzorg | Zorg binnen de eigen organisatie en behandeling of begeleiding elders, na beëindiging van de strafrechtelijke titel. Deze vervolgzorg wordt dus niet door ForZo/JJI gefinancierd. |
Indicatoren
Hieronder staan de drie indicatoren toegelicht, uitgesplitst in algemeen overzicht, toepassing setting en uitgangspunten, meetinstrumenten en uitstroomcategorieën.
| Indicator | Toelichting | |
|---|---|---|
| 1 | Risicotaxatie | Indicator 1 meet het uitvoeren van risicotaxaties bij patiënten. Dit is geoperationaliseerd in het aantal geldige metingen met risicotaxatie-instrumentarium op de peildatum. |
| 2 | Continuïteit van zorg | Indicator 2 brengt de gewenste vervolgzorg voor de patiënt in kaart ten behoeve van de continuïteit van zorg. Van hulpverleners wordt verwacht dat zij een goed lopend ketentraject voor de patiënt organiseren. Onder continuïteit wordt begrepen een vloeiende overgang van forensische zorg in het kader van een forensische zorgtitel, naar zorg waarbij de forensische zorgtitel is geëindigd. Deze overgang kan zowel plaatsvinden bij de zorgaanbieder zelf als bij een andere zorgaanbieder. Door te registreren waar de vervolgzorg zou moeten plaatsvinden, worden de knelpunten in de continuïteit van zorg beter zichtbaar. |
| 3 | Ernst van de problematiek | Indicator 3 meet de verandering van de ernst van de problematiek bij patiënten. Dit is geoperationaliseerd in het aantal geldige metingen met instrumentaria voor het meten van de ernst van de problematiek op de peildatum. |
| Indicator | Van toepassing voor setting | Niet van toepassing voor setting | Uitgangspunten | |
|---|---|---|---|---|
| 1 | Risicotaxatie | FPC
PPC Klinische zorg overig Ambulante behandeling |
Beschermd wonen/ ambulante begeleiding |
|
| 2 | Continuïteit van zorg | PPC
Klinische zorg overig Ambulante behandeling Beschermd wonen/ ambulante begeleiding |
FPC |
|
| 3 | Ernst van de problematiek | FPC
PPC Klinische zorg overig Ambulante behandeling |
Beschermd wonen/ ambulante begeleiding |
|
| Indicator | Meetinstrument | Setting | Meettermijn | ||
|---|---|---|---|---|---|
| Klinisch | Ambulant | ||||
| 1 | Risicotaxatie | B-SAFER | x | x | 365 dagen |
| FARE | x | 183 dagen | |||
| HCR-20V3 | x | 365 dagen | |||
| HKT-R | x | 365 dagen | |||
| SAVRY | x | x | 365 dagen | ||
| SRP | x | x | 365 dagen | ||
| SSA | x | x | 365 dagen | ||
| START | x | x | 123 dagen | ||
| START:AV | x | x | 183 dagen | ||
| 3 | Ernst van de problematiek | BPRS | 365 dagen | ||
| DROS | |||||
| HoNOS | |||||
| IFBE | |||||
| IFpBE | |||||
| Module 7 van de MATE | |||||
| Indicator | Uitstroomcategorie | Toelichting | |
|---|---|---|---|
| 2 | Continuiteit van zorg | 1 | Forensische klinische zorg:
|
| 2 | Forensische ambulante behandeling (hieronder vallen ook alle vormen van FACT) | ||
| 3 | Specialistische GGZ | ||
| 4 | Basis GGZ | ||
| 5 | Gespecialiseerde zorg verstandelijk gehandicapten:
| ||
| 6 | (Forensisch) Beschermd wonen (BW) | ||
| 7 | Maatschappelijke opvang (MO) | ||
| 8 | Ambulante begeleiding | ||
| 9 | Anders... (bijvoorbeeld algemene WMO-voorziening) | ||
| 10 | Geen vervolgzorg nodig | ||
Totstandkoming
Toepassing
KPI's en dashboards
Voor de FZ prestatie-indicatoren biedt ValueCare dashboard FZ - Prestatie-indicatoren aan in het portaal.
Deze is te vinden onder Meer dashboards > FZ > FZ - Prestatie-indicatoren.
Zie hieronder een overzicht van de tegels met toelichting:
| Dashboard | Tegel | Toelichting |
|---|---|---|
| FZ - Prestatie-indicatoren | Aantal geldige metingen met risiscotaxatie-instrumentarium per aanvangsdatum DBBC | Aantal cliënten met een geldige meting per maand |
| Aantal geldige metingen met risicotaxatie-instrumentarium per setting | Aantal cliënten met een geldige meting per setting | |
| Aantal geldige metingen met instrumentaria voor het meten van de ernst van de problematiek per setting | Aantal cliënten met een geldige meting per setting | |
| Aantal geldige metingen met instrumentaria voor het meten van de ernst van de problematiek per aanvangsdatum DBBC | Aantal clienten met een geldige meting per maand | |
| Prestatie-indicator 2: Continuïteit van zorg | Indicator 2 brengt de gewenste vervolgzorg voor de patiënt in kaart ten behoeve van de continuïteit van zorg. Dit rapport selecteert cliënten waarvoor vervolgzorg gerapporteerd dient te worden. Leidend is het jaar van de peildatum. Voor dit jaar worden de cliënten geselecteerd met een forensische zorgtitel bij wie de forensische zorgtitel is geëindigd tijdens de behandeling/begeleiding bij de aanbieder.
We interpreteren "tijdens de behandeling/begeleiding" als volgt: de juridische maatregel is beëindigd tijdens de looptijd van een ZPM-FZ zorgtraject. N.B: we kunnen momenteel niet uit de bron opmaken welke cliënten zijn teruggeplaatst naar penitentiaire inrichting (noemer stap 2), noch wat de geïndiceerde vervolgzorg is geweest (teller stappen 1 en 2) |